Nieuwe onafhankelijkheidsvoorschriften - Instemmende reacties
| Bron |
'de Accountant' |
| Schrijver |
Barbara Majoor |
| Nummer |
December 2002 |
| Publicatiedatum |
01-12-2002 |
| Sectie |
|
| Bladzijde |
|
| Volume |
12 |
Begin 2003 wordt nieuwe onafhankelijke regelgeving voor wettelijke controles van kracht voor boekjaren aanvangend op of na 1 januari 2003. In de komende ledenvergadering zal het bestuur een voorstel doen voor de verankering van deze regelgeving door Nadere voorschriften bij artikel 24 lid 6 GBR-1994. Een overzicht van de uitgangspunten en commentaren van leden.
Sinds de publicatie van de conceptregelgeving onafhankelijkheid op 18 juni 2002 is er veel aandacht geweest voor dit onderwerp.
Behalve belangstelling in de media, heeft het NIVRA-bestuur er diverse regiobijeenkomsten over georganiseerd. Ook binnen de Europese Commissie heeft de vlotte implementatie in Nederland van de Europese aanbevelingen voor onafhankelijkheid van mei 2002 tot veel positieve reacties geleid, zo liet Karel van Hulle recentelijk aan het NIVRA weten. NIVRA en NOvAA hebben ruim twintig schriftelijke commentaren ontvangen, waaruit een grote mate van betrokkenheid van de leden voor dit onderwerp naar voren komt. Uit de commentaren en reacties blijkt in het algemeen dat er binnen de beroepsgroep voor de nieuwe regelgeving een groot draagvlak bestaat.
Het bestuur heeft de werkgroep onafhankelijkheid 1) gevraagd om de commentaren te bespreken en voorstellen voor aanpassing te doen. Dit artikel 2) geeft een aantal uitgangspunten weer die bij het opstellen van de definitieve voorschriften zijn gehanteerd en bespreekt een aantal specifieke ontvangen commentaren.
Uitgangspunten
Aansluiting bij internationale regelgeving
Een belangrijk uitgangspunt is de overweging dat Nederland met deze nieuwe regels een belangrijke eerste stap doet in het aanpassen van de bestaande onafhankelijkheidsregelgeving aan internationale regelgeving. Daarom is consequent de tekst van de EU-aanbeveling als uitgangspunt en referentiekader gehanteerd. Dit betekent dat is vastgehouden aan het principe dat het om regelgeving op hoofdlijnen gaat, dus geen 'kookboekbenadering'. Commentaren waarin is voorgesteld om bepaalde regelgeving te concretiseren, zoals bijvoorbeeld honorariaverhoudingen en/of materialiteitsconcepten, worden daarom niet overgenomen.
Startpunt van discussie over huidige beroepsvoorschriften
Een belangrijke constatering betreft dat deze set van regels voor wettelijke controles (conform artikel 2:393 lid 1 BW) in feite een startpunt is van een proces van aanpassing van de bestaande beroepsvoorschriften. Deze set van onafhankelijkheidsregelgeving heeft een duidelijk beperktere reikwijdte dan de huidige Gedrags- en beroepsregels registeraccountants (GBR), zowel wat betreft de aard van de werkzaamheden als de doelgroep. In de komende periode moet een fundamentele discussie worden gestart over de uitgangspunten van de GBR. Hierin speelt onder andere de aanpassing aan de internationale beroepsvoorschriften (onder andere de Code of Ethics van de IFAC) een rol. Voorts zal moeten worden nagedacht in welke mate de 'nieuwe' onafhankelijkheidsregelgeving op de werkzaamheden van overheids- en interne accountants van toepassing zou moeten zijn. In deze zin moet de nieuwe regelgeving worden gezien als een eerste wezenlijke stap in de herziening van de beroepsreglementering.
Consequenties voor conceptregelgeving
Dat betekent dat de werkgroep heeft besloten op dit moment de reikwijdte van de regelgeving onafhankelijkheid niet uit te breiden tot andere werkzaamheden en/of doelgroepen. Eveneens is besloten de GBR en/of de onafhankelijkheidheidsregelgeving onafhankelijkheid niet of slechts marginaal aan te passen op punten waarop strijdigheden met de GBR zijn geconstateerd, zoals genoemd in het voorwoord van de conceptregelgeving. Dit geldt in het bijzonder voor de strijdigheden met de nadere voorschriften bij artikel 25 en 26 van de GBR en de resultaatafhankelijke beloningen artikel 24 GBR (zie ook de specifieke commentaren). In dat kader is eveneens besloten om de in de onafhankelijkheidsregelgeving gebruikte definities 'Accountantsorganisatie' en 'Netwerk' niet te stroomlijnen met het in de GBR gebruikte begrip 'optreden onder gemeenschappelijke naam met een RA/AA'.
Specifieke commentaren
Definitie van een Public Interest Entity (PIE)
In diverse commentaren is gesteld dat een nadere afbakening van een PIE een vereiste is om de regelgeving in de praktijk te kunnen toepassen. Op dit moment vinden nog besprekingen plaats om te komen tot een definitie. De huidige visie van het NIVRA is dat het niet aanbevelingswaardig is om de definitie te ver op te rekken, omdat dit niet de intentie is geweest die ten grondslag heeft gelegen aan de definitie in de EU-aanbeveling. In de gedachte van Brussel is een PIE een beursgenoteerde onderneming en/of een onderneming die daarmee vanwege zijn omvang daarmee gelijk is te stellen. Daarom is in het laatste voorstel de reikwijdte beperkt tot beursgenoteerde ondernemingen en een groep van niet-beursgenoteerde ondernemingen die aan de wettelijke controleplicht conform artikel 2:393 lid 1 BW voldoen en aan bepaalde 'grootte'-criteria, waarbij in het huidige voorstel de grens relatief hoog ligt.
Bestuur van accountantsorganisaties
De eisen die aan de uitoefening van het beroep in een rechtspersoon worden gesteld gaan minder ver dan de huidige GBR. In de conceptregelgeving is uitsluitend de beslissende zeggenschap (stemrechten) als criterium opgenomen en is het niet noodzakelijk dat ook de eigendomsrechten in meerderheid berusten bij AA's of RA's. In de meeste reacties werd gesteld dat dit een niet-wenselijke versoepeling zou betekenen. Voor accountantsorganisaties die geen rechtspersoon zijn betekent de nieuwe regelgeving echter een aanscherping van de bestaande regelgeving, aangezien deze momenteel nog kunnen worden beheerst door andere beroepsbeoefenaren. Er is op dit moment voor gekozen om de GBR op deze twee punten niet aan te passen, omdat dat vooruit zou lopen op de fundamentele discussie over de uitgangspunten van de GBR. Dat betekent dat, zoals ook in het voorwoord is aangegeven, de huidige GBR-bepalingen prevaleren.
Resultaat-afhankelijke vergoedingen
De paragraaf over resultaat-afhankelijke vergoedingen is in de commentaren diverse malen genoemd. Ten aanzien van dit punt werd gewezen op de strijdigheid met de huidige bepalingen in artikel 24 GBR lid 5, die ook is aangeduid in het voorwoord bij de conceptregelgeving. Daar is echter ook gesteld dat indien er sprake is van strijdigheden met de GBR, de huidige GBR-bepalingen prevaleren. Vanuit het belang dat wordt gehecht aan de zichtbare aansluiting bij de internationale ontwikkelingen is er tevens voor gekozen om de huidige tekst te handhaven en niet in lijn te brengen met de huidige GBR-voorschriften.
Overgangsregeling voor overige dienstverlening
Uit de reacties kwam naar voren dat voor een aantal onderwerpen een overgangsregeling wenselijk is. Dit geldt met name voor de specifieke voorschriften voor overige dienstverlening. Het zal niet altijd mogelijk zijn bestaande contracten bij controlecliënten, onder andere voor administratieve dienstverlening, detachering en/of interim management, die in strijd zijn met de nieuwe regelgeving, aan te passen met ingang van 1 januari 2003. In de definitieve Nadere voorschriften zal een overgangsregeling van zes maanden worden opgenomen voor de afbouw c.q. aanpassing van bestaande contracten aan de nieuwe regelgeving voor onafhankelijkheid.
Benoeming van de accountant
In het conceptregelgeving onafhankelijkheid wordt vereist dat de accountant door anderen wordt benoemd dan het bestuur van de onderneming. Er zijn diverse reacties ontvangen waarin werd gesteld dat vooral bij kleine ondernemingen dit voorschrift niet kan worden nageleefd. Daar is immers vaak sprake van een directeur-grootaandeelhouder. Een ander punt van commentaar betrof dat geen aansluiting is gezocht bij de in Nederland gangbare wijze van benoeming van de accountant via de aandeelhoudersvergadering, of als alternatief het toezichthoudend orgaan. De Nadere voorschriften worden op deze punten in overeenstemming gebracht met de gangbare Nederlandse regels.
Takenpakket compliance officer
De regelgeving introduceert de benoeming van een compliance officer binnen een accountantsorganisatie. Uit de reacties bleek dat er bij diverse kantoren onduidelijkheid bestaat wat de taak van een compliance officer precies inhoudt. Als actiepunt is opgenomen een concrete uitwerking te geven in de vorm van een taakbeschrijving.
Administratieve dienstverlening traject saldibalansjaarrekening
Er zijn diverse commentaren ontvangen dat de regelgeving op dit punt een inbreuk maakt op de logica, aangezien met name in het traject van saldibalans naar jaarrekening subjectieve elementen in de jaarrekening aan de orde komen, zodat het gevaar van zelftoetsing juist daar levensgroot is. Terecht wordt gesteld dat de ondersteuning van de accountant in dit traject zich niet mag uitstrekken tot de subjectieve elementen, zoals besluitvorming ten aanzien van voorzieningen. De tekst van de Nadere voorschriften zal op dit punt worden genuanceerd.
Optreden als commissaris bij controlecliënt
De toepassing van de regelgeving op personen die in een zodanige positie verkeren dat zij de uitkomst van de wettelijke controle kunnen beïnvloeden, heeft als consequentie dat bepaalde voorschriften een beperktere reikwijdte hebben dan volgt uit de huidige GBR. Dit geldt bijvoorbeeld voor het optreden in een bestuurs- of toezichthoudende functie bij controlecliënten. In diverse commentaren wordt gesteld dat het huidige concept daarin niet duidelijk is en/of te veel ruimte laat, terwijl op dit punt eenduidige regelgeving is gewenst. De tekst van de Nadere voorschriften zal op dit punt worden aangepast, zodat in lijn met de bestaande GBR, bestuurs- en toezichthoudende functies bij controlecliënten voor AA's of RA's, en vrijeberoepsbeoefenaren met wie onder gemeenschappelijke naam wordt opgetreden, niet zijn toegestaan.
Ten slotte: deze regelgeving kan een belangrijke bijdrage leveren aan een grotere mate van transparantie van het accountantsberoep. Een zorgvuldige, heldere en open communicatie over deze Nadere voorschriften in de richting van het publiek en een kwalitatief sterke implementatie door de beroepsorganisaties en accountantsorganisaties, zijn daarbij cruciaal.
|
Onafhankelijkheidsregels aangescherpt
De Europese Commissie heeft met de publicatie op 16 mei 2002 van haar aanbeveling 'Onafhankelijkheid van de met de wettelijke controle belaste accountant in de EU: basisbeginselen', de aftrap gedaan richting harmonisatie van de onafhankelijkheidsregelgeving binnen Europa. Op basis van dit document hebben NIVRA en NOvAA ontwerpregelgeving voor onafhankelijkheid ontwikkeld en op 18 juni 2002 onder de leden voor commentaar verspreid. Zie voor een uitgebreid artikel over deze ontwerpregelgeving 'de Accountant', juli/augustus 2002.
|
Noten
* Barbara Majoor is director bij de afdeling Assurance Support en Research van KPMG en docent controleleer aan de Universiteit van Amsterdam.
- De werkgroep bestaat uit Rob Bosman (namens NIVRA-bestuur), Frans van Schaik (toehoorder NOvAA), Ursula Holdinga (secretariaat), Bert Oosterloo, Anton Dieleman en Barbara Majoor.
- Dit artikel is zowel gepubliceerd in de Accountant-Adviseur als in 'de Accountant'.