Opinie: Waarom multidisciplinariteit wel onder één dak moet
| Bron |
'de Accountant' |
| Schrijver |
Roger Dassen |
| Nummer |
December 2002 |
| Publicatiedatum |
01-12-2002 |
| Sectie |
|
| Bladzijde |
|
| Volume |
12 |
Volgens Roger Dassen kan een goede controle niet zonder multidisciplinaire samenwerking (zie oktobernummer). André Bindenga vroeg zich daarop af: 'Waarom moeten deze experts onder hetzelfde dak?' Dassen reageert.
In zijn reactie op mijn pleidooi voor het voortbestaan van multidisciplinaire samenwerking tussen accountants en andere dienstverleners, stelt André Bindenga de vraag: 'Waarom moeten deze experts onder hetzelfde dak? Controlerend accountants die deskundigen nodig hebben, kunnen daar altijd gebruik van maken, ook al werken ze bij een andere organisatie.'
Het is een argument dat vaker wordt gehoord in deze discussie, en natuurlijk is het mogelijk om in een 'audit-only'-situatie expertise van buiten de accountantsorganisatie te betrekken. Maar aan een dergelijke constructie zijn aanzienlijke nadelen verbonden. Om te beginnen zit in die scheiding op zichzelf een risico voor de onafhankelijkheid! Immers, hoe realistisch is het om te veronderstellen dat een accountant erin zal slagen om zijn eigen onafhankelijkheidsregels op te dringen aan al die organisaties waarmee hij in het kader van de controle zal moeten gaan samenwerken in een audit-only-situatie? Kan een accountant werkelijk bewaken dat de organisaties waar hij, ten behoeve van zijn controle, expertise op het gebied van pensioenen, fiscaliteit of IT vandaan moet halen, zich allemaal keurig zullen houden aan de onafhankelijkheidsregels? Ik heb er een hard hoofd in. En dat zou wel een aanzienlijk probleem opleveren. Want de accountant moet erop kunnen vertrouwen dat ook de experts die worden ingehuurd, onpartijdig en onafhankelijk zijn in de oordeelsvorming op hun eigen terrein.
Een tweede nadeel zit in de kwaliteitsborging, die over de organisatiegrenzen heen aanzienlijk moeilijker is te realiseren dan binnen één organisatie. Natuurlijk, met name in grootschalige projecten (denk aan de defensie-industrie) zijn er fraaie voorbeelden van samenwerking tussen externe partijen met kwaliteitsborging op topniveau, doch de vraag is of de geringe schaalgroot- te van samenwerking met een andere expert tijdens een jaarrekeningcontrole een adequate borging waarschijnlijk maakt. Kortom, samenwerking over de organisatiegrenzen heen is zeker denkbaar, maar in de praktijk denk ik dat er aanzienlijke nadelige gevolgen voor zowel kwaliteit als onafhankelijkheid aan verbonden zullen zijn.
Maar, zo zou een vervolgvraag kunnen zijn, als het dan al nodig is om die expertise in huis te hebben, waarom zouden die experts zich dan niet kunnen beperken tot hun inzet in de controleteams? Waarom moeten zij daarnaast nog echt als adviseur optreden? Op zichzelf een terechte vraag. Maar de kern is natuurlijk, dat een echte topper op het gebied van bijvoorbeeld IT, fiscaliteit, pensioenen of financiële instrumenten waarschijnlijk niet uitsluitend onder de regie van een accountant in een controleteam wenst te opereren. En bovendien is het voor de actualisering van de kennis van een dergelijke expert noodzakelijk, dat deze zich niet beperkt tot het 'audit-werk'. Wil een SAP-expert de scherpte en actualiteit van zijn expertise behouden, dan zal hij als specialistisch adviseur (naast zijn rol in het controleteam) daartoe een betere kans maken dan wanneer hij zich als onderaannemer van de accountant moet beperken tot toetsingswerkzaamheden in het kader van de controle van de jaarrekening. En tegen een dergelijke rol als specialistisch adviseur is volgens mij ook niets in te brengen, zolang dat adviseurschap (zo dat al zou conflicteren met de controle) maar niet wordt uitgeoefend bij een audit-cliënt!
En met die laatste opmerking zijn wij weer terug bij het uitgangspunt. Namelijk, dat de enkele omstandigheid dat accountants onder één dak opereren met andere experts geen bedreiging oplevert voor onafhankelijkheid. Die bedreiging kan pas ontstaan door de combinatie van controle en advies op cliëntniveau, en op dat niveau moeten adequate waarborgen tegen ongewenste combinaties worden ingevoerd en gehandhaafd. Door de waarborgen in te richten op het niveau van de professionele dienstverlenende organisatie, wordt naar mijn overtuiging een lippendienst bewezen aan de onafhankelijkheid, terwijl in werkelijkheid de kwaliteit en zelfs onafhankelijkheid van onze dienstverlening worden geschaad.
Noot
* Roger Dassen is voorzitter van de maatschap Deloitte & Touche Accountants. Tevens is hij hoogleraar accountancy aan de Universiteit Maastricht en de Vrije Universiteit.