Onafhankelijkheidsregels aangescherpt
| Bron |
'de Accountant' |
| Schrijver |
Barbara Majoor |
| Nummer |
Juli-Augustus 2002 |
| Publicatiedatum |
01-07-2002 |
| Sectie |
|
| Bladzijde |
032 |
| Volume |
108 |
De Europese Commissie heeft met de publicatie op 16 mei 2002 van haar aanbeveling ‘Onafhankelijkheid van de met de wettelijke controle belaste accountant in de EU: basisbeginselen', de aftrap gedaan richting harmonisatie van de onafhankelijkheidsregelgeving binnen Europa1. Op basis van dit document hebben NIVRA en NOvAA ontwerp-regelgeving voor onafhankelijkheid ontwikkeld en op 18 juni 2002 onder de leden voor commentaar verspreid. Op 1 januari 2003 wordt de nieuwe regelgeving van kracht.
Barbara Majoor*
De status van ‘aanbeveling' betekent dat er formeel geen verplichting bestaat voor de Europese landen om de nieuwe regels te volgen. Na drie jaar wordt de implementatie echter geëvalueerd. De Europese Commissie (EC) heeft nu reeds aangegeven dat bij onvoldoende implementatie alsnog wordt besloten tot wetgeving.
Uitgangspunten
Uitgangspunt voor de Nederlandse regelgeving is geweest de EC-aanbeveling zoveel mogelijk te volgen. De EC heeft in haar aanbeveling de professionele verantwoordelijkheid van de beroepsbeoefenaar als uitgangspunt genomen. Echter ook aan andere partijen wordt een rol toegekend in de bewaking van de onafhankelijkheid. Zo wordt de verantwoordelijkheid van de controlecliënt benadrukt via waarborgen in de governance-structuur, en van de beroepsorganisaties via een stelsel van kwaliteitsborging dat voldoet aan de minimumeisen van de EC op dat punt, zoals vastgelegd in een aanbeveling ‘Quality Assurance for the Statutory Audit in the EU' (21 november 2000). Aanvullend bevat de aanbeveling specifieke maatregelen, die met name noodzakelijk zijn in een aantal specifiek benoemde situaties waar de algemene waarborgen niet toereikend zijn om de onafhankelijkheidsrisico's in voldoende mate te mitigeren.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen vijf verschillende soorten onafhankelijkheidsrisico's die een rol kunnen spelen in de context waarbinnen een accountant de wettelijke controle uitvoert:
- Het risico als gevolg van belangenverstrengeling/eigenbelang: de bedreiging voor de onafhankelijkheid die voortkomt uit een financiële of andere belangenverstrengeling tussen de accountant en de controlecliënt.
- Het risico als gevolg van zelftoetsing: de bedreiging voor de onafhankelijkheid die ontstaat indien de accountant zijn eigen werkzaamheden moet beoordelen.
- Het risico als gevolg van belangenbehartiging (advocacy): een gevaar voor de onafhankelijkheid dat voortkomt uit de situatie dat een accountant betrokken raakt in een procedure waarbij de accountantsorganisatie voor (of tegen) het standpunt van de controlecliënt pleit.
- Het risico als gevolg van te grote mate van vertrouwdheid of vertrouwen: het risico dat de accountant teveel wordt beïnvloed door de persoon en de eigenschappen van de cliënt, en dientengevolge te veel sympathiseert met de belangen van de cliënt.
- Het risico als gevolg van intimidatie: de mogelijkheid dat de accountant geïntimideerd raakt door een dreigement, een dominante persoonlijkheid of andere, reële of gevreesde, pressiemiddelen van de zijde van de cliënt en de angst voor de consequenties die objectief handelen dan met zich mee zou kunnen brengen.
Bij de inschatting van het zogenoemde ‘onafhankelijkheidsrisico' bij een wettelijke controleopdracht is het gezichtspunt van de gebruiker het uitgangspunt. Dit kan ertoe leiden dat het risico, bij overigens gelijke omstandigheden, bij een (grote) beursgenoteerde onderneming anders wordt ingeschat dan bij een onderneming uit het midden- en kleinbedrijf (MKB).
Aan de hand van een aantal vragen wordt hierna de inhoud van de voorschriften in hoofdlijnen toegelicht. Voor details en nadere toelichting wordt verwezen naar de volledige tekst van de concept-regelgeving van NIVRA en NOvAA.
Voor wie zijn de voorschriften bedoeld?
De voorschriften zijn van toepassing op accountants die de wettelijke controle uitvoeren. In eerste instantie hebben NIVRA en NOvAA niet gekozen voor een bredere reikwijdte. Dit betekent dat voor andere werkzaamheden, zoals het samenstellen van jaarrekeningen, beoordelingopdrachten en de controle van bijvoorbeeld subsidieverklaringen, onverkort de huidige bepalingen in de GBR/GBAA van toepassing blijven. Deze bepalingen prevaleren bovendien indien er strijdigheid bestaat tussen de ‘nieuwe' onafhankelijkheidsvoorschriften en de GBR/GBAA.
In de regelgeving wordt op een aantal plaatsen een onderscheid gemaakt tussen de wettelijke controle bij Public Interest Entities (PIE) en overige huishoudingen. PIE's zijn huishoudingen waarvoor er in het publieke verkeer een grote mate van belangstelling bestaat omdat de bedrijfsactiviteiten, de omvang, het personeelsbestand of de bedrijfsstatus van dien aard is dat zij een breed scala van belanghebbenden bestrijken. Dit uit zich bijvoorbeeld in een ruime verspreidingskring van de jaarrekening aan een gedeeltelijk anoniem publiek. Voorbeelden zijn onder andere beursgenoteerde ondernemingen, financiële instellingen, verzekeringsbedrijven, beleggingsmaatschappijen, pensioenfondsen en daarmee vergelijkbare instellingen. NIVRA en NOvAA zullen nog nadere richtlijnen geven ten behoeve van de invulling van dit begrip. Voor PIE's wordt in het kader van het belang van de gebruiker op sommige onderdelen striktere regelgeving gegeven dan voor controles van overige organisaties. Zie hiervoor het artikel in ‘de Accountant' van mei 2002: ‘Nieuwe richtlijn Onafhankelijkheid'.
Wat zijn de basisuitgangspunten voor onafhankelijkheid van de accountant?
Deskundigheid, objectiviteit en professionele integriteit zijn de belangrijkste uitgangspunten die ten grondslag liggen aan een accountantsverklaring bij de jaarrekening. Om deze uitgangspunten te waarborgen is een onafhankelijk optreden van de accountant vereist, aangezien met name een objectieve en integere houding niet door een externe belanghebbende kunnen worden waargenomen.
Welke waarborgen bestaan er rondom de wettelijke controle?
In de voorschriften wordt een belangrijke plaats gegeven aan de zogenoemde waarborgen in de governance-structuur van de controlecliënt, in de bestuurlijke structuur en stelsels van kwaliteitsmaatregelen van accountantsorganisaties, en in het stelsel van kwaliteitsborging van de beroepsorganisaties.
Governance-structuur van de controlecliënt
Zowel de accountant als de cliënt is verantwoordelijk voor de waarborging van de onafhankelijkheid van de accountant. Ten eerste betekent dit dat de benoeming van de accountant door anderen plaatsvindt dan het bestuur van de controlecliënt. Ten tweede dat er sprake is van toezicht door en communicatie met de controlecliënt over de wettelijke controle en overige dienstverlening die wordt uitgevoerd. In het bijzonder indien sprake is van een PIE dan wordt een schriftelijke communicatie aan de raad van commissarissen en/of de audit-commissie vereist, waarin gedetailleerde informatie over de in rekening gebrachte honoraria voor de controle en overige dienstverlening moet worden opgenomen. Dit betreft ook dienstverlening die door het netwerk van de accountant is uitgevoerd. Daarbij gaat het om de dienstverlening aan de controlecliënt en de met deze cliënt verbonden partijen. Bovendien dienen alle andere relaties die van invloed kunnen zijn op de onafhankelijkheid te worden gemeld, inclusief een bevestiging van de onafhankelijke positie van de accountant. De accountant moet bovendien zorgdragen dat de onafhankelijkheid wordt bespoken met de raad van commissarissen en/of de audit-commissie. Voor non-PIE's wordt een dergelijke communicatie aanbevolen maar niet verplicht gesteld.
Systeem van kwaliteitsborging van de beroepsorganisatie
De beroepsorganisatie speelt een essentiële rol in de waarborging en handhaving van de onafhankelijkheid van de accountant. De beroepsorganisatie is verantwoordelijk om een stelsel van kwaliteitsborging te implementeren dat voldoet aan de minimumeisen die de EC daarvoor heeft geformuleerd in de aanbeveling ‘Quality Assurance for the Statutory Audit in the EU' (21 november 2000).
Waarborgen binnen accountantsorganisaties
De waarborgen binnen accountantsorganisaties betreffen de bestuurlijke structuur en het stelsel van interne beheersingsmaatregelen.
- De bestuurlijke organisatie van een accountantskantoor moet zodanig zijn ingericht dat bestuurders die geen wettelijke controlebevoegdheid hebben geen invloed van betekenis kunnen krijgen op het beleid en het beheer van accountantsorganisaties met betrekking tot de uitvoering van controlewerkzaamheden. Daarom is een eerste vereiste dat bovenstaande in de statuten is geregeld. Ten tweede moet de meerderheid van de stemrechten van accountantsorganisaties (rechtspersonen) in handen zijn van natuurlijke personen die bevoegd zijn wettelijke controles uit te voeren.
- Het stelsel van kwaliteitsbeheersing met betrekking tot de onafhankelijkheid moet onderdeel zijn van de bestuurlijke organisatie van de accountantsorganisatie. De maatregelen van kwaliteitsbeheersing, die kunnen worden toegesneden op de omvang van de organisatie, bestaan onder andere uit documentatie van de onafhankelijkheidsvoorschriften in handboeken en communicatie daarvan in de organisatie, training van de medewerkers in de toepassing en interpretatie van de voorschriften, benoeming van een partner die aanspreekpunt is voor onafhankelijkheidsvraagstukken, benoeming van een compliance officer die belast is met het toezicht op de naleving van de voorschriften, en een procedure voor een onafhankelijkheidstoets per controlecliënt en documentatie daarvan in het dossier. Dit stelsel van maatregelen moet bovendien zodanig zijn gedocumenteerd dat het kan worden onderworpen aan een toetsing door de beroepsorganisatie. Voor een kleine accountantsorganisatie zal het stelsel eenvoudiger van opzet kunnen zijn dan voor een grote. Zo zal bij een klein kantoor meestal een controlepartner naast zijn cliëntenwerkzaamheden tevens aanspreekpunt zijn voor onafhankelijkheidsvraagstukken en belast zijn met het toezicht op de naleving van de voorschriften, terwijl het voor grote accountantsorganisaties voor de hand ligt daarvoor een separate afdeling in te richten en een afzonderlijke compliance officer te benoemen.
Met welke specifieke maatregelen moet de accountant bij de uitvoering van een wettelijke controle rekening houden?
De specifieke maatregelen hebben betrekking op enerzijds de waarborging van zijn persoonlijke onafhankelijkheid: financiële belangen, familierelaties, zakelijke en arbeidsrelaties met de controlecliënt. Anderzijds hebben de voorschriften betrekking op de opdrachtrelatie met de controlecliënt, in het bijzonder de declaratieomvang en tariefstelling, de interne roulatie, de juridische procedures met de controlecliënt, en de combinaties van controle en andere dienstverlening voor dezelfde cliënt.
Wat wordt verstaan onder ‘Persoonlijke' onafhankelijkheid van de accountant?
De voorschriften op dit punt zijn erop gericht het risico als gevolg van belangenverstrengeling en/of eigenbelang en het risico van vertrouwdheid met de controlecliënt te ondervangen. Persoonlijke onafhankelijkheid omvat een aantal aspecten:
- Financiële belangen, zoals een direct of indirect (effecten)bezit in de controlecliënt. Een dergelijk belang is niet toegestaan. Verboden belangen moeten binnen een termijn van één maand zijn vervreemd.
- Zakelijke belangen, zoals het afsluiten van een lening bij een controlecliënt of de afname van producten, zijn uitsluitend toegestaan indien dit plaatsvindt in het kader van de gewone bedrijfsuitoefening van de desbetreffende cliënt.
- Persoonlijke nevenfuncties, zoals het vervullen van een bestuurlijke of toezichthoudende functie bij een controlecliënt. Het vervullen van een dergelijke functie is niet toegestaan. Evenmin is het toegestaan gelijktijdig een dienstverband bij de controlecliënt te hebben. Dit doelt onder andere op de situatie van detachering van medewerkers van de accountantsorganisatie bij de controlecliënt.
- Familierelaties, zoals de situatie dat een naast familielid een hoge financiële of bestuurlijke positie bekleedt bij een controlecliënt zijn in het algemeen niet toegestaan.
- Arbeidsrelaties, waarbij een medewerker van de controlecliënt in dienst treedt bij de accountantsorganisatie zijn uitsluitend toegestaan indien de betrokken medewerker gedurende twee jaar niet bij de wettelijke controle van de desbetreffende onderneming wordt betrokken. Ook indien een medewerker overweegt om in dienst te treden bij de controlecliënt is het onder andere noodzakelijk dat deze medewerker onmiddellijk uit het controleteam stapt en dat wordt gezorgd dat na zijn vertrek op geen enkele wijze financiële banden blijven bestaan met de accountantsorganisatie.
Bij de toepassing van deze soort voorschriften wordt de reikwijdte van de kring gerelateerd aan de desbetreffende wettelijke controleopdracht. Alle personen binnen een accountantsorganisatie en haar netwerk die zich in een positie bevinden dat zij de uitkomsten van de desbetreffende wettelijke controle kunnen beïnvloeden moeten onafhankelijk zijn. Dat zijn op de eerste plaats de verantwoordelijke accountant en de overige leden van het cliëntservice team (onder andere controleteam en andere in het team betrokken specialisten). Ten tweede alle partners die werkzaam zijn op de locatie waar een belangrijk deel van de werkzaamheden voor de opdracht worden uitgevoerd, en ten derde personen die onderdeel uitmaken van de zogenoemde hiërarchische structuur binnen een accountantsorganisatie. Deze hiërarchische structuur (‘Chain of Command') omvat alle personen die op het niveau van een kantoor of op landelijk, regionaal of wereldwijd niveau, een leidinggevende functie vervullen, dan wel de prestatie en/of beloning van de betrokken accountant of leden van het controleteam mogen vaststellen, of vanuit een andere vaktechnische, interne toezichthoudende of kwaliteitsbewakende functie invloed zouden kunnen hebben op de uitkomsten van de desbetreffende wettelijke controleopdracht. De voorschriften zijn ten slotte ook van toepassing op de naaste familieleden van de hierboven genoemde personen. Dit betekent in theorie dat de kring van personen waarop de voorschriften van toepassing zijn per controleopdracht kan verschillen. Bedacht moet worden dat het om minimumvoorschriften gaat en dat een accountantsorganisatie de ruimte heeft om de reikwijdte uit te breiden.
Met welke voorwaarden dient bij de vaststelling van het honorarium voor wettelijke controles rekening te worden gehouden?
De voorschriften aangaande de declaratieomvang en tariefstelling beogen te voorkomen dat een accountant in relatie tot zijn beloning afhankelijk wordt van zijn controlecliënt. Hieraan zijn verschillende aspecten verbonden. Hieronder een samenvatting van de hoofdlijnen:
- Resultaatafhankelijke vergoedingen. Voor de wettelijke controle niet toegestaan. Voor overige dienstverlening uitsluitend toegestaan als er geen sprake is van een onafhankelijkheidsrisico.
- Verhouding tussen totaal bedrag aan vergoedingen en totale inkomsten. Elke schijn van financiële afhankelijkheid moet worden voorkomen. Deze kan bijvoorbeeld ontstaan indien het totaalbedrag aan vergoedingen voor een controlecliënt gedurende een periode van vijf jaar een kritisch percentage van de totale jaarlijkse inkomsten overschrijdt, of de vergoedingen voor overige dienstverlening meer bedragen dan voor de wettelijke controle. In die situatie is een beoordeling door een niet bij de cliënt betrokken controlepartner van de alle voor de cliënt uitgevoerde werkzaamheden noodzakelijk.
- Achterstallige vergoedingen. Indien sprake is van een achterstand in betalingen die als een lening van aanzienlijke omvang kan worden beschouwd dan is het niet toegestaan een nieuwe opdracht voor de cliënt te accepteren en moet worden bezien of de wettelijke controle kan worden beëindigd.
- Prijsstelling. De accountant moet kunnen aantonen dat de vergoeding voor de wettelijke controle toereikend is om de vereiste deskundigheid qua bezetting in te zetten en te voldoen aan de vaktechnische richtlijnen en kwaliteitswaarborgen. Eveneens moet de accountant kunnen aantonen dat het honorarium voor de controle niet afhankelijk is van de verwachte levering van overige vormen van dienstverlening aan de cliënt.
- Openbaarmaking van vergoedingen in de toelichting op de jaarrekening. Er is een aanbeveling opgenomen om de vergoedingen te specificeren en in de toelichting op de jaarrekening openbaar te maken. Hierbij moet een splitsing worden aangebracht naar vier categorieën: wettelijke controles, overige assurance-opdrachten, belastingadvies en overige dienstverlening (deze laatste categorie moet indien noodzakelijk verder worden uitgesplitst). Deze aanbeveling dient echter eerst in de verslaggevingvoorschriften te worden opgenomen, voordat hieraan een dwingend karakter kan worden toegekend.
Voor wie en wanneer is interne roulatie vereist?
Partnerroulatie is een van de onderwerpen in de nieuwe regelgeving die om een zorgvuldige interne voorbereiding vragen. Interne roulatie van leden van het controleteam is verplicht voor een PIE. Voor andere controlecliënten is het echter wenselijk dezelfde procedures toe te passen, dan wel andere maatregelen te treffen die het risico van een te grote mate van vertrouwdheid met de controlecliënt kunnen ondervangen. De vereiste interne roulatie geldt voor alle partners belast met een essentiële taak in de controle. Dit is minimaal de voor de wettelijke controle verantwoordelijke partner maar kan ook andere controlepartners betreffen. De termijn voor roulatie bedraagt maximaal zeven jaar, met als aanvullende voorwaarde dat een partner minimaal de daarop volgende twee jaar niet betrokken mag zijn bij de desbetreffende controlecliënt. Afhankelijk van of er sprake is van een onafhankelijkheidsrisico, geldt deze eis ook voor de andere leden van het controleteam. Voor dit voorschrift geldt een overgangstermijn van twee jaar na inwerkingtreding van de regelgeving op 1 januari 2003.
Welke maatregelen zijn vereist bij een mogelijke juridische procedure met de controlecliënt?
Als sprake is van een juridische procedure of de dreiging daarvan tussen de accountant en de controlecliënt, dan moet de accountant de situatie bespreken met het toezichthoudend orgaan of, indien dit niet bestaat, met de beroepsorganisatie. De accountant kan zijn lopende controlewerkzaamheden niet langer continueren indien er een grote kans bestaat dat er daadwerkelijk een juridische procedure tegen de accountant gevoerd gaat worden, c.q. wanneer deze in gang is gezet en deze procedure van wezenlijk belang is voor een of beide van de desbetreffende partijen, dan wel indien de deugdelijkheid van de wettelijke controle van voorgaande jaren in twijfel wordt getrokken.
Welke combinaties van controle en adviesdiensten voor dezelfde cliënt zijn niet toegestaan en welke combinaties onder strikte voorwaarden?
Een fors deel van de regelgeving heeft betrekking op de situatie dat de accountant voor dezelfde controlecliënt overige dienstverlening uitvoert. In deze situatie kan er sprake zijn van het risico van zelftoetsing met als gevolg dat de onafhankelijkheid wordt aangetast. Een eerste vereiste betreft daarom dat een beoordeling wordt uitgevoerd of het geen opdracht betreft waarbij beslissingen worden genomen in opdracht van de controlecliënt, c.q. participatie plaatsvindt in besluitvormingsprocessen van de controlecliënt.
Ten tweede is het noodzakelijk dat ten aanzien van alle soorten overige dienstverlening bepaalde waarborgen in acht worden genomen, en zijn er ten aanzien van een aantal soorten overige dienstverlening beperkingen gesteld. De waarborgen die de accountant moet overwegen in te voeren voor elke andere vorm van dienstverlening bij een wettelijke controlecliënt betreffen onder andere:
- De scheiding van taken en verantwoordelijkheden tussen de teams die betrokken zijn bij de controlewerkzaamheden en de overige dienstverlening voor dezelfde cliënt.
- De beoordeling van de controlewerkzaamheden door een partner die niet is betrokken bij enige werkzaamheden voor de cliënt of via een externe toetsing door de beroepsorganisatie.
- Een reguliere afstemming met de (interne) compliance officer of er sprake is van een ‘conflict of interest' in relatie tot overige (controle)werkzaamheden voor de desbetreffende cliënt.
- Bij een PIE bespreking van de overige dienstverlening met het toezichthoudende orgaan van de controlecliënt.
Het bij dit artikel afgedrukte schematische overzicht geeft een samenvatting van de specifieke maatregelen die bij overige dienstverlening voor controlecliënten moeten worden genomen.
Deze regelgeving betekent een belangrijke uitbreiding van de bestaande regelgeving over onafhankelijkheid. Natuurlijk waren de uitgangspunten reeds stevig verankerd in de GBR/GBAA, maar deze waren niet uitgewerkt in de specifieke context waarin de accountant opereert. Evenmin waren de uitgangspunten uitgewerkt met betrekking tot de verantwoordelijkheid van de beroepsorganisatie, accountantsorganisatie en controlecliënten om een kader te creëren waarbinnen de onafhankelijkheid optimaal kan worden gewaarborgd. Ten slotte bieden deze nieuwe voorschriften een uitstekende gelegenheid om de transparantie richting het publiek te vergroten.
|
Overige dienstverlening
|
Maatregelen op hoofdlijnen
|
|
Administratieve dienstverlening
|
Is niet toegestaan voor public interest entities (PIE). De enige uitzonderingen betreffen:
- Incidentele assistentie in een zogenoemde noodsituatie bij werkzaamheden van administratietechnische aard, waarbij geen beslissingen worden genomen over de waardering van posten en het vaststellen van voorzieningen (dit kan zich voordoen in bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld indien zonder assistentie de onderneming in continuïteitproblemen geraakt omdat bijvoorbeeld de bank zijn financiering opzegt).
- Assistentie bij het vervaardigen van locale jaarrekeningen van deelnemingen/dochters van een PIE die in de geconsolideerde jaarrekening van de PIE moet worden opgenomen mits deze assistentie beperkt blijft tot eenvoudige administratietechnische activiteiten, en er geen beslissingen worden genomen over de waardering van posten en het vaststellen van voorzieningen, de jaarrekening van deze deelnemingen/dochters niet van wezenlijke betekenis is in relatie tot de geconsolideerde jaarrekening en de fee voor deze dienstverlening niet-materieel is ten opzichte van de totale geconsolideerde controle fee.
NB: Advisering van de cliënt over de toe te passen waarderingsgrondslagen en de aanpassingen op basis van controlebevindingen vormt een onderdeel van het controleproces en wordt daarom niet beschouwd als administratieve dienstverlening. Dit geldt ook voor werkzaamheden die worden uitgevoerd met betrekking tot het traject van saldibalans naar de jaarrekening.
Voor Non-public interest entities is administratieve dienstverlening alleen toegestaan als het gaat om werkzaamheden die een technisch of routinematig karakter hebben, waarbij bovendien geen beslissingen worden genomen over de waardering van posten en het vaststellen van voorzieningen.
|
|
Ontwerp en implementatie van financiële informatiesystemen
|
Toegestaan indien:
- het management (schriftelijk vastgelegd) verantwoordelijk is voor het gehele systeem van interne controle;
- het management voor de beoordeling van het systeem van interne controle niet uitsluitend steunt op resultaten van de werkzaamheden in het kader van de adviesopdracht;
- de specificaties van het ontwerp van het informatiesysteem door het management zijn geaccepteerd.
‘Turn key'-projecten zijn uitsluitend toegestaan mits sprake is van een duidelijke afbakening van de verantwoordelijkheid van het management van de controlecliënt voor het ontwerp, het implementatie- en het beoordelingsproces en de werking van het systeem.
|
|
Waardebepaling, zoals waarderingen en taxaties en het afgeven van zogenoemde ‘fairness-opinons'
|
Deze soort van dienstverlening is toegestaan indien het object van waardering niet-materieel is voor de jaarrekening en er sprake is van een routinematige waardering (bijvoorbeeld voor belastingdoeleinden). Inbrengverklaringen en due diligence-werkzaamheden worden niet onder deze soort dienstverlening begrepen.
|
|
Interne controle dienstverlening
|
Toegestaan, mits duidelijk is vastgelegd dat het management of het toezichthoudende orgaan van de controlecliënt verantwoordelijk is voor:
- het systeem van interne controle en beheersing;
- het vaststellen van de aard, omvang, frequentie en risico's met betrekking tot de toe te passen interne controle procedures;
- het reageren op de conclusies en/of bevindingen die voortvloeien uit een beoordeling en/of evaluatie van het systeem van interne controle en beheersing;
- de werkzaamheden die zijn uitgevoerd in het kader van de wettelijke controle te laten boordelen door een controlepartner die niet bij de desbetreffende cliënt is betrokken
|
|
Juridische dienstverlening
|
Opdrachten om op te treden als advocaat of gemachtigde van een controlecliënt in een juridische procedure worden niet geaccepteerd indien:
- een rapportering over de controle door een accountant behorend tot dezelfde organisatie van belang is voor de bewijsvoering in de procedure; en/of
- het betrekking heeft op aangelegenheden die naar verwachting van materieel belang zijn voor de jaarrekening en waarbij sprake is van een aanzienlijke mate van subjectiviteit.
NB: Assistentie bij fiscale procedures door kantoorgenoten (belastingadviseurs) valt niet onder deze beperkingen.
|
|
Bemiddeling van personeel (senior en belangrijke financiële posities)
|
Niet toegestaan is om voor een PIE een zogenoemde short-list van kandidaten op te stellen voor bemiddeling van personeel voor hoger kader voor financiële en administratieve functies.
Verder is deze dienstverlening toegestaan, mits duidelijk is afgesproken dat het management van de controlecliënt verantwoordelijk is voor de beslissing over de aanname van de kandidaat en de aanbieding van een arbeidscontract.
|
|
Detachering van personeel en interim management
|
NB: Hoewel beide niet direct als aparte dienstverlening worden genoemd is het niet toegestaan dat een medewerker van een accountantsorganisatie, die in relatie tot de desbetreffende wettelijke controle onafhankelijk moet zijn, een functie bij de controlecliënt vervult waarin hij invloed kan hebben op de uitkomsten van de wettelijke controle.
Ook is het uitvoeren van interim-managementopdrachten waarbij een belangrijke invloed wordt uitgeoefend op het algemene en/of financiële bestuur en beheer van de controlecliënt niet toegestaan.
|
Noot
* Barbara Majoor is werkzaam op de afdeling Assurance Support en Research van KPMG en docent controleer aan de Universiteit van Amsterdam.
(1) De aanbeveling is op de internet-site van de Europese Commissie te vinden: http://europa.eu.int/comm/internal_market/en/company/audit/news/index.htm.