Opinie: Nogmaals over onafhankelijkheid
| Bron |
'de Accountant' |
| Schrijver |
André Bindenga |
| Nummer |
November 2002 |
| Publicatiedatum |
01-11-2002 |
| Sectie |
Opinie |
| Bladzijde |
063 |
| Volume |
109 |
André Bindega reageert op commentaren van Dassen, Westra, Maijoor en Mouthaan.
In dit nummer van 'de Accountant' treft de lezer vier reacties aan op mijn artikel 'Onafhankelijkheid in financiële zin'. Graag wil ik op mijn beurt reageren. Hierbij zal ik ook drie voorstellen betrekken die ik recent in de krant aantrof. Nu zijn krantenartikelen wel niet altijd een betrouwbare bron, maar iets zal er toch van waar zijn. Ik doel op een interview met Jos van Huut, een voorstel van de NOvAA en enkele ideeën van de SP.
Ik ben van nature geneigd om in commentaar op door mij ontvouwde gedachten de positieve elementen op te sporen.
In de eerste plaats kan dan worden opgemerkt dat vrijwel alle schrijvers mijn zorg delen over de toekomst van het accountantsberoep. Ook constateer ik een gemeenschappelijke visie over de uiteindelijke belanghebbenden bij een doeltreffende accountantscontrole, namelijk het naamloze maatschappelijk verkeer.
Daarnaast bespeur ik een overeenstemming ten aanzien van de doorgeslagen commercialisering en mijn voorstel om de kwaliteit van de accountantscontrole voorop te stellen. Daarentegen blijkt dat niet alle respondenten geloven dat de oplossing van de huidige problematiek ligt in het verbreken van de financiële band tussen accountant en auditee, de directe opdrachtgever.
In de opinies die ik in de krantenartikelen aantrof is deze overeenstemming er wel. Jos van Huut wil zelfs zo ver gaan, dat de openbare accountants staatsaccountant worden. In mijn artikel merkte ik op dat ik dat geen goede weg vond. Het NOvAA- en het SP-voorstel zijn, voorzover ik dat uit de publicaties kan afleiden, hierover niet duidelijk. Wel zien ook deze voorstellen blijkbaar een oplossing in het verbreken van de financiële band.
Nu de verschillen van mening in de reacties in dit nummer. Allereerst het uitstekende artikel van Roger Dassen. Een belangrijke stelling daarin is dat multidisciplinaire organisaties moeten blijven bestaan, omdat controlerend accountants een beroep moeten kunnen doen op onder één dak levende experts. Waarom moeten deze experts onder hetzelfde dak? Controlerend accountants die deskundigen nodig hebben, kunnen daar altijd gebruik van maken, ook al werken ze bij een andere organisatie. Door het creëren van audit-only firms behoeft de kwaliteit van de controle in het geheel niet achteruit te gaan.
Een ander facet is de twijfel van Dassen aan de voordelen van het verbreken van de financiële band. Controlerend accountants zouden toch hun opdrachtgevers ter wille blijven, omdat zij uit zijn op herbenoeming. Ik acht dit potentiële gevaar veel minder belangrijk dan de huidige gevaren van afhankelijkheid door commercieel optreden van controlerend accountants, omdat zij onderhandelen over de audit fee en naast de audit andere diensten aanbieden.
De door Dassen geformuleerde tien geboden acht ik zeker verdienstelijk, maar het grote vertrouwen dat hij heeft in audit committees deel ik niet. Zijn voorstel een meldplicht van audit fees in te voeren aan de toezichthouder zal wellicht een eerste stap blijken te zijn naar de uitvoering van mijn voorstellen, vooral omdat deze toezichthouder dan een onderzoek kan instellen van een onverantwoord lage prijsstelling.
Brenda Westra stelt dat de auditee de accountant kan kiezen met de laagste fee. Dat ligt echter niet voor de hand in mijn voorstel, aangezien de fee wordt vastgesteld nadat de opdracht is verkregen. Verder geloof ik dat haar gedachten niet ver van de mijne afliggen. Steven Maijoor is het blijkbaar met Brenda Westra eens dat er opportunistische accountants bestaan die bij een gegeven fee de kantjes er zullen gaan aflopen. Zouden er echt veel van dit soort accountants zijn? Ik blijf geloven in het goede in de mens, ook in de controlerend accountant, al is het maar vanwege 'peer reviews' en dreigende tuchtzaken. Overigens zal Steven nog eens met zijn collega Roger op het Vrijthof een biertje moeten gaan drinken om hun verschil van mening over de multidisiciplinaire organisatie te bespreken. Ik wil daar best aan deelnemen.
De reactie van Erik Mouthaan geeft een aantal interessante aanknopingspunten, met name daar waar hij stelt dat onafhankelijkheid afstand met zich meebrengt. Onafhankelijkheid is volgens hem omgekeerd evenredig met de mogelijkheid problemen te signaleren. Ik denk dat die mogelijkheid niet zozeer wordt geschapen door wel afhankelijk te zijn als wel door een grondige kennis van het bedrijf te hebben.
Dit brengt mij overigens op de niet in de reacties aan de orde gestelde voorstellen van overheidswege over de rotatie van accountants. Een dergelijke maatregel zal voor buitenstaanders wellicht een bijdrage betekenen aan het herstel van het vertrouwen in het accountantsberoep. Ik ben echter stellig de mening toegedaan dat rotatie een tegengesteld effect heeft.
Controlerend accountants kunnen juist onafhankelijk zijn als zij zelf het bedrijf goed kennen. Zij kunnen dan niet door het management allerlei verhalen op de mouw gespeld krijgen. Maar dit probleem kan niet behandeld worden in deze korte reactie. Daarover misschien een volgend keer.
Noot
*André Bindenga is oud-NIVRA-voorzitter en oud-voorzitter van Ernst & Young, en nog steeds actief als partner bij Ernst & Young en hoogleraar Accountancy.