10 Geboden voor accountants

Bron 'de Accountant'
Schrijver Roger Dassen
Nummer November 2002
Publicatiedatum 01-11-2002
Sectie
Bladzijde 026
Volume 109

André Bindenga's remedie voor de huidige crisis in het accountantsberoep (zie oktobernummer) richt zich volgens Roger Dassen teveel op onafhankelijkheid en te weinig op het 'echte probleem': kwaliteit. Een alternatief in de vorm van 'tien geboden'.

In 'de Accountant' van oktober 2002 geeft André Bindenga een analyse van de crisis waarin de accountancy zich momenteel bevindt. Hij concludeert naar aanleiding daarvan dat de maatregelen uit Sarbanes-Oxley alsmede de onafhankelijkheidsvoorstellen van NIVRA en NOvAA en de Europese Commissie het probleem niet zullen oplossen. Een fundamentelere oplossing is noodzakelijk, en Bindenga komt op basis van dit inzicht tot een actielijst met vijf kernpunten. Alhoewel ik Bindenga's opvatting deel dat alleen fundamentele oplossingen afdoende zullen zijn, denk ik dat hij de oplossing in de verkeerde hoek zoekt, waarschijnlijk vanwege een te beperkte probleemanalyse.

Wat is het werkelijke probleem?

Bindenga verklaart de situatie waarin de accountancy zich momenteel bevindt uitsluitend vanuit de maatschappelijke positie en perceptie van de vrijeberoepsbeoefenaren, die volgens Bindenga 'niet meer de waardigheid en het ethisch aanzien hebben van vroeger'. Een maatschappelijke beleving die bij de vrijeberoepsbeoefenaren heeft geleid tot commercialisering, 'waarbij het eigen opbrengstbelang boven het belang van de prestatie ging staan'. Een tendens die met name voor onze beroepsgroep problematisch is, aangezien de commercialisering zich primair heeft gericht op degene die de accountant betaalt (de auditee), mogelijk ten koste van degene voor wie de accountant strikt genomen werkt (het maatschappelijk verkeer).

Alhoewel ik denk dat deze analyse zeer scherp de ontwikkeling van de maatschappelijke perceptie over accountants weergeeft (zich toespitsend op het onafhankelijkheidsvraagstuk), zit het feitelijke probleem naar mijn overtuiging elders. Kijk naar de accountancyschandalen van de afgelopen tijd. Niettegenstaande de treurige verhalen over accountants die zich lieten meesleuren door de belangen van 'cliënten', de auditees, gingen veel van de schandalen van de afgelopen tijd naar mijn overtuiging niet over onafhankelijkheid, maar over kwaliteit. Niet de combinatie van controle en advies was hier de zondaar, maar gebrek aan competentie, controlediepgang, of beide.

En daar zit mijn zorg rondom de voorstellen van Bindenga. Want terwijl zij waarschijnlijk de publieke perceptie ten aanzien van accountants op korte termijn positief zullen beïnvloeden, zijn zij te eenzijdig gericht op de perceptie van onafhankelijkheid, en te weinig gericht op kwaliteit. En ik zie de bui al hangen: nadat wij ons gehele beroep hebben heringericht op basis van de voorstellen van Bindenga, zal het publiek worden geconfronteerd met die onvermijdelijke volgende audit failure, niet als gevolg van gebrek aan onafhankelijkheid, maar simpelweg door gebrek aan kwaliteit. En wat zal dan ons antwoord zijn?

De vijf van Bindenga

Dat de controlefunctie in handen moet blijven van zelfstandig gevestigde professionele beroepsbeoefenaren lijkt mij een waardevol uitgangspunt, waarover Bindenga en ik volstrekt eender denken. En dat er wellicht in de oplossingsrichtingen gedifferentieerd moet worden voor de omvang en complexiteit van de auditees, daar kunnen wij elkaar ook nog wel vinden. Mijn aarzeling ontstaat echter bij het derde voorstel, waarin Bindenga een centraal orgaan de fee laat bepalen ten behoeve van de accountant, gebaseerd op gegevens over de controleaanpak en te besteden uren, om vervolgens de fee door te berekenen aan de auditee. 'Een auditee kiest zijn eigen accountant. Het criterium prijs speelt hierbij echter geen rol. Het zal gaan om de controleaanpak, de kwaliteit en de deskundigheid.' Bindenga stelt op deze wijze de financiële banden tussen accountant en auditee te hebben verbroken.

Ik betwijfel dat. Zolang de auditee kan bepalen wie zijn accountant wordt of blijft, zal de samenleving redeneren dat de accountant toch vooral uit is op herbenoeming en derhalve zijn cliënt terwille zal zijn. Het feit dat de accountant voortaan niet meer direct door de auditee wordt betaald, maar indirect, verandert daar naar mijn overtuiging niets aan. Overigens is een belangrijk oogmerk van het voorstel het beteugelen van bovenmatige budgetdruk. Een verschijnsel dat zeer sterk samenhangt met het kwaliteitsprobleem en daarom mijn warme belangstelling heeft. Maar dit probleem kan veel eenvoudiger worden opgelost, namelijk door een jaarlijkse opgave van de audit fees aan een toezichthouder en onderzoek in geval van indicaties van een onverantwoord lage fee.

Het vierde voorstel behelst de invoering van 'audit-only' firms, ten behoeve waarvan de huidige multidisciplinaire kantoren moeten worden opgesplitst. Hier scheidden de geesten van Bindenga en mijzelf zich fundamenteel. Immers, het probleem van onafhankelijkheid doet zich toch niet voor door het enkele feit dat accountants onder één dak leven met andere experts? Een probleem kan pas ontstaan indien die experts bepaalde werkzaamheden verrichten ten behoeve van audit-cliënten! Ernstiger nog is evenwel, dat tegenover deze schijnbijdrage aan de onafhankelijkheid een geweldig nadeel staat. De toenemende complexiteit van ondernemingen en hun wijze van zakendoen maakt een beroep op experts op gebieden als fiscaliteit, corporate finance (denk aan het vraagstuk van financiële instrumenten), pensioenen en IT (hoe controleer ik een telecombedrijf zonder technische kennis over billing-systemen?) onontbeerlijk voor een adequate controle. Zonder deze experts zal de kwaliteit van een audit pardoes achteruitgaan. En met name hier uit zich heel nadrukkelijk het verschil in de probleemanalyse van Bindenga en mijzelf. Want mijn grootste zorg is, dat uit naam van de bijdrage aan de perceptie van onafhankelijkheid, uiteindelijk de kwaliteit van de financial audit wordt geslachtofferd!

Het vijfde voorstel behelst, dat een auditee niet zonder gegronde reden de opdracht aan de auditor mag intrekken (binnen een periode van bijvoorbeeld tien jaar). Ik begrijp de beoogde doelstelling van deze oplossing, maar ook hier heb ik aarzelingen. Het voorstel doet nogal formeel en 'anti-competitive' aan; vergelijkbare oplossingen treffen wij aan in een land als Frankrijk, waar ik het bovenal als bureaucratisch ervaar. Ik denk dat er betere oplossingen denkbaar zijn. Van belang is naar mijn mening primair de betrokkenheid van audit committee en raad van commissarissen bij aanstelling en 'ontslag' van de accountant. Ik kom daar later nog op terug. Indien deze organen inderdaad menen gegronde redenen voor het 'ontslag' van de externe accountant te hebben, lijkt mij dat zij zulks gemotiveerd kenbaar moeten maken bij het orgaan dat toezicht houdt op accountants. Alleen dit orgaan kan toestemming voor het 'ontslag' verlenen.

De tien geboden voor accountants

Ik wil voor de oplossingsrichtingen onderscheid aanbrengen tussen het onafhankelijkheidsvraagstuk en het kwaliteitsvraagstuk. Het onafhankelijkheids-issue moet naar mijn mening in de volgende combinatie van vier actiepunten worden opgelost:

1 Accountants moeten het maatschappelijk verkeer herontdekken als hun werkelijke cliënten. In onze corporate governance-constellatie ligt het daarom voor de hand, dat audit committee en raad van commissarissen de feitelijke opdrachtgever van de accountant worden. Niet alleen in formele, maar vooral in materiële zin. Dat stelt bijzondere eisen aan de samenstelling van audit committee/RvC (in termen van onafhankelijkheid en deskundigheid), de frequentie van vergaderingen, de topics die besproken worden en de diepgang daarvan, de kwaliteit van de 'private sessions' (waarin commissarissen en accountant elkaar spreken buiten tegenwoordigheid van management) en de betrokkenheid van commissarissen bij de beoordeling en honorering van de accountant. Naar mijn waarneming is de kwaliteit van audit committees binnen deze context in Nederland zeer verschillend, hetgeen de aandacht voor dit punt in het kader van het corporate governance-debat essentieel maakt.

2 De toezichthouder op accountants moet instemmingsrecht krijgen ten aanzien van het 'ontslag' van de externe accountant, zoals hiervoor al aangeduid.

3 Accountantsorganisaties dienen serieus werk te maken van de implementatie van de onafhankelijkheidsvoorschriften van NIVRA en NOvAA. Alhoewel deze niet de oplossing van alle kwaad zullen inhouden, kunnen zij wel degelijk een belangrijke bijdrage aan de oplossing van het onafhankelijkheidsvraagstuk inhouden.

4 Bij een vermoeden van een misslag tegen onafhankelijkheid dient een toezichthouder, of in de huidige context het bestuur van het NIVRA, onverwijld een onderzoek te laten instellen naar de gang van zaken. Onder meer de discussie over de rol van accountants bij de Bouwfraude heeft naar mijn mening aangetoond dat de samenleving behoefte heeft aan een alerte reactie vanuit het beroep op indicaties van misslagen van collega's. Ten aanzien van het kwaliteits-issue kan aan de volgende zes maatregelen worden gedacht:

5 Bovenmatige budgetdruk wordt voorkomen door een jaarlijkse meldplicht van audit fees aan de toezichthouder, die onderzoek zal instellen bij indicaties van een onverantwoord lage prijsstelling.

6 Het systeem van quality review zal kritisch tegen het licht gehouden moeten worden. Uitgangspunt moet zijn dat quality review door of namens een onafhankelijke toezichthouder geschiedt, en niet alleen de formele, maar vooral ook materiële kwaliteit van een audit onder de loep neemt.

7 Het voorstel van het NIVRA voor hogere deskundigheidseisen voor certificerende accountants, zowel op het gebied van permanente educatie als ten aanzien van 'vlieguren', dient onverkort te worden gehandhaafd. De financial audit is verworden tot een specialisme dat zeer kennisintensief is, en dat uitsluitend door forse kennisinvestering op topniveau kan worden uitgeoefend.

8 De Bouwfraude-enquête heeft duidelijk gemaakt dat de verwachtingskloof op het gebied van 'ontdekking van fraude' nog immer aanzienlijk is. Wij zullen moeten nagaan of het invoegen van meer forensische elementen, zowel in de plannings- als de uitvoeringsfase, mogelijk en verantwoord is.

9 Intussen liggen nieuwe verwachtingskloven op de loer. Denk aan de Sarbanes-Oxley-wetgeving, waarin van accountants een oordeel wordt verwacht over uitspraken van het management over de kwaliteit van de interne beheersing. Of denk aan de op zich zeer interessante ontwikkelingen rondom de verantwoordingen in de overheidssfeer, waar van accountants oordelen worden gevraagd over zaken als rechtmatigheid en (straks) doelmatigheid. Belangrijke ontwikkelingen, mits zowel wetgever, opdrachtgever als accountant zich realiseren dat een goede uitvoering van dergelijke opdrachten aanzienlijke uitbreiding van de werkzaamheden tot gevolg heeft, en derhalve significante budgetconsequenties zal hebben. Een weigering om dat te onderkennen en overeenkomstig te handelen, zal onvermijdelijk leiden tot nieuwe verwachtingskloven over enkele jaren. NIVRA en de te benoemen toezichthouder zullen dergelijke nieuwe verantwoordelijkheidsgebieden moeten signaleren en zullen vervolgens nagaan of de toegekende rol realistisch is en door de desbetreffende partijen adequaat wordt opgepakt.

10 Accountantsorganisaties moeten onverkort aan multidisciplinaire samenwerking blijven vasthouden. Een dergelijke samenwerking is onmisbaar voor de kwaliteit van de financial audit, maar is ook van groot belang voor de ontwikkeling van nieuwe assurance services

Conclusie

André Bindenga heeft een scherpe analyse gegeven van de ontwikkeling van de perceptie van het maatschappelijk verkeer ten aanzien van accountants. Het is evenwel gevaarlijk om de oplossing uitsluitend in die hoek te zoeken. Ik vrees dat enkele van zijn voorstellen afbreuk kunnen doen aan de kwaliteit van de financial audit, en in die kwaliteit zit de echte sleutel tot de oplossing.

Noot

* Roger Dassen is voorzitter van de maatschap Deloitte & Touche Accountants. Tevens is hij hoogleraar accountancy aan de Universiteit Maastricht en de Vrije Universiteit.

In de rubriek Opinie staan meer reacties op André Bindenga's voorstel, plus diens commentaar.






NBA Opleidingen

Btw en de EU: hoe zit dat nou?

5 juni in Eindhoven

The financial and change

11 juni in Den Bosch

Nationale verslaggevingsdag

26 juni in Houten




Vacatures





CBRE Global Investors zoekt een Fund Accountant in Schiphol

Alterim zoekt een Corporate Accountant in Regio Gorichem

Hogeschool Rotterdam zoekt een Coördinator Grootboek in Rotterdam

SABIC Europe zoekt een Junior Accountant (Site) at SABIC Europe in Bergen op Zoom

Latexfalt BV zoekt een Assistent Controller bij Latexfalt BV in Koudekerk aan den Rijn