Opinie: Melden ongebruikelijke transacties: niet zo haastig!

Bron 'de Accountant'
Schrijver Hans Blokdijk
Nummer Oktober 2002
Publicatiedatum 01-10-2002
Sectie Opinie
Bladzijde 067
Volume 109

De Wet MOT eist 'onverwijlde' melding van ongebruikelijke transacties. Volgens Hans Blokdijk wordt dat in de praktijk onuitvoerbaar, want dezelfde wet biedt accountants aanknopingspunten om dat niet te hoeven doen.

Het accountantsberoep staat in een maalstroom van ontwikkelingen: de schandalen, die aanleiding geven tot nieuwe onafhankelijkheidsregels, waarbij ook de evaluatie van de accountantswetgeving een rol speelt. In al dat geweld krijgen de Wet identificatie bij dienstverlening en de Wet melding ongebruikelijke transacties relatief weinig aandacht. Toch zijn zij voor accountants belangrijk; terecht hielden de NOvAA en het Koninklijk NIVRA op 12 juni 2002 hierover een themabijeenkomst.

De Wet identificatie bij dienstverlening zal, in het kader van het huidige risk management van accountantskantoren, in de praktijk niet veel problemen opleveren. Toch zal men moeten wennen aan enkele formaliteiten die thans zeker niet algemeen gebruikelijk zijn: de cliënt moet zijn identiteit bewijzen, en de accountant moet dit vastleggen.

Ingrijpender lijken de gevolgen van de Wet melding ongebruikelijke transacties (Wet MOT). Naast het accountantsberoep worden vele andere beroepen verplicht tot het melden van dergelijke transacties. Er is echter een groot verschil tussen accountants en die andere beroepen: deze spelen een rol bij die transacties, terwijl accountants dat niet doen. Wat openbare accountants steekt, is dat zij als privaatrechtelijke personen ingezet lijken te worden voor de opsporing van transacties waarbij zij niet betrokken zijn.

De overheid toont een groot respect voor de mensenrechten van misdadigers. Dat bleek bijvoorbeeld bij de parlementaire IRTenquête, en bij de afkeuring van inkijkoperaties. De geruchtmakende strafzaken gaan niet over de waarheid, maar over de vraag of de waarheid wel gevonden had mogen worden. Het Openbaar Ministerie heeft daarbij vele tegenslagen moeten incasseren, als strafpleiters met succes een beroep deden op bepalingen die wortelen in de mensenrechten.

Door het inschakelen van privaatrechtelijke beroepsbeoefenaren houdt de overheid de eigen handen schoon. Overheid en politiek zijn niet vrij te pleiten van een dubbele moraal: toen privaatrechtelijke forensische accountants waren ingezet om een affaire in de sfeer van de overheid tot klaarheid te brengen (de affaire-Peper), klonk in de Tweede Kamer de roep dat forensische accountants gemuilkorfd moesten worden.

De dubbele moraal blijkt ook uit het feit dat de overheid de meldingsplichtigen geen volledige vrijwaring wil geven. Blijkens artikel 13 van de Wet MOT geldt de vrijwaring 'tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat gelet op alle feiten en omstandigheden in redelijkheid niet tot melding had mogen worden overgegaan'.

Dit is koren op de molen van strafpleiters, voor wie het uitbuiten van dergelijke bepalingen dagelijks werk is. Accountants missen die routine, en zullen in voorkomend geval eerst uitgebreid overleggen met juridische adviseurs, alvorens zich bloot te stellen aan een aansprakelijkstelling.

De politiek moet dus niet verbaasd zijn als over enkele jaren blijkt dat er maar weinig meldingen van accountants zijn binnengekomen, te meer omdat de vertegenwoordiger van het ministerie van Financiën er tijdens de themabijeenkomst op wees dat accountants geen opsporingsplicht hebben.

Dat komt goed uit, want Philip Wallage heeft in diezelfde bijeenkomst terecht betoogd dat de normale werkwijze bij de controle van jaarrekeningen zeker niet alle mogelijke ongebruikelijke transacties raakt. In de eerste plaats zal de daarbij gehanteerde materialiteit vaak boven die van de Wet MOT liggen. Voorts is het niet gebruikelijk opbrengsten op juistheid te controleren; ten onrechte geboekte opbrengsten plegen slechts geconstateerd te worden als deze nog niet ontvangen zijn, zodat er een dubieuze debiteur openstaat.

Ongebruikelijke transacties plegen nu juist snel door ontvangst van gelden te worden afgewikkeld: met witwassen moet je niet te lang wachten, anders gaat de vlek er moeilijker uit.

Hun kernargument zullen de strafpleiters echter ontlenen aan artikel 9 lid 1 van de Wet MOT, dat luidt: 'Een ieder die beroepsof bedrijfsmatig een dienst verleent, is verplicht een daarbij verrichte of voorgenomen ongebruikelijke transactie onverwijld te melden aan het meldpunt.' Het woord 'daarbij' is cruciaal: de ongebruikelijke transactie moet worden verricht of voorgenomen bij het verlenen van de dienst door de accountant.

Het lijkt mij dat een simpelweg bij controle of samenstelling geconstateerde ongebruikelijke transactie niet gemeld moet worden; of het mag, lijkt mij voer voor straf- en andere pleiters. De Wet MOT lijkt mij alleen van toepassing als de accountant om advies of medewerking bij een ongebruikelijke transactie wordt verzocht. Maar zelfs dan rijst een ongemakkelijke vraag: als de accountant zijn cliënt de transactie ontraadt en deze dat advies volgt, moet de 'voorgenomen' transactie dan toch worden gemeld? Dit lijkt mij pas redelijk als de transactie desondanks wordt uitgevoerd.

De zojuist geciteerde wetstekst eist 'onverwijlde' melding. Dat zal in de praktijk wel nauwelijks uitvoerbaar blijken.

Noot

* Directeur J.H. Blokdijk Advies BV.






NBA Opleidingen

Btw en de EU: hoe zit dat nou?

5 juni in Eindhoven

The financial and change

11 juni in Den Bosch

Nationale verslaggevingsdag

26 juni in Houten




Vacatures





CBRE Global Investors zoekt een Fund Accountant in Schiphol

Alterim zoekt een Corporate Accountant in Regio Gorichem

Hogeschool Rotterdam zoekt een Coördinator Grootboek in Rotterdam

SABIC Europe zoekt een Junior Accountant (Site) at SABIC Europe in Bergen op Zoom

Latexfalt BV zoekt een Assistent Controller bij Latexfalt BV in Koudekerk aan den Rijn