Opinie: Nieuwe onafhankelijkheidsregels zijn slechts de eerste stap
| Bron |
'de Accountant' |
| Schrijver |
Hans Blokdijk |
| Nummer |
September 2002 |
| Publicatiedatum |
01-09-2002 |
| Sectie |
Opinie |
| Bladzijde |
063 |
| Volume |
109 |
De nieuwe onafhankelijkheidregels zijn een belangrijke stap vooruit. Maar er is meer nodig, vindt Hans Blokdijk. 'Iets meer pro-activiteit lijkt gewenst.'
Op 14 juni 2002 hebben het Koninklijk NIVRA en de NOvAA het concept 'Onafhankelijkheid van de accountant' het licht doen zien. Na aanvaarding zal dit hetzelfde karakter hebben als de Richtlijnen voor de Accountantscontrole. Het document is gepresenteerd als een één-op-één vertaling van het Ontwerp van de aanbeveling van de Europese Commissie ter zake. Dit is grotendeels juist, terwijl er zelfs beter Nederlands van gemaakt is. Het heeft ook hetzelfde uitgangspunt: de bedreigingen die voor de onafhankelijkheid van de accountant voortvloeien uit belangenverstrengeling/eigenbelang, zelftoetsing, belangenbehartiging, te ver gaand vertrouwen en intimidatie.
Dit heeft echter niet geleid tot een analyse vanuit die bedreigingen; men heeft veeleer een aantal verschijnselen ten tonele gevoerd, en die kritisch getoetst aan die bedreigingen, maar naar volledigheid van de verschijnselen is kennelijk niet gestreefd. Zo wordt inzake nauwe persoonlijke relaties, in het licht van te ver gaand vertrouwen, niets gezegd over de onwenselijkheid van een te nauwe omgang, zoals bij sport, vakanties en verjaardagspartijtjes. Over intimidatie wordt al helemaal niet gerept. Het meest pregnant is dit bij de zelftoetsing. Bij een analyse vanuit dit gezichtspunt zou men gestuit moeten zijn op de samenstellingsverklaring, want dit is in wezen een exhibitionistische vorm van zelftoetsing! De conclusie zou dan moeten zijn: schaf dit commerciële misbaksel af!
Toch is het voorstel een belangrijke stap vooruit. Van groot belang is dat het netwerk van de accountantsorganisaties mede in de beschouwing is betrokken. Sommige punten lijken mij zelfs nogal zwaar aangezet, zoals met betrekking tot de hiërarchische structuur. Als men de teksten letterlijk neemt, krijgen bestuurders van accountantsorganisaties wel een erg zware verantwoordelijkheid. Zelfs de tuchtrechter lijkt niet zo ver te willen gaan (zie bijvoorbeeld JT 2002- 29).
Ik weet niet of alle verzwaringen wel alom beseft worden. Zo wordt een samenwerkingsverband met advocaten nu ook van accountantszijde bemoeilijkt (zie 5.6). Ook bij de invoering van 'fair value accounting' komt de accountant onder druk: het ontwikkelen van een alternatief voor een door de cliënt gedaan waarderingsvoorstel wordt verboden (zie 5.4). De overname van een interne accountantsdienst en het detacheren van een lid van het controleteam bij een dergelijke dienst worden sterk bemoeilijkt (zie 4.4, respectievelijk 4.3). Voorts is ook het verzorgen van de aangifte Inkomstenbelasting voor de directeur van een cliënt niet meer toegestaan (zie 4.2). Dit laatste wordt verzacht doordat het voorstel, in navolging van Europa, beperkt blijft tot wettelijke controles.
Dat is op zichzelf een zwakte: de meeste gebruikers van accountantsverklaringen kunnen niet zien of een controle nu wettelijk was of niet. 'De samenstellingsverklaring is in wezen een exhibitionistische vorm van zelftoetsing' Nu er een onderscheid wordt gemaakt tussen 'public-interest entities' en andere huishoudingen, zie ik niet in waarom de beperking tot wettelijke controles nodig is. Of gaan wij straks in verklaringen bij niet-wettelijke controles melden dat niet aan de onafhankelijkheidsregels behoefde te worden voldaan? Dat is het minste wat de gebruikers van de verklaring dan mogen verwachten. Voorts meen ik dat ook overheidsaccountants die de (wettelijke) controle van overheidsverantwoordingen uitvoeren, naar het mogelijke onder het nieuwe regime zouden moeten vallen. Daarvoor zouden dan soortgelijke bepalingen als in artikel 21 GBR gemaakt moeten worden.
Storend is, dat toch weer enkele specifiek Nederlandse belangetjes zijn beschermd. Ten aanzien van de beheersing van accountantsorganisaties behoort de zeggenschap in meerderheid te berusten bij controlerende accountants; RA's en AA's die een ander vak beoefenen, behoren daarbij niet meegeteld te worden. De gedachte om oudere AA's zonder controlebevoegdheid ook tot dit gezelschap toe te laten (zie 3.2.1), is natuurlijk beschamend. Voorts is de toelating van resultaatafhankelijke beloningen voor overige dienstverlening (zie 3.3.1) naar mijn mening in strijd met het strikte verbod in artikel 24 lid 5 GBR.
Ook de niet in de Europese aanbeveling voorkomende stelling, in 5.2, dat werkzaamheden met betrekking tot het traject van saldibalans naar jaarrekening geen administratieve dienstverlening zijn, is een inbreuk op de logica van de richtlijn: in dat traject komen bij uitstek de subjectieve elementen in de jaarrekening aan de orde, zodat het gevaar van zelftoetsing juist daar levensgroot is.
Ten slotte behoeft ook de - evenmin in de Europese aanbeveling voorkomende - stelling (in 5.4) dat due diligence-werkzaamheden en het afgeven van inbrengverklaringen geen diensten op het gebied van de waardebepaling zijn, enige nuance. Dit geldt inderdaad voor pure due diligence-werkzaamheden, het 'zoeken naar lijken in de kast', maar dan moet het rapport geen poging tot waardebepaling omvatten. Over inbrengverklaringen denkt de SEC in elk geval anders dan onze beroepsorganisaties. Door deze Nederlandse inbreng ademt het geheel toch te veel de sfeer van 'het braafste jongetje in de Europese klas': vooroplopen om de politiek zoet te houden. Echt overtuigend wordt deze actie pas als de onafhankelijkheidsregels waarmee wij achter lopen, worden afgeschaft. Dit zijn met name:
- artikel 25 lid 1 sub d GBR, met de fictie van 'onafhankelijkheid' van accountants in dienstbetrekking bij een lid van de 'VLB';
- artikel 2 lid 2 sub d GBR, over de accountants in dienstbetrekking bij een brancheorganisatie; en
- artikel 2 lid 2 sub c GBR, inzake verklaringen van interne accountants.
Al met al is er een redelijke eerste stap gezet, maar er moeten er meer volgen. De noodzaak hiertoe tekent zich al af in de Verenigde Staten; via Europa zullen wij er in de komende jaren wel toe gedwongen worden. Maar dan loopt het beroep weer achter de feiten aan. Iets meer proactiviteit lijkt mij gewenst.
Noot
* Directeur J.H. Blokdijk Advies BV.