Debat 'joint audit' de moeite waard
| Bron |
'de Accountant' |
| Schrijver |
Jos van Huut |
| Nummer |
Januari 2003 |
| Publicatiedatum |
01-01-2003 |
| Sectie |
Opinie |
| Bladzijde |
052 |
| Volume |
109 |
Anders dan gesuggereerd in het Financieele Dagblad wil Jos van Huut geen staatsaccountant. Wel zinvol vindt hij een debat over het nut van het Franse systeem van 'joint audits': controle door minstens twee accountantskantoren.
In het oktobernummer leverde André Bindenga een belangrijke bijdrage aan de discussie over de financiële relatie tussen externe accountants en de opdrachtgever/ gecontroleerde. In het daaropvolgende nummer volgden een lezenswaardig artikel van Roger Dassen en drie kortere reacties in de opinierubriek, plus André Bindenga's commentaar op de vier reacties. Daarmee is de discussie natuurlijk niet gesloten. In zijn commentaar betrekt Bindenga niet alleen de genoemde reacties in 'de Accountant', maar ook enkele voorstellen die hij in de krant aantrof. Eén daarvan is een interview waaraan ik heb deelgenomen.
Zijn interpretatie van de inhoud van dit interview deed mij de pen ter hand nemen. Aanleiding voor het interview (het Financieele Dagblad, 23 september 2002) was dat ik het noodzakelijk vond een bijdrage te leveren aan de op dit moment omvangrijke en serieuze kritiek op het functioneren van externe accountants, zowel internationaal als nationaal. Centraal in die kritiek staat de twijfel over de onafhankelijke positie van de accountant ten opzichte van zijn opdrachtgever/gecontroleerde.
Daarbij ben ik de mening toegedaan dat het accountantsberoep zich in het algemeen te afzijdig opstelt in deze discussie. In het interview heb ik met name naar voren willen brengen dat accountants in negatieve zin hebben bijgedragen aan de huidige crisis in het vertrouwen dat de beroepsgroep geniet. Ik denk dat openheid hierover een positieve uitwerking heeft op het verdere verloop van de discussie en de daaruit voortvloeiende oplossingen. Alhoewel het aangeven van oplossingen dus niet het primaire doel was van het interview, komt een aantal gedachten hierover wel uitvoerig aan de orde.
Dat de kop het begrip 'staatsaccountants' bevat heeft tot veel aandacht geleid. Dat zal wel de bedoeling zijn geweest van de 'koppenmaker'. Maar het gaat te ver dat André Bindenga daaruit concludeert dat ik zelf zo ver zou willen gaan dat de openbare accountants staatsaccountants worden. Wel heb ik nadrukkelijk naar voren willen brengen dat een dergelijk systeem wellicht onvermijdelijk wordt, als het accountantsberoep de hand te weinig in eigen boezem steekt en evenmin bereid is fundamentele veranderingen aan te brengen.
De financiële relatie tussen accountant en opdrachtgever is onderdeel van de maatschappelijke discussie, of wij dit nu leuk vinden of niet. Dus ook als wij als accountants zouden vinden dat de financiële relatie onze onafhankelijkheid niet aantast, zullen we hier toch over in discussie moeten, omdat de perceptie van het publiek nu eenmaal anders is. Ik heb er dan ook veel waardering voor dat André Bindenga de discussie over mogelijke alternatieven heeft geopend. Het is een complex vraagstuk en al lezend bekroop mij het gevoel of het middel niet erger is dan de kwaal. Toch moeten we de discussie voortzetten; al discussiërend zullen wij meer inzicht krijgen in het probleem en de oplossingen en een bijdrage kunnen leveren aan het maatschappelijk debat.
Bij het zoeken naar oplossingen dienen wij alle mogelijkheden te betrekken. Eén daarvan is een typisch Europese. Frankrijk kent al vele jaren de verplichting dat alle ter beurze genoteerde ondernemingen en andere Public Interest Entities gecontroleerd worden door ten minste twee accountantskantoren, de zogenaamde 'joint audit'. Alhoewel dit instrument de afgelopen jaren veelal is verguisd als een verschijnsel uit de vorige eeuw, blijkt dat in het huidige debat over de positie van de accountant opnieuw belangstelling ontstaat voor de joint audit.
Het systeem van joint audit draagt naar mijn overtuiging bij aan de professionele kwaliteit en onafhankelijkheid van de externe controlefunctie, met name in de laatste fase van het controleproces, waar het gaat om de uiteindelijke oordeelsvorming over de uitkomsten van de controle en de toepassing van verslagleggingsregels.
De traditionele bezwaren tegen de joint audit zijn dat toepassing ervan tot hogere kosten leidt en dat de efficiency in de uitvoering van de controle negatief wordt beïnvloed. Mijn ervaring is dat in Frankrijk aan deze bezwaren op adequate wijze tegemoet wordt gekomen. Hoe de bezwaren ook worden gewogen, het huidige gebrek aan vertrouwen in de rol van de accountant vraagt om oplossingen en niet om excuses of bezwaren.
In het kader van de huidige discussie over de rol van de accountant is nog geen inhoudelijk debat gevoerd over de gevolgen van toepassing van joint audits. Naar mijn mening is dit zonder meer de moeite waard.
Noot
* Jos van Huut is voorzitter Mazars Paardekooper Hoffman