Eigen vermogen - restpost of uitkeerbaar kapitaal?

Bron 'de Accountant'
Schrijver Lieuwe Koopmans
Nummer Januari 2003
Publicatiedatum 01-01-2003
Sectie De openbaar accountant
Bladzijde 032
Volume 109

De huidige verslaggevingsrichtlijnen over eigen vermogen gaan goeddeels voorbij aan de juridische doelstelling van kapitaalsbescherming. De nieuwe ontwerp-Richtlijn 240 voorziet daarin.

Eigen vermogen is bezittingen minus schulden. Dat krijgt elke scholier op de eerste les boekhouden ingeprent. Ook de grotemensenwereld kijkt op deze manier naar het eigen vermogen, zo is het immers vastgelegd in de International Accounting Standards (IAS) en voor een groot deel ook in de Nederlandse Richtlijnen. Toch is voor de Nederlandse praktijk van financiële verslaggeving het eigen vermogen méér dan alleen een restpost. In Nederland bestaat een wettelijke basis voor een andere functie van het eigen vermogen, namelijk die van kapitaalbescherming ten behoeve van crediteuren.

Op dit moment gaan de Richtlijnen die voornamelijk op basis van IAS zijn opgesteld, voor een groot deel voorbij aan de juridische doelstelling van de kapitaalsbescherming. Slechts de huidige Richtlijn 240, die al van vele jaren geleden stamt, gaat hierop in. Daarom werd het afgelopen jaar besloten tot een herziening. Een en ander is vastgelegd in ontwerp-Richtlijn 240, opgesteld door Jan Backhuijs, voorzitter van de Commissie Jaarverslaggeving en director bij PricewaterhouseCoopers, Arjan Brouwer, werkzaam bij PricewaterhouseCoopers, en Jan Kool, lid van de Commissie Jaarverslaggeving en adjunct-directeur bij de Rabobank Nederland. Vanwege het juridische karakter van het onderwerp hadden zij hierbij tevens ondersteuning vanuit deze beroepsgroep.

Twee invalshoeken

De ontwerp-Richtlijn gaat ervan uit dat het eigen vermogen, zoals dat in de enkelvoudige jaarrekening wordt weergegeven, primair betrekking heeft op de kapitaalbescherming en inzicht geeft in het vrij uitkeerbare bedrag van het eigen vermogen. Dit eigen vermogen omvat de items die men juridisch tot het aandelenkapitaal en de reserves kan rekenen. Het eigen vermogen zoals dat vermeld staat in de geconsolideerde jaarrekening, kan meer worden gezien als de 'restpost' en gaat uit van waardering van activa en passiva op basis van 'economische realiteit'. Het sluit derhalve aan op de richtlijnen van waardering en resultaatbepaling zoals die in andere hoofdstukken van de Richtlijnen zijn opgenomen, voor een belangrijk deel op basis van IAS.

Juridisch en economisch

"Het 'juridische' eigen vermogen moet los worden gezien van de economische blik waarmee naar eigen vermogen wordt gekeken, bijvoorbeeld ten aanzien van solvabiliteit", stelt Jan Backhuijs. "Niet alleen omdat solvabiliteit een onduidelijk te definiëren begrip is - iedereen kan het op z'n eigen manier gebruiken en interpreteren - maar vooral omdat nu eenmaal helder moet zijn hoe groot het aan de aandeelhouders vrij uit te keren bedrag is. Dat staat los van bijvoorbeeld eventuele solvabiliteitsdoelstellingen."

Arjan Brouwer vult dit aan met het onderscheid tussen de hoogte van de dividenduitkering die voor een vennootschap vanuit bedrijfseconomisch oogpunt wenselijk is op basis van het eigen vermogen en de solvabiliteit, en wat juridisch gezien mogelijk is. "Dat hoeft lang niet altijd overeen te komen en de geconsolideerde en enkelvoudige jaarrekening vullen elkaar op dit punt juist aan."

Verschillende uitkomsten

Het is dan ook niet verwonderlijk dat er als gevolg van de ontwerp-Richtlijn verschillen kunnen optreden tussen deze twee eigen vermogens. Deze verschillen moeten volgens de wet worden uitgewerkt in de toelichting op de jaarrekening. Waardoor ontstaan nu de grote verschillen? "Een belangrijke factor in dit verband is de classificatie van financiële instrumenten", denkt Brouwer. "Kijk bijvoorbeeld naar converteerbare obligaties, een instrument dat je vrij vaak tegenkomt. In de geconsolideerde jaarrekening wordt dit in bepaalde situaties voor een deel gezien als een onderdeel van het eigen vermogen. Juridisch gezien is het echter een lening en behoort het in de enkelvoudige jaarrekening altijd tot het vreemd vermogen."

Jan Kool noemt verder de cumulatief preferente aandelen: "Vanuit juridisch oogpunt is dat aandelenkapitaal en behoort het tot het eigen vermogen. Wanneer je het beziet vanuit de Richtlijnen voor financiële instrumenten wordt het echter - gedeeltelijk - geclassificeerd als vreemd vermogen, omdat aan cumulatief preferente aandelen vastzit dat er een uitkering in de vorm van liquide middelen de onderneming moet verlaten. Dat woordje 'moet' maakt het vreemd vermogen."

Opties en warrants

Backhuijs vindt verder een markant voorbeeld de verwerking van stortingen op opties en warrants, voorzover zij nodig zijn om te voldoen aan de wettelijke stortingsplicht bij nieuw uit te geven aandelen. "Juridisch kan het eigen vermogen maar één keer toenemen als gevolg van een storting. Vooraf gestorte deelbedragen voor de nominale waarde van nieuwe, nog uit te geven aandelen, kunnen daarom niet tot het eigen vermogen behoren en behoren dus tot het vreemd vermogen. Bovendien zou deze storting bij verwerking als Overige reserve al kunnen worden uitgekeerd voordat de aandelen daadwerkelijk geplaatst en volgestort zijn. In de geconsolideerde jaarrekening wordt dit geld wel gerekend tot het eigen vermogen."

Overigens tekent Backhuijs hierbij aan dat deze kwestie in de praktijk weinig zal voorkomen omdat in nagenoeg alle gevallen de uitoefenprijs van een optie ruim boven de nominale waarde van het aandeel ligt dat wordt geplaatst.

Analisten

Van belang is de vraag welk eigen vermogen door externe partijen, bijvoorbeeld analisten, als het meest relevant zal worden gezien. Brouwer verwacht dat analisten het meest zullen kijken naar het eigen vermogen uit de geconsolideerde jaarrekening. "Dat geeft toch het best aan hoe een onderneming economisch gezien heeft gepresteerd en hoe de onderneming er voor staat." Kool merkt daarbij op dat er bij zaken als goodwill-afschrijvingen en afboekingen zoals impairments, nagenoeg geen verschillen optreden tussen de enkelvoudige en de geconsolideerde jaarrekening. "Alle items op dit gebied lopen immers op hetzelfde moment via de resultatenrekening. En de verwerking van de nettowinst in het eigen vermogen is hetzelfde in de geconsolideerde en enkelvoudige balans." Kool raadt crediteuren overigens wel aan om goede nota te nemen van de enkelvoudige jaarrekening.

Koudwatervrees

Backhuijs erkent dat er op dit moment nog 'koudwatervrees' bestaat voor het laten zien van twee verschillende eigen vermogens. "Daar werd toch vrij traditioneel tegenaan gekeken, terwijl er in de Richtlijnen al omstandigheden waren waarin een verschillend bedrag moet worden gepresenteerd, zoals het rapporteren ten aanzien van een deelneming met een negatief eigen vermogen. In de praktijk kwam dat echter niet voor, omdat ondernemingen twee identieke eigen vermogens wilden laten zien." Brouwer geeft aan dat het met deze ontwerp- Richtlijn nu een voldongen feit is voor een aantal aspecten. "Ik denk daarom ook dat ondernemingen zich nu minder krampachtig zullen gaan opstellen ten aanzien van eventuele andere verschillen."






NBA Opleidingen

Btw en de EU: hoe zit dat nou?

5 juni in Eindhoven

The financial and change

11 juni in Den Bosch

Nationale verslaggevingsdag

26 juni in Houten




Vacatures





CBRE Global Investors zoekt een Fund Accountant in Schiphol

Alterim zoekt een Corporate Accountant in Regio Gorichem

Hogeschool Rotterdam zoekt een Coördinator Grootboek in Rotterdam

SABIC Europe zoekt een Junior Accountant (Site) at SABIC Europe in Bergen op Zoom

Latexfalt BV zoekt een Assistent Controller bij Latexfalt BV in Koudekerk aan den Rijn