Opinie: De schade wordt zichtbaar
| Bron |
'de Accountant' |
| Schrijver |
Hans Blokdijk |
| Nummer |
Maart 2003 |
| Publicatiedatum |
01-03-2003 |
| Sectie |
Opinie |
| Bladzijde |
060 |
| Volume |
109 |
In de vorige 'de Accountant' leverde Marcel Pheiffer kritiek op Hans Blokdijks interpretatie van de meldingsplicht voor ongebruikelijke transacties. Volgens Blokdijk gaat hij echter niet in op diens argumenten.
De schandalen van het laatste jaar schaden het accountantsberoep. Collega Pheijffer bewijst ons eens te meer dat die schade uitgaat boven enige ongemakkelijke momenten op recepties en verjaardagspartijtjes. Schandalen hebben een voordeel: lang bestaande, wijd verbreide misstanden worden plotseling bespreekbaar. Maar zij hebben ook een nadeel: politici en bestuurders worden flink, en reageren overtrokken.
Zo ook bij de melding van ongebruikelijke transacties. Er is een wet, die zegt: 'Een ieder die beroeps- of bedrijfsmatig een dienst verleent, is verplicht een daarbij verrichte of voorgenomen ongebruikelijke transactie onverwijld te melden aan het meldpunt.' Het woord 'daarbij' leidt mij tot de conclusie dat accountants niet meldingsplichtig zijn als zij bij controle, beoordeling of samenstelling een verdachte transactie menen te ontwaren waarbij zij zelf niet betrokken zijn geweest. Collega Pheijffer vindt mijn uitleg te restrictief, maar hij geeft geen beredeneerde andere uitleg: hij constateert slechts dat het bestuurlijk apparaat van dit land een ruimere, evenmin beredeneerde uitleg hanteert.
Een beredeneerde uitleg is toch het minste dat van behoorlijk bestuur verwacht mag worden. Het eventuele argument dat dit een politiek besluit is, is niet beredeneerd. Wijlen collega Frielink heeft mij ooit geleerd dat het gebruik van dit argument betekent dat het besluit irrationeel is.
Dit tast de rechtszekerheid van accountants aan. Accountants die een transactie melden waarbij zij niet zelf betrokken zijn, lopen het risico van een tuchtklacht, met als vervolg een schadeclaim. Dat dit geen pure theorie is, bewijst de recente uitspraak JT 2003-8, geannoteerd in 'de Accountant' van februari 2003. De accountant had bij een boekenonderzoek door de Belastingdienst een vraag beantwoord die niets met dat boekenonderzoek uitstaande had. Dat kwam hem te staan op een waarschuwing. Of de klager ook schade geclaimd heeft, is mij uiteraard onbekend.
De accountants zijn de enigen onder de thans voor de melding ingeschakelde beroepen die transacties onder ogen kunnen krijgen waarbij zij niet betrokken zijn. Door de schandalen zijn zij echter aangeschoten wild, waarop het gemakkelijk jagen is.
Een voorbeeld is Pheijffers parafrase van de bevindingen van de Parlementaire Enquêtecommissie Bouwnijverheid: sommige accountants presteren ondermaats bij het invullen van de verantwoordelijkheden die zij hebben, bijvoorbeeld op het terrein van de meldplicht inzake fraude. Nu betrof het overgrote deel van de bevindingen geen fraude, maar onwettig handelen, waarvoor geen meldplicht geldt. Na lezing van het rapport van de commissie ben ik geneigd te geloven dat sommige accountants inderdaad ondermaats hebben gepresteerd met betrekking tot onwettig handelen, maar de commissie heeft niet de moeite genomen om aan te tonen dat jaarrekeningen ten onrechte goedgekeurd waren omdat daarin frauduleus onjuiste of onvolledige gegevens van materiële omvang in waren verwerkt.
In een rechtsstaat vereist de rechtszekerheid een nauwgezette, onpartijdige analyse van feiten en omstandigheden alvorens tot maatregelen wordt overgegaan. Ik hoop dat het hier nog van komt, maar ik vrees het ergste.
Noot
* Hans Blokdijk is directeur J.H. Blokdijk Advies BV.