De accountant beoordeeld

Bron 'de Accountant'
Schrijver Mark Noordhoff
Nummer Oktober 2003
Publicatiedatum 01-10-2003
Sectie
Bladzijde 026
Volume 110

Het 'maatschappelijk verkeer' over accountants Welke invloed hebben de boekhoudschandalen op de opvattingen over accountants? Hoe onafhankelijk vindt 'men' de accountant nog, hoe wordt aangekeken tegen controle en advies bij dezelfde cliënt? Is roulatie dé oplossing en hoe verantwoordelijk vindt de samenleving de accountant voor fraude? Een onderzoek.

In 1985 publiceerde het Limperg Instituut een uitgebreid onderzoek naar de opvattingen van de gemiddelde gebruiker over accountants. Philip Wallage c.s. hebben in 1995 een deel van dit onderzoek herhaald. Recente bevindingen zijn echter niet beschikbaar. Dat is jammer, omdat er de laatste jaren zoveel is gepasseerd. Berenschot deed in 2000 weliswaar een onderzoek naar de behoeften aan 'de vraagkant van de accountantsverklaring', maar daarbij zijn nagenoeg uitsluitend directe opdrachtgevers (de opstellers) van de jaarrekening geënquêteerd en niet de belanghebbenden of gebruikers. Bovendien is het onderzoek uitgevoerd vóór Enron, zodat het nu al 'gedateerd' mag worden genoemd. Dit heeft mij ertoe gebracht een onderzoek uit te voeren naar de huidige opvattingen over accountants.

Actualiteit

Het onderzoek bestond uit een schriftelijke enquête onder aandeelhouders, commissarissen, directeuren, leden van ondernemingsraden, bankiers en beleggingsanalisten en is, in afgeslankte vorm, gebaseerd op het genoemde onderzoek van het Limperg Instituut uit 1985. De respondenten geven over een aantal stellingen aan in welke mate zij het daarmee eens of oneens waren. Bij een gemiddelde tussen de 2,5 en 3,5 zijn de respondenten het eens noch oneens met de stelling (zie kader 'Van volstrekt eens tot volstrekt oneens').

Het aantal respondenten in mijn onderzoek is beperkter dan dat in 1985 en 1995. Het belangrijkste gevolg hiervan is dat de conclusies per groepering minder betrouwbaar zijn. De conclusies voor de gehele populatie zijn echter goed vergelijkbaar.

De in het onderzoek behandelde onderwerpen zijn dezelfde als in 1985. Het onderzoek in 1995 betrof overigens alleen de deelonderwerpen fraude en accountantsverklaringen.

Met het oog op de recente ontwikkelingen is aan de vragenlijst uit 1985 en 1995 wel een aantal vragen toegevoegd, waaronder vraag 10 over roulatie van accountants(kantoor). Daarnaast zijn de stellingen over fraude uitgebreid met vragen over illegale prijsafspraken en creatief boekhouden. De vragen over automatisering zijn uitgebreid met de vraag of de accountant goed in staat is de controle uit te voeren in een sterk geautomatiseerde onderneming.

Betrouwbaarheid

Een algemene vergelijking tussen de opvattingen over accountants anno 2002 met die uit 1985 en 1995 brengt een aantal bijzondere bevindingen aan het licht. Was in 1985 nog negentig procent van de gebruikers van de jaarrekening tevreden over de accountant, in 2002 is dat 'nog maar' tachtig procent (stelling 17). Ook de mate waarin men tevreden is over de betrouwbaarheid van de informatie in de jaarrekening is licht afgenomen. Jaarverslag en jaarrekening zijn voor het maatschappelijk verkeer wel nog steeds een zeer belangrijke informatiebron. Uit de tekst van een goedkeurende accountantsverklaring concludeert bijna negentig procent (1985: ruim tachtig procent) dat de jaarrekening goede en adequate informatie geeft. Deze stijging is, gegeven de vele boekhoudschandalen, opmerkelijk te noemen. Het percentage respondenten dat een goedkeurende verklaring positief laat meewegen bij besluitvorming is echter gedaald, van tachtig naar zeventig procent.

Continuïteit

De verwachtingen van de samenleving ten aanzien van de rapportering bij continuïteitsrisico's liggen nog steeds op een hoger niveau dan op basis van de huidige beroepsvoorschriften van de accountant reëel zou zijn. Niet minder dan de helft van de respondenten vindt dat accountantscontrole moet dienen om continuïteitsgevaren tijdig naar buiten te brengen en concludeert uit een goedkeurende verklaring dat de continuïteit niet in gevaar is. De accountant zelf denkt hier duidelijk veel genuanceerder over.

Fraude

De publieke claimbereidheid ten aanzien van fouten in de jaarrekening is onmiskenbaar toegenomen (stelling 5). De claimbereidheid bij niet door de accountant ontdekte fraude daalt daarentegen licht. Mogelijk heeft de Parlementaire Enquête Bouwnijverheid het maatschappelijk verkeer ervan doordrongen dat de accountant geen verantwoordelijkheid kan nemen voor het voorkomen of ontdekken van fraude, tenzij deze materieel is. De verwachtingen ten aanzien van de rol van de accountant bij fraude waren al in 1995 drastisch gewijzigd ten opzichte van 1985 (stelling 13). Anno 2002 wordt dit beeld bevestigd. Reageerde men in 1985 neutraal op een fraudemeldplicht, in 2002 vindt maar liefst tachtig procent van de ondervraagden dat belastingfraude, omkoping, creatief boekhouden en milieufraude te allen tijde gemeld moeten worden bij de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI); zeventig procent vindt dat ook illegale prijsafspraken en creatief boekhouden in tussentijdse cijfers moeten worden gemeld. Dit staat in schril contrast met het werkelijke aantal meldingen (een handvol) bij de CRI sinds 1994. Dat de vertrouwensrelatie wellicht schade kan oplopen door zo'n melding, acht men geen excuus om melding dan maar achterwege te laten. Toch bestaat er een zeer grote ondersteuning voor de geheimhoudingsplicht.

Onafhankelijkheid

Op de stelling dat de accountant voldoende onafhankelijk is van zijn opdrachtgevers, wordt neutraal gereageerd (stelling 6). In 1985 werd deze vraag nog enigszins positief beantwoord. Deze teruggang is gegeven de in de media breed uitgemeten rol van Andersen bij Enron niet verbazingwekkend, maar wel zorgelijk. Dit boekhoudschandaal heeft vermoedelijk ook een belangrijke invloed gehad op de opvattingen over de combinatie van controle en advies. De meningen hierover zijn onderhevig geweest aan een ware aardverschuiving (stelling 8b). Vond in 1985 nog meer dan tachtig procent van de ondervraagden dat een accountant zowel kon controleren als adviseren bij zijn opdrachtgever zonder zijn onafhankelijkheid in het geding te brengen, in 2002 is minder dan vijftig procent het met deze stelling eens.

Roulatie van accountants is een actueel onderwerp. De respondenten hebben echter geen uitgesproken voorkeur voor deze maatregel (stelling 10). Dit is opmerkelijk, omdat de accountant dit zelf wel als een belangrijke waarborg voor onafhankelijkheid onderkent. De ondervraagden hebben een lichte voorkeur om de accountant bij Public Interest Entities (PIE's) te laten rouleren, maar de meningen over dit onderwerp lopen, gegeven de behoorlijke standaarddeviaties bij deze score, nogal uiteen. Ook over de vraag wie de accountant moet betalen, verschillen de respondenten sterk van mening. Men zou anders verwachten, gezien de brede discussie die daarover wordt gevoerd en de vaak gehuldigde opvatting dat de onafhankelijkheid van de accountant niet kan worden gegarandeerd zolang de gecontroleerde hem betaalt.

Specialisatie

De specialisatie in 'controle-accountants' en 'advies-accountants' acht tachtig procent van de respondenten wenselijk (stelling 19). In 1985 werd hier nog verschillend over gedacht. Voor wat betreft de behoefte aan de verschillende deskundigheidsgebieden zien we ten opzichte van 1985 een zekere verschuiving. Vooral op het gebied van automatiseringsadvies heeft de accountant concurrentie gekregen. Hij wordt wel in staat geacht de jaarrekening van een organisatie met een hoge automatiseringsgraad goed te controleren, dus aan zijn deskundigheid op dit gebied wordt niet echt getwijfeld, maar er is weinig behoefte aan zijn advies op dit punt. Tot slot is duidelijk geworden dat het product 'assurance' (nog?) niet echt breed 'leeft'. Dit blijkt uit de lage score's op de vraag of de respondenten de accountant deskundig vinden op het gebied van assurance (score: 2,7) en of ze veel behoefte hebben aan deze dienstverlening (score eveneens 2,7).

Conclusie

De accountant is nog niet van zijn voetstuk gevallen, maar het is duidelijk dat hij wel wankelt. Het maatschappelijk verkeer is weliswaar nog steeds vrij positief over het functioneren van de Nederlandse accountant, maar er is sprake van een duidelijke 'afkalving' van zijn imago. Bovendien vindt men de accountant minder onafhankelijk van zijn opdrachtgever dan in 1985. De combinatie van controle en advies wordt nu als bedreigend ervaren voor de onafhankelijkheid, terwijl dit in 1985 nog geenszins het geval was. Daarnaast blijkt er nog steeds een duidelijke verwachtingskloof te bestaan ten aanzien van fraude en continuïteit. Het is evident dat de accountant, in plaats van stil op zijn voetstuk te blijven staan (totdat hij er vanaf wordt geduwd?), zelf van die sokkel moet springen en hard aan het werk moet gaan om zijn goede naam te herstellen. De samenleving zal hem dan vanzelf weer op het voetstuk terugplaatsen. En als iemand naderhand dan nog eens vraagt: 'were where you, auditor?', verwijzend naar de sokkel die een tijdje leeg was, kan hij ook eens een prettig antwoord geven.

Noot

* Mark Noordhoff is werkzaam bij Ernst & Young Accountants te Leeuwarden. Het artikel is geschreven op persoonlijke titel naar aanleiding van een onderzoek uitgevoerd in het kader van het afstuderen aan de accountantsopleiding van NIVRA-Nyenrode. Het complete onderzoeksrapport inclusief literatuurlijst is beschikbaar bij de bibliotheek van het Koninklijk NIVRA te Amsterdam.

Van volstrekt eens tot volstrekt oneens
De respondenten konden op de stellingen reageren met een oordeel van volstrekt oneens (1) tot volstrekt eens (5). Om de gemiddelde scores te kunnen interpreteren is gewerkt met onderstaande ijkingslijst, ontleend aan het Limperg Instituut.
Gemiddelde score groter dan Fractie respondenten die hoger scoren dan 3 is dan Bewoording
4,3 90% Sterk positief/volstrekt eens
3,8 80% Vrij positief/overwegend eens
3,5 70% Enigszins positief/eens
     
Gemiddelde score kleiner dan Fractie respondenten die lager scoren dan 3 is dan Bewoording
2,5 70% Enigszins negatief/oneens
2,2 80% Vrij negatief/overwegend oneens
1,7 90% Sterk negatief/volstrekt oneens
     
Bij een gemiddelde tussen de 2,5 en 3,5 zijn de respondenten het eens noch oneens met de stelling.
Deelnemers aan het onderzoek
 

2002

Groepering

Verzonden

Respons

Commissarissen van ondernemingen

51

6

11%

Directeuren kleine en middelgrote ondernemingen

53

16

30%

Directeuren van grote ondernemingen

53

15

28%

Directeuren c.q. besturen van non-profit-organisaties

53

10

18%

Bankiers en functionarissen van enkele andere financiële instellingen

15

12

80%

Leden van ondernemingsraden

50

14

28%

Aandeelhouders

18

7

39%

Totaal

293

80

27%

Opvattingen over accountants anno 1985, 1995 en 2002      
Stelling 17 2002 1995 1985
Over het geheel genomen kan men tevreden zijn met het functioneren van de Nederlandse accountant:      
als controleur 3,9   4,2
als adviseur 3,3   3,5
       
Stelling 5      
Ik vind dat accountants financieel aansprakelijk zijn als:      
achteraf blijkt dat de jaarrekening geen goede/ adequate informatie heeft gegeven 3,9   3,4
achteraf blijkt dat een bestaande fraude niet ontdekt is 2,8   2,9
       
Stelling 13      
Als geconstateerde fraude niet ongedaan wordt gemaakt door de leiding van een huishouding, vind ik dat de accountant deze fraude te allen tijde dient de melden aan de CRI indien de fraude betrekking heeft op:      
a. gevallen van ontduiken van sociale verzekeringen en belastingen 4,1   3,0
b. gevallen van omkoping 3,8   3,0
c. het maken van illegale prijsafspraken met concurrenten 3,6    
d. het achterwege blijven van investeringen die door milieuwetgeving vereist zijn 3,8   2,6
e. creatief boekhouden in gepubliceerde tussentijdse cijfers (hierop wordt doorgaans geen accountantscontrole toegepast) 3,6    
f. creatief boekhouden in een jaarrekening (hierop wordt bij middelgrote en grote ondernemingen wettelijk verplichte accountantscontrole toegepast) 4,0    
g. welke vorm van fraude ook 3,6    
       
Vraagstelling 1985: Ik vind dat een accountant de betrokken autoriteiten moet inlichten als hij stuit op: a., b. en d. Vraagstelling 1995: Indien geconstateerde fraude niet ongedaan wordt gemaakt door de leiding van een huishouding, vind ik dat de accountant deze fraude te allen tijde dient de melden aan de CRI.   3,9  
       
Stelling 6      
Een accountant is in de huidige maatschappelijke situatie onafhankelijk genoeg van zijn opdrachtgevers. 3,3   3,6
       
Stelling 8b      
Een accountant kan bij een zelfde opdrachtgever zowel controleren als adviseren zonder zijn onpartijdigheid als controleur te verliezen. 2,9   4,0
       
Stelling 10      
Het is een goed idee om verplicht eens in de zeven jaar van accountant te wisselen:      
a. uitsluitend bij zogenaamde 'Public Interest Entities' (zoals beursgenoteerde bedrijven) 3,3    
b. bij alle bedrijven, groot en klein 3,0    
c. als het wisselen uitsluitend de behandelende accountant in persoon betreft (een andere accountant van hetzelfde kantoor neemt de controle na zeven jaar over) 2,9    
d. om de zeven jaar moet een geheel ander accountantskantoor de controle uitvoeren 2,9    
       
Stelling 18 en 19      
Specialisatie van accountants op bepaalde branches is wenselijk. 4,1   4,1
Specialisatie van accountants tot afzonderlijke 'controle-accountants' en 'advies-accountants' is wenselijk 3,8   3,3





NBA Opleidingen

Btw en de EU: hoe zit dat nou?

5 juni in Eindhoven

The financial and change

11 juni in Den Bosch

Nationale verslaggevingsdag

26 juni in Houten




Vacatures





CBRE Global Investors zoekt een Fund Accountant in Schiphol

Alterim zoekt een Corporate Accountant in Regio Gorichem

Hogeschool Rotterdam zoekt een Coördinator Grootboek in Rotterdam

SABIC Europe zoekt een Junior Accountant (Site) at SABIC Europe in Bergen op Zoom

Latexfalt BV zoekt een Assistent Controller bij Latexfalt BV in Koudekerk aan den Rijn