Joint audit verdient serieus debat
| Bron |
'de Accountant' |
| Schrijver |
Mike Muller |
| Nummer |
Januari 2004 |
| Publicatiedatum |
01-01-2004 |
| Sectie |
Opinie |
| Bladzijde |
054 |
| Volume |
110 |
Een jaar geleden probeerde Jos van Huut (Mazars) het systeem van joint audit op de agenda te zetten. Daar is nooit serieus op gereageerd. Ten onrechte, vindt Mike Muller.
De onafhankelijkheid van de accountant staat al langer ter discussie. Diverse mensen hebben verschillende oplossingen aangedragen. Een ding staat echter vast: het maatschappelijk verkeer is het vertrouwen in de accountant kwijt. Om deze vertrouwensbreuk te herstellen moeten er concrete voorstellen worden gedaan tot herstel van het vertrouwen. Een van de voorstellen behelst om het toezicht op de accountantsorganisaties onder te brengen bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Dit is een stap in de goede richting. Maar of deze stap het vertrouwen van het maatschappelijk verkeer in de accountant zal herstellen valt nog te bezien. De ervaring leert dat het moeilijk is om onafhankelijk te zijn van de opdrachtgever. Vaak wordt gezegd dat accountants soms ‘hun broodheer naar de mond praten’, of zoals het spreekwoord luidt: ‘Wiens brood men eet diens woord men spreekt’. In het januarinummer van 2003 van ‘de Accountant’ deed Jos van Huut een voorzet om een discussie te starten over het Franse systeem van ‘joint audits’. Zonder al te veel resultaat.
Onterecht, want een debat over het nut van het Franse systeem is de moeite waard. Een ‘joint audit’ wil zeggen dat beursgenoteerde ondernemingen en andere public interest entities worden gecontroleerd door ten minste twee accountantskantoren.
Concreet betekent dit: iedere grote onderneming heeft zijn eigen (huis)accountant voor de traditionele jaarrekeningcontrole en overige werkzaamheden. Voor het certificeren van de jaarrekening zal echter een tweede accountant moeten meetekenen alvorens er een accountantsverklaring kan worden afgegeven door de huisaccountant. De tweede certificerende accountant doet een review op de werkzaamheden zoals uitgevoerd door de huisaccountant, en beoordeelt de kwaliteit van die werkzaamheden (deugdelijke grondslag). De accountant die de review uitvoert heeft geen financiële betrokkenheid bij de onderneming en is volledig onafhankelijk en onpartijdig. De tweede accountant zou jaarlijks kunnen worden benoemd door de AFM en kan per jaar verschillen. Waarbij de AFM tevens het budget vaststelt voor de review door de tweede accountant. Hierdoor zijn de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de tweede accountant gewaarborgd. Het voordeel van zo'n systeem is dat beide accountants kunnen worden aangesproken op hun (vaktechnische) verantwoordelijkheden en werkzaamheden. In mijn optiek ontstaat hierdoor een scheiding van de belangen tussen de twee certificerende accountants, en dus onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de opdrachtgever.
Nadeel is dat de gedragsen beroepsregelsvoor accountants moeten worden aangepast en dat het hogere kosten voor de opdrachtgever met zich meebrengt. Daarnaast moeten er procedures worden opgesteld voor het geval er een dispuut ontstaat tussen de twee accountantskantoren. Door een tweede accountant medeverantwoordelijk te maken voor het afgeven van een verklaring verander je structureel de wijze waarop de accountant in het maatschappelijke verkeer zijn functie, taak, verantwoordelijkheid en vertrouwenspositie inneemt.
In het kader van de huidige discussies over de rol van de accountant en zijn positie inhet maatschappelijk verkeer lijkt het mij goed om over dit onderwerp alsnog met elkaar van gedachten te wisselen. Hoe zo'n discussie ook zou eindigen, gezien de ernst van de huidige vertrouwenscrisis in het beroep moet elke koudwatervrees worden afgeschud en verdienen alle mogelijkheden voor verbetering een serieus debat.
Noot
* Mike Muller is rotational bij KPMG Information Risk Management en Audit Services. Hij schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel.