Waarom geen accountant?
donderdag 4 december 2008 |
1 reacties
Hoogleraar accounting Jan Bouwens (geen RA) pleit in het decembernummer van 'de Accountant' voor het aan banden leggen van off balance-constructies bij financiële instellingen. Of je het daar nu precies mee eens bent of niet, zo'n voorstel ligt voor de hand en kan mogelijk bijdragen aan het voorkomen van een volgende crisis.
Waarom is er nooit een accountant opgestaan die hiervoor heeft gepleit? Als controleur en adviseur zijn accountants uiteraard gestuit op deze weliswaar legale maar evident verhullende constructies. Wereldwijd.
Zou er niet één accountant zijn geweest die zich afvroeg of het aldus buiten beeld plaatsen van risico's, zodat de balans prettiger oogde, wel wenselijk was?
Zou er niet één zijn geweest die dezelfde gedachte kreeg als Bouwens? Dat off balance-behandeling van bepaalde risicovolle bezittingen en schulden, ook al is het formeel toegestaan en kan de accountant het dus niet verbieden, het zicht op de werkelijkheid belemmert?
Dat is nauwelijks denkbaar. Waarom dan toch die stilte?
Professionele geheimhouding? Nee. Een voorstel als dat van Bouwens hadden accountants, accountantskantoren of beroepsorganisaties geanonimiseerd kunnen doen, zonder man en paard te noemen. Of zelfs collectief, internationaal.
Accountants maken de regels niet, maar controleren slechts de naleving daarvan, wordt wel gezegd. Als controleur onthoudt men zich van uitingen over de regelgeving zelf. Dat klinkt als een zuivere - bijna staatsrechtelijke - opstelling. Maar het is tweemaal bezijden de werkelijkheid.
Ten eerste hebben accountants een belangrijke stem in de gremia waar de regels worden gemaakt, zoals de International Accounting Standards Board en de Raad voor de Jaarverslaggeving. En wat commentaar op bestaande regels betreft: op de Sarbanes-Oxley Act is de nodige kritiek geleverd. Ook fair value accounting is onderwerp van openlijk debat. En in de jaren negentig trokken grote accountantskantoren op met ondernemingen om de Amerikaanse standard setters ervan te weerhouden om stock options voor managers voortaan als kosten te laten boeken (wie daarover meer wil weten leze het boek Take on the Street van oud-SEC-voorzitter Arthur Levitt).
Die argumenten gaan dus niet op. En toch bleef het stil. Zelfs als expliciet werd gevraagd (zie maartnummer, pagina 46) naar een visie op off balance-constructies: "Nu niet opportuun."
Is het de angst om de klanten in de financiële sector voor het hoofd te stoten? Omzet te verliezen? Ik hoop het niet. Maar de stilte staat in opvallend schril contrast met allerlei 'klantoverstijgende' uitingen en rapporten over minder gevoelige onderwerpen, zoals fraude en fraudepreventie, (verslaggeving over) maatschappelijk verantwoord ondernemen, budgettering, kostenreductie, etc.
Wat is dan wél de reden? Ik wil geen cynicus worden. Daarom houd ik mij aanbevolen voor elke plausibele verklaring.
Reacties (1) | Reageer
Geplaatst door Rogier - 6-1-2009 18:48:30
Is het niet vreemd dat het nog veel stiller is aan de kant van de advocatuur? Om maar te zwijgen van de trustkantoren waar de meeste off balance structuren immers staan?
De focus op de banken is begrijpelijk en terecht maar het gaat veel verder dan nu wordt voorgespiegeld. Ieder zichzelf respecterend internationaal bedrijf heeft het toegepast, zelfs overheden hebben de off balance structuur toegepast om uiteindelijk de wereldbevolking met een torenhoge hypotheek op de toekomst op te zadelen. Onder de noemer risicospreiding. Het risico werd immers weggezet op de kapitaalmarkt (in de brede zin van het woord).
Wie bedacht dergelijke oplossingen? Wie heeft ze opgezet en wie heeft ze beheerd? Dit is een cross border samenspel geweest waar een cross border oplpossing voor moet komen en het verbieden van off balancestructuren is een goede, zij het tijdelijke, oplossing totdat er een internationaal orgaan is waar rekening wordt gehouden met de macro-economische risico's van een bepaalde transactie.