'de Accountant'
Home > Leesvoer > Scripties
print deze pagina    

Student aan de schrijftafel

Student aan de schrijftafel

Maandelijks een overzicht van verse afstudeerscripties met een waardering van acht of hoger.

In november 2009 verscheen de laatste aflevering van deze rubriek.

November 2009

Beheersing cash management projectgestuurde organisaties 

Onder cash management vallen het beheer van in- en uitgaande geldstromen, de daarmee samenhangende liquiditeiten,beheersing van rente- en valutarisico's. Beukers kiest ervoor deze zaken te bekijken bij projectgestuurde organisaties en formuleert als onderzoeksvraag hoe de interne beheersing van cash management bij projectgestuurde organisaties moet worden ingericht. Hiervoor wordt kort in de literatuur gekeken, en aan de hand hiervan wordt een hypothetisch intern beheersingsmodel ontworpen. Dit model wordt vervolgens bekeken in een praktijkonderzoek bij vier organisaties (beursgenoteerd, niet-beursgenoteerd, bouw, consultancy). De eindconclusie is positief, enkele elementen uit het hypothetisch model dienen aangescherpt of verwijderd te worden, maar het overgrote deel blijkt in de praktijk goed te functioneren.

  • M.A.L. Breukers: Beheersing van cash management bij projectgestuurde organisaties, NIVRA-Nyenrode.

Oktober 2009

XBRL

Accountancyland kent vele afkortingen, maar dit is waarschijnlijk met voorsprong de meest gebruikte in de afgelopen jaren: XBRL: eXtensible Business Reporting Language. Bal onderzoekt in zijn scriptie de implicaties van XBRL op de risicogeoriënteerde controleaanpak die het meest gebruikt wordt bij controlewerkzaamheden van financiële informatie. Hiertoe onderzoekt Bal eerst via een literatuurstudie de mogelijke gevolgen die XBRL op de risicogeoriënteerde controleaanpak kan hebben en formuleert hiervoor een aantal hypotheses. Deze hypotheses zijn onderzocht door middel van interviews met twaalf internationale experts. Concluderend stelt Bal vast dat de risicogeoriënteerde controleaanpak sec niet zal veranderen door het gebruik van XBRL, maar dat het gebruik van XBRL door de accountant en bij de klant de kwaliteit van de informatie wel kan verbeteren, en werkprocessen kan stroomlijnen. Tevens verwacht Bal dat het gebruik van XBRL een meer rules based-benadering van een controle vergemakkelijkt, in tegenstelling tot de principles based-aanpak.

  • Sebastiaan Bal, XBRL and audit - understanding the implications of XBRL on the risk-oriented audit approach, NIVRA-Nyenrode.

September 2009

Innovatie in de accountancy

Er wordt de afgelopen jaren veel gesproken en geschreven over innovatie in de accountancybranche, maar hier lijkt het vooralsnog bij te blijven. Wellicht is de accountancywereld in haar aard van zoeken, controleren en verifiëren simpelweg conservatief aangelegd? Van Brenk onderzoekt in zijn scriptie twee dingen. Als eerste hoe accountants zelf met het onderwerp innovatie omgaan, en of zij een behoefte zien om innovatieve producten aan te bieden. Ten tweede wat de verwachtingen zijn van het maatschappelijk verkeer; de gebruikers van de accountantsdiensten. Van Brenk constateert een potentieel nieuwe verwachtingskloof. Veel gebruikers hebben immers behoefte aan nieuwe diensten, maar veel accountants leveren deze niet. Er wordt dan ook gewaarschuwd voor concurrentie van andere marktpartijen - niet noodzakelijk accountants. Van Brenk adviseert de branche dan ook om onder andere een innovatieplatform samen te stellen, externe partijen meer te raadplegen, XBRL sneller en breder uit te rollen, en de kennis van tax assurance te verhogen. 

  • Herman van Brenk, Innovatie in de accountancy. Nog een verwachtingskloof?, NIVRA-Nyenrode.

Juli/augustus 2009

IAS 39: aan keuze geen gebrek

IAS 39 regelt de verslaggeving van financiële instrumenten in de jaarrekening. Normaal gesproken enkel voer voor de vaktechnische insiders maar sinds anderhalf jaar ook een hot topic op politiek niveau. Van Limpt signaleert in zijn inleiding dat IAS 39 keuzemogelijkheden biedt ten aanzien van opname van financiële instrumenten in de jaarrekening. Deze onderzoekt hij vervolgens op hun achtergrond, en hoe Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen deze keuzemogelijkheden invullen. De achtergrond blijkt te bestaan uit het feit dat gebruikers invloed uitoefen via het due process zoals dat door de IASB wordt gehanteerd. Hoe een onderneming uiteindelijk een en ander in haar jaarrekening verwerkt blijkt onder andere afhankelijk te zijn van omvang van de onderneming. Solvabiliteit en interest dekkingsgraad hebben slechts in enkele gevallen invloed. Na analyse concludeert Van Limpt dat een meerderheid van bedrijven geen fair value waarderingen gebruikt, maar kiest voor hedge accounting of held to maturity. Tot slot adviseert Van Limpt regelgevende instanties om periodiek te bekijken welke keuzemogelijkheden in de verslaggeving wel of niet gebruikt worden. En graag altijd met het oog op harmonisering en vermindering van de complexiteit. 

  • Twan van Limpt, Keuzemogelijkheden binnen de verslaggeving van financiële instrumenten: een onderzoek naar de achtergronden en de invulling bij beursgenoteerde ondernemingen, NIVRA-Nyenrode.

Juni 2009

Materialiteit: de openbaring

Materialiteit is typisch zo'n begrip dat eigenlijk alleen voor accountants betekenis heeft. En als er al een uitleg aan wordt gegeven door de cliënt of het maatschappelijk verkeer, wordt het maar al te vaak verstaan als een nagenoeg onbegrensde zekerheid in de controle. Treebusch en Van den Barselaar pogen in hun scriptie de verwachtingskloof te verkleinen door openbaarmaking van de gehanteerde definities door accountants en een uniformering van de door accountants gebruikte rekenmethode - het uitdrukken van materialiteit in een bedrag of in een percentage. De wensen van het maatschappelijk verkeer zijn door hen geïnventariseerd en vervolgens is gekeken of er onder de openbaar accountant draagvlak voor de wensen te vinden is. Aanbevolen wordt om de materialiteit zorgvuldig af te spreken tussen accountant en gecontroleerde, waarbij het professional judgment van de accountant bepalend moet blijven. Tot slot hebben beide auteurs nog enige aanbevelingen voor het NIVRA, waaronder het formaliseren in de NV COS van de berekeningswijze, en meer actieve communicatie met het maatschappelijk verkeer.

  • J. Treebusch en R. van den Barselaar - Materialiteit: de openbaring - Onderzoek naar de verwachtingskloof tussen maatschappelijk verkeer en accountant omtrent het begrip materialiteit, NIVRA-Nyenrode.

Mei 2009

Continuous assurance: 'Trend of toekomst?'

Het zo snel mogelijk afgeven van een accountantsverklaring of - in bredere zin - de resultaten van een audit, is het wezenlijke kenmerk van continuous assurance. Het hangt dus nauw samen met real time reporting. Riesthuis onderzoekt in zijn scriptie of continuous auditing toegevoegde waarde heeft ten opzichte van de traditionele assurance. Een door hem ontworpen model van continuous auditing is onderworpen aan een literatuurstudie en voorgelegd aan experts. Geconcludeerd wordt dat deze nieuwe vorm van assurance leidt tot een hogere betrouwbaarheid van informatie en daardoor tot een betere besluitvorming. Wel signaleert Riesthuis dat aan enkele belangrijke randvoorwaarden moet worden voldaan: continuous auditing kost tijd en geld (implementatie), stelt hogere eisen aan de interne beheersing en het niveau van de automatisering. Tot slot adviseert hij vervolgonderzoek naar onder andere de behoefte van het maatschappelijk verkeer naar deze vorm van assurance.

  • R.W.A. Riesthuis, Continuous assurance: 'Trend of toekomst?', NIVRA-Nyenrode.

April 2009

Publiek geheim houden

Misschien herinnert u zich het onderzoek van de commissie Schutte uit 2003 en 2004 nog. In haar onderzoek naar de zogenaamde hbo-fraude wenste zij gebruik te maken van de accountantsdossiers van enkele instellingen. Sommige accountantskantoren beriepen zich op hun geheimhoudingsplicht en weigerden dit. Vele discussies volgden. Penninga onderzoekt de uitgangspunten van de verschillende attitudes ten aanzien van de geheimhoudingsplicht van accountants bij het overheidstoezicht op de besteding van publieke middelen. Doel hierbij is om inzicht te geven in de ingenomen standpunten. Hij concludeert dat het vertrouwen tussen overheid en accountants verbeterd kan worden. Tevens beveelt hij een evaluatie van bestaande wet- en regelgeving aan betreffende inzagerecht en geheimhoudingsplicht.

  • S. Penninga, Publiek geheim houden - inzagerecht van de overheid versus geheimhoudingsplicht van de accountant. Een dilemma bij toezicht op de besteding van publieke middelen?, NIVRA-Nyenrode.

Maart 2009

The influence of fair value accounting on audit risk: an empirical study

Het op fair value waarderen is nogal onder vuur komen liggen in het afgelopen half jaar, maar hoe zit het met de gevolgen voor de controlerend accountant indien deze de fair value waarderingen moet controleren? Welke relatie is er met het audit risk? Smit onderzoekt daartoe de fair value waarderingen bij Engelse vastgoedbedrijven waarbij individuele experts de waardering opstellen (ambiguous fair value accounting) versus de fair value waarderingen bij Engelse investeringsmaatschappijen waarbij de bezittingen aan het eind van elk fiscaal boekjaar worden vastgesteld met meer objectieve methoden (unambiguous). Om de verschillen tussen deze twee waarderingsmethoden te onderzoeken bekijkt Smit de hoogte van de audit fee waarbij de aanname is dat een hogere fee een hoger risico voor de auditor inhoudt. Zij concludeert dat bij bedrijven die ambiguous rapporteren, de fee hoger is en dus het gepercipieerde risico door de auditor eveneens.


Februari 2009

Voluntary disclosures on risk reporting

Maatschappelijk verantwoord ondernemen lijkt het stadium van hype wel voorbij te zijn. In hoeverre dit ook zijn weerslag krijgt in de verslaggeving van bedrijven wordt in deze scriptie bekeken. Specifiek: in hoeverre zorgen de veranderende opvattingen in de maatschappij over klimaatverandering en maatschappelijk ondernemen voor een toename in vrijwillige toelichtingen op het gebied van klimaatrisico's en maatschappelijk verantwoord ondernemen in de jaarrekeningen van bedrijven. Doves heeft hiervoor de jaarrekeningen over 2005 en 2007 van bedrijven in de energiesector vergeleken. Hij stelt vast dat er in 2007 een significante toename is in het melden van klimaatrisico's als onderdeel van risicomanagement. Ten aanzien van de openbaarmaking van de risico's met betrekking tot maatschappelijk verantwoord ondernemen is geen stijging zichtbaar. Doves heeft als suggesties voor vervolgonderzoek onder andere om de respons op aparte mvo-verslagen te bekijken en om andere sectoren buiten de energiesector te onderzoeken.

  • R.J. Doves, Voluntary disclosures on risk reporting - Increased voluntary disclosures due to changed view of society on climate changes and corporate social responsibility?, NIVRA-Nyenrode.

Januari 2009

Corporate governance en familiebedrijven - een unieke combinatie

Beginselen van goed ondernemingsbestuur, vastgelegd in een code, lijken de laatste jaren vooral gericht te zijn op beursgenoteerde bedrijven. Principes van transparantie, verantwoording afleggen en bedrijfscontinuïteit zijn zeker ook voor familiebedrijven van belang. Kaman bekijkt in zijn scriptie welke instrumenten 'goed ondernemingsbestuur' bij familiebedrijven kunnen bevorderen. Tevens zijn diverse brancheorganisaties naar hun mening gevraagd. In het onderzoek constateert Kaman dat de meeste 'issues' met betrekking tot goed ondernemingsbestuur een interne focus hebben bij familiebedrijven (gericht op eigendom, bestuur en management en werknemers). Gezien de diverse vormen van familiebedrijven en de gevarieerdheid in bestaande codes, schetst Kaman een oplossing in de vorm van een 'toolbox-code' waarin gekozen kan worden voor precies die governance-instrumenten die gebruikt kunnen worden voor specifieke problemen of thema's. Een integrale toepassing van de toolbox acht Kaman dan ook niet wenselijk.

  • Dion Kaman, Corporate governance en familiebedrijven - Een unieke combinatie, NIVRA-Nyenrode.

December 2008

Pensioenverslaggeving in de jaarrekening

De opname van de nieuwe verslaggevingsstandaarden met betrekking tot pensioenen en pensioenvoorzieningen heeft in de afgelopen jaren veel stof doen opwaaien. Niet alleen bij de standardsetters nationaal en internationaal maar ook in de politiek. De invloed van RJ 271 en IAS 19 kan namelijk aanzienlijk zijn, zo werd althans gevreesd. Brugman onderzoekt in deze scriptie de impact bij niet beursgenoteerde ondernemingen van de invoering van RJ 271/IAS 19 en de economische consequenties. Gemiddeld vijftien procent van het eigen vermogen van de ondernemingen wordt in beslag genomen door pensioenvoorzieningen, zo blijkt uit zijn onderzoek. Tevens kijkt Brugman naar de verschillen tussen een defined benefitregeling versus een defined contributionregeling. Uit zijn onderzoek blijkt enige zorg over de mate waarin veel ondernemingen een DB-regeling omzetten in een DC-regeling om onder de verslaggevingseisen van RJ 271/IAS 19 uit te komen. Tot slot doet Brugman enige aanbevelingen om de vergelijkbaarheid van onder nemingen op basis van de jaar rekeningen te verhogen.

  • Richard Brugman, Pensioenverslaggeving in de jaarrekening - Pensioen zekerheid op de helling?, NIVRA-Nyenrode.

November 2008

Risicomanagement

Het rapporteren over risicomanagement zal nog wel enige tijd voorwerp van aandacht en studie blijven. Collet onderzoekt in deze scriptie de externe rapportage met betrekking tot risicomanagement over 2005 en 2006 van in Nederland beursgenoteerde ondernemingen, en bekijkt in hoeverre deze rapportage in overeenstemming is met de geldende wet- en regelgeving. Tevens probeert Collet inzicht te krijgen in de wensen van het maatschappelijk verkeer ten aanzien van risicoverslaggeving. Met enig gevoel voor understatement concludeert Collet dat de naleving van de wet- en regelgeving 'minder dan bevredigend is.

  • Marco Collet, Een content analyse van externe verslaggeving over risicomanagement in directieverslagen en toelichtingen van jaarrekeningen in Nederland, NIVRA-Nyenrode.

Drieluik accountant - actuaris - bestuur

In hoeverre dient de huidige verantwoordelijkheidsverdeling van pensioenfondsbestuur, accountant en actuaris ten aanzien van de vaststelling en controle van de voorziening pensioenverplichtingen gewijzigd te worden? Duursma-Koelewijn concludeert na literatuur- en praktijkonderzoek (interviews) dat de huidige verantwoordelijkheidsverdeling in principe de meest gewenste is. Wel worden enige aanbevelingen geformuleerd ten aanzien van deskundigheid en communicatie tussen de betrokken partijen.

  • Sandra Duursma-Koelewijn, Drieluik accountant-actuaris-bestuur: Onderzoek naar de verantwoordelijkheidsverdeling voor de waardering van de voorziening pensioenverplichting in de externe jaarrekening van een pensioenfonds, NIVRA-Nyenrode.

Oktober 2008

Examining earnings restatement

In hoeverre wordt de marktwaarde van een bedrijf aangetast als zij haar eerdere financiële verantwoordingen moet herroepen, c.q. aanpassen? Gezien de toename van het aantal restatements in de afgelopen jaren een courante vraag. De effecten blijken zonder meer meetbaar te zijn. Ten Ham trekt interessante conclusies ten aanzien van de wijze waarop een restatement wordt gepubliceerd, de omvang van een bedrijf en de wijze van financiering. Zo is een bedrijf dat de verwachtingen van analisten wenst te overtreffen, aanzienlijk vaker een kandidaat voor een restatement dan een bedrijf die dit niet doet.

  • J. ten Ham, Examining earnings restatement - firm characteristics, market reactions and determinatins of market reactions, Universiteit van Amsterdam.

Intern toezicht bij woningcorporaties en de tussentijdse rapportage aan de raad van commisarissen

Mijnen onderzoekt in deze doctoraalscriptie welke informatie de raad van commissarissen van een woningcorporatie nodig heeft om haar taken goed uit te voeren. In de voortgaande professionaliseringsslag bij corporaties wenst de raad van commissarissen immers niet alleen de financiële gezondheid in de gaten te houden, maar ook meer en meer de maatschappelijke prestaties te kunnen beoordelen. Een door Mijnen ontwikkelt model biedt een eerste aanzet dat nog verder uitgewerkt dient te worden.

  • M. Mijnen, Intern toezicht bij woningcorporaties en de tussentijdse rapportage aan de raad van commissarissen - een onderzoek naar de beheersingsinformatie die tussentijds gerapporteerd moet worden aan de raad van commissarissen, NIVRA-Nyenrode.

September 2008

Vergelijkbaarheid en transparantie vastgoedbeleggingsinstellingen na IFRS

Leidt de implementatie van IFRS bij vastgoedbeleggingsinstellingen tot meer transparantere en vergelijkbare informatie en ook tot verlaging van de vermogenskosten (meer opbrengsten voor de aandeelhouders)? Op basis van empirisch onderzoek van jaarverslagen van 2005 ten opzichte van 2004 concludeert Van der Togt van wel. Ook de interviews geven aanleiding tot een positieve conclusie. Wel geven gebruikers aan nog niet alle gewenste informatie te krijgen. Er is dus nog werk aan de winkel.

  • J.J. van der Togt, Toename vergelijkbaarheid en transparantie vastgoedbeleggingsinstelingen door IFRS en EPRA 'Best Practices policy Recommendations'?, NIVRA-Nyenrode.

Theather in de jaarrekening

In hoeverre komt earnings management voor bij culturele instellingen? Van Oldenbeek concludeert dat het onder andere wordt gebruikt om negatieve resultaten te voorkomen, gerapporteerde resultaten te egaliseren en om subsidieopbrengsten te maximaliseren. Hieruit volgen dan ook enkele aanbevelingen voor raden van toezicht, accountants en subsidieverstrekkers.

  • C. van Oldenbeek, Theater in de jaarrekening - een onderzoek naar earnings management bij cultuurinstellingen, NIVRA-Nyenrode.

Juli/augustus 2008

Auditing practice: methodologies, quality, and accountability

In hoeverre beïnvloedt de vastgelegde auditmethodologie van een kantoor de kwaliteit van de audit? In deze Engelstalige masterscriptie concludeert M. Kowalsky dat de door hem ondervraagde auditors slechts een kleine link zien tussen auditmethodologie en de bereikte kwaliteit van de audit. Meer aandacht voor zogenaamde 'zachte kenmerken' in de kantooromgeving en met name het professional judgment van de auditor zelf lijken van belang voor een goede audit te zijn.

Vertrouwen in horizontaal toezicht

Wat is er nodig om horizontaal toezicht goed te laten werken? Naast het nodige vertrouwen concludeert De Goffau dat transparantie en een intentie tot samenwerking bij zowel de Belastingdienst als het gecontroleerde bedrijf van belang zijn. In elk geval kan horizontaal toezicht goed functioneren als een substituut van het aloude verticale toezicht. Tevens wordt onder andere aanbevolen dat de Belastingdienst investeert in voldoende gekwalificeerd personeel.

  • L.A. de Goffau, Vertrouwen in horizontaal toezicht, NIVRA-Nyenrode.

Juni 2008

Van interne beheersing naar risicoverslaggeving

Laten analisten zich beïnvloeden door risicoverslaggeving voor de waardering van de onderneming? Het onderzoek spitst zich toe op bouwondernemingen en hoe zij rapporteren over hun interne beheersing. De Vries concludeert dat de rapportage nog niet op het gewenste niveau staat, en dat analisten nog afwachtend zijn met de interpretatie van deze rapportages voor hun waarderingen.

  • C.H.G. de Vries, Van interne beheersing naar risicoverslaggeving - de wensen van de gebruiker.

Met zorg verantwoord

Hoe rapporteren VVT-instellingen (verpleging, verzorging en/of thuiszorg) over verslagjaar 2005 over hun niet-financiële informatie? Geconcludeerd wordt dat dit niet op het door de gebruikers gewenste niveau ligt. Tevens doet Bokkinga enkele aanbevelingen om de lacunes te verminderen.

  • M.J. Bokkinga, Met zorg verantwoord? - Een onderzoek naar de kwaliteit van de niet-financiële verslaggeving door VVT-instellingen over 2005.

Mei 2008

Attitude en regelgeving

Het is al vaak gezegd, de tone at the top bepaalt de bedrijfscultuur. Idem voor de attitude van de accountant die op een mogelijk geval van fraude stuit. Van Schagen onderzoekt de verhouding tussen de attitude van de accountant en de effectiviteit van de wet- en regelgeving ten aan- zien van fraude. Hij concludeert dat deze attitude niet op het niveau staat waar de wet- en regelgeving op gebaseerd is.

  • Vincent van Schagen, Attitude en regelgeving - Onderzoek naar de attitude van de accountant ten aanzien van fraudewetgeving.

Jaarverslag pensioenfondsen

Hoe transparant zijn de bestuursjaarverslagen van Nederlandse pensioenfondsen. Jacobs heeft onder andere op basis van RJ Richtlijn 610 de verslagen over 2004 onderzocht op financiële en kwalitatieve maatschappelijke informatie. Aangezien slechts 64 procent van de verslagen uit het empirisch onderzoek voldoen aan de vereiste verplichtingen, concludeert Jacobs dat momenteel de bestuursverslagen onvoldoende inzicht verschaffen.

  • Pascal Jacobs, Het jaarverslag van pensioenfondsen - Hoe transparant dient het bestuursverslag te zijn?

April 2008

Earnings management bij hogescholen en universiteiten

Het aanpassen van financiële resultaten. In hoeverre gebeurt dit in de non-profitsector van hogescholen en universiteiten? Haenen concludeert na onderzoek van jaarrekeningen van 2001 tot en met 2005 dat de huidige corporate governance-structuur bij deze instellingen voldoende effectief is om earnings management te ontmoedigen. Uit het empirische onderzoek blijkt dat earnings management ook niet voorkomt.

  • C.E.M. Haenen, Earnings management bij hogescholen en universiteiten.

Private equity en fair value-waarderingen

Het op 'reële waarde' waarderen van nietbeursgenoteerde deelnemingen van beursgenoteerde private equity is dusdanig gecompliceerd dat een 'schone' goedkeurende accountantsverklaring door een toelichting hier altijd de nadruk op zou moeten leggen. Volgens Groen wordt de balans van een private equity-partij gedomineerd door schattingen en hij concludeert dat een emphasis of matterparagraaf bij de accountantsverklaring van een private equity-partij zeer aan te bevelen is.


Maart 2008

Verordening gedragscode

Zelden gaf een nieuwe verordening zoveel tumult als de Verordening Gedragscode eind 2006. En wellicht zal deze in de komende jaren nog meer voer voor scripties vormen. In deze scriptie wordt bekeken, aan de hand van een aantal cases, in hoeverre accountants bedreigingen van hun professioneel en ethisch handelen kunnen identificeren. Denise Marinus kijkt naar nut en noodzaak van een gedragscode voor accountants, gekoppeld met de vraag in hoeverre het professional judgment van accountants door een gedragscode positief wordt beïnvloedt. Geconcludeerd wordt onder andere dat wel of geen kennis hebben van de gedragscode geen invloed heeft op het herkennen van ethische dilemma's in de cases. Vervolgens wordt aanbevolen om meer aandacht te geven aan de implementatie van de gedragscode.

  • Denise Marinus, Verordening Gedragscode: Een onderzoek naar de rol en toepassing van de Verordening Gedragscode.

Andere recente scripties

  • Eric van Wingerden, IFRS 2: Share-based payment: Het einde van aandelen- en optieregelingen?

Februari 2008

Tabak van Tabaksblat?

Waarschijnlijk nog vele jaren een actueel onderwerp, het nagaan van de kwaliteit van de verantwoordingsinformatie op basis van de code Tabaksblat in de financiële verslagen van beursgenoteerde bedrijven (AEX, AMX AScX en enkele buitenlandse fondsen) in 2005 ten opzichte van 2004. Wijnhoud bekijkt de naleving van diverse best practices en vergelijkt ook vennootschappen met of zonder buitenlandse noteringen met elkaar. Overall is de conclusie echter dat de kwaliteit in 2005 niet verbeterd is ten opzichte van 2004.

  • M.J. Wijnhoud, Corporate Governance Code van de commissie Tabaksblat: tabak van Tabaksblat? Een inventarisatie van de opvolging van de code in de financiële verslagen over het boekjaar 2004 en 2005 en op de website.

Andere recente scripties

  • C. Segers, Information overload. Een onderzoek naar de informatiebehoefte van de Nederlandse institutionele belegger in een mondiaal vergelijkend 'warenonderzoek'?
  • P.J. Verheij, Het begint met begroten. Transparantie over de prestaties van de lokale overheid.

Januari 2008

Vastgoed en verslaggeving

Altijd al een fascinerende sector maar sinds de vastgoedfraude weer extra actueel: vastgoed. Oscar van Veen onderzocht in deze scriptie de gevolgen van de in 2003 ingevoerde richtlijn RJ 213, over externe verslaggeving bij vastgoedbeleggingen. Deze geeft voor de waardering de voorkeur aan reële waarde boven de aloude historische kosten. Hetgeen het risico van sturing en manipulatie vergroot. Die risico's brengt Van Veen in beeld. Een van zijn aanbevelingen betreft een aan de nieuwe situatie aangepaste accountantsverklaring 'nieuwe stijl'.

  • Oscar van Veen, Fair Value Fair? Onderzoek naar gemaakte keuzen terzake van waardering, verwerking en presentatie & toelichting bij vastgoedbeleggingen.

Andere recente scripties

  • Marianne Zaadstra, Blauw verslagen. Een theoretisch en praktisch onderzoek naar de financiële jaarverslaggeving van de Nederlandse politiekorpsen.
  • S.J.G. Caris en J.E.C. van Arkel, Van kwaliteitsbeleid naar kwaliteitsbeheersing; onderzoek naar een praktische implementatie voor accountantsorganisaties binnen het MKB.
  • Jan-Kees Janse, Nieuwe verslaggevingsregels voor gemeenten; effectiviteit van de verslaggevingsregels en inzicht voor gebruikers.
  • M. Slot, Winststuring beloond? Empirisch onderzoek naar de invloed van bestuurdersbeloning op winststuring bij Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen.