01 maart 2010 - De Belastingdienst mag bij verzwegen banktegoeden over maximaal twaalf jaar navorderingsaanslagen en fiscale boetes opleggen. Maar de Inspecteur mag er niet langer mee wachten dan noodzakelijk is.
Dat heeft de Hoge Raad afgelopen vrijdag 26 februari 2010 bepaald. Met deze uitspraak heeft de hoogste belastingrechter de koers uitgezet voor vele slepende rechtszaken, die nu kunnen worden beslecht.
In het arrest past de Hoge Raad de uitspraak toe die het Europese Hof van Justitie in Luxemburg vorig jaar op zijn verzoek deed. Volgens het Hof kunnen bij verzwegen inkomsten in het buitenland over maximaal twaalf jaar belasting worden geheven en boetes worden opgelegd. Normaalgesproken heeft de Inspecteur hiervoor vijf jaar.
De belastingplichtige die de dans wil ontspringen wegens overschrijding van de navorderingstermijn moet dit de Inspecteur wel met zoveel woorden onder de neus wrijven. Omdat de belastingplichtige dat in één van de procedures had nagelaten, heeft de Hoge Raad de belastingdienst daarin toch gelijk gegeven.
In de nasleep van de andere procedure, waarover de Hoge Raad zich vrijdag ineens uitsprak, moet de rechtbank Breda nu nagaan of de belastingdienst voortvarend genoeg is geweest nadat zij aanwijzingen kreeg over het verzwegen tegoed.
De termijn waarbinnen het Openbaar Ministerie belastingontduiking strafrechtelijk moet vervolgen is in Nederland twaalf jaar. Daarna is het delict verjaard.
Toevallig heeft het Grondwettelijk Hof in België donderdag 25 februari 2010 gezegd dat die verjaringstermijn in België onbeperkt is. Het proces over de 'grootste btw-fraude van de eeuw' kan daarom gewoon doorgaan.
Reacties (0) | Reageer
Zie ook