DRV in gelijk gesteld in zaak btw-tarief Kustmarathon
woensdag 9 november 2011 |
0 reacties
Na de rechtbank in Breda heeft ook het gerechtshof in 's-Hertogenbosch de Kustmarathon Zeeland in het gelijk gesteld: op de inschrijfgelden is het verlaagde btw-tarief van toepassing. Deze uitspraak biedt ruimte aan veel sportevenementen in de openlucht om ook het lagere tarief te hanteren, aldus DRV Accountants en Belastingadviseurs.
Het kantoor vertegenwoordigde in beide rechtszaken de organisator van de Kustmarathon, Stichting Marathon Zeeland.
Op het gelegenheid geven tot sportbeoefening is normaal gesproken het verlaagde btw-tarief van toepassing. De Hoge Raad heeft in 2007 in het wandelvierdaagse-arrest geoordeeld dat hiervoor vanuit Europese wetgeving een sportaccommodatie is vereist, maar dat het voldoende afgezette parkoers van de wandelvierdaagse als een sportaccommodatie kan worden aangemerkt.
In 2009 gaf de Belastingdienst aan van mening te zijn dat op de inschrijfgelden voor de Kustmarathon niet het 6%-tarief maar het 19%-tarief van toepassing was. Er werd een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd.
Het daartegen door DRV ingediende bezwaarschrift werd afgewezen. De motivatie van de belastingdienst daarvoor was dat het parkoers van de Kustmarathon niet voldoende was afgezet om te kunnen spreken van een sportaccommodatie. Het wandelvierdaagse-arrest zou zo moeten worden gelezen dat het parkoers van de wandelvierdaagse volledig was afgezet, ondanks dat algemeen bekend is dat dit niet het geval is, of sterker nog: kan zijn.
DRV stelde bezwaar in tegen de uitspraak. Net zoals in de bezwaarfase werden diverse kopieën van vergunningen verstrekt, waaruit blijkt dat voor de Kustmarathon het parkoers deels moet worden afgezet en dat door gebruik van vele verkeersregelaars niet-deelnemers zoveel mogelijk (moeten) worden geweerd van het parkoers.
In haar uitspraak van 16 maart 2011 oordeelde de Rechtbank Breda dat het parkoers van de Kustmarathon, net zoals dat van de wandelvierdaagse, kan worden aangemerkt als een sportaccommodatie dat voor de duur van het evenement is gereserveerd voor de sportbeoefening.
De Belastingdienst was het hier niet mee eens en ging in hoger beroep. Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft nu in haar uitspraak van 4 november 2011 (nr. 11/00397; nog niet gepubliceerd) de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris van Financiën kan binnen zes weken nog beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad.
Uit de vergunningen en uit de praktijk blijkt dat delen van het parkoers mogen/moeten worden afgezet en dat de vele verkeersregelaars er voor mogen/moeten zorgen dat de deelnemers ongestoord gebruik kunnen maken van het parkoers. Het parkoers is voor de duur van het evenement gereserveerd voor de sportbeoefening. Hier doet niet aan af dat met name het strandgedeelte niet is afgezet. De inschrijfgelden voor de Kustmarathon zijn dan ook terecht belast tegen het verlaagde btw-tarief van 6%.
De uitspraak van Gerechtshof 's-Hertogenbosch kan van belang zijn voor alle sportevenementen in de openlucht, aldus DRV. "Denk daarbij aan wandel- of fietsevenementen die vergunningen hebben verkregen en gebruik kunnen maken van verkeersregelaars. Zij hebben tot nu toe vaak onder druk van de belastingdienst besloten om over de inschrijfgelden 19% btw af te dragen."
Reacties (0) | Reageer