EU-hof eist souplesse fiscus bij exitheffing (FD)
woensdag 30 november 2011 |
0 reacties
Het wordt voor bedrijven gemakkelijker om activiteiten naar een ander EU-land te verhuizen.Tot nu toe werden zij in hun actieradius belemmerd door de fiscale exitheffing.
Taco Mulder
Amsterdam
Vaak hebben bedrijven onvoldoende liquide middelen om deze belastingaanslag stante pede te voldoen. Dat betekent dat geld moet worden geleend of dat eenverhuizing wordt afgeblazen.
Het Europees Hof van Justitie in Luxemburg heeft gisteren geoordeeld dat lidstaten te ver gaan bij het onmiddellijk invorderen van deze belasting over de latente meerwaarde in het vermogen van een vennootschap. Bedrijven moeten van het hof de keuze krijgen om ook op een later moment af te rekenen met de fiscus.
Met de exitheffing is vaak een fors bedrag gemoeid. Zo wordt in Nederland een winstbelasting van 25% geheven over het verschil tussen de boekwaarde en de waarde in het economisch verkeer van de betrokken activa.
De zaak bij het Europees Hof was aangespannen door een Nederlands bedrijf, National Grid Indus, dat naar het Verenigd Koninkrijk verhuisde en in Nederland belasting moest betalen over de waardestijging van een lening aan een Britse dochter. Het ging destijds om een stille reserve van ƒ 20 mln.Volgens het bedrijf was de onmiddellijke invordering in strijd met de vrijheid van vestiging volgenshet EU-verdrag.
Het arrest past in de lijn van eerdere uitspraken over exitheffingen en is evenwichtig, aldus Peter Kavelaars, hoogleraar in Rotterdam en hoofd wetenschappelijk bureau van Deloitte. Het arrest zal volgens hem de reorganisatie van activiteiten vergemakkelijken.
Fiscus mag wel bankgarantie vragen
Ook sluit het arrest aan bij arresten van de Nederlandse Hoge Raad, die instemt met een exitheffing mits er een faciliteit is waardoor bedrijven uitstel van invordering kunnen krijgen. Volgens Dick van Sprundel, fiscalist bij Ernst & Young, is het wel opmerkelijk dat het hof toestaat dat lidstaten een bankgarantie vragen in het geval dat een bedrijf kiest voor betaling op een later tijdstip. 'Bij twee eerdere arresten van het hof was daar juist geen sprake van.'
Ook stelt het hoogste rechtscollege in de EU dat lidstaten bij uitgestelde betaling geen rekening hoeven te houden met waardevermindering of waardevermeerdering van stille reserves. 'Dat stond het hof in de eerdere arresten juist wel toe', aldus Van Sprundel.
Het ministerie van Financiën beraadt zich over de aanpassingen die het Europees Hof nu verlangt. De gedachten gaan uit naar een regeling waarbij bedrijven uitstel van onmiddellijke invordering kunnen inroepen. Wel zal de fiscus vermoedelijk een bankgarantie eisen, zo meldt een woordvoerder van de Belastingdienst.
Kavelaars en Van Sprundel verwachten dat Financiën snel met een besluit of een wetsaanpassing komt waarin de nieuwe regeling is uitgewerkt. Beiden gaan ervan uit dat de aanpassing met terugwerkende kracht tot gisteren zal worden ingevoerd. 'Wanneer geen sprake is van terugwerkende kracht heeft de fiscus toch een probleem met een bedrijf dat vandaag zou besluiten om te verkassen naar een andere lidstaat. De aanslag kan wel worden opgelegd, maar de invordering kan niet onmiddellijk worden afgedwongen', aldus de twee fiscalisten.
Het ministerie van Financiën is nog niet overtuigd van de noodzaak om de wet op dit punt aan te passen. 'Wellicht volstaat de bestaande wetgeving', aldus de woordvoerder.
Exitheffing
Hof stemt in
Het EU-hof erkent dat een exitheffing voor bedrijven die naar het buitenland verhuizen, in beginsel een verboden beperking van de vrijheid van vestiging is. Want een bedrijf dat binnen Nederland verhuist, betaalt geen belasting over de waardestijging van de activa, terwijl dat wel zo is bij verhuizing naar Aken.
Maar het verdelen van de heffingsbevoegdheid tussen lidstaten is legitiem.
Reacties (0) | Reageer