'de Accountant'
Home > Nieuws
print deze pagina    

Praktijk forensisch accountant in gevaar (FD)

25 februari 2010 - Cees van Bavel en Diederik van Omme, advocaten bij Van Bavel Advocaten, gaan in het Financieele Dagblad in op de mogelijke gevolgen van een brief van (voormalig) minister van Financiën Bos over de Wwft-meldingsplicht voor forensisch accountants, recherchebureaus en advocaten. Door het standpunt dat in de brief wordt ingenomen "zou de animo bij bedrijven om mogelijke misstanden uit het verleden te onderzoeken wel eens drastisch kunnen afnemen".

Cees van Bavel en Diederik van Omme

Half januari publiceerde Bureau Financieel Toezicht een brief van de minister van Financiën waaruit blijkt dat meldingsplicht voor ongebruikelijke transacties bij bedrijven in gevallen van witwassen en financieren van terrorisme niet alleen geldt voor forensisch accountants, maar ook voor recherchebureaus en advocaten. Hierdoor zou de animo bij bedrijven om mogelijke misstanden uit het verleden te onderzoeken wel eens drastisch kunnen afnemen.

Wanneer een bedrijf constateert dat er intern fraude is gepleegd, kan zij nu kiezen hiervan geen aangifte te doen, uit vrees voor reputatieschade of vanwege het feit dat de zaak inmiddels al op bevredigende wijze is afgehandeld. Als een door de onderneming ingeschakelde forensisch accountant echter een meldplicht heeft, bestaat de kans dat de zaak toch bij het opsporingsapparaat bekend wordt. Dat zou wel eens het einde kunnen betekenen van de interne onderzoekspraktijk voor accountants en recherchebureaus.

Voor raadslieden echter die bezig zijn met het bepalen van de rechtspositie van de cliënt zullen de opmerkingen van de minister geen gevolgen hebben. De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) kent namelijk voor dergelijke werkzaamheden een uitzondering op de meldingsplicht (art. 1 lid 2 Wwft). Hiervan is sprake als een advocaat mogelijk strafbare feiten van een cliënt in het verleden onderzoekt, al dan niet in het kader van een groots opgezet intern onderzoek. De opmerkingen van de minister kunnen deze wettelijke uitzondering in ieder geval niet opzijzetten.

Een ander bezwaar tegen de opmerkingen van de minister is dat in de Wwft nergens een definitie is opgenomen van de werkzaamheden van een forensisch accountant, zodat er niet met enige zekerheid een uitspraak te doen is wanneer er sprake is van een daaraan gelijk te stellen dienst. Is het onderzoeken van een aantal dossiers van een klant ten einde te bepalen of er sprake is van een fiscale fraude of het bekijken van gemaakte camerabeelden al aan te merken als werkzaamheden van een forensisch accountant?

Verder kan het uiteraard niet zo zijn dat voor activiteiten die advocaten al eeuwen uitvoeren straks een meldingsplicht geldt, alleen maar omdat accountants deze taken tegenwoordig ook mogen uitvoeren, zoals de minister lijkt te betogen. Ter vergelijking: moeten we het verschoningsrecht van chirurgen maar afschaffen omdat slagers ook kunnen snijden?

Forensisch accountants en recherchebureaus kunnen naar onze mening wel vrijgesteld zijn van de meldplicht als zij in opdracht van een advocaat werkzaamheden verrichten voor het bepalen van de rechtspositie van een cliënt. Beide beroepsgroepen zouden dan vrijstelling van meldplicht hebben op grond van een van de advocaat afgeleid verschoningsrecht.

Uit commercieel oogpunt betreuren we het dan ook niet als de opmerkingen van de minister door de tucht- of strafrechter gevolgd zullen gaan worden, nu dit mogelijk tot gevolg heeft dat een opdracht tot het doen van een intern onderzoek straks alleen nog aan advocaten wordt gegeven die daarbij mogelijk andere disciplines kunnen inschakelen.

Cees van Bavel en Diederik van Omme zijn advocaten bij Van Bavel Advocaten te Amsterdam.

Copyright (c) Het Financieele Dagblad, 2010. www.fd.nl

Reacties (0) | Reageer


Reacties


Laat een reactie achter