Taks bij emigratie bedrijf betwist (FD)
26 juli 2010 - Het Europees Hof van Justitie in Luxemburg neemt de belasting onder de loep die Nederland heft wanneer een bedrijf verhuist naar een andere EU-lidstaat. De belastingkamer van het gerechtshof Amsterdam heeft daarom gevraagd in een rechtszaak over deze zogeheten exitheffing.
Gerechtshof Amsterdam stelt vragen aan EU-hof over omstreden exitheffing door Nederlandse fiscus
Taco Mulder
De onderneming waar het om draait, was in beroep gegaan tegen het besluit van de Belastingdienst om een ongerealiseerde valutawinst van het bedrijf, dat naar Engeland verkaste, te belasten. De fiscus had van de rechtbank in Haarlem al eerder gelijk gekregen, waarna de onderneming in beroep ging bij het hof in Amsterdam. Dat oordeelt dat de onderneming ten onrechte heeft geprobeerd de wet te ontduiken door het valutaresultaat buiten de Nederlandse heffing te houden.
Tegelijkertijd wil het hof echter duidelijkheid over de vraag of een dergelijke exitheffing hoe dan ook is toegestaan onder het Europese recht van vrije vestiging. Bij verhuizing binnen een lidstaat wordt namelijk geen belasting geheven over het verschil tussen de waarde in het economisch verkeer van een bedrijf en de boekwaarde. De heffing bemoeilijkt de vrije vestiging van bedrijven binnen de EU doordat bedrijven bij het overschrijden van de landsgrens zonder pardon moeten afrekenen met de fiscus.
De kwestie is de Europese Commissie een doorn in het oog. Maart dit jaar heeft Brussel een inbreukprocedure gestart en Nederland, België en Denemarken officieel verzocht de heffing te staken.
Fiscalist Arjo van Eijsden van belastingadvieskantoor Ernst & Young heeft begrip voor de actie van de Commissie. ‘Niemand betwist dat landen over de waardevermeerdering van een onderneming belasting mogen heffen. De pijn zit 'm in de abruptheid waarmee de fiscus dat doet. Het is onmiddellijk afrekenen, ook als bedrijven niet over voldoende liquide middelen beschikken.' Hij zegt dat bedrijven om die reden regelmatig afzien van verhuizing.
Van Eijsden bepleit dat de exitheffing wordt vervangen door een conserverende aanslag zoals die nu al geldt voor particulieren die emigreren. Zolang een onderneming haar activiteiten voortzet, houdt de fiscus een claim op de waardevermeerdering die is gecreëerd in het land van oorsprong. Pas wanneer activa worden verkocht of de onderneming wordt gestaakt, is afrekening met de fiscus aan de orde.
De Nederlandse exitheffing is de eerste zaak waarover het Luxemburgse hof zich buigt. Van Eijsden: ‘Ik ben nieuwsgierig of het hof de exitheffing simpelweg verbiedt of dat het met het advies komt om een conserverende heffing met allerlei voorwaarden te introduceren. In het eerste geval heeft dat grote consequenties voor de schatkist en zal er snel reparatiewetgeving komen. In het tweede geval neemt het hof eigenlijk de positie in van medewetgever, en dat is nogal ongebruikelijk.'
Exitheffing
Onder vuur
Het gerechtshof Amsterdam heeft zogeheten prejudiciële vragen gesteld aan het Europees Hof van Justitie over de rechtmatigheid van de belasting, die de Nederlandse fiscus heft bij emigratie van bedrijven. Tot dusver moeten bedrijven bij verhuizing binnen de EU 25,5% winstbelasting over de stille reserves betalen. Dat zou volgens experts in strijd zijn met het recht op vrije vestiging.
Copyright (c) Het Financieele Dagblad, 2010. www.fd.nl
Reacties (0) | Reageer