Ruud Vergoossen: 'Tijd van gaan is voor de RJ gekomen'

donderdag 19 november 2009 | 1 reacties

De Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) verliest aan geloofwaardigheid en ondergraaft zijn eigen bestaansrecht door een zwalkend beleid, onduidelijkheden in zijn richtlijnen en het niet adequaat inspringen op vragen vanuit het accountantsberoep. Daarnaast staat het toepassingsgebied van de richtlijnen door externe ontwikkelingen steeds meer onder druk. Tijd om er mee op te houden, schrijft Ruud Vergoossen in het vaktijdschrift MAB.

In zijn column in het novembernummer van MAB noemt Vergoossen, directeur Vaktechniek bij BDO CampsObers en hoogleraar externe verslaggeving aan Nyenrode en Universiteit Maastricht, als voorbeeld van 'zwalkend beleid' de ommezwaai die de RJ in korte tijd maakte rond de regelgeving over de verwerking van pensioenen in de jaarrekening.

Op dit moment lopen daardoor op dit gebied bovendien diverse verslaggevingsmogelijkheden door elkaar. "Het lijkt wel of alles mogelijk is!", aldus Vergoossen. "Hebben we daar een RJ voor nodig? Ik vind het op zijn minst lastig uit te leggen."

Verder laat de RJ volgens hem ook "steken vallen" door "niet adequaat te reageren op signalen vanuit het accountantsberoep". Als voorbeeld noemt hij onder meer dat de RJ het verzoek van het NIVRA om een "nadere invulling van of aanvulling op een nieuwe wettelijke bepaling inzake de informatieverschaffing over accountantkosten in de jaarrekening" naast zich neer heeft gelegd.

"De RJ lijkt mij bij uitstek het orgaan om in zo'n geval zijn mening te geven", aldus Vergoossen. "Een half jaar later heeft de RJ slechts een brief gestuurd aan de minister van Justitie met het verzoek de wet aan te passen. Daar is de verslaggevingspraktijk evenwel nog niet mee geholpen." In plaats van de RJ heeft het NIVRA toen zelf maar in de vorm van een NIVRA-wijzer aangegeven hoe de accountantshonoraria het beste in de jaarrekening kunnen worden vermeld, vervolgt Vergoossen. Hij vindt het echter "niet gewenst" dat accountants zelf regels formuleren waarvan zij de naleving zelf moeten controleren.

Als derde argument noemt de hoogleraar het snel afnemende toepassingsgebied van de RJ-richtlijnen. In 2005 verloor de RJ zijn 'kroonjuweel', de verslaggeving door beursgenoteerde ondernemingen, door de invoering van IFRS. In 2007 kwamen daar de kleine rechtspersonen bij, die nu mogen uitgaan van de fiscale grondslagen van winst- en vermogensbepaling. "Wat is nog het nut van de RJk-bundel voor kleine rechtspersonen?", vraagt Vergoossen zich af.

Afgelopen zomer volgde ook nog de publicatie van de IFRS SME, die voor de resterende groep ondernemingen "een goed alternatief" zijn.

Tot slot merkt Vergoossen op dat bij de RJ-richtlijnen voor andere organisaties dan ondernemingen niet altijd sprake lijkt van een "consistent draagvlak". Zo heeft onderwijsminister Plasterk de richtlijnen van de RJ overruled door toe te staan dat er geen voorziening hoeft te worden getroffen voor de zogenaamde BAPO-regeling (Bevordering Arbeids-Participatie Ouderen), terwijl dat volgens de RJ wel zou moeten.

Dit alles overziende, stelt Vergoossen de retorische vraag: "Waar schrijft de RJ zijn richtlijnen nog voor?"

"Discussies over de status en het bestaansrecht van de RJ zijn er al zolang hij bestaat. Ik deed dat zelf nog in 2003 in de column van het januari/februari-nummer. Toen was het voor mij nog een vraag: ‘Raad voor de Jaarverslaggeving: is de tijd van gaan gekomen?' Nu is het voor mij een weet: ‘Raad voor de Jaarverslaggeving: de tijd van gaan is gekomen!'"



  • Reageer
  • Print
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Delen

Reacties (1) | Reageer


Reacties

Geplaatst door Cardi van Capelle - 20-11-2009 14:31:14

De retorische vraag van Vergoossen vraagt toch om beantwoording. Waar schrijven wij onze Richtlijnen voor? Alle kleine rechtspersonen passen toch fiscale waarderingsgrondslag toe? En de middelgrote en grote ondernemingen IFRS for SME? En de beursgenoteerde ondernemingen full IFRS?
Als dat het geval zou zijn, heeft Vergoossen een punt en zou de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) moeten ophouden met het maken van Richtlijnen.
Maar zover is het nog lang niet….

De fiscale waarderingsgrondslag wordt niet veel gebruikt door kleine rechtspersonen. De oorzaak hiervan is nog niet bekend. Wellicht vinden ze het niet fijn dat door de fiscale grondslag het eigen vermogen daalt, waardoor er minder dividend kan worden uitgekeerd. Ook daalt de solvabiliteit en daarmee de creditrating van de onderneming. Inmiddels zijn er ook diverse verslaggevingsproblemen geconstateerd met de fiscale grondslag (zie hiervoor mijn artikel in de accountant ‘fiscale grondslag verklaard’). Verder heeft de fiscale waarderingsgrondslag niets te maken met presentatie- en toelichtingsaspecten, voor deze zaken zou men kunnen teruggrijpen op de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving. Zelfs als er wel massaal gebruik wordt gemaakt van de fiscale waardering, dan nog ligt er een rol voor de RJ op presentatie- en toelichtingsgebied en wellicht ook om de geconstateerde verslaggevingsissues op te lossen.

IFRS for SME’s is een goed leesbare standard geworden. Het is op dit moment eenvoudiger dan full IFRS en vereist gelukkig veel minder toelichtingen. In veel opzichten vergelijkbaar met de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving. Het is echter de vraag of dit zo blijft. IFRS for SME’s kan op termijn meer richting full IFRS gaan. Niemand kan het beleid van de IASB beïnvloeden. Binnen de RJ worden uitsluitend beslissingen genomen als iedereen het met elkaar eens is. De gebruikers, opstellers en controleurs van jaarrekening moeten overeenstemming bereiken. Bij de IASB telt alleen de meerderheid. Verder is het vooralsnog onduidelijk of IFRS for SME’s überhaupt in Europa toegepast mag worden. De Europese Commissie heeft hiervoor recentelijk een consultatiedocument opgesteld en verspreid onder de lidstaten. De RJ is van plan te reageren op dit document en zal hierover begin maart 2010 een rondetafel discussiebijeenkomst houden om zo de mening onder verslaggevend Nederland te peilen. Vergoossen is natuurlijk van harte welkom.

Beursgenoteerde ondernemingen moeten EU-IFRS toepassen in hun geconsolideerde jaarrekening. Daarbovenop moeten zij ook nog voldoen aan een aantal bepalingen van de Nederlandse wet, bijvoorbeeld aan die van het jaarverslag. De Richtlijnen voor de jaarverslaggeving geven weer nadere invulling aan die wettelijke bepalingen. Zelfs als je IFRS toepast, ben je dus nog niet van de Richtlijnen af. Ook maken veel beursgenoteerde ondernemingen nog steeds gebruik van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving in hun enkelvoudige jaarrekening.

Er zal een tijd komen dat er niet langer behoefte bestaat aan de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving. De RJ kan dan een andere rol gaan vervullen en zich bijvoorbeeld uitsluitend richten op het becommentariëren van IASB stukken. Die tijd van gaan zal komen. Maar nu nog niet.


Reageer op dit artikel


 










NBA Opleidingen

Aandeelhoudersconflicten

13 juni in Nieuwegein

Mastercourse publieke sector NBA Opleidingen

27, 28 en 29 juni in Den Haag

Mastercourse voor financieel managers

27, 28 en 29 juni in Garderen




Vacatures





Autec-VLT Automotive Equipment zoekt een Financial Manager / Controller in Montfoort

CBRE Global Investors zoekt een Fund Accountant in Schiphol

Alterim zoekt een Corporate Accountant in Regio Gorichem

Hogeschool Rotterdam zoekt een Coördinator Grootboek in Rotterdam

SABIC Europe zoekt een Junior Accountant (Site) at SABIC Europe in Bergen op Zoom