'Verzaken deponeringsplicht aanleiding voor aansprakelijkheid bij faillissement'
woensdag 7 april 2010 |
2 reacties
Ondernemers die hun jaarstukken niet deponeren bij de Kamer van Koophandel, lopen een groot risico om persoonlijk aansprakelijk te worden gesteld bij een faillissement van hun onderneming. De wet biedt deze mogelijkheid expliciet. Curatoren maken er grif gebruik van.
Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht bij Pellicaan Advocaten, wijst op dit ondernemersrisico. Zij speelt daarmee in op de recente aandacht voor de deponeringsplicht van kleine ondernemers. Sinds het Europees Parlement zich heeft uitgesproken voor het afschaffen van de deponeringsplicht voor micro-ondernemingen, laten diverse autoriteiten zich horen over deze nog bestaande verplichting.
Zolang de deponeringsplicht in de wet staat, kunnen de gevolgen ervan verstrekkend zijn voor ondernemers, waarschuwt Timmer. "Zodra een onderneming failliet gaat, kan de curator bestuurders heel gemakkelijk aansprakelijk stellen voor de financiële tekorten."
Dat staat in artikel 248, boek 2 Burgerlijk Wetboek, waarin wordt verwezen naar de artikelen 10 en 394 van het Burgerlijk Wetboek. Het eerste artikel gaat over de verplichting om een deugdelijke administratie te voeren, het tweede artikel verwijst naar de deponeringsplicht.
Timmer: "Heeft een ondernemer niet voldaan aan de bepalingen uit deze artikelen, dan wordt vermoed dat het faillissement het gevolg is van onbehoorlijke taakvervulling."
De betekenis van deze wetsartikelen is volgens Timmer dat een curator de mogelijkheid op een presenteerblaadje aangereikt krijgt, om financiële tekorten bij een faillissement te verhalen op de bestuurders van de failliete onderneming. "Dit staat expliciet in de wet. Er is ook heel veel jurisprudentie over."
Volgens Timmer komt het bij faillissementen vaak voor dat curatoren het bestuur van failliete ondernemingen aansprakelijk stellen wegens het niet deponeren van jaarstukken bij de Kamer van Koophandel. "Zolang ondernemers niet failliet gaan, is er natuurlijk weinig aan de hand. Maar gaan ze wel failliet, dan geldt een omgekeerde bewijslast."
"De bestuurder moet bewijzen dat de onbehoorlijke taakvervulling van het bestuur niet aan zijn nalatigheid is te wijten en dat hij voldoende maatregelen heeft genomen om het faillissement tegen te gaan. Het bewijs daarvan is moeilijk te leveren. Ga er maar van uit dat je in een juridische procedure al met één - nul achterstaat."
"Vreemd genoeg komt dit niet vaak ter sprake als het gaat over het deponeren van jaarstukken bij de Kamer van Koophandel. Veel vaker gaat het over de boete op grond van de Wet op de Economische Delicten die een onderneming kan krijgen bij het niet deponeren van jaarstukken. Maar dat is dus niet het ergste als zij de deponeringsplicht niet nakomen."
Reacties (2) | Reageer
Geplaatst door Ellen Timmer (Pellicaan) - 9-4-2010 10:41:19
Tja, de deponeringsplicht voor kapitaalvennootschappen is gewoon op een Europese richtlijn gebaseerd (zie http://europa.eu/legislation_summaries/internal_market/businesses/company_law/l26009_en.htm). Dat betekent dat alle Europese landen voor kapitaalvennootschappen deponeringsverplichtingen kennen. Op zijn hoogst zal er binnen dit Europese kader verschillend gebruik zijn gemaakt van vrijstellingen. En uiteraard zijn er plannen voor vrijstelling van micro-entiteiten, zie http://www.europa-nu.nl/id/vi4870cx8izk/richtlijn_inzake_vrijstelling
Geplaatst door Jules Lemoine - 9-4-2010 8:04:33
Gevolg van deze ontwikkeling is dan ook dat de Nederlandse ondernemer, vooral hij/zij die actief in Europa wil zijn, zich inmiddels af moet vragen of de Nederlandse B.V. nog wel de meest geschikte rechtsvorm is. De onderlinge verschillen tussen de Europese landen worden immers met de dag groter. Bij wijze van voorbeeld noem ik hierbij de Zwitserse GmbH die in het geheel geen deponeringsplicht kent. Ook het nieuwe Duitse fenomeen U.G. (met een euro als inleg) heeft grote voordelen onder meer omdat het feitelijk bestuur (Verwaltungsssitz) in het buitenland mag zitten.De UG dient uitsluitend te beschikken over een Satzungssitz in Duitsland.
Tevens dienen daarbij de fiscale aspecten in ogenschouw genomen te worden. Een studiecommissie heeft onlangs geadviseerd dat de trend van de laatste decennia om de grondslag te verbreden, in combinatie met een verlaging van de belastingtarieven in de
inkomstenbelasting (IB) en vennootschapsbelasting (Vpb), moet worden voortgezet. Een en ander impliceert nog meer (lokale) spelregels ter bepaling van de fiscale winst die elders in Europa onbekend zijn zoals de gebruikelijk-loonregeling, beperking van renteaftrek, beperking in de verliescompensatie enz. Kortom wanneer de wetgever doof en blind blijft voor veranderingsprocessen die grote invloed hebben op de doorbreking van de onderlinge solidariteit tussen Europese vennootschappen de Nederlandse BV veel aan glans zal verliezen.