Accountant toont juist wel lef, alleen de balans is zoek

vrijdag 5 juni 2009 | 2 reacties

In zijn weblog op deze site reageert Arnout van Kempen op mijn artikel in het Financieele Dagblad van 4 juni over de rol van de accountant bij continuïteitsonzekerheid. Die reactie is te meer van belang omdat het gevoelen dat hij in zijn bijdrage weergeeft, bij veel mensen leeft. Bovendien komt deze discussie regelmatig terug, zeker in de huidige tijd van economische onzekerheid. En de gebruiker van accountantsverklaring heeft recht op duidelijkheid.

Aan accountants die weglopen voor hun verantwoordelijkheid heeft - zoals Arnout van Kempen terecht stelt - niemand iets. Dat was nadrukkelijk niet de bedoeling van mijn FD-artikel. En dat ik meen dat de accountant geen garantie geeft, zoals Arnout suggereert, kan hij moeilijk uit mijn artikel lezen.

De accountant geeft een hoge garantie bij het getrouwe beeld in de jaarrekening. Een continuïteitsgarantie is echter wezenlijk iets anders. De accountant heeft immers, net als het bestuur van de onderneming, geen glazen bol ter beschikking.

In mijn FD-artikel beoog ik een kritische reactie te geven op de wijze waarop de (financiële) pers omgaat met situaties van ernstige continuïteitsonzekerheid. De bal daarvoor wordt in de berichtgeving primair bij de accountant gelegd. En daar wringt de schoen. Koppen in kranten en op websites in de trant van 'Accountant twijfelt aan continuïteit' wijzen onevenwichtig in de richting van de accountantsverklaring.

Daarop wijzen lijkt me niet direct weglopen van verantwoordelijkheid, evenmin het niet tonen van lef, zoals Arnout suggereert. In de betreffende situaties toont de accountant blijkbaar juist wel lef, getuige de wijze waarop aan zijn accountantsverklaring wordt gerefereerd. Door de formulering in zijn accountantsverklaring ontstaat namelijk vaak de indruk dat de accountant juist kritischer oordeelt over het continuïteitsvraagstuk dan het bestuur van de onderneming. Ik verwijs voor een uitgebreidere toelichting op dit probleem naar mijn artikel in AccountancyNieuws van vrijdag 29 mei 2009.

In essentie komt het erop neer dat evenwicht moet bestaan tussen de toelichting op de continuïteitsonzekerheid door het bestuur in de jaarrekening, en de toelichtende paragraaf van de accountant. En dat evenwicht is naar mijn mening in onbalans geraakt.

En als Arnout van Kempen tussen de regels door zegt dat een accountant die bij ernstige continuïteitsonzekerheid met oogkleppen rondloopt en geen eigen verantwoordelijkheid neemt, geen knip voor zijn neus waard is, heeft hij volledig gelijk.

Men mag uit mijn artikel zeker niet afleiden dat ik een andere mening ben toegedaan. De accountant geeft een hoge mate van 'garantie' bij het getrouwe beeld van de jaarrekening. Situaties van ernstige onzekerheid omtrent de continuïteit vormen een cruciaal onderdeel van dat getrouwe beeld.

Deze situaties vragen juist in de huidige economische situatie een nog proactievere en kritischer houding van de accountant. En met de toelichtende paragraaf bij de accountantsverklaring toont de accountant aan dat hij de garantie geeft dat de toelichting in de jaarrekening op de continuïteitsonzekerheid juist is, en benadrukt hij het belang van die toelichting.

Daar mag de accountant op worden aangesproken, als die toelichting niet adequaat is. Of als de accountant daarmee in zijn accountantsverklaring niet op de juiste wijze omgaat.

Anton Dieleman is directeur vaktechniek bij Mazars


  • Reageer
  • Print
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Delen

Reacties (2) | Reageer


Reacties

Geplaatst door Hans Hoekstra - 9-6-2009 15:11:34

Ik moet zeggen dat ik mij bij de mening van Arnout aan sluit.

Verder vind ik dat het NIVRA meer de gebruikers moet opzoeken om de discussie scherp en helder te krijgen. In het verleden heb ik een een werkgroep SBB van het NIVRA ook wel eens meegemaakt dat er meer wordt nagedacht over wat externe accountants niet kunnen in plaats van wel. En dat moet inderdaad veranderen.

Geplaatst door Arnout van Kempen - 8-6-2009 11:23:16

De boodschap die je over brengt wordt door veel bepaald, zelfs door de inhoud.

Ik heb de indruk dat accountants, gemiddeld genomen, wat veel aandacht hebben voor die inhoud, en wat weinig voor de boodschap die daadwerkelijk over wordt gebracht. De volksschrijver Gerard Reve zei ooit in een interview "schrijvers houden zo weinig rekening met de zwaartekracht. Het is niet zo moeilijk om een idee vanuit je hoofd naar het papier te krijgen. Maar voor de lezer is het wel moeilijk om een idee vanaf het papier omhoog te krijgen naar hun hoofd."

Wie een artikel plaatst met als titel "Verklaring van accountant biedt geen garanties voor de toekomst", en vervolgens zegt "En dat ik meen dat de accountant geen garantie geeft, zoals Arnout suggereert, kan hij moeilijk uit mijn artikel lezen.
", geeft zich onvoldoende rekenschap van de zwaartekracht.

Mijn commentaar had als titel "Verantwoordelijkheid nemen vergt lef", terwijl ik in mijn commentaar met geen letter in ga op het lef dat nodig is om verantwoordelijkheid te nemen. Anton Dieleman toont in bovenstaande reactie aan dat hij de titel gehanteerd heeft als richtingwijzer bij het lezen van mijn commentaar. Uit het veelvuldig gebruik van termen als "tussen de regels door" en "suggereert" blijkt het probleem waar Dieleman mee zit: hij voelt, mede door die titel, dondersgoed aan wat ik bedoel, maar hij kan nergens citeren, want ik zeg het niet letterlijk.

En dat is dus precies het effect dat ook Anton Dieleman bereikte met zijn artikel in het FD. Gaan we aan close reading doen, dan zegt hij niets verkeerd. Maar de boodschap die hij over brengt is er wel degelijk een om je zorgen over te maken. Mijn commentaar was kort samengevat precies dat: "Ik sta alleen weer eens met open mond te kijken naar de bereidheid van het accountantsberoep om zich te presenteren als een beroep dat zelf niet weet uit te leggen wat haar toegevoegde waarde is, maar erg goed is in uit te leggen waar ze niet op wenst te worden aangesproken. "

Dat het nuttig is aan accountancy-studenten, en aan een zeldzame accountant die het nog steeds niet weet, uit te leggen waar precies de grenzen aan de verantwoordelijkheid liggen, wil ik best geloven. Maar DAT doe je niet via een artikel in het FD. De keuze van het medium kan maar één ding betekenen, je wil met gebruikers van de jaarrekening en de accountantsverklaring communiceren. En de titel, en de geest van het artikel, doen precies het verkeerde: uitleggen waarvoor accountants niet verantwoordelijk zijn, in plaats van duidelijk maken wat de toegevoegde waarde van de accountantsverklaring is. Zeker gezien het feit dat de FD-redactie niet zo staat te springen om artikelen over accountants-onderwerpen, was dit dus een gemiste kans.

Waar komt die neiging om defensief en met de rug naar de gebruikers te reageren toch vandaan? Ik zag die houding extreem sterk in de woorden van de NIVRA-voorzitter na de Nordemann-lezing waarnaar ik al verwees. Maar ik zie die houding ook weer terug in een titel met de woorden "alleen de balans is zoek". Het is, wéér, het geluid van een beroepsgroep die zich in haar trots en eer gekrenkt voelt, die zich overvraagd en ondergewaardeerd voelt door "het maatschappelijk verkeer". En ik snap daar oprecht he-le-maal niets van.

Ik snap die houding niet van een individuele accountant als Anton Dieleman, die ik, voornamelijk vanaf een afstand overigens, ken als een vakman met gepaste trots voor zijn vak. Ik snap die houding niet vanuit Mazars, een kantoor met een ongeschonden blazoen, een felle en trotse communicatie op de arbeidsmarkt die wat mij betreft binnen de accountancy een toonbeeld is van helderheid en die prima in het FD had gepast. En ik snap die houding niet van het beroep als geheel. Ik constateer, met grote spijt, dat het beroep sinds 2003 nog nauwelijks een begin heeft gemaakt met het formuleren van een antwoord op Arthur Docters van Leeuwen.

Maar ik zal niet weglopen voor wat ik zelf ook ben: auditor, en dol op de inhoud. Daarom nog één inhoudelijk punt.

NV COS 570 stelt inderdaad, met Anton Dieleman, in toelichtende tekst: "De accountant kan geen toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden voorspellen die tot gevolg kunnen hebben dat een entiteit haar bedrijfsactiviteiten niet duurzaam kan voortzetten. Daarom kan het ontbreken van enige aanwijzing in de accountantsverklaring voor onzekerheid omtrent de duurzame voortzetting van de bedrijfsactiviteiten niet als een waarborg worden beschouwd dat de entiteit in continuïteit zal blijven voortbestaan.", kortom, geen glazen bol.

Maar zo makkelijk komt de accountant er niet van af. Natuurlijk mag van de accountant niet verwacht worden dat hij voorziet wat niet te voorzien is. Maar, en dit keer niet in toelichtende tekst, maar in vetgedrukte tekst, de NV COS 570 vereist wel degelijk van de accountant dat hij voorziet wat WEL valt te voorzien: "Bij verkrijgen van kennis over de entiteit dient de accountant vast te stellen of er gebeurtenissen of omstandigheden bestaan alsmede daarmee verband houdende bedrijfsrisico's die gerede twijfel kunnen doen ontstaan omtrent de mogelijkheid tot duurzame voortzetting van de bedrijfsactiviteiten door de entiteit.

De accountant dient gedurende de gehele controle alert te blijven op controle-informatie aangaande gebeurtenissen of omstandigheden alsmede daarmee verband houdende bedrijfsrisico's die gerede twijfel kunnen doen ontstaan omtrent de mogelijkheid tot duurzame voortzetting van de bedrijfsactiviteiten door de entiteit. Indien dergelijke gebeurtenissen of omstandigheden worden onderkend dient de accountant, in aanvulling op de werkzaamheden zoals beschreven in paragraaf 26 van deze Standaard, te beoordelen of deze zijn inschatting van het risico van een afwijking van materieel belang beïnvloeden."

En de accountant die beweert dat hij "slechts" aansluit bij wat de leiding van de organisatie doet, vergist zich pijnlijk. NV COS 570 accepteert geen passiviteit, maar stelt nadrukkelijk (en wederom vet gedrukt) "De accountant dient dezelfde periode te onderzoeken die het bestuur van de entiteit bij haar inschatting in het kader van de van toepassing zijnde grondslagen voor de financiële verslaggeving in acht heeft genomen. Indien de periode die door het bestuur van de entiteit in acht is genomen bij het inschatten van de mogelijkheid tot duurzame voortzetting van de bedrijfsactiviteiten minder dan twaalf maanden na de balansdatum beslaat, dient de accountant het bestuur van de entiteit te verzoeken haar inschattingsperiode tot twaalf maanden na balansdatum uit te breiden."

Kortom, je bent er niet met alleen beoordelen wat het bestuur van de entiteit bedacht heeft. Ten eerste dient de accountant zelfstandig, en los van het bestuur (NV COS 570.11-12), zich een oordeel te vormen over de continuïteitsveronderstelling, en ten tweede dient de accountant zonodig het bestuur aan te sporen een inschatting te maken die minimaal 12 maanden overziet (NV COS 570.18).

Wie onder dergelijke omstandigheden niet in ziet, of niet in wil zien, dat de accountant op grond van zijn eigen regelgeving wel degelijk de facto een uitspraak doet over de continuïteit van de onderneming voor de komende 12 maanden, zal best verrast worden door pers, advocaat en rechtbank, die daar anders over denken.

Het is als met een nieuwe radio. Als ik die in het water laat vallen, is er natuurlijk geen sprake van garantie. Maar als productiefouten niet gezien zijn, dan is degene die mij vertelde dat het een prima radio was, in casu de winkelier en niet de fabrikant, wel gehouden aan garantieverplichtingen. Zelfs als hij dat zelf uitsluit.


Reageer op dit artikel


 





Laatste reacties






Over de auteur


Archief