Big four franchisemodel blijft: iedereen tevreden
vrijdag 25 januari 2008 |
3 reacties
In den beginne waren de opinies en weblogs op Accountant.nl nog 'leuk'. Maar sinds de heren Jules Muis, Arnold Schilder, Peter Veerman en Ruud Dekkers deze site hebben ontdekt, verschijnen er complexe betogen over een ‘zwaar' onderwerp: de organisatie en wereldwijde kwaliteit van de grote accountantskantoren.
Maar hoe zwaar is deze discussie werkelijk? Wie zit er nu te wachten op het verrassende nieuws dat PricewaterhouseCoopers van mening is dat zij wereldwijd eenzelfde kwaliteitsstandaard hanteert? Is dat onverwachts en breaking news? Elke offerte opent met deze zin, al jaren. Niet alleen bij PwC, maar ook bij de andere grote kantoren.
Vreeman en Dekkers reageerden met hun stuk op professor Arnold Schilder. Die uitte kritiek op het gebrek aan transparantie van de grote kantoren. De lokroep van deze ex-PwC-partner heeft tot de voorspelbare reacties van PwC geleid. Namelijk moeizame pogingen om in verschillende media, waaronder deze site, de global firm-gedachte vast te houden.
Mijn mede-ex-Ernst & Young-collega Jules Muis heeft mijns inziens een fantastisch slot(?)betoog gehouden in de hevige discussie, die kort samengevat gaat over de vraag 'of de interne structuur van de grote internationale accountantskantoren rechtvaardigt dat ze opereren onder één mondiale merknaam, met alle wereldwijde kwaliteitsverwachtingen die dat met zich meebrengt'.
Muis geeft de heren van PwC, die Accountant.nl misbruiken voor een stukje PwC-propaganda, ervan langs. Het franchisemodel werkt niet, stelt Muis.
Klopt, afschaffen die mondiale naam. Wereldwijd dezelfde kwaliteitsstandaards? Onmogelijk, want het is wereldwijd een ratjetoe. Een Mexicaanse accountant met het levensmotto "talbes manana" ("wellicht morgen nog een keer proberen ...") is niet te vergelijken met de Starbucks-accountant uit Californië die, tijdens het achteroverslaan van gemiddeld zes liter koffie, tien checklisten van PwC heeft afgetekend, gebruikmakend van een driekleurenpen.
Iedereen die een tijdje in de wereld van de Grote Vier, Vijf of Zes (afhankelijk van de leeftijd) heeft rondgelopen, weet dit. Accountants die, zoals ik, wel eens een internationaal opdrachtje hier en daar hebben gecoördineerd, zijn vroeg ‘oud' geworden. Een drama, die fijne wereldwijde collega's. Maar om deze (wat mij betreft) 'open deur'-discussie nieuw leven in te blazen durf ik een nog interessantere stelling te poneren: "Deze discussie interesseert helemaal niemand".
Wat is namelijk het alternatief? De klanten van de big four maken gebruik van een goed, eenvoudig, glad georganiseerd netwerk van aaneengesloten Burger King-kantoren. Deze internationaal opererende klanten willen simpelweg een fastfood audit. Het maakt die klant echt helemaal niet uit dat die hamburgers wellicht in het ene land wat langer op de grill liggen dan in een ander land, of dat ze er in Kazachstan een extra laag tomaten tussen doen. Zolang het er als een hamburger uitziet en smaakt is het prima.
Op groepsniveau maken ze er een grote Whopper van, steunen ze op de briljante vaktechnische kennis van het centrale team om de 'grotere accounting issues' op groepsniveau te tackelen, en de lokale franchisers leveren input. Klant blij, lokale franchiser blij, werknemers blij.
Voelt de klant zich oncomfortabel? Ik denk het niet. Als hij denkt dat hij te veel betaalt, doet hij een rondje big drie (één op de reservebank houden voor non-audit) en stelt hij zichzelf gerust als blijkt dat hij niet te veel betaalt voor zijn fastfood audit.
De deelnemers aan deze discussie kunnen dus rustig gaan slapen, het komt allemaal goed in accountantsland: de klant is koning, en die is gelukkig.
En ook Jules Muis hoeft zich geen zorgen te maken over de bijdrage die hij in het verleden heeft geleverd (zie zijn slotalinea) aan de totstandkoming van de global firm branding. Deze miljardenbusiness staat als een huis, geen bestuurder die dit zal terugdraaien. Gebrek aan transparantie, wisselende kwaliteit, af en toe een nieuwe dienst hypen en er veel aan verdienen. It is all in the game.
Pieter de Kok
Reacties (3) | Reageer
Geplaatst door Jules Muis - 27-2-2008 17:10:07
jawel, jawel, jawel, je kunt het ene doen zonder het andere te laten. Convergentie van (inter)nationale regelgeving zal ongetwijfeld helpen de 'one name worldwide' praktijk verder draagkracht te geven. Maar dat laat onverlet dat er ook een eigen verantwoordelijkheid is te bezien of aan de basisvoorwaarden voor het hanteren van een wereldwijde naam is voldaan. En mijn antwoord daarop, na 15 jaar wachten, is neen, we zijn onszelf voorbijgelopen. Peter's Realpolitische analyse ligt waarschijnlijk het dichtst bij de werkelijkheid, maar dat betekent nog niet dat hij daarom goed, gewenst, of houdbaar is. Er zijn andere keuzen en ik heb die constructief maar onbeantwoord op tafel gelegd.
Geplaatst door Peter Veerman - 1-2-2008 16:37:01
Vervolg van de reactie: gebruiken worden de door het beroep, PwC en, voor zover ons bekend, de andere netwerken gedane grote inspanningen om dit soort zaken te verbeteren, miskend.
Wij begonnen met een pleidooi voor internationale convergentie van regelgeving en toezicht. Voor dit issue bestaat wel degelijk interesse, zoals ook weer bleek tijdens het recent in New York gehouden symposium GPPS IV. Daar werd door het openbare beroep over dit topic gediscussieerd met (vertegenwoordigers van) de nationale en internationale regulators, investors, verslagleggers en toezichthouders. Het punt van noodzakelijke convergentie van regelgeving en toezicht kwam ruimschoots aan de orde De noodzaak hiervan wordt door alle partijen gedeeld. Derhalve laat al het commentaar onverlet dat ons pleidooi voor convergentie van regelgeving en toezicht op het beroep wel degelijk relevant is.
Geplaatst door Peter Veerman - 1-2-2008 16:35:28
De discussie gaat inmiddels over geheel andere zaken dan oorspronkelijk het geval was. Toch nog een korte reactie ter afsluiting.
Er wordt een verwijt gemaakt dat wij de discussie misbruiken voor een stukje PwC-propaganda, blijkbaar omdat wij in een voorbeeld de naam van onze organisatie noemen. Reden dat te doen, is dat wij niet over andere netwerken dan ons eigen netwerk kunnen spreken. Het zou goed zijn, als een ieder alleen zou spreken op basis van een deugdelijke basis.
Als deze discussie daadwerkelijk niemand zou interesseren, waarom dan deelnemen aan de discussie? Merkwaardig, verspilling van tijd…. Maar, recente ervaringen met onze cliënten maken duidelijk dat zij, in tegenstelling tot hetgeen wordt beweerd, wel degelijk belang hechten aan de kwaliteit van het internationale netwerk, inclusief de kwaliteit van de audit en van de ingezette teams. De discussiegenoten hebben op dit punt in het verleden blijkbaar negatieve ervaringen opgedaan. Door deze ervaringen nu als basis voor de discussie te g