Fair value: geen eenvoudige puzzel

vrijdag 27 februari 2009 | 3 reacties

Sinds de kredietcrisis wordt er meer dan ooit gediscussieerd over fair value accounting. Allereerst moet hierbij worden aangetekend dat, anders dan velen schijnen te denken, het principe van de lower marker al sinds de eerste gecodificeerde accounting standards een centrale rol speelt. Dit is dus niet iets nieuws van de International Accounting Standards Board en haar internationale verslaggevingsregels IFRS.

Minister van Financiën Wouter Bos heeft opgemerkt dat fair value mede oorzaak is van de kredietcrisis. Dit is precies het omgekeerde van wat er werkelijk aan de hand is: de kredietcrisis is een probleem voor de fair values.

Financiële verslaggeving is altijd een spanningsveld geweest van meer doelstellingen en randvoorwaarden. De meest conceptueel aanvaardbare, realistische en vooral minst ambitieuze is naar mijn mening nog altijd die van Yuji Ijiri in Theory of Accounting Measurement uit 1975

De American Accounting Association vatte de kern van Ijiri's ideeën ooit aldus samen: "(Ijiri) concludes that accounting practice may best be interpreted in terms of accountability, which he defines as economic performance measurement that is not susceptible to manipulation by interested parties. Unequivocal and unambiguous measures are viewed as the sine qua non of accountability."

Misschien dat deze denkbeelden weer school gaan maken. Het bestuur moet rekening afleggen over wat het heeft ondernomen, niet over wat er rondom zoal is gebeurd. Historische kostprijs is daarbij de meest geëigende maatstaf.

In schril contrast daarmee staat de huidige fair value-opvatting. In deze visie is het bestuur in feite ingelijfd in het gilde der portfolio- en risk managers, compleet met benchmarkvergelijkingen om hun prestatie te meten.

Het maatschappelijke ongenoegen en onbegrip over waarderingen berust volgens mij op een wijd verbreide vooronderstelling dat er een objectief fenomeen ‘waarde' bestaat. In de echte wereld bestaat echter geen waarde. Er bestaat, als objectief fenomeen, alleen een prijs.

Als er wel zoiets als objectieve waarde zou bestaan, dan zouden we niet pagina's vol waarderingsgrondslagen nodig hebben bij de financiële verslaggeving. Plus waarderingmethoden die door (vaak gecompliceerde) wiskundige formules worden ondersteund, en die - dit terzijde - juist daardoor een aura van ‘waarheid' verkregen.

De oorzaak van de huidige financiële crisis is mijns inziens voor een fors deel terug te voeren op de investeringstheorie. De klassieke investeringstheorie is een stelsel van tautologiën die in wiskundige formules zijn vervat. De zwakke plek voor praktisch gebruik is dat de belangrijkste inputparameter voor een voorspelling - lees: waarde - de verwachting is.

Of omgekeerd, de (vooraf reeds bestaande) verwachting is de te voorspellen grootheid bij de voorspelling. Een klassiek geval van 'wat je er in stopt, komt er ook uit'.

Blijkbaar is de investeringstheorie ook bij minister Bos blijven hangen, aangezien hij - hoewel hij fair value-verslaggeving bekritiseert - met zijn kritiek en in verband met de recente ING-deal impliciet een nieuwe fair value-hiërarchie propageert. Namelijk eentje met bovenaan de verwachtingswaarde, en wel op basis van de gewogen inschatting van kansen en uitkomsten door de minister van Financiën zelf. Dus vóór enige marktwaarneming.

Een tweede probleem in de hele discussie over fair value is dat analisten de laatste decennia in sterk in aantal zijn gegroeid, aan invloed hebben gewonnen en te serieus worden genomen.

Analisten zijn doorgaans geschoold in de klassieke investeringstheorie. Zij doen wat ondoorgrondelijke kunstjes en geven dan een koop-, houd- of verkoopadvies, en soms zelfs een koersdoel.

Dit kan alleen maar klinkklare willekeur zijn. Maar dit is niet crux van het verhaal. De ware probleem ligt daarin, dat analisten met verlanglijstjes zijn gekomen welke informatie zij graag zouden willen vinden in financiële verslaggeving.

En raad eens wat daar uitkomt: zij willen onder andere fair value-informatie. Dat wil zeggen dat ze de resultante van hun eigen koersbespiegelingen, speculatieve discounted cash flow en andere wiskundige modellen in de jaarrekeningen willen terugvinden. Zodat ze daar weer hun analyses op kunnen loslaten, waarmee de cirkel gesloten is!

Al met al is het geen eenvoudige puzzel. Zeker nu met de IASB een ongrijpbare speler een belangrijke plaats heeft veroverd in het krachtenveld.

Alexander Vissers


  • Reageer
  • Print
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Delen

Reacties (3) | Reageer


Reacties

Geplaatst door jan weezenberg - 6-3-2009 10:02:15

Citaat Alexander Vissers
"Of omgekeerd, de (vooraf reeds bestaande) verwachting is de te voorspellen grootheid bij de voorspelling. Een klassiek geval van 'wat je er in stopt, komt er ook uit'.

Oo bij de beoordeling van ambachtelijke slagers was dit verschijnsel al bekend.
Zoals de kritische klant zei

"Wie een verwachting gelijk leverworst vertrouwt...
weet niet wat daar is ingedouwd !

Nog anders:
de wiskundige berekening van een verwachting is een formule met vijf duizend cijfers, gevolgd door vermeningvuldigng met een vraagteken.

Alle hulde voor Alexander Vissers, die -zoals het een goede accountant betaamt- objectief en deskundig opschrijft waar de schoen wringt.

Prettig week end
Jan Weezenberg





Geplaatst door Guido - 2-3-2009 10:07:16

Dat analisten onzin verkopen is het laatste jaar wel bewezen,
echter ze lopen elkaar meestal na waardoor de koers inderdaad zich conform de verwachting ontwikkeld en het allemaal opeens geen gokken meer lijkt.
Zonder verwachting is er geen enkele reden om een aandeel te kopen.

Geplaatst door M.Elschout - 28-2-2009 17:53:19

Gut, sehr Gut, dass Jemand es so klar und deutlich beschreibt!
Bravo!


Reageer op dit artikel


 





Laatste reacties






Over de auteur


Archief