Fusie NIVRA-NOvAA: naar een 2020-proof beroep

woensdag 14 oktober 2009 | 4 reacties

De afgelopen weken is mij regelmatig gevraagd wat ik vond van de voorgenomen fusie van NOvAA en NIVRA. Men had de kritische bijdrage van Marcel Pheijffer getiteld 'Geen  hagelslag maar klare wijn' al gelezen, met daarop een aantal reacties van zwaargewichten in de accountancybranche.

Namens de NIVRA heeft Berry Wammes zijn visie op de fusie weergegeven in twee commentaren: 'Fusie, waarom zouden we?' en 'Zeventien vragen, één antwoord'. Maar ook tijdens de live redactievergadering op de Accountancynieuwsdag waren er vragen in de zaal over de voorgenomen fusie.

Het onderwerp leeft, dat is mij duidelijk. Als ik een accountantskantoor bezoek, komt de fusie steevast op tafel. Maar ook in de wandelgangen wordt mij regelmatig gevraagd: 'Wat vind jij er nu van?'.

Wel, laat ik maar met de deur in huis vallen: Ik denk dat de fusie een aantal nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot het accountantsberoep in werking zet.

Ik denk ook dat een fusie onontkoombaar is. Als we het nu niet doen, dan vindt het wel op een later moment plaats, al dan niet afgedwongen door de politiek. Op sentimenten uit het verleden heb ik het ook niet zo begrepen en op veel gelegenheidsargumenten als ‘we zijn als NOvAA-accountant minder goed zichtbaar' of ‘de accountant in business heeft te veel macht' evenmin.

Ook de keuze van een vestigingsplaats vind ik weinig relevant. Dat soort zaken zijn all in the game, ze horen bij het proces. Net zo goed als een fusieproces weerstanden oproept en emoties losmaakt. Wie bereid is daaroverheen te stappen, beseft ook dat een fusie mogelijkheden opent een aantal zaken met voortvarendheid aan te pakken.

Daarbij moeten we niet de denkfout maken om al die zaken die aangepakt kunnen of moeten worden ook al te willen regelen in een fusiedocument. Het fusiedocument is geen dichtgetimmerd regeerakkoord, maar een logische laatste stap in een ontwikkeling die er toch al aan zat te komen. Het enige wat het fusiedocument dient te doen is het nieuwe bestuur daarbij ondersteunen door een professioneel bureau te mandateren het beroep '2020-proof' te maken.

Het beroep '2020-proof' maken lukt veel beter als er vanuit één beroepsorganisatie wordt gewerkt. Daarbij kan prima recht worden gedaan aan de diverse belangen die er binnen de beroepsgroep zijn.

Nu zullen er vast lezers zijn die zich afvragen wat die agenda voor 2020 dan is. Wel, laat ik een aantal onderwerpen noemen:

De opleiding. We steggelen er al jaren met elkaar over. Hoe richten we de accountantsopleiding in? Nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot IT vragen al jaren om een structurele aanpassing van de opleiding. Die aanpassingen zijn hard nodig, willen we in de auditmarkt überhaupt recht van spreken hebben. Maar ook op het terrein van adequate ondersteuning van de mkb-ondernemer is aanpassing van het onderwijs hard nodig, en ook de toenemende aandacht voor MVO en duurzaamheid zullen om nieuwe expertise van de accountant vragen. Nu proberen we dat allemaal in één opleiding te stoppen, met als gevolg dat we studenten opleiden die uiteindelijk onvoldoende zijn toegerust voor hun taak. Dat zal dus echt anders moeten.

Soorten accountants. Waarschijnlijk zijn er lezers die gruwelen bij het idee dat er straks meer soorten accountants zijn. Maar wie een beetje de ontwikkelingen volgt zal merken dat dit onontkoombaar is. De accountant die alles weet bestaat niet. Net zo min als de medicus die alles kan. We zullen dus accountants krijgen die zich gespecialiseerd hebben in het midden- en kleinbedrijf, fusie en overname, credit rating, audit, interne controle, interne financiën etc. Die diversiteit zorgt ervoor dat het beroep kleurrijker wordt en maatschappelijk aanvaardbaar blijft.

De regelgeving. Regelgeving is geworden tot een continu proces. Dat betekent dat er veel zaken moeten worden afgestemd tussen politiek, Europa, IFAC, beleidsmakers en bestuurders. Dat vraagt om veel interactie en slagvaardigheid.

De maatschappelijke relevantie. De vraag wat de accountant toevoegt, zal opnieuw moeten worden gedefinieerd. Digitalisering zorgt ervoor dat de accountant steeds minder bij het primaire proces is betrokken. Ontwikkelingen met betrekking tot semantiek en ICT zorgen er ook voor dat de auditfunctie steeds meer een automatisch proces wordt. We zullen moeten nadenken waar we waarde kunnen toevoegen in die sterk geautomatiseerde processen. Tegelijkertijd zal er een tendens ontstaan dat de maatschappij aan de accountant vraagt om zich uit te spreken over zaken als doelmatigheid en doeltreffendheid. We zullen met elkaar naar nieuwe ankerpunten moeten zoeken als het om dit soort zaken gaat.

Beïnvloeden maatschappelijke opinie. Als het accountantsberoep in één ding is geslaagd de afgelopen vijftig jaar, dan is dat wel in het stilzwijgen rondom maatschappelijke relevante thema's. Dat zal anders moeten. De beroepsorganisatie zal zich moeten uitspreken over zaken als beloningen, falende bestuurders, diversiteitsbeleid etc. Waarom? Omdat het beroep bestaat bij de gratie van het vertrouwen van het maatschappelijke verkeer. Communicatie met datzelfde maatschappelijke verkeer en het innemen van meetbare publieke standpunten horen daarbij. Doen we dat niet, dan kan het maatschappelijk verkeer ons niet narekenen en verliezen  we uiteindelijk ons primaat.

Wie bovenstaande agenda tot zich neemt beseft dat het voortgaan van NOvAA en NIVRA als zelfstandige beroepsorganisaties de slagvaardigheid niet ten goede komt. Alleen al de continue afstemming leidt al snel tot een stroperig proces, we blijven dan te veel met onszelf bezig. Met als gevolg dat we bij belangrijke politieke en maatschappelijke ontwikkelingen het nakijken hebben.

Kortom: de fusie is een onontkoombaar proces dat best een beetje pijn zal doen. En aanleiding zal geven tot weemoed. Natuurlijk dienen de beide besturen kritische vragen te beantwoorden, daar hebben de leden recht op. Maar laten we niet de fout maken om massaal tegen te stemmen. Die nee-stem zal zich uiteindelijk als een boemerang tegen ons keren.

Besef daarbij dat het fusieproces het beste kan worden bezien vanuit het perspectief van een zandloper. Nu komen een aantal zaken en processen weliswaar erg dicht bij elkaar en lijkt het allemaal wat gekunsteld. Wie echter verder kijkt zal ook zien dat er weer een hoop ruimte ontstaat voor nieuwe inzichten.

Jan Wietsma


  • Reageer
  • Print
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Delen

Reacties (4) | Reageer


Reacties

Geplaatst door Jan Wietsma - 19-10-2009 13:31:58

@Theo

Momenteel is het beroep uitermate inefficiënt georganiseerd. Twee beroepsorganisaties die dezelfde regelgeving hebben en zich met nagenoeg dezelfde zaken bezighouden. Daarbij continue zaken moeten afstemmen en dat is niet erg effectief en kostenverspillend. Door samen te gaan wordt dat aangepakt.

De nieuwe beroepsorganisatie zal zich mi ontwikkelen naar een echte netwerkorganisatie waarbij er inderdaad ruimte ontstaan voor verschillende soorten accountants. Daarbij zal er sprake zijn van overkoepelende regelgeving voor alle accountants (nieuwe wet op het accountantsberoep, de VGC) en van meer specifieke regelgeving voor de diverse soorten accountants. In het huidige systeem is dat niet te realiseren omdat NOvAA en NIVRA beiden en audit-accountants en MKB-accountants kennen. Die door de wetgever tot elkaar veroordeelt zijn. Het is dan beter om van de nood een deugd te maken waardoor meer slagvaardigheid ontstaat.

Geplaatst door Theo - 17-10-2009 22:02:22

Het blijft toch wel een bijzondere constatering, een pleidooi voor meerdere soorten accountants en tegelijkertijd voorstander van de fusie van 2 verschillende accountants soorten. Ik kan dir echt niet rijmen met elkaar.

Geplaatst door Jan Wietsma - 17-10-2009 17:56:17

Geachte heer Van Eunen,

Bedankt voor uw reactie. Ik kan uw redenering volgen en ik ben het helemaal eens met u dat de focus meer moet liggen op de pro-actieve accountant. Daarbij dient volgens mij niet alleen aandacht te zijn voor de fiscale kant van de zaak maar ook aandacht te zijn voor de strategische ondersteuning van de Micro-onderneming Dat gebeurt volgens mij veel te weinig.

Wat betreft de door u gewenste belangenbehartiging door de beroepsorganisatie. Die wens is te begrijpen, maar de wet laat daar nu eenmaal niet veel ruimte toe.

Belangenbehartiging dient via privaatrechterlijke instituties te gebeuren. Voor een deel pakt de SRA dit op. Maar wellicht is er ruimte voor een aparte belangenvereniging voor accountants die zich richt op de wensen van de micro-onderneming. Zo'n belangenvereniging zou ook een gezond tegenspel kunnen bieden aan het bestuur van de nieuwe beroepsorganisatie.

Persoonlijk denk ik namelijk dat het lastig is om enerzijds de belangen voor het maatschappelijk verkeer voor ogen te houden en anderzins de belangen van de leden te behartigen. Dat levert dubbele petten op en dat is niet gewenst. Daarnaast is een PBO per definitie geen entiteit waarbij inspraak van de leden groot is.

Overigens is het goed om te beseffen dat het de AA zelf is geweest die de politiek heeft gevraagd om geregeerd te mogen worden door een PBO. Wanneer menig AA daar achteraf moeite mee heeft doen die AA's er beter aan om het bestuur van de NOvAA te vragen terug te keren naar de privaatrechterlijke status. Of hier veel AA's voor zijn weet ik en persoonlijk zou ik het een slechte zaak vinden. Ik denk dat het AA-beroep in 2010 een volwassen beroep is.

Zoals gezegd er is voor de AA voldoende mogelijkheid om buiten de PBO om te werken aan georganiseerde vormen van belangenbehartiging.

Met vriendelijke groet,

Jan Wietsma

Geplaatst door Frans van Eunen - 15-10-2009 12:51:11

Het is goed om naar de toekomst te kijken, maar het verleden kunnen we niet uitwissen. Ik wil daarbij graag ingaan op de specifieke positie van de MKB-accountant.

In de jaren 80 van de vorige eeuw heb ik mij (ondermeer) bezig gehouden met publicaties en voordrachten over de verschillen in het werk van RA’s en AA’s.
Het was lastig om de gemiddelde ondernemer (en student) de verschillen tussen – enerzijds – het administratiekantoor én – anderzijds – het RA-kantoor duidelijk te maken. Maar het aambeeld waarop uiteindelijk gehamerd werd, was vooral de ATTITUDE!
Het MKB heeft iets puurs. Alles wat ze doen heeft fiscale en financiële consequenties waarbij je wilt helpen. Je kunt echt iets voor ze betekenen. Je krijgt hun lach en hun traan, je bent écht hun vertrouwensman. De diversiteit is groot:
Éénpitters in de medische sector/advocatuur/notariaat, tegelzetters/horeca, detaillisten in velerlei branches.
Zijn dit de gekleurde herinneringen van een “angry old man”?
Néén het vorengaande heb ik voor 75% ontleend aan de eerste kolom van Marco Moling en het interview met hem in de Accountant-Adviseur/ jan/febr.2009/bladz.5,30-33) met als titel:
2009: fusiejaar Accountant-Adviseur. Hij besluit zijn tirade met de opwekking dat bij het vormgeven van een nieuwe beroepsorganisatie de MKB-accountant nadrukkelijk aandacht moet krijgen.


In woord én geschrift heeft onze voorzitter inmiddels verkondigd dat onze eerste verantwoordelijkheid ligt bij het Belang voor het Maatschappelijk verkeer en dat wij er dus niet in de eerste plaats zijn voor de belangen van de klant.
De eerste tekenen aan de wand zijn, de door kantoren afgesloten convenanten over horizontaal toezicht met de fiscus. Via hun accountant kan de fiscus inzage hebben in het dossier van een klant.
(M.i. holt dit de vertrouwenspositie met de klant uit.)
Tijdens de recente ALV (15/06/09) werd bovendien pijnlijk duidelijk dat deze ontwikkeling voortkomt uit het feit dat het NOvAA thans als PBO opereert en niet langer als vereniging die de belangen van haar leden behartigt.
Deze ommezwaai is al ingezet tijdens het voorzitterschap van Jan Los (zie gedenkboek NOvAA bladz.103), waarbij de belangenbehartiging verschoof naar vaktechnische kwaliteitsverhoging, en dat nu zijn culminatie vindt in het zich profileren als Publiekrechterlijke Bedrijfsorganisatie (PBO).

Het gevolg van deze kanteling is bijv. pijnlijk duidelijk geworden op de afgelopen ALV. De daar door A. de Graaf (+ 6 anderen), ingediende motie, waarin gepleit werd voor een aparte MKB-kamer, werd niet in behandeling genomen, omdat dat bij een PBO niet zou kunnen. Slechts amendementen op bestuursvoorstellen kunnen tzt worden ingediend. Formeel wellicht juist, maar tot vorig jaar konden (en werden) die wel in behandeling genomen, wellicht onverplicht, maar uit democratisch oogpunt respectvol tegenover de leden.
De vrees dat het democratisch gehalte van de organisatie verder zal worden uitgehold is niet ondenkbaar.
Door het al ingevoerde model van “Besturen op Afstand” is de invloed van Directie en Stafdiensten toegenomen – en voor zover dat nog niet is gebeurd – zal dat ongetwijfeld nog gebeuren. Met alle gevaren voor verambtelijking en bureaucratie die daarbij op de loer kunnen liggen. (zoals bijv.

Overigens is het op “afstand brengen” (óók) van de leden al eerder begonnen door de verkiezing van afdelingsvertegenwoordigers niet meer via de afdelingen te laten lopen, maar rechtstreeks via hoofdbestuur/secretariaat.

De beide titels RA & AA blijven gehandhaafd.
In zijn toelichting op de ALV voegde onze voorzitter daar aan toe:
“Vooralsnog”. Dit deed mij denken aan een uitspraak van Aalbers uit het begin van de jaren 80:
Van Zeil(EZ) zei tegen hem: “In mijn gedachtegang moet u het zien als een grote schoorsteen. Van onder gaat er een AA in en van boven komt er een RA uit”. “Precies”, zij Aalbers, “de AA gaat de pijp uit”.
En dat geldt, naar mijn mening, niet alleen voor de Naam maar óók voor het arbeidsterrein van de AA: hét MKB!
Waar zijn immers de ADMO’s/ACMA’s/DATAM’s/BRADI’s/Burg&deRAAD’s gebleven?
En recentelijk kantoor Goes van PwC?
Opgestart door de BIG4’s, door hen collegiaal omarmd, ontmanteld en opgeheven: Kleine klanten behoorden niet tot de STATUUR van deze maatschappen! (m.a.w. Deze konden hun tarieven niet dragen).
Ik sta vrij nuchter tegenover het fenomeen “toeval”, maar opmerkelijk is wel, dat tijdens dit hele fusieproces, in onze vakpers, regelmatig geschreven wordt over “MICRO-ondernemingen”, die toch iets anders bediend zouden moeten worden.
Voor wie het nog niet weet de kenmerken van een “Microotje”:
1. Gemiddeld aantal werknemers 10 of minder
2. Balanstotaal 80% van onze “Samenstelpraktijken”. Praktijken met een duidelijke groeipotentie, gezien de aanwas van het aantal ZZP-ers.
En waar blijft de Klant?
Dit hele verhaal gaat over onze positie, onze titel, ons belang, maar wat wil een klant:
Volgens de uitkomsten van een MKB-enquete, verwacht een MKB-ondernemer een proactief gedrag ten aanzien van actuele ontwikkelingen en minder pretentieus gedrag (zie Acc.nieuws28/4).
Een adviseur, die met hem meedenkt, zijn onderneming door en door kent en hem begeleidt bij het nemen van de juiste beslissingen.
Verwachtingskloof
Door destijds het (morele) eigendom te claimen op het product “Samenstellingsverklaring” door het te bestempelen als “Assurance verwant” hebben wij (opnieuw) een gigantische verwachtingskloof geschapen. Wij zouden toch bij uitstek de specialisten op dat gebied zijn? Terwijl het toch eenvoudig is in onze rapportages aan te geven welke werkzaamheden wij wel én niet hebben gedaan!
Inmiddels heeft die claim geleid tot enkele tuchtrechtzaken, die weliswaar de RA/AA vrijuit lieten gaan, maar waarbij de klagers toch kennelijk misleid waren door andere verwachtingen.
Het is toch intriest, als recentelijk in een vaktechnisch tijdschrift van één van de grote vier, weer opnieuw een oproep wordt gedaan om de verwachtingskloof te dichten, door vooral aan de klant duidelijk te maken wat hij van ons mag verwachten. Kennelijk was het de schrijver ontgaan dat, dát sinds de oprichting van het NIVA in 1894, niet gelukt is!
Voor de RA/AA werkend bij de Microotjes dient zijn “Samenstellingsverklaring” naar mijn mening verlost te worden van het etiket: Assurance verwant.

In mijn visie kan je bij een goede klantbediening in de K van het MKB niet voor 100% onpartijdig blijven. Dat vereist dus een ander soort accountant. Op zich is dat niets nieuws want tot op heden is het al mogelijk bij tegenstrijdige belangen op te treden als Accountant met een Bijzonder Belang. De vergelijkbaarheid met een Advocaat of Belastingconsulent ligt dan ook méér voor de hand, dan met een Controlerend RA/AA.
En moet dat dan binnen de nieuwe fusie-pbo kunnen?
Ja waarom niet? Als je dat doet binnen een Aparte Ledengroep, waarbij de leden gebonden zijn aan hoge eisen ten aanzien van:
Integriteit, Onafhankelijkheid, Opleiding van Hoog Niveau met PE/Collegiaal Toezicht/Tuchtrecht én (uiteraard) werkend binnen de grenzen van relevante wet- & regelgeving. Maar bovendien met de juiste ATTITUDE/ATTITUDE/ATTITUDE voor de bediening van kleinschalige ondernemingen. En dat kunnen dus zowel AA’s als RA’s zijn!!!
Mochten deze collega’s tevens enkele controleopdrachten willen/kunnen uitvoeren, dan is daar op praktische wijze in te voorzien middels een in het nieuwe model voorziene werkgroep/sectorcommissie met Linking Pins met de Ledengroepen.
En de Titel dan?
Als je dus standaard in de Samenstellingspraktijk van het MKB werkt zou een aanvulling op de titel voldoende kunnen zijn.
Bijvoorbeeld: AA/RA mkb
Omdat in deze praktijken de fiscale insteek vaak evident is zou dat ook Belastingaccountant (BA) kunnen zijn, maar omdat het werkterrein toch breder is zou ook de titel Bedrijfsaccountant (BA) het overwegen waard zijn.

Frans van Eunen AA(em.)
Geheel op persoonlijke titel


Reageer op dit artikel


 





Laatste reacties






Over de auteur


Archief