Herstel van vertrouwen
dinsdag 13 september 2011 |
4 reacties
Het eerste lustrum van de Wet toezicht accountantsorganisaties is aanstaande. De belangrijkste doelstelling van de Wta is het 'herstel van vertrouwen in het werk/verklaring van de accountant'. Een mooi moment om eens de balans op te maken.
De eerste jaren van de Wta stonden in het teken van het verkrijgen van de vergunning. Menig kantoor heeft een 'standaard handboek' kantoorspecifiek gemaakt. Op basis van opzet werd de vergunning verkregen. Een enkel kantoor (met uitzondering van de oob-kantoren) hadden het voorrecht door de AFM te worden geselecteerd voor een 'onderzoek ter plaatse (otp) of 'onderzoek ten kantoren van de AFM' (otk). Niet ieder kantoor heeft dit als een voorrecht ervaren overigens.
Een handvol kantoren maakte bezwaar tegen de voorgenomen afwijzing door de AFM. Nieuwe otp's en otk's werden gepland, al dan niet met dezelfde teams als de eerste keer. In de wandelgangen was er veel kritiek op de wijze waarop de AFM haar werk deed en ‘snelheid' waarmee zij communiceerde. De meeste bezwaren zijn inmiddels afgewerkt. Een enkele loopt nog. Voor zover mij bekend heeft de rechter in één zaak de AFM bakzeil laten halen.
De laatste jaren is de AFM begonnen met het uitoefenen van het toezicht op de accountantsorganisaties. Er zijn inmiddels enkele rapporten van de AFM verschenen en de kritiek op de accountants is niet mals. Ook dit heeft weer geleid tot kritiek op het optreden en communiceren van de AFM. Vooralsnog met weinig succes, naar het zich laat aanzien.
Feit is dat het optreden van de AFM menig (extern) accountant heeft laten struikelen. De meeste kantoren zijn nu extra gescherpt in het nadenken over de controle en het documenteren daarvan. De COS leeft.
Maar de belangrijkste vraag is: is het vertrouwen in het beroep hersteld? En zo ja, bij wie dan? En hoe zou je het herstel van vertouwen kunnen meten? Was het vertrouwen vóór de Wta onvoldoende, en nu voldoende?
Deze vragen beantwoorden voor 'het maatschappelijk verkeer' is nagenoeg onmogelijk, zonder deugdelijk (misschien zelfs wel wetenschappelijk) onderzoek. Hoewel als ik de recente columns over het mooie accountantsvak lees en constateer welke tijdsdruk er soms op een controle ligt... Ik zou er weinig vertouwen in hebben als mijn auto door iemand werd gerepareerd om 02.00 uur 's nachts als diegene de dagen ervoor ook al tot diep in de nacht heeft gewerkt. Gelukkig is er nog een kwaliteits-reviewer zou je denken. Maar hoe recht zou hij z'n rug houden als er zo'n druk op staat?
Maar goed, laat ik het eens dichter bij huis zoeken. Vinden wij accountants zelf dat het vertrouwen in ons werk is hersteld? Of op z'n minst verbeterd in vergelijking met voor de invoering van de Wta? Ik heb zo links en rechts enkele accountants hiernaar gevraagd. Het antwoord verbaast me niet. De meest zeiden: Ik doe mijn werk even goed als voorheen, maar moet veel meer documenteren. Mijn uiteindelijke product is er niet door veranderd, alleen ben ik meer tijd kwijt. Hoewel ik meer werk doe dan voorheen, is mijn uiteindelijke oordeel in de vorm van de verklaring niet veranderd.
Opmerkelijk zijn zulke reacties wel. Als je zelf al niet het gevoel hebt dat er iets veranderd is... Hoe moet dat dan met partijen die aan de andere kant van de 'vertrouwenskloof' staan?
Tijd voor een wetenschappelijk onderzoek.
Matthijs Pool
Reacties (4) | Reageer
Geplaatst door Pieter de Kok - 15-9-2011 12:11:42
Interessante discussie, met name ook de onderzoeksuitslagen rondom vertrouwen in accountants, uberhaupt bestaan, versus is het dan verdwenen. Het leuke, en ook wel het trieste aan alles is dat 'twee accountants' destijds aanstichter waren van de discussie over 'vetrouwen in accountants', ook toen ging het al om 'gedrag, rechte rug'. Dit citaat heb ik even gekopieerd uit een presentatie van het NIVRA van aantal jaren geleden [online te vinden] 'Loopjongen of alleskunner' - wellicht leuk voor AC studenten om eens te lezen als achtergrond. Let vooral op de 'rechte rug' van accountants en 'gebrek aan scherpte van RvC'. En zo zijn weer terug in 2011.
Het begon eigenlijk al ten tijde van de eerste beursgang van de Vereenigde Oostindische Compagnie, de VOC, in 1602. Aandeelhouders kregen toen de belofte dat ze dividend zouden ontvangen en dat tien jaar na de beursgang de cijfers bekend gemaakt zouden worden. Maar dit alles gebeurde niet en boze aandeelhouders begonnen zich al snel te roeren. Want ze zagen dat de managers ondertussen wel rijker werden. Toen al werd duidelijk dat er mechanismen nodig waren om die managers daarbij af te remmen. Tegenwoordig noemen we dat corporate governance.
De accountant bestond toen nog niet. Het instellen van een onafhankelijke accountant is eind 19e eeuw gebeurd, naar aanleiding van een schandaal met een grote handelsmaatschappij in Rotterdam. De hoofdverantwoordelijke was Lodewijk Pincoffs.
Pincoffs was een prominent zakenman, gemeenteraadslid, reder en bankier in Rotterdam. Hij is onder andere mede-oprichter van de Holland-Amerika lijn. En last but not least verantwoordelijk voor een grote financieel schandaal: de Pincoffs-affaire.
Vóór 1879 genoot de ijverige Pincoffs veel aanzien, maar dat was in één klap voorbij. In één van Pincoffs' talrijke ondernemingen, de Afrikaansche Handelsvereeniging, werd namelijk flink gerommeld. Balansen werden geflatteerd en boeken vervalst. Dat alles moest verhullen dat de zaken op de westkust van Afrika in de zeventiger jaren slecht waren gegaan. Door in het buitenland aangegane kortlopende leningen rook een van de commissarissen van de Afrikaanse Handelsvereeniging onraad. Pincoffs bleek voor 2,8 miljoen gulden te hebben gefraudeerd. In die tijd was dat een astronomisch bedrag. Later bleek dat de Afrikaansche Handelsvereeniging geen winst van twee miljoen gulden boekte, zoals de betalingsbalansen moesten doen geloven, maar juist een verlies van acht miljoen.
Boekhouders waren indertijd niet wettelijk onafhankelijk. De twee accountants die het werk voor Pincoffs opknapten al helemaal niet. Onder druk van de Rotterdamse koopman zouden ze zijn gedwongen de boekhouding te vervalsen. Ook de commissarissen viel een weinig kritische houding aan te rekenen.
Het niet controleren en zwijgen in geval van duistere praktijken paste volledig binnen de tijd van Pincoffs. Oud-Hollandse toedekking van zaken als norm overheerste in het bedrijfsleven, samenhangend met het sterk persoonlijk, maar nog maar weinig zakelijke karakter van ondernemingen. De Vries schrijft in zijn boek. 'In een sfeer van waardigheid, fatsoen en vriendschap werd het niet nodig geacht te controleren.'
Geplaatst door Matthijs - 15-9-2011 10:56:08
Homme, Arnout,
Dank voor jullie reacties. Ik heb in een opinie maar 500 woorden, maar in de reacties passen er gemakkelijk 900 blijkbaar.
De door Arnout anders geformuleerde stelling van Homme is een duidelijke. Naar de werking van de genoemde 2 steunpilaren zou onderzoek kunnen plaatsvinden. Dat zou een goede start zijn voor een nulmeting.
Als uit die nulmeting komt dat accountants zichzelf belangrijker vinden dan ze zijn volgens het maatschappelijk verkeer (zichzelf als een doel zien en niet als een middel); dan werpt dat voor mening accountant een ander licht op de zaak. Hetgeen niet betekent dat de accountant niet trots kunt zijn op zijn/haar titel en rol als accountant. Maar als vertouwensman van het maatschappelijk verkeer moet je het "vertrouwen omdat je accountant bent" ook niet groter maken dan het is. Vertrouwen moet je verdienen en.... het komt te voet en gaat te paard.
Geplaatst door Arnout van Kempen - 14-9-2011 21:41:37
Het is natuurlijk goed mogelijk dat degenen die de WTA vorm hebben gegeven, de minister van financiën, en de leden van de Tweede en Eerste Kamer hebben zitten slapen, en een wet hebben gemaakt die een doel heeft dat nooit bereikt zal kunnen worden. Er gebeuren wel vreemdere dingen in ons land.
Feit is dat nooit een nulmeting heeft plaatsgevonden, waar Homme in feite al op wijst. Ik wees daar in mijn opiniebijdrage in oktober 2004 in De Accountant ook al op: ik had toen, en heb nog, sterk de indruk dat het vertrouwen nooit zo groot is geweest als accountants wel dachten en ook nooit zo is ingestort als accountants, opiniemakers, etc., vervolgens beweerden. Mooi om te lezen dat Homme dat vermoeden inmiddels met onderzoek heeft onderbouwd.
Tegelijk denk ik dat het goed is een beetje op te passen met al te stellige beweringen over het doel van de WTA en de bereikbaarheid van dat doel. Om te beginnen dat doel zelf. De Memorie van Toelichting opent vrijwel meteen met de stelling dat het doel van de WTA het herstel van vertrouwen in het accountantsberoep is. De WTA zelf opent echter opvallend anders:
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het met het oog op de waarborging van de publieke functie van de accountantsverklaring en de bevordering van het vertrouwen in de financiële markten wenselijk is dat regels worden gesteld voor accountantsorganisaties en accountants die wettelijke controles verrichten en dat onafhankelijk publiek toezicht wordt gehouden op de naleving van die regels;
Geen woord hier over herstel van vertrouwen in accountants, zelfs niet in de accountantsverklaring, maar in de financiële markten.
Een accountant die meent dat een deugdelijke controleverklaring géén bijdrage levert aan het vertrouwen in financiële markten moet of zijn titel onmiddellijk inleveren of de term "hypocriet" eens opzoeken. Ik ga er dus maar even van uit dat DAT verband geen onderbouwing behoeft hier.
Maar als een kwalitatief goede controleverklaring bijdraagt aan het vertrouwen in financiële markten, dan bereikt de WTA het doel zoals opgenomen in de wet zelf, indien en voorzover bereikt wordt dat de kwaliteit van de controleverklaringen omhoog gaat c.q. hersteld wordt.
De vraag naar de doeltreffendheid van de wet is dus de vraag of door het toezicht van de AFM op basis van de WTA de kwaliteit van controleverklaringen verbeterd is danwel geborgd is. De vraag of dankzij de WTA het vertrouwen in accountants is toegenomen is een miskenning van het doel van de wet, overigens begrijpelijk gezien de opening van de Memorie van Toelichting, en een overschatting van het belang dat de wetgever in accountants an sich stelt, en een onderschatting van het verband tussen de kwaliteit van accountantswerkzaamheden enerzijds en het vertrouwen in financiële markten anderzijds. Nog anders gezegd, dat neigt naar een vorm van navelstaren waarbij accountants zichzelf als doel zien en niet als middel.
Dan is er nog de bewering als zou toezicht op regels zien en daarmee niet kunnen bijdragen aan herstel van vertrouwen. Die zin is om twee redenen fout.
Om te beginnen deugt de argumentatietechniek niet. De suggestie wordt gewekt dat omdat toezicht zich op één aspect richt dat van groot belang is toezicht DUS het doel niet bereikt zal worden. Dat is zoiets als beweren dat omdat een pannenkoek zonder eieren niet kan bestaan, melk dus geen relevant ingrediënt is. Het staat er niet, letterlijk, maar de suggestie wordt wel stevig gewekt.
Belangrijker wat mij betreft, al was het maar dat discussies over gewekte suggesties zelden productief zijn, is de bewering dat toezicht alleen effect heeft als het ziet op naleving van regels en "het oppakken van het aspect bestaande al dan niet reële verwachtingen". Ik weet niet eens wat ik nu precies schrijf, dus ik citeer, en dat vind ik wel problematisch. Het oppakken van dat aspect, wat moet daar dan mee? Als de verwachtingen reëel zijn, en de regels sluiten daar op aan en worden nageleefd, dan vermoed ik, geheel zonder wetenschappelijk onderzoek, dat vertrouwen wel degelijk herstelt. Ieder gevoel van logica zegt me dat als ik verwacht dat mensen zich een beetje normaal gedragen op de snelweg, ik met meer vertrouwen in de auto stap als ik weet dat de politie daar wat op let, dan wanneer ik weet dat de politie zojuist is opgeheven.
De bewering dat de WTA een wet is met een doel dat nooit bereikt zal kunnen worden is, gezien de argumentatie die gegeven is, een non sequitur. Maar als die logica klopt, dan is de stelling van Homme anders te formuleren zodat deze wel logisch stand kan houden:
Herstel van vertrouwen in de accountant en diens werkzaamheden steunt op twee pilaren, en evenzeer op twee wetten. Enerzijds op toezicht op de kwaliteit van de controleverklaring, primair gericht op herstel van vertrouwen in financiële markten, waartoe de WTA het juridisch kader verschaft waarbinnen de AFM toezicht houdt. En anderzijds op het bij elkaar brengen van lagere regelgeving, met name de NV COS, en de verwachtingen van het maatschappelijk verkeer, waartoe de WRA/WAA het juridisch kader verschaft waarbinnen NIVRA/NOvAA/NBA voor het dichten van een eventuele kloof tussen verwachting en lagere regelgeving zorg dragen.
Kortom de WTA is een wet in een stelsel van wetten met doelen die wel degelijk bereikt kunnen worden, mits zowel AFM als NBA hun taakopvatting helder hebben en adequaat invulling geven.
Geplaatst door Homme Idzerda - 14-9-2011 20:37:49
Matthijs,
In het kader van het afronden van mijn accountantsopleiding heb ik mijn doctoraalscriptie besteed aan de wijze waarop toezicht vormgegeven kan worden om het vertrouwen te herstellen. Hierin kwam ik tot een aantal bijzondere constateringen. Ik heb geen onderzoek kunnen vinden waaruit blijkt dat het vertrouwen in accountants is verdwenen, maar ook niet waaruit blijkt dat deze ooit heeft bestaan. Het meest bijzondere is nog wel dat toezicht het vertrouwen per definitie niet kan herstellen. Toezicht richt zich op het naleven van regels. Terwijl vertrouwen ook sterk te maken heeft met bestaande (al dan niet) reële verwachtingen. Zolang dat aspect niet wordt opgepakt, zal toezicht het vertrouwen niet kunnen herstellen. Kortom de WTA is een wet met een doel dat nooit bereikt zal kunnen worden. Toezicht kan overigens wel leiden tot het onterechte idee dat aan alle verwachtingen wordt voldaan, waardoor juist weer verkeerde verwachtingen worden gewekt en het afbreukrisico nog groter wordt.
Groeten,
Homme