Kwaliteit of onafhankelijkheid?

woensdag 19 mei 2010 | 4 reacties

Hebben accountants een onafhankelijkheidsprobleem of een kwaliteitsprobleem. Die vraag is onlangs opgeworpen door Arnout van Kempen. Het is een feitelijke vraag die op basis van de beschikbare (secundaire) literatuur kan worden beantwoord. Alvorens dat te doen zet ik eerst een analytisch schema neer.

Accountants werken op basis van fundamentele waarden die als het ware hun 'cultuur' vormen. Accountants werken binnen organisaties, en die organisaties bestaan in een omgeving: dat is de structuur van partijen en relaties die soms mogelijkheden biedt, maar ook beperkingen oplegt. Sluitstuk van dit geheel is de wet- en regelgeving en het toezicht op de naleving.

Om te kunnen werken moeten deze drie - fundamentele waarden, maatschappelijke positie en regelgeving - met elkaar kloppen. Meer specifiek: de fundamentele waarden moeten gedragen worden en zijn positie moet de accountant in staat stellen die waarden ook na te leven. Regelgeving en toezicht zijn het sluitstuk maar kunnen nooit deze basis vervangen.

De meest bekende audit failure is Enron, met WorldCom als een goede tweede. Als ik de literatuur er nog eens op nablader, valt mij op dat gebrek aan deskundigheid bij accountant Arthur Andersen niet het probleem was. In het geval van Enron waren de hoge audit fees en de druk vanuit enkele topmanagers van Enron (die een persoonlijk belang hadden) de reden dat Andersen een materieel onjuiste jaarrekening goedkeurde.

Bij WorldCom signaleerde Andersen een managementfraude niet, omdat hun focus op consultancy lag en ze zodoende te weinig controlewerkzaamheden hadden uitgevoerd.

Arthur Wyatt, voormalig topman van Arthur Andersen, vertelde in 2003 hoe de Andersen-organisatie onder druk van marktomstandigheden, in een reeks van jaren werd overgenomen door consultants, met een cultuuromslag als gevolg. En zoals bekend wees wijlen André Bindenga in 2002 de afhankelijkheid van de accountant van de gecontroleerde voor zijn honorarium aan als het kernprobleem.

Arnout van Kempen stelt daarentegen dat het een kwaliteitsprobleem is.

Kwaliteit is uiteindelijk altijd waar het probleem tot uiting komt, maar daarmee ken je nog niet de oorzaak. Als je ziet dat de kwaliteit van de controle teloor gaat, ga je zoeken naar hoe dat komt. Dat deed Wyatt en hij merkte de cultuuromslag binnen Andersen op. Bindenga zag de kwetsbare positie van de accountant en zocht naar mogelijkheden om die positie te versterken.

Wat ik zie, is een accountant die in de verdrukking komt door een proces van schaalvergroting bij de cliënt, waarin hij noodgedwongen meegaat, met hogere audit fees per opdracht en toenemende afhankelijkheid van de gecontroleerde tot gevolg. Het management van de cliënten, zelf opgejaagd door veeleisende aandeelhouders, schroomt niet om van de kwetsbare positie van de accountant misbruik te maken.

Naar mijn oordeel is, ten eerste, versterking van de positie van de accountant door aanpassing van markt- zowel als governancestructuren noodzakelijk. Dit om een gedragsverandering überhaupt mogelijk te maken.

Tegelijk moeten we aan verbetering c.q. herstel van het normbesef werken, want een cultuurprobleem is er zeker ook. Regelgeving en toezicht tenslotte moeten het geheel ondersteunen en bewaken.

De accountant heeft een stevige positie en een dito normbesef nodig om de toegenomen druk te weerstaan!

Joop Anemaet


  • Reageer
  • Print
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Delen

Reacties (4) | Reageer


Reacties

Geplaatst door Joop Anemaet - 28-5-2010 17:22:37

De discussie gaat over de validiteit van het aanwijzen van het onafhankelijkheidsissue als oorzaak van het kwaliteitsprobleem of niet.
Van Kempen stelde van niet, omdat naar zijn oordeel kwaliteit het probleem is en dat pak je beter direct aan (via toezicht) dan indirect (via de financiële relatie), ook omdat volgens hem niet is aangetoond dat de financiële relatie de oorzaak is van het kwaliteitsverlies. Daarmee introduceerde hij een tegenstelling die inderdaad vals is, zoals Blokdijk terecht constateert en zoals ik ook heb proberen duidelijk te maken, want kwaliteitsverlies is een resultante, en de vraag naar de oorzaak van dit kwaliteitsverlies is uiterst relevant voor de oplossing van ons probleem. Want als onze kwaliteit alleen van extern toezicht moet komen zijn we ver van huis.
Daarmee is de discussie overigens niet vruchteloos, want een vraag helder krijgen is net zo goed een verdienste, al is de oplossing daarmee nog niet gegeven.
Van Kempen stelde de vraag aan de orde of aantoonbaar is dat de financiële relatie de oorzaak is van ons kwaliteitsprobleem? En daar wordt inderdaad verschillend over gedacht. Wat zou er in de loop der jaren gewijzigd zijn dat de positie van de accountant nu wel een probleem is, en in het verleden niet? Bindenga sprak over verlies aan waardigheid dat de accountant kwetsbaarder maakte, Wyatt beschreef een soort overname van de AA organisatie van binnenuit door consultants. Anderen wijzen op een cultuurverandering binnen accountantsorganisaties waardoor de nadruk meer op de commercie is komen te liggen. In de voorliggende column wees ik op toenemende afhankelijkheid door schaalvergroting.
Het verhaal van Worldcom is een interessante casus omdat het de vraagstelling illustreert. Zeker was er een tekort aan kwaliteit in de controle, dat is de discussie niet. Maar hoe kwam dat? Daar mogen we denk ik Wyatt volgen, die tenslotte een insider binnen AA was. Wel degelijk waren de hogere fees de oorzaak van de sterke positie van de consultants binnen de AA organisatie, en daarmee van de verschuiving van de focus van audit naar consultancy. Als je over de typische verschillen in terminologie heen stapt, is dat niet zover verwijderd van Bindenga.
Kortom, stof genoeg voor discussie. Vooralsnog hebben we het toezicht versterkt, maar dat ontslaat ons niet van de noodzaak te blijven zoeken naar de oorzaak van de kwalitatieve achteruitgang. Dat was de strekking van mijn betoog.
Relevante passages uit column Van Kempen, 25-3-2010:
“…. Immers, het probleem zit in de kwaliteit van de accountantscontrole en in de relevantie. Dat dit probleem start met de financiële relatie is niet alleen niet aangetoond, het wordt weersproken door vele tientallen jaren waarin het accountantsberoep uitstekend functioneerde onder dezelfde financiële verhoudingen, terwijl vooralsnog geen enkel argument is geboden waaruit zou moeten blijken dat het veranderen van die verhoudingen automatisch het kwaliteitsprobleem zou oplossen.”
“… Als beroep, toezichthouders of wetgever menen dat de kwaliteit onder de maat is, richt dan effectief toezicht in op die kwaliteit. Daar zijn we nu pas net mee bezig in Nederland. Laat eerst maar eens zien dat deze directe aanpak faalt, voor we het via indirecte methodes gaan proberen.”

Geplaatst door Arnout van Kempen - 25-5-2010 19:53:16

Kwaliteit lijkt me niet tegenover onafhankelijkheid te staan, en het lijkt me dan ook niet correct te stellen dat ik "daarentegen" stel dat er een kwaliteitsprobleem is. In aansluiting met Hans Blokdijk lijkt mij deze discussie dan ook wat vruchteloos.

De argumentatie is daarenboven niet zo sterk. De casus Worldcom zoals hier geschetst laat nu juist wel een gebrek aan audit-kwaliteit zien, e.e.a. bevestigd door Wyatt. En dat Bindenga enkele malen heeft gesteld dat de structuur van het beroep niet deugt, op het vlak van de onafhankelijkheid, is, als je het al met hem eens zou zijn (wat ik al diverse malen beargumenteerd heb niet te zijn) geen enkel bewijs voor iets anders dan dat de structuur, volgens Bindenga, de onafhankelijkheid hindert.

Daar staat dan tegenover dat de AFM in haar rapportage over haar waarnemingen in de controledossiers van enkele financiële instellingen, niet zozeer een gebrek aan onafhankelijkheid laat zien, alswel een gebrek aan auditdiepgang/kwaliteit.

Kortom, inderdaad een vruchteloze discussie.

Geplaatst door Hans Blokdijk - 21-5-2010 9:14:56

Het doel, kwaliteit, wordt mede bereikt door de (onvolmaakte) waarborg van onafhankelijkheid. De tegenstelling kwaliteit of onafhankelijkheid is dus vals, en de discussie daardoor vruchteloos.

Geplaatst door Joris Joppe - 21-5-2010 8:48:21

Joop – verhandelingen als deze zijn waardevol maar trek even de parallel onze nationale knuffelpresentatrice, Eva Jinek. Zij is de spreekbuis van een heel redactioneel team en toch vreest men voor de objectiviteit omdat ze tegenwoordig haar knuffels nog slechts in controverse uitdeelt. De reden is volgens mij simpel – de directe relatie met het massale publiek leidt direct tot vraagtekens. Zolang de accountant die directe relatie – face to face - met zijn stakeholders niet heeft, zal het bij ons zo’n vaart niet lopen. Alle discussies over “schijn van belangenverstrengeling” ten spijt. Neemt niet weg dat we natuurlijk moeten zorgen dat het zelf goed geregeld hebben. Wat ik hiermee wil zeggen: als het ‘publiek’ van de openbare accountant het zat is, we nog zo’n goed redactioneel team kunnen hebben, uiteindelijk verdwijnen we toch van de beeldbuis!


Reageer op dit artikel


 





Laatste reacties






Over de auteur


Archief