Naming and shaming: goed idee
donderdag 20 maart 2008 |
3 reacties
De VVD in de Tweede Kamer heeft
Fred Teeven gepleit voor het publiceren van door de tuchtrechter veroordeelde accountants op internet. Het
NIVRA ziet daar weinig in, omdat het vaak om relatief milde sancties zou gaan.
Naar mijn mening is dat echter een weinig ter zake doend argument. Wel is uiteraard altijd wenselijk om de aard van de overtreding en de opgelegde sanctie toe te lichten, zodat de ‘mildheid' van sanctie en vergrijp in het juiste perspectief kunnen worden geplaatst. Ook is belangrijk dat slechts veroordeelde collega's dit lot treft: het mag niet gaan om verdenkingen maar moet zich beperken tot juridisch bewezen feiten.
Maar verder
is naming and shaming nog niet zo'n slecht idee. Vanuit wetenschappelijk perspectief is de kwaliteit van de beroepsuitoefening voor een professie als geheel gediend met
community control. Dit veronderstelt dat falende collega's door hun vakbroeders worden gedisciplineerd.
Wetenschappers - zoals Oliver Williamson, grondlegger van de transactiekosteneconomie - geven aan dat dit alleen werkt als er sprake is van een werkelijk negatieve invloed op de reputatie van degene die een misslag heeft begaan en wiens naam vervolgens wordt gepubliceerd. Daartoe is weer noodzakelijk dat die informatie een zo groot mogelijke verspreiding krijgt, zodat het ‘publiek' weet wie welke misslag heeft begaan en wat de sanctie daarvoor was.
Belangrijker is dat de afschrikwekkende werking van een dergelijke publicatie een nog hogere druk legt op de professie als geheel en de beroepsbeoefenaars om zorg te dragen voor een kwalitatief hoogwaardige dienstverlening.
Het achterliggende idee is dat hoe meer druk wordt uitgeoefend hoe beter dit is. De theorie voorspelt daarom ook dat externe accountants hun werk beter zullen doen dan interne collega's; de druk is nu eenmaal veel hoger en de reputatieschade bij een misslag is groter. Mutatis mutandis zijn ze ook een stuk duurder, maar daar krijg je dan ook meer kwaliteit voor.
Het bijzondere is echter dat Williamson in 1985 schreef dat het verspreiden van informatie over misslagen en sancties een kostbare zaak zou worden. In die tijd was dat zeker waar, maar dankzij internet is dat probleem opgelost: het is slechts een kwestie van een druk op de knop.
Uiteraard is het denkbaar dat de reputatie grotere schade wordt berokkend dan de misslag rechtvaardigt. Het probleem is dat dit vooraf niet valt te beoordelen maar pas achteraf kan worden vastgesteld. Wellicht is het een idee om ‘
naming and shaming' via internet gedurende een aantal proefjaren toe te passen en daarna te evalueren.
De slotvraag is dan of, als buitenproportionele schade aan het imago van veroordeelde collega's blijkt te zijn toegebracht, dit voldoende rechtvaardiging vormt om er helemaal niet aan te beginnen.
Mijn antwoord op deze vraag luidt: nee. Onze professie dient daarvoor een te groot maatschappelijk belang. Tenzij we dat laatste ter discussie willen stellen natuurlijk.
Leen Paape
(op persoonlijke titel)
Zie ook de bijdrage van
Hans Blokdijk over dit onderwerp.
Reacties (3) | Reageer
Geplaatst door Paul Th. Stoele RA AA Accountancy Consultant - 3-4-2008 20:46:37
Waarde collega, Het is goed om vast te stellen dat wij het eens zijn over het belang van het publiceren van tuchtrechterlijke uitspraken en dat het daarbij om de kwestie zelve gaat. Om die reden is naamsvermelding onbelangrijk en dient in wezen nergens toe.
Geplaatst door Leen Paape - 3-4-2008 17:27:43
Geachte heer Stoele, dank voor uw bijdrage; het is geen kwestie van zout in de wonden strooien. Het gaat er om dat kennis genomen kan worden van uitspraken van de tuchtrechter. Uiteraard zijn die nu al zichtbaar en is het middel van publiceren er een om die zichtbaarheid te vergroten. Natuurlijk wordt dat ook gezien als zout in wonden strooien maar de zaak is belangrijker dan de persoon, zeker in het geval van een beroep dat een maatschappelijk belangrijke functie wenst te vervullen
Geplaatst door Paul Th. Stoele RA AA Accountancy Consultant - 28-3-2008 11:06:54
Uit mijn langjarige ervaring als begeleidier in tuchtzaken weet ik dat elke tuchtzaak - hoe onbenullig ook - een geweldige impact heeft op de desbetreffende accountant. Extra zout in de wonden lijkt mij dan ook niet nodig. Iets anders is, dat het soort ongewenst gedrag en de sanctie die daar op staat voldoende duidelijk wordt gecommuniceerd met alle collega beroepsbeoefenaren.