Niet afschaffen, maar aanscherpen van controleplicht

woensdag 17 augustus 2011 | 1 reacties

De laatste tijd staat de 'controleplicht' weer volop in de belangstelling. Voorstanders van afschaffing van de controleplicht wijzen onder andere op de negatieve invloed hiervan op de kwaliteit van de accountantscontrole. Tegenstanders wijzen op de noodzaak van controle bij met name complexe ondernemingen; en vergeten daarbij niet om aan te geven dat de wettelijke controle bij veel ondernemingen gewoon goed gaat.

Waar voor- en tegenstanders het echter over eens lijken te zijn, is dat een aanscherping van de  huidige grenzen van controleplicht nodig is. Het ligt daarbij, naar mijn mening, voor de hand om niet alleen te kijken naar kwantitatieve grenzen, maar ook naar kwalitatieve.

Bijvoorbeeld de aard en structuur van de onderneming. Een doorgegroeide familieonderneming zonder externe financiering die 'toevallig' aan de kwantitatieve grenzen voldoet verdient een andere behandeling dan een beursgenoteerde onderneming met activiteiten over de gehele wereld.

De uitdaging is natuurlijk om te bepalen waar de kwalitatieve grens dan moet komen te liggen. Toch zijn hier wel ideeën voor te opperen. Belangrijk is om daarbij te kijken naar de belangen van het ‘maatschappelijk verkeer'. Ik noem een paar voorbeelden van kwalitatieve overwegingen:

  • Voor de kernactiviteiten van de onderneming zijn wettelijke vergunningen nodig (volksgezondheid, milieu, hinderwet, financiële dienstverlening et cetera).
  • De kernactiviteiten zijn voor negentig procent of meer gefinancierd met vreemd vermogen of met ter beurze genoteerd eigen vermogen.
  • De kernactiviteiten vinden (mede) plaats in het buitenland.
  • De onderneming heeft overtredingen van wet- en regelgeving begaan naar aanleiding waarvan boetes zijn opgelegd.
  • De onderneming heeft geen toezichthoudend orgaan.
  • De onderneming heeft een complexe structuur (één of meer (achter)kleindochters).
  • De gemiddelde betaaltermijn van crediteuren bedraagt meer dan zestig dagen na factuurdatum.

Natuurlijk hebben deze zogenaamd kwalitatieve overwegingen al een behoorlijk kwantitatief karakter. Het overschrijden van de grenzen moet per slot van rekening toch ergens aan kunnen worden afgemeten.

Het is echter wel zo dat de genoemde voorbeelden in meer of mindere mate recht doen aan belangen van het maatschappelijk verkeer. Sterker nog, het zijn overwegingen die accountants meenemen, dan wel behoren mee te nemen, in hun risicoanalyse bij wettelijke controles!

Ik pleit daarom niet voor afschaffen, maar voor aanscherpen. Wettelijk verplichte controle daar waar er de kwalitatieve noodzaak voor het maatschappelijk verkeer is. Vrijwillige controle daar waar de onderneming de toegevoegde waarde ziet.

Matthijs Pool


  • Reageer
  • Print
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Delen

Reacties (1) | Reageer


Reacties

Geplaatst door Willem D. Okkerse MBA - 17-8-2011 20:17:30

Een andere aardige financiële ratio is de ROD. De tegenhanger van de ROA, namelijk de Ratio of Dissipation.

ROD plus ROA vormen 100% van de output van een onderneming en zijn complementair. De input t.w. assets en activiteiten is ook 100%. De eerste wordt weergegeven door de balans en de tweede door de P&L.

De ROD bepaling is een absolute must om te beoordelen of een onderneming nog overlevingskansen heeft....

wordt vervolgd

Willem D.Okkerse
CEO OK-Rating Institute


Reageer op dit artikel


 





Laatste reacties






Over de auteur


Archief