Toezicht hoort sluitstuk te zijn en kan geen verkeerde cultuur repareren

maandag 6 september 2010 | 5 reacties

Het onlangs verschenen AFM-rapport 'Algemene bevindingen kwaliteit accountantscontrole en kwaliteitsbewaking' is een belangrijke mijlpaal in het proces van kwaliteitsverbetering van de accountantscontrole in ons land.

Tot op heden moesten wij ons behelpen met in de openbaarheid gekomen gevallen van fouten in jaarrekeningen en kennelijk ten onrechte gegeven accountantsverklaringen. Maar dankzij de nieuwe bevoegdheid van de AFM om als onafhankelijk toezichthouder controledossiers te onderzoeken zijn wij nu een stap verder: Want wij kunnen nu concluderen dat de oorzaak van de bekende incidenten ligt in structurele tekortkomingen in de uitvoering van accountantscontrole.

Uit de bevindingen van de AFM blijkt dat in 25 van de 46 accountantscontroles die de AFM heeft beoordeeld, onvoldoende zekerheid is verkregen om de afgegeven accountantsverklaring te kunnen onderbouwen. Het risico dat het gepresenteerde vermogen en resultaat in de jaarrekening van de controlecliënt materiële onjuistheden bevat, is daarmee onvoldoende afgedekt.

Geen wonder dus dat het met enige regelmaat daadwerkelijk mis gaat en wij als beroepsgroep in ons hemd staan. Men is geneigd zich af te vragen of het onderzoek bij de big four ten tijde van de vergunningverlening wel voldoende rigoureus is geweest. Maar dit terzijde.

De reactie van het NIVRA op dit rapport is onder de maat. In NRC Handelsblad van 2 september 2010 stelt onze directeur dat volgens de AFM in zestig procent van de rapportages fouten zijn gevonden,  waarmee de AFM zou suggereren dat de helft van de jaarrekeningen niet klopt.

Feitelijk onjuist en eerder passend in het politieke discours tussen pak hem beet Maxime Verhagen en Wouter Bos, dan als reactie van een instituut van professionals op een kritisch rapport van een daartoe aangestelde toezichthouder.

De reacties vanuit het maatschappelijk verkeer zijn ongemeen fel. Niet eerder heeft bij mijn weten een grote beleggersclub als Eumedion zo expliciet ingehaakt en de kwaliteit van de accountantscontrole bij beursgenoteerde ondernemingen ter discussie gesteld.

De uitslag van de peiling onder de lezers van het Financieele Dagblad: 'Accountancy moet op de schop'  spreekt boekdelen: ruim zeventig procent was het daarmee eens.  NRC Handelsblad citeert in een opvallend redactioneel commentaar met de titel 'Controleur op korrel' de ook in accountantskring (recentelijk nog Jules Muis en Paul Koster) al eerder bediscussieerde optie om controles van oob-organisaties over te hevelen naar de staat : "De branche is gewaarschuwd."

Maar over de oorzaken van ons falen tasten wij nog in het duister. De AFM oppert een uitgebreide oorzaakanalyse, uit te voeren door de kantoren zelf. Dat heeft iets van een patiënt die zijn eigen diagnose moet stellen. De AFM meent dat er een fundamentele gedragsverandering nodig is en een verandering van de tone-at-the-top.

Eerder heb ik op deze plek betoogd, dat de accountants van grote kantoren niet anders kunnen handelen dan zij doen, ook al zouden ze willen, daar zij worden gestuurd door de tucht van de markt. De vraag blijft dus bestaan: of de oorzaak ligt in het primaat van de winstdoelstelling boven de kwaliteitsdoelstelling, ofwel het is een mentaliteitsprobleem.

In het laatste geval  kan de oplossing worden gevonden in het uitschrijven van individuen als extern accountant, in het eerste geval niet en komt de optie-Muis of iets  soortgelijks om de hoek kijken.

Hoe dan ook is er een grens aan het disciplinerende vermogen van een toezichthouder. Nog afgezien van het feit dat het te gek voor woorden is dat de AFM als een soort schoolmeester zou moeten dreigen met straf om volwassen mensen zover te krijgen dat ze hun taak naar behoren vervullen. Toezicht behoort een sluitstuk te zijn en kan nooit een cultuur of een structuur repareren die in de basis verkeerd is.

Alle reden dus voor het NIVRA om actie te ondernemen, in plaats van de stekels op te zetten in een afweerreactie!

Joop Anemaet


  • Reageer
  • Print
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Delen

Reacties (5) | Reageer


Reacties

Geplaatst door Joop Anemaet - 8-9-2010 12:27:25

De inbreng van Matthijs Pool bevat een aantal verschillende elementen, die ik graag nog eens de revue laat passeren:

1. Verbreding van de context: ‘Als de AFM bij alle vergunninghoudende organisaties’ etc.:
Het voorliggende AFM rapport gaat alleen over de big 4. Hoe of de situatie branchebreed is, weten we strikt genomen niet! De rapportages van de AFM naar aanleiding van de vergunningverlening zijn al weer even geleden (2007). Het is mijn indruk dat mkb kantoren sindsdien een kwaliteitsslag hebben gemaakt, en de AFM deelde die indruk zoals blijkt uit haar jaarverslag 2008 (blz 76). Voor de big 4 geldt dat klaarblijkelijk niet. Wellicht hebben de big 4 iets meer moeite om zich kritiek aan te trekken?

2. Relevantie van de bevindingen: ‘Er is nl altijd wel iets te vinden’ etc:
Zo somber ben ik niet. Als we de handschoen oppakken is er met een redelijke inspanning een dossier te maken dat de toets der kritiek kan doorstaan. De AFM spreekt over ‘relevante bevindingen’ en ik interpreteer dat als tekortkomingen die redelijkerwijs vermeden hadden moeten worden. Ook uit de gegeven voorbeelden (hoofdstuk 3) blijkt dat het om serieuze tekortkomingen gaat.

3. Onafhankelijkheid: ‘Bijt niet in de hand die je voedt’ etc:
Hier zit een kernpunt van de discussie: is de accountant wel in een positie om professioneel kritisch te zijn, aangezien hij ervan moet eten? Zoals bekend sta ik daar sceptisch tegenover, zeker in het geval van de big 4 kantoren die te maken hebben met grote en machtige klanten. Dan moet je wel heel stevig in je schoenen staan. In het mkb is het genuanceerder, want daar liggen de verhoudingen anders. Overigens wordt hier verschillend over gedacht (collega Arnout van Kempen bijvoorbeeld in zijn bijdrage van maart jl.).

4. Dominantie van de big 4 in het Nivra:
Tsja. Daar heeft Matthijs wel een puntje vrees ik. De reactie van het Nivra op het AFM rapport wijst ook in die richting. Weet ik niet goed raad mee, is echt een probleem.

Tot zover. Ik vind de discussie zeer de moeite waard, dank voor uw reacties.

Geplaatst door Matthijs Pool - 7-9-2010 21:42:07

Beste Joop,
Goed stuk heb je geschreven. Je reactie op het commentaar van de heer Hoekstra vind ik met name interessant.
Je schrijft: "Dit toezicht heeft m.i. inherente beperkingen: het kan uitzonderingen corrigeren, maar als de overtredingen massaal zijn dan is het dweilen met de kraan open".
Ik moet eerlijk zeggen dat ik denk dat wanneer de AFM bij alle vergunninghoudende organisaties een OTP zou uitvoeren die opmerking wel eens bewaarheid kan worden. Er is namelijk altijd wel iets te vinden in een dossier dat niet volgens de NVCOS is. In dat geval zal de toezichthouder de 'deur op slot doen' en dat lijkt me ook niet de bedoeling; dan houden we geen enkele externe accountant over.
Het is echter wel onvermijdelijk dat externe accountants professioneel kritischer moeten zijn naar hun klanten. Zolang echter geldt:' bijt niet in de hand die je voed' zal het er bij de meeste accountants niet van komen. In dat geval werkt alleen maar een harde hand. Hopelijk kan de beroepsorganisatie (die overigens door de big-4 wordt gedomineerd) hier nog een keer in brengen. Anders wordt het voor ons gedaan en dat is nooit prettig.

Geplaatst door Leen Paape - 7-9-2010 19:30:25

de filosoof Thomas Hobbes riep al een Leviathan, de soevereine vorst (in mijn geval toezichthouder) die hard moest optreden in het geval het uit de hand liep; daarmee is in mijn ogen een toezichthouder in principe wel een laatste slot op de deur maar toch onmisbaar, het voorbeeld ligt nu op onze eigen deurmat....

Geplaatst door Joop Anemaet - 7-9-2010 9:31:11

Geachte heer Hoekstra,

Mijn stelling heeft betrekking op het repressieve toezicht, zoals uitgeoefend door de AFM. Dit toezicht heeft m.i. inherente beperkingen: het kan uitzonderingen corrigeren, maar als de overtredingen massaal zijn dan is het dweilen met de kraan open. Daarmee wil ik geenszins afbreuk doen aan het belang van de werkzaamheden van de AFM, integendeel, maar wel leg ik de primaire verantwoordelijkheid daar waar die hoort, nl. bij de kantoren en bij de beroepsorganisatie. En u heeft natuurlijk gelijk als u zegt dat toezicht in het algemeen gesproken ook een preventieve kant heeft.
Als ik u goed lees, zijn we het eens dat verbetering moet worden aangepakt ‘aan de voorkant’, dus niet (primair) via de weg van sancties door de AFM of het uitschrijven van personen, maar door fundamentele verbeteringen van structuren en processen. Die bal ligt nadrukkelijk bij het Nivra, maar slechts tijdelijk! Want vroeg of laat grijpt de politiek in.

Geplaatst door Hans Hoekstra - 6-9-2010 14:43:07

Ik ben het geheel oneens met deze stelling. Ongeacht de toezichthouder (denk ook eens aan een Raad van Commissarissen of i.d.), het toezicht mag dan in de praktijk veelal een sluitstuk zijn van een aantal processen, maar dit is het niet alleen.
Goed toezicht begint namelijk ook aan de voorkant van processen, nog voordat ze beginnen. Beleid uitzetten, processen opstarten en monitoren zijn hier onderdelen van.
Dit is een wel erg nauwe en foutieve interpretatie van toezicht.
Wel ben ik het met de schrijver eens dat de organisatie van het beroep veranderd zou moeten worden om de winstcultuur om te buigen naar een ander model waarbij meer aandacht komt voor kwaliteit en de relatie met het maatschappelijk verkeer. Ik zie helaas niemand die deze bal oppakt en die ligt er al jaren.
Was getekend een voormalig toezichthouder..........


Reageer op dit artikel


 





Laatste reacties






Over de auteur


Archief