Voor goede banken is fair value een zegen
donderdag 25 februari 2010 |
3 reacties
De commissie De Wit is voortvarend bezig met haar onderzoek naar de misstanden in de financiële sector. Een veelgehoorde bewering luidt dat banken in de problemen kwamen omdat de jaarcijfers zijn opgesteld op basis van fair value (actuele of reële waarde). Dit is een omkering van de werkelijkheid.
Bezittingen en verplichtingen moeten volgens de International Financial Accounting Standards (IFRS) bij financiele instellingen in principe worden gewaardeerd tegen fair value. De waardebepaling op de balans beweegt daardoor mee met de prijsvorming op de financiële markten. De winsten en verliezen, ook al zijn ze nog niet gerealiseerd door een verkooptransactie, lopen via de winst-en-verliesrekening en de volatiliteit van markten wordt dus direct zichtbaar in het resultaat.
Een voldoende grote buffer, bestaande uit eigen vermogen en hybride vermogensbestanddelen, moet hier weerstand tegen bieden. In een neergaande markt wordt al snel een flink gat in die buffers geslagen, en dat komt in de financiële sector hard aan.
Maar zijn de waarderingsregels daarom verkeerd? Of waren de aangehouden buffers gewoon te laag? De waarheid ligt op het tweede vlak. Juist doordat de waardering tegen actuele waarde plaatsvindt, is dat pijnlijk duidelijk geworden.
De minimaal aan te houden buffer (het zogenaamde doelvermogen) bepaalt een bank zelf, aan de hand van een risico-inschatting van de aangewende gelden. De rekenmethoden hiervoor zijn weergegeven in 'Basel I' en 'Basel II'. Veel banken hanteren door deze eigenhandige risico-inschatting een solvabiliteit van slechts zeven tot acht procent, en effectief soms nog lager. 'Normale' bedrijven houden veelal 25 tot dertig procent aan.
De heftige bewegingen op de financiële markten leidden de afgelopen jaren tot ongekende afboekingen en sloegen forse gaten in de buffers. De beurswaarden van banken waren navenant volatiel.
Sommigen stellen dat fair value accounting een langs die weg een versterkend effect heeft op de cyclus van de economie en daarom ongewenst is. Maar dit is een kip-en-ei-verhaal. De economie was namelijk werkelijk ronduit slecht de afgelopen twee jaar.
Dat de negatieve resultaten forse gaten in de buffers hebben geslagen is een objectief feit. Feit is ook dat fair value het inzicht in de opbouw van de bezitting en verplichtingen van banken sterk heeft vergroot. We kunnen nu zien dat schommelingen in de waardering van bezittingen de aanwezige buffers snel kunnen opsouperen.
Zijn de verslaggevingregels dan niet goed (een principekwestie)? Of zijn de opbouw en weerstand van de aangehouden buffers simpelweg onvoldoende (meer een kwestie van niet voorzichtig handelen)?
Onder druk van een lobby van banken, verzekeraars en aanverwante bedrijven zet de Europese Commissie momenteel de International Accounting Standards Board onder grote druk om weer meer onderdelen van de balans tegen kostprijs te mogen laten zien. Terwijl ‘normale' bedrijven steeds meer de actuele waardeaanpak omarmen, willen banken terug naar de oude situatie: kredietpakketten administreren tegen kostprijs, zonder verantwoording af te leggen over de (directe en indirecte) beleggingsresultaten.
Maar daar gaat het bij een bank toch juist om? Het niet boeken van beleggingsverliezen betekent niet dat ze er niet zijn. Ze worden alleen niet getoond.
Laten we leren van de huidige economische situatie en niet de verslaggeving inperken maar juist het startschot geven voor het aanhouden van grotere buffers en het verlagen van de leverage.
Voor banken is dit de gelegenheid om te laten zien waar het om gaat: een goede risico-inschatting en transparante verslaggeving. Dit is hun kans om van de daken te schreeuwen hoe goed ze zijn: "Wij zijn bank X en beloven dat we voorzichtig en transparant met uw geld omgaan. Kijk maar eens hoe goed we dat doen!"
Voor banken met een dergelijke constructieve houding is waardering tegen fair value een zegen.
Robert Willemse
Reacties (3) | Reageer
Geplaatst door jan weezenberg - 4-3-2010 12:38:52
Geachte Heren,
Lang, lang geleden werden de calculatiegrondslagen voor de jaarrekening bepaald op basis van goed koopmansgebruik.
Goed koopmansgebruik hanteerde o.a. (!) het voorzichtigheidsbeginsel.
Dat beginsel had twee kanten
-geen ongerealiseerde winst als winst beschouwen (de bekende huid van de beer)
-verliezen nemen zodra ze zich manifesteren.
Deze aanpak vergroot de betrouwbaarheid van het getoonde eigen vermogen: slechter kan het niet worden.
In Duitsland heette dit het niederst wertprinzip.
Dus en derhalve: een uitstekend early warning signaal voor verzwakking van het buffervermogen
Vriendelijke groet,
Jan Weezenberg
Geplaatst door Robert Willemse - 3-3-2010 22:12:40
geachte heer Reints,
Dank voor uw reactie en zienswijze.
Vaak zijn vragen als de uwe te beantwoorden middels retorische vragen.
Zoals:
- Zelfs bij een portfolio held to maturity, zou u als klant van zo'n bank dan eventuele huidige ongerealiseerde verliezen terug willen zien in de jaarrekening, of vind u in zo'n geval een waardering at cost wel prima?
Graag zie ik uw visie hierop tegemoet.
Met vriendelijke groet,
Robert Willemse
Geplaatst door JH Reints - 26-2-2010 11:55:40
Ik ben het er niet helemaal mee eens: er wordt volkomen voorbij gegaan aan de vraag wat fair value is. Waardering op actuele waarde kan op vele manieren en de huidige IFRS-regels pikken er met oogkleppen op maar 1 versie van de waarheid uit. Het als feit presenteren dat de negatieve resultaten een enorm gat hebben geslagen in de buffers is dan ook veel te kort door de bocht.
Waarom hypotheken op huidige verkoopwaarde waarderen als je core business is deze aan te houden tot aflossing en er geen enkele reden is te veronderstellen dat deze niet volledig afgelost zal worden?
En wat is er mis met het aloude voorzichtigheidsbeginsel: geen winsten nemen die je nog niet hebt gerealiseerd en buffers aanleggen in goed tijden voor slechte tijden die zeker gaan komen? Dit is ook volstrekt redelijk: als het goed gaat leen je meer geld uit als bank, maar meer uitlenen betekent bijna automatisch meer kans op falende aflossingen.