Vraag het de jaarrekeninggebruikers

vrijdag 23 mei 2008 | 2 reacties

Onlangs heb ik mijn onderzoek afgerond over materialiteit vanuit het gezichtspunt van de jaarrekeninggebruikers. Dit onderzoek heeft een grote hoeveelheid interessante informatie opgeleverd, waaronder de bevinding dat de gebruiker wil worden geïnformeerd over de hoogte van de materialiteit.

De mening van Jan Thijs Drupsteen (Opinie, januari 2008), en vele andere ‘voorgangers' in ‘de Accountant', dat er moet worden gecommuniceerd met de gebruikers, ondersteun ik ook van harte.

Uit mijn onderzoek, gehouden onder 46 gebruikers (onder meer aandeelhouders en beleggers) van jaarrekeningen, bleek ten eerste dat meer dan een derde niet wist wat materialiteit inhield.

Aan de respondenten zijn vervolgens, na een korte toelichting op het principe van de materialiteit, zes stellingen voorgelegd. Deze luidden:
  • 1. Er moeten verplicht toe te passen kwantitatieve materialiteitsregels voor de controlerend accountant worden opgesteld.
  • 2. Materialiteit moet worden afgeschaft.
  • 3. Alle ontdekte fouten in de jaarrekening moeten worden gecorrigeerd.
  • 4. Het toegepaste materialiteitsniveau moet in de accountantsverklaring worden gerapporteerd.
  • 5. De aandeelhouder moet inspraak krijgen in de hoogte van de materialiteit.
  • 6. De praktijk van het concept moet worden gelaten zoals het is.
Iedere respondent kon bij iedere stelling op een vijfpuntsschaal (sterk eens tot en met sterk oneens) aangeven of hij het er mee eens was of niet.

Uit de resultaten blijkt dat de respondenten behoefte hebben aan meer communicatie over het concept materialiteit. Ze willen inzicht in de hoogte van de materialiteit, zodat ze de jaarrekening beter kunnen beoordelen, en omdat transparantie simpelweg belangrijk is. De maatregel dat de materialiteit moet worden gerapporteerd (stelling 4) eindigde dan ook met stip op één.

Daarnaast vinden de respondenten uniformiteit in de hantering van het concept door accountants - en daarmee een betere vergelijkbaarheid van jaarrekeningen - belangrijk. Ook de maatregel voor verplichte kwantitatieve materialiteitsregels werd daarom positief gewaardeerd.

Over het al dan niet corrigeren van fouten waren de meningen verdeeld. Het afschaffen van materialiteit en inspraak van aandeelhouders worden niet gewenst.

De accountantscontrole wordt ten behoeve van de gebruiker van de jaarrekening uitgevoerd. Daarom is het belangrijk om de wensen van de gebruiker te kennen en in acht te nemen. Ik pleit er in dat verband voor om de gebruiker vaker proactief te benaderen, met name wanneer er nieuwe regels op stapel staan waar ook de gebruiker een belang bij heeft.

En laten we met de uitkomsten van een dergelijk onderhoud met de gebruikers vervolgens ook echt iets doen.

Doris de Rooij
  • Reageer
  • Print
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Delen

Reacties (2) | Reageer


Reacties

Geplaatst door Paula - 13-4-2011 16:31:57

Hello,

I'm from Portugal and I'm doing my PHD i auditing.

My Thesis is about Materiality and expectation gap!

I want to ask you, if you may send to me the questionary that you made in your reseach. It is very important to me.

Best regards

paula

Geplaatst door Herman van Brenk - 23-5-2008 11:33:09

Doris, ik begrijp dat gebruikers nauwelijks weten wat materialiteit is, omdat accountants hierover niet communiceren. Dit komt omdat het zo subjectief is. Daarom ben ik enerzijds voorstander van kwantitatieve materialiteitsregels, maar volgens mij is het lastig om hier uniformiteit in te krijgen. Het beoordelen en wegen van risico's in een jaarrekening is juist een uitdagend deel van het werk van de accountant. Als dit uniform is geregeld, wordt het accountantsberoep minder interessant, omdat inhoudelijke discussie over materialiteit niet meer mogelijk is.


Reageer op dit artikel


 





Laatste reacties






Over de auteur


Archief