Wordt AFM een concurrent van RJ?
donderdag 3 januari 2008 |
2 reacties
Met het interpreteren van verslaggevingsregels in een concreet recent geval waarin de AFM van mening verschilde met de onderneming, begeeft de toezichthouder zich volgens Jan Achten ten onrechte in de rol van standaardsetter. Volgens hem kan de AFM een uitspraak in dit soort kwesties beter aan de Ondernemingskamer overlaten.
Beursgenoteerde ondernemingen in de EU moeten vanaf boekjaren 2005 IFRS toepassen in hun geconsolideerde jaarrekening. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de naleving. En die naleving is cruciaal, willen de jaarrekeningen alom geaccepteerd worden, met name op Amerikaanse effectenbeurzen. Afgelopen november heeft de Amerikaanse beurstoezichthouder SEC op IFRS gebaseerde jaarrekeningen eindelijk geaccepteerd, maar bij niet goede naleving kan deze acceptatie onmiddellijk in gevaar komen.
De Europese Commissie heeft om de naleving te bevorderen Committee of European Securities Regulators (CESR) ingesteld. Voor Nederland neemt de toezichthouder de Autoriteit Financiële Markten daarin deel.
Lidstaten zijn beducht om soevereiniteit op te geven en daarom gaat de coördinatie in de CESR moeizaam. Niet alle EU/EER-landen hadden begin 2007 een toezichthouder, niet alle toezichthouders zijn lid van de CESR en deelname aan de vergaderingen gaat niet eenvoudig. Onder de CESR opereert een forum genaamd European Enforcers Co-ordination Sessions (EECS), waarin nationale toezichthouders (ook die geen lid zijn van de CESR) meningen en ervaringen uitwisselen.
Coördinatie is zeker nodig: we zien in Europa een grote variëteit in toepassing van IFRS, in het bijzonder IAS 19 (pensioenen).
Afgelopen december heeft de EECS voor de tweede maal een uittreksel gepubliceerd van besluiten van toezichthouders. Anoniem, zowel wat betreft de onderneming als de toezichthouder. Het is interessante leesstof.
Een bijzondere casus is die waarbij een pensioenregeling werd herverzekerd, teneinde de faciliteit van IAS 19.39 te mogen toepassen (alleen verantwoording van de verschuldigde premie mits alle risico's zijn overgedragen). Volgens mijn informatie is het een Nederlandse casus, dus met de AFM als toezichthouder.
De AFM oordeelde dat aan de vereisten van IAS 19.39 niet was voldaan, om de volgende redenen:
- De verschuldigde premie wordt jaarlijks vastgesteld. Daardoor was volgens de AFM de verzekeraar in staat tekorten af te wentelen in toekomstige premie, zonder dat de onderneming die verder kan afwentelen op de deelnemers door hun rechten te korten.
- Bij waardeoverdracht (als werknemers van werkgever wisselen) worden voor/nadelige verschillen tussen waardeoverdracht en gespaard bedrag met de onderneming afgerekend.
De argumenten van de onderneming vonden geen genade bij de AFM. Wisselingen waren volgens de onderneming spaarzaam (AFM: dat kan wijzigen) en risico's waren niet van betekenis (niet relevant volgens de AFM).
Met name bij de tweede interpretatie - betekenis van de risico's is niet relevant - kan men vraagtekens plaatsen. IAS 19 vangt aan, net als andere standaarden, met:
International Accounting Standards are not intended to apply to immaterial items (see paragraph 12 of the Preface).
Hoe kan dan één cent restrisico toepassing van IAS 19.39 onmogelijk maken?
De AFM gaat hiermee de rol van standaardsetter innemen en wordt daarmee in plaats van toezichthouder een concurrent van de Raad voor de Jaarveslaggeving.
Helaas heeft het besluit van de AFM geen vervolg gehad: volgens mijn informatie heeft de desbetreffende onderneming zich neergelegd bij het AFM-standpunt. Er komt dus geen oordeel van de Ondernemingskamer, noch van het EG-Hof van Justitie.
Ook dat is spijtig, omdat jurisprudentie betreffende verslaggeving uiterst spaarzaam is. Er loopt nog geen enkele zaak bij het EG-Hof betreffende de IAS-verordening. En jurisprudentie is veel belangrijker dan opinies van toezichthouders waarvan we niet weten of die in een procedure overeind blijven.
Het is in het belang van de ontwikkeling van de jaarverslaggeving dat de AFM terughoudend is in het interpreteren van standaarden, tenzij de tekst geen twijfel laat. De toezichthouder kan beter procedures bij de Ondernemingskamer entameren en de Ondernemingskamer prejudiciële vragen laten stellen aan het EG-Hof van Justitie.
Jan Achten
Reacties (2) | Reageer
Geplaatst door Gert-Jan Jordaan - 9-1-2008 11:49:41
Ik ben het volledig eens met Arnout van Kempen. Indien de onderneming van mening is dat de interpretatie van de IFRS regels juist is, is men vrij tegen de interpretatie van de AFM in te gaan. Het zou misschien wel wenselijk zijn indien de AFM transparant wordt op welke wijze men IFRS interpreteert. Het bepalen van de norm door de toetser zal meningsverschillen in de toekomst (meer) voorkomen. Ook is het dan mogelijk voor derden deze interpretatie voor een daadwerkelijke toetsing ter discussie te stellen. Indien wij met elkaar van mening zijn dat de AFM richting geeft aan IFRS is dit toch mooi meegenomen. Dit is geen rol meer voor de RJ vanaf de verplichte invoering van IFRS in 2005.
Geplaatst door Arnout van Kempen - 8-1-2008 15:05:59
De AFM doet volgens mij hier gewoon wat haar door de wetgever is gevraagd. De AFM heeft een visie, en als de onderneming die niet deelt, is het aan de AFM of ze haar visie graag wil voorleggen aan de OK. Bij Spyker hebben we gezien dat de OK duidelijk zelfstandig een oordeel vormt. Niks aan de hand, lijkt me. Of dat de rol van de RJ verkleint, vast wel. Maar ligt dat aan de AFM?