Wwft: ruime reikwijdte en geen 'spanning' met fraudemeldingsplicht

woensdag 21 oktober 2009 | 2 reacties

Sinds ruim een jaar is de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) van kracht. In recente publicaties, ook in 'de Accountant', worden vragen opgeroepen over de reikwijdte van deze wet en over een mogelijk bestaande spanning tussen de fraudemeldingsplicht voor accountants en de meldingsplicht Wwft.

Op beide vragen bestaat volgens het Bureau Financieel Toezicht (BFT), de toezichthouder op de vrije beroepsbeoefenaren, echter een duidelijk antwoord:

  1. Alle - beroepsmatige - werkzaamheden van de accountant vallen onder de reikwijdte van de Wwft. Dit overeenkomstig de door de wetgever beoogde verruiming ten opzichte van de WID en Wet MOT, de voorlopers van de Wwft.
  2. Van 'conflicteren' met de fraudemeldingsplicht voor accountants is geen sprake.

In de Wwft wordt als 'instelling' aangemerkt de externe accountant, voor zover deze zijn beroepsactiviteiten uitoefent. Invoering van het begrip 'externe accountant' betekent niet dat de reikwijdte wordt beperkt tot wettelijke controles, zoals bij de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), maar beoogt de interne accountant uit te sluiten van de meldingsplicht.

Deze gewijzigde definitie komt overeen met de derde Europese anti-witwasrichtlijn. Gezien doel en strekking van deze richtlijn en de Wwft, valt de overheidsaccountant evenmin onder deze wet.

De Wwft is dus - primair - van toepassing op de openbaar accountant. Welke werkzaamheden vallen onder de wet? Deze vraag is ook van belang voor niet-accountants die wel vergelijkbare werkzaamheden verrichten.

Het antwoord luidt, zoals aangegeven: alle werkzaamheden van de accountant. De (Europese) wetgever heeft hier bewust voor gekozen. Als een beperking was beoogd, dan zou zij specifieke diensten hebben uitgezonderd.

Deze ruime uitleg van 'beroepsactiviteiten' wordt (summier) beschreven in de wetsgeschiedenis van de Wwft en tevens ondersteund door de  RBA guidance for accountants' van de Financial Action Task Force (FATF). Deze guidance biedt belangrijke richtsnoeren om te bepalen welke diensten of cliënten een hoger witwasrisico met zich mee brengen.

Hoewel deze guidance geen formele rechtskracht heeft, is de invloed van de FATF van wezenlijke betekenis. De FATF is het belangrijkste internationale orgaan voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. De derde anti-witwasrichtlijn is voor een belangrijk gedeelte gestoeld op de herziene en in totaal 49 aanbevelingen van de FATF en verwijst hier ook naar. 

Het begrip 'beroepsmatige activiteiten' van de accountant is onder de Wwft dus ruimer dan onder de oude Wid en Wet Mot. Zo vallen assurance-opdrachten en aan assurance verwante opdrachten er onder, evenals alle werkzaamheden voor ‘overige opdrachten' zoals fiscaal advies, transactie-gerelateerde en administratieve diensten.

De Wwft-verplichtingen gelden dus wel voor forensische werkzaamheden maar niet voor bijvoorbeeld het geven van een cursus. Dit laatste is geen beroepsmatige activiteit van de accountant en draagt ook geen witwasrisico in zich, aldus de parlementaire geschiedenis van de Wwft.

Dan nog iets over uitzonderingen. Bij belastingadviseurs, advocaten en (kandidaat-)notarissen en andere juridische beroepsbeoefenaren is de Wwft niet van toepassing voor werkzaamheden die verband houden met de bepaling van de rechtspositie van een cliënt, diens vertegenwoordiging en verdediging in rechte en het geven van advies in het kader van een (mogelijk) rechtsgeding. Deze uitzonderingsbepaling beoogt te waarborgen dat op zorgvuldige wijze rekening wordt gehouden met de vertrouwenspositie van deze beroepsbeoefenaren.

Accountants worden hier niet genoemd. Dit betekent dat een accountant slechts in zeldzame gevallen een beroep kan doen op deze uitzondering, bijvoorbeeld als hij optreedt als ‘belastingadviseur' en een beroepschrift indient in het kader van een fiscale procedure.

Dan de vraag of de fraudemeldingsplicht van de accountant conflicteert met het tipping-off verbod van de Wwft. Dit verbod houdt in dat de accountant de cliënt niet mag mededelen dat hij een ongebruikelijke transactie heeft gemeld. Volgens de in de Wta (en het Bta) vastgelegde fraudemeldingsplicht moeten accountants de fraude daarentegen eerst bespreken met hun cliënt.

Naar de mening van het BFT conflicteren beide wettelijke meldingsplichten niet met elkaar. Ze staan los van elkaar en beide wetten hanteren verschillende definities en hebben hun eigen doelstellingen.

Het behoort tot de zorgplicht van de accountant dat hij - zonder het tipping-off verbod te overtreden - zonodig nadere informatie inwint bij zijn cliënt om te beoordelen of er sprake is van een ongebruikelijke transactie. Het feit dat de accountant zijn cliënt wijst op zijn redelijk vermoeden van fraude in het kader van het Bta, doet hier niet aan af. 

Ter afronding: In sommige publicaties wordt gemeld dat NIVRA en BFT over bovenstaande onderwerpen (nog) in gesprek zijn. Dit is onjuist. Het NIVRA heeft het BFT uiteengezet dat het inzake de Wwft op specifieke onderdelen uitgaat van een beperktere invulling van het begrip ‘beroepsactiviteiten'. Het BFT en het ministerie van Financiën nemen op dit punt echter het hierboven uiteengezette 'ruimere' standpunt in.

Fred Knook en Dirk Kolkman


  • Reageer
  • Print
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Delen

Reacties (2) | Reageer


Reacties

Geplaatst door Bart Bruin - 6-11-2009 12:02:36

De heren Knook en Kolkman, beiden kennelijk van en sprekend namens het BFT, gaan door middel van dit opiniestuk de publieke discussie aan over de reikwijdte van de WWFT.



Deze stap bevreemdt ons. Het Bft heeft enerzijds het vooroverleg met het NIVRA afgebroken, terwijl anderzijds met andere beroepsorganisaties zelfs nog geen enkel overleg heeft plaatsgevonden. Kennelijk ruilt het BFT het overlegmodel in voor een discussie via de media. Naar de redenen hiervoor kunnen wij slechts raden Minstens zo zorgelijk als de wijze van communicatie is de kwaliteit van het artikel waarmee het BFT de openbaarheid zoekt. Wij geven de voorkeur aan een korte en algemene opmerking hierover. Het opiniestuk verraadt dat beide auteurs zich onvoldoende hebben ingelezen in de wetsgeschiedenis. Ook maken zij gebruik maken van onjuiste doelredenaties. De door het Bft ingenomen standpunten zijn inhoudelijk dan ook onjuist.

De kwestie is van te groot belang om op een dergelijke wijze te worden behandeld. Een zorgvuldige discussie met de beroepsgroepen verdient verre de voorkeur boven een discussie door middel van een opiniestuk. Het is juist deze zorgvuldige discussie die wordt aanbevolen door de auteurs van het recente - overigens zeer kritische - evaluatierapport over het functioneren van het Bft.

Bart Bruin

Geplaatst door NIVRA - 21-10-2009 10:23:17

Reactie NIVRA:

Fred Knook en Dirk Kolkman verwijzen terecht naar de al enige tijd lopende discussie tussen NIVRA en het ministerie van Financiën/BFT over de interpretatie van de Wwft. Wat het NIVRA betreft is er nog steeds sprake van onduidelijkheid en is de discussie derhalve nog niet beëindigd.

De discussie betreft met name de reikwijdte van de Wwft zoals gedefinieerd in de wet.
Onder de wetten WID/Mot was dit voor accountants duidelijk omschreven. Het ging om de volgende 'diensten': controleren, beoordelen, samenstellen, voeren van administraties en belastingadviezen en het verzorgen van belastingaangiften.
De derde Europese anti-witwasrichtlijn waar Knook en Kolkman naar verwijzen gaat echter uit van 'instellingen' en definieert accountants als volgt: Bedrijfsrevisoren, externe accountants handelend in het kader van de uitoefening van hun beroepsactiviteiten (Auditors, external accountants acting in the exercise of their professional activities).
In de Wwft is dit vertaald met externe registeraccountants voor zover deze hun beroepsactiviteiten uitoefenen. Wat zijn die beroepsactiviteiten dan ? Buiten de in de oude wet genoemde diensten gaat het volgens de BFT ook om management consultancy, forensische onderzoeken, due diligence onderzoeken enz.
In de behandeling van de ontwerpwet heeft minister Wouter Bos op Kamervragen het volgende antwoord gegeven: Wij richten ons op omschrijvingen van werkzaamheden zoals die volgen uit de (Europese) richtlijn. Wij wijken daar niet vanaf, dat kunnen wij ook niet. Deze omschrijvingen zijn dus maatgevend geweest. Bepaalde nieuwe soorten dienstverlening die ook door accountants worden aangeboden, zoals tax assurance, vallen onder de richtlijn.
Ook met dit antwoord wordt ons inziens onvoldoende duidelijkheid verstrekt
Overleg tussen BFT en NIVRA heeft niet tot verduidelijking van de reikwijdte van de Wwft geleid.
Over het andere door Knook en Kolkman aangehaalde punt (conflicteren met de fraudemeldplicht) bestaat geen verschil van inzicht en is het NIVRA niet in overleg met het BFT


Reageer op dit artikel


 





Laatste reacties






Over de auteur


Archief