Over moed en wat dies meer zij

dinsdag 15 juni 2010 | 2 reacties

Johan Visser komt in zijn gewaardeerde reactie op mijn stukje 'Met de kennis van gisteren' met de suggestie 'zou de Blokdijkprijs voor de moedigste RA niet een leuk idee zijn?'.

De moedigste accountant? Een Willemsorde voor accountants? Voor zuiveringacties of als vredestichter? Daar had ik nog niet over nagedacht.

Visser liet het daar niet bij en roemde vooral een paar beroepskritische bloggers als mogelijke kandidaten, tegelijk wat nieuwe kritische salvo's afvurend op (exclusief) de big four, het 21e eeuwse p-paaltje voor commentatoren (die ook wel eens worden gedefinieerd als 'diegenen die na de veldslag de bosjes uitkomen om de gewonden dood te schieten').

Nu denk ik dat Hans Blokdijk een fantastische personificatie zou zijn van mensen die professionele moed niet uit de weg gaan. Dus een Blokdijk Prijs zie ik best zitten, alhoewel liever om andere redenen dan door Visser vermeld. Maar wat is moed in een accountantsberoep?

Allereerst moeten we oppassen om mensen die levenskeuzes maken binnen de geruststellende 'omgeving' van een vrijwel gegarandeerd leven boven de armoedegrens, te gauw in aanmerking te laten komen voor een 'heldenkwalificatie'. Dat geldt nog sterker voor diegenen die met het voorrecht leven van grosso modo 75K-plus inkomen - wat ze ook zeggen, doen of niet doen - en die economisch eigenlijk alleen nog maar worden geconfronteerd de vervelende ontdekking dat je niet meer dan één paar schoenen tegelijk kunt dragen.

Nee, mensen in onze bevoorrechte beroepsgroep maken gewoon carrièrekeuzes en accepteren bij voorbaat, zo mogen we aannemen, de voor- en nadelen. Daar komt weinig moed aan te pas, ook niet in de uitvoering en ook niet voor de critici annex bloggers onder ons.

Verder gaat de veronderstelling van sommigen dat zij die deel uitmaken van het machtige leger van de big four automatisch hebben gekozen voor alleen het opportune (of erger) in alles wat ze doen, en die daarom bij voorbaat iedere gedachte verwerpen dat de big four bemanning een tegendraads verschil uit zou willen maken, ook niet op.

Ik denk dat de big four, afzonderlijk en als collectief, het afgelopen decennium belangrijke kansen hebben laten liggen om boven het minimum wettelijk vereiste uit te stijgen. Een gemiste kans, maar iedere held heeft er zo wel een paar van op zijn kerfstok.

Het is wel een reden waarom ik geen traan zou laten als het bedrijfsmodel van de openbare accountant wezenlijk zou worden aangepast, met of zonder medewerking van de big four. Maar dat betekent niet dat de big four zijn gespeend van iedere gumption of - intern - persoonlijke kritische interventies of toegevoegde waarde in andere zin. Denk eens aan wat een prachtige leerschool de grote kantoren zijn geweest voor velen onzer.

En het betekent evenmin dat er niet behoorlijk wat modderworstelen plaatsvindt voordat bepaalde beslissingen worden genomen. Zelfs de lage regelgedreven maatstaf van voldoen aan de absolute minimum wettelijke vereisten kent zijn uitdagingen en zal af en toe ook leiden tot het testen van de professionele ruggengraat.

Terug naar Johan Visser. Ik geloof ook niet dat onze collega's van de kleine kantoren, éénpitters of de zich onafhankelijk opstellende beroepscritici/academici de minimalistische opstelling van de grote kantoren kunnen aangrijpen om het monopolie van 'moed' voor zichzelf op te eisen.

Ook onder die groep heb je gevogelte van allerlei pluimage: een breed spectrum van idealisten, solisten, anarchisten en opportunisten. Zo geloof ik niet dat een kleine mkb-accountant snel de deur zal wijzen aan een veelbelovende potentiële cliënt waarvan het opperhoofd binnenloopt en zegt: "Ik zoek een accountant die me de weg kan wijzen en voor kan gaan naar het absoluut minimale in de wettelijke eisen van jaarrekening en controleplicht."

'Beter dan niks' is niet goed genoeg, maar het is wel beter dan niks. Dat geldt voor groot en voor klein. Maar om daar de moedigen uit te plukken?

Maar dat we met zijn allen eens goed praten over de vraag of we ons voelen aangesproken om professionele werkmodellen boven het wettelijke minimum als norm te stellen, lijkt me best een goede gedachte. Daarbij zullen de vragen naar 'moed, individueel, collectief, keuzes, consequenties, persoonlijk, beroepstechnisch en reputationeel' zeker nuttig de revue passeren.

Dan kunnen we misschien ook de 'vertrouwensman van het maatschappelijk verkeer', recentelijk praktisch dood verklaard door ene Jan de Wit, nu eindelijk eens officieel ten grave dragen. En zijn kinderen Benjamin Jan Minimalist en oudste dochter Gertruida Optima nog eens tot een inhoudelijk gesprek met elkaar uitlokken. Ze hebben tenslotte jarenlang langs elkaar heen gepraat.

Kortom, bedankt Johan, voor je suggestie. Maar ik zou de gedachte van die prijs wel anders uitwerken. Een gedachtenuitwisseling alleen al kan wonderen doen om helderheid te brengen in de vraag of moed wel een plaats heeft in een for profit uitgevoerde publieke functie. Of dat we tevreden zijn met wat er is. En als dat zo is, of zo'n verschraalde functie dan niet wat anders georganiseerd kan worden.

Jules Muis


  • Reageer
  • Print
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Delen

Reacties (2) | Reageer


Reacties

Geplaatst door jules muis - 18-6-2010 14:57:04

kijk eens, dat is nog eens een sociale audit van een deelgroep waar men het eens of oneens mee kan zijn, maar goed dat zo'n meninguiting in alle openheid gehouden kan worden en met ieder gedeeld.

Maar ons onderwerp was 'moed' - of het gebrek eraan - en het enige wat ik kwijt wilde was dat die eigenschap meer democratisch verspreid is dan hoge torens doen vermoeden. En dat daar waar het zich manifesteert het eerder onder water zit, dan boven water komt.

Over de ratio en verstand om professioneel een minimum positie aan te nemen zullen we ongetwijfeld nog het nodige (te) zeggen (hebben), waarbij geen beroepsgroep uitgesloten.

bedankt Johan voor je open betoog,

Jules

Geplaatst door Johan Visser - 18-6-2010 12:18:49

Beste Jules,

Dat mijn vrij losse opmerking over een Blokdijkprijs voor de moedigste RA jou tot nadenken heeft gestemd doet me plezier.
Toch een paar opmerkingen:

1. Dat heel veel RA,s profijt hebben (gehad) van een opleiding bij de Big 4 is evident. Bijzonder vind ik dat niet. Het is toch vanzelfsprekend dat je van een paar duizend vakgenoten in Nederland veel kunt opsteken. Om maar te zwijgen over de in vele generaties opgedane kennis en ervaring, ook internationaal. Maar de meer dan 100 jaar ervaring en de actuele kennis (die groot is)nemen niet weg dat de reputatie van het Openbaar Beroep (wereldwijd) ernstig is beschadigd. En dat is en wordt vooral veroorzaakt door de Big 4. In Nederland bedienen ze meer dan 98% van alle organisaties van Openbaar Belang. Zij bepalen het beeld van het Beroep. Wereldwijd is het van hetzelfde laken een pak. Je zal immers maar depositohouder en/of aandeelhouder van een van de 18 grootste Amerikaanse Banken zijn waar de balans voor gemiddeld 42% is opgepoetst (zie Wall Street Journal). Deze banken worden uitsluitend door de Big 4 gecontroleerd en ze keken er naar (of erger) en zwegen/tekenden. Minimalistisch formeel in orde, materieel/inhoudelijk beschamend. Bepaald storend is voorts dat de Big 4 hun personeel permanent indoctrineren met het idee dat zij de enige zijn die kwaliteit leveren. Dat er veel bekwame RA's bij de Big 4 werken is evident, maar hersens worden niet per organisatie, maar per individu uitgedeeld. (En vanuit mijn onbewijsbare levensovertuiging t.z.t. ook weer ingeleverd!)
Lachwekkend is deze vorm van arrogantie als je bedenkt dat ik de laatste 10 jaar bloedserieus een jonge RA van ieder Big 4 kantoor moet vragen of hij/zij wel kan denken in journaalposten (boekhouden dus). Om over enige fiscale kennis, nodig voor de huisartsfunctie in het MKB, maar te zwijgen. Zo'n vraag was in 1988 zelfs niet in mijn stoutste dromen bij me opgekomen. En leuk vind ik het ook niet om het te moeten vragen.

2. RA's van kleinere kantoren zijn inderdaad lang niet allemaal lelieblank. Er lopen niet alleen solisten, idealisten, anarchisten en ook opportunisten tussen, maar zelfs een paar echte boeven/roofridders. Al sinds jaar en dag heeft mijn kantoor een zwarte lijst. Dit gezegd hebbende, wil ik er wel op wijzen dat de controleclienten van de SRA/MKB kantoren voor hen meestal het zout in de pap vormt. Slechts gemiddeld 8% van de omzet van een SRA kantoor is controle omzet (bron: SRA). Daar zijn ze dus zeer zuinig op en doen ze hun werk in doorsnee heel goed. Angst voor claims, vaktrots, trots op hun mooie grotere clienten (geen OOB's) en financieel eigenbelang zorgen meestal voor goed werk.
Gek is deze omzetverdeling niet, omdat er maar zo'n 10.000 controleplichtige ondernemingen zijn en dik meer dan 600.000 MKB ondernemingen.

3. Triest is dat de begin negentiger jaren ingevoerde winstdifferentiatie bij m.n. de Big 4 er voor heeft gezorgd dat de onderlinge afgunst en haat en nijd fors is toegenomen. Geld is een raar goedje ook al schrijf je terecht dat je maar in een paar schoenen tegelijk kunt lopen. Ook RA's zijn, net zoals iedereen, ontzettend gevoelig voor status en geld. Mensen (en vooral mannen) spelen graag het spel om Macht (zie bijv. Mauk Mulder: Macht, ons gedrag met en tegen elkaar). Als je dat zorgwekkende alom aanwezige spel aanvuurt met geld dan is de beer los. Dan krijg je opmerkingen als "collega's, collega's je grootste concurrenten zitten in de gang" of "je bent nooit populairder als firmant dan wanneer je weggaat, dan komen ze winkelen in je portefeuille". En de vileine intensiteit van dit spel neemt de komende jaren door de Europese fusies toe. Zoals bekend stroomt water in Accountancy alleen naar het hoogste (winst)punt (een natuurkundig wonder!) en dat betekent dat er veel firmanten uit moeten. Het spel is al op de wagen! En de Engelsen worden de baas! Die kiezen, zoals bekend, altijd the best man for the job en dat is geheel toevallig een Engelsman. (Politiek/spelmatig overigens uiterst knap)

4. Zelf heb ik nooit en te nimmer last gehad van welk Big 4 kantoor dan ook. Persoonlijke frustratie t.o.v. de Big 4 is mij echt vreemd. In het verleden heb ik voor PW gewerkt, wel eens een klusje voor KPMG gedaan en behoorlijk veel voor Deloitte (en het door haar overgenomen VB). Een paar jaar geleden heb ik geheel vrijwillig, en zonder enige frictie, afscheid genomen. Als goed ondernemer heb ik er natuurlijk altijd voor gezorgd dat de Big 4 gezamenlijk nooit meer dan 15% van mijn omzet omvatten. Blijf je onafhankelijk en een echte adviseur. En een van de anderen heb ik maar zeven keer als client geweigerd (interne tam tam werkte klaarblijkelijk niet). Natuurlijk ken ik talloos veel bekwame en oprechte RA's bij de Big 4. Partner en niet partner - heb er een aantal bemiddeld - die dolgraag anders willen, maar de zelfgebouwde goudgerande kooi en het onderlinge wantrouwen verhinderen een fundamentele herbezinning.
Doodzonde, want als je de afgunst zou elimineren (en luie partners gewoon ontslaan) en de kantoren beter zou organiseren (met een reeel kostenbewustzijn), dan zouden partners heel eenvoudig veel gelukkiger worden, ernstig winnen aan zelfrespect en waarschijnlijk geen Euro of Pond minder verdienen.
Ik zie het niet gebeuren, want daar het je Moed en Visie voor nodig. En collectief mis ik dat. Is een algemeen cultuurprobleem (zie het Berenschotonderzoek naar de bonussen). Er zal individueel of in groepsverband zeker het nodige aan modderworstelen door de Big 4 worden gedaan. Prachtig! En dat meen ik oprecht! Maar het is en blijft modderworstelen. Daarna moet je nog altijd onder de douche!

5. Blijven we minimalistisch doormodderen? Heeft een grote discussie zin? Discussie is altijd goed, maar weet niet zo goed met wie! In doorsnee worden a. de problemen ontkend b. gewezen op een verwachtingskloof c. criticasters geelimineerd (Mischa Kat) of d. geroepen dat men nooit als Accountant heeft gewerkt (verwijt aan Marcel Pheijffer) of zelfs helemaal geen Accountant is (ondergetekende).
Wat het beste waarschijnlijk zou zijn is om een echte concurrent van de Big 4 in de markt te zetten. Eentje met gezag, met goed gehonoreerde partners en medewerkers, die weten dat ze een biefstuk maar een keer per dag kunnen eten. Waar inlevingsvermogen, fair play en vakmanschap hand in hand gaan. Waar professionals professionals zijn en dus het georganiseer overlaten aan mensen die dat leuk vinden en er dus goed in zijn geworden. Waar we elkaar inhoudelijk dagelijks de maat nemen, maar waar we de politici van het verkeerde soort dringend verzoeken het pand te verlaten. En ze mogen hun clienten gewoon meenemen. Ach, een man blijft toch altijd een kind en moet wat te dromen hebben. Maar tussen droom en daad liggen enige praktische bezwaren. En die prijs van mij! Die komt er ook niet.


Reageer op dit artikel


 





Laatste reacties






Over de auteur


Archief