Openbaar Ministerie als aanklager van accountants

donderdag 5 januari 2012 | 13 reacties

Onlangs heeft de Accountantskamer aan een accountant een zware maatregel opgelegd: doorhaling van de inschrijving in het accountantsregister voor de duur van tien jaar. Kijkend naar de feiten zal geen weldenkend mens daarover verrast zijn. Wellicht wel over de klagende partij: het Openbaar Ministerie.

De accountant hoort te staan voor de belangen van het maatschappelijk verkeer. Net als het Openbaar Ministerie. Het is dan ook niet voor niets dat de Officier van Justitie ook wel Openbaar Aanklager wordt genoemd.

In de genoemde casus heeft de klager gesteld dat met uitzondering van de geheimhouding onder meer alle fundamentele beginselen uit de Verordening Gedragscode (VGC) door de accountant zijn geschonden. De Accountantskamer volgt de klager in niet mis te verstane bewoordingen.

De accountant in kwestie speelde een bemiddelende rol bij het verkrijgen van gelden - leningen - voor (vage) activiteiten in Indonesië. Volgens klager heeft de accountant: (a) het vertrouwen misbruikt dat inleggers vanwege diens kwalificatie als registeraccountant in hem hebben gesteld; (b) voor eigen bate gelden aangewend die door de inleggers ter beschikking waren gesteld; en (c) enkele geldinleggers op onbehoorlijke wijze onder druk gezet.

Maar daar gaat het mij niet om. Wel om het feit dat de zaak bij de Accountantskamer is aangebracht door het Openbaar Ministerie en wel de subafdeling Functioneel Parket. Deze subafdeling houdt zich onder meer bezig met de justitiële afwikkeling van fraudezaken. Zaken die veelal worden aangebracht door (mijn oude werkgever) de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD).

Zo ook in de onderhavige zaak. Sterker, de (aan)klager heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door een RA (tevens AA) van het Team Opsporing Bijzondere Zaken van de FIOD te Eindhoven.

Het is wat mij betreft een goede zaak dat de Openbaar Aanklager in dit soort zaken een klacht indient bij De Accountantskamer en de klacht laat toelichten tot een ter zake deskundige, een accountant. Die is immers als geen ander in staat de feiten te vertalen naar de voor accountants relevante normen, waardoor de kans tot het opleggen van een maatregel zal toenemen.

Naar ik heb vernomen zal het Functioneel Parket in voorkomende gevallen niet schuwen wederom een klacht bij de Accountantskamer in te dienen.

Ook dat doet mij deugt. Daarmee wordt bijna tien jaar na dato navolging gegeven aan twee aanbevelingen van de Parlementaire Enquêtecommissie Bouwnijverheid, die ik toentertijd mocht bijstaan.

Die commissie kwam tot de aanbeveling om de vervolging van financieel-economische delicten, vanwege hun eroderende werking en hun economische en maatschappelijke gevolgen, meer prioriteit te geven. Voorts werd de aanbeveling gedaan te overwegen een 'openbaar aanklager voor het accountantsberoep' in te stellen.

Het Functioneel Parket is nu dus de weg ingeslagen die de toenmalige parlementaire enquêtecommissie heeft uitgezet. Wat mij betreft een goede zaak. De AFM richt zich immers louter op beursgenoteerde ondernemingen en vergunninghoudende accountants. De NBA zal meestal geen feitelijke kennis hebben over bij de FIOD onderhanden zaken en kan daarom niet als klager optreden.

Via de lijnen van het Functioneel Parket en de FIOD kunnen zo de lacunes worden opgevuld en zullen accountants die in de mkb-praktijk een scheve schaats rijden toch nog kunnen krijgen wat hen toekomt. Dat is winst.

Marcel Pheijffer


  • Reageer
  • Print
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Delen

Reacties (13) | Reageer


Reacties

Geplaatst door Jan Wietsma - 11-1-2012 17:26:50

Geachte heer Vinke,

Het staat een columnist toch vrij om een opinie te hebben en die te delen met de rest van de wereld. Zelfs al is die zaak onder de rechter. Net zo goed als het u vrij staat om het niet met de strekking van de weblog eens te zijn. Op deze wijze worden morele kaders van het beroep scherp gehouden. Daarom is het goed dat de Accountant.NL hiervoor een platform biedt. Daarnaast geldt natuurlijk het aloude adagium ' wie eist, bewijst'. Door de morele kaders te confronteren met de juridische kaders ontstaat het speelveld waaraan de beroepsgroep zich moet houden. Bij dit soort dialogen is het trouwens altijd belangrijk om persoon en zaak gescheiden te houden. Dus we mogen alles vinden van de zaak, als het om de persoon gaat zijn we terughoudend. Dat is een professionele houding. Dit is natuurlijk lastig als een zaak ons persoonlijk raakt duidelijk. Het siert u natuurlijk dat u opkomt voor de belangen van de ander. Maar maakt u er geen persoonlijke zaak van, want dat levert uiteindelijk alleen maar verliezers op.

Met vriendelijke groet,

Jan Wietsma

Geplaatst door e.vinke - 11-1-2012 13:33:44

Inzake de berichten dat de heer Pheiffer niet aanwezig zou zijn geweest merk ik het volgende op.
In de (kleine) niet privacy geschikte wachtruimte is de naam duidelijk gevallen door de personen die namens de partij van de klager aanwezig waren en zijn
toegelaten zijn tot de beperkt besloten zitting. Ook is helder dat er een beleidsmedewerker van Financiën aanwezig was en personen verbonden aan Nyenrode. De heer Pheiffer had als collegae van Nyenrode die wel aanwezig waren, zich beter van commentaar kunnen onthouden om niet de schijn tegen te hebben.
Ook moet er dan sprake zijn geweest van een aanwezig persoon die sterk lijkt op die van de heer Pheiffer. Mogelijk is hierdoor prake geweest van een persoonsverwisseling. Helder is aan welke kant de heer Pheiffer staat en dat personen van Nyenrode waaraan de heer Pheiffer is verbonden, meegewerkt hebben aan deze casus, dit is door hen verklaard tijdens de zitting ivm reden aanwezigheid, en het vreemd voorkomt als de heer Pheiffer hiervan geen kennis zou hebben genomen en er binnen Neyenrode niet over deze casus zou zijn gesproken. En ook al zou dit niet het geval zijn, dan nog had in dit geval de heer Pheiffer beter niet dit artikel nu kunnen schrijven. Wat betreft afwezigheid en persoonsverwisseling ca 4 maand na de zitting van de heer Pheiffer bied ik mijn excuus aan. Hierbij merk ik nog wel op dat het ook vreemd is dat op basis van een nog niet vaststaande uitspraak dergelijke publicaties worden gelanceerd in de media. De Accountantskamer heeft aan betrokken accountant ook laten weten dat zij publicaties alsof de Beslissing vaststaat zeer betreuren. Er staat ook niet voor niets dat pas 2 dagen na 6 weken van de Beslissing via een lastgeving van de Accountantskamer de Beslissing definitief wordt. Beroep heeft schorsende werking en dat is hier het geval! Dat strafrecht en tuchtrecht iets anders is waarbij via strafrechtelijk onderzoek een klacht wordt ingediend door het OM, laat ik graag aan deskundigen over. Maar ik verbaas mij wel over deze dubbelrol van het OM. Door alle publicaties is de accountant al zwaar gestraft en daarmee is een groot goed in dit land overtreden. Namelijk gestraft worden terwijl de schuld nog niet vaststaat. Schrijvers van artikelen hierover nemen dan een (onbewust?) risico. Verder maar de beroepsprocedure afwachten en de uitkomst van waarvoor de accountant heeft gemeend zijn internationale geheimhouding hoger te achten dan zijn eigen belang!

Geplaatst door Pieter de Kok - 10-1-2012 15:09:36

Klopt, toch geen toeval, wie heeft ooit op deze site van deze twee heren gehoord, erg doorzichtig allemaal.

Marcel, ik vind het een helder stuk, lijkt mij een logisch iets. Ik mag hopen dat niemand dit overkomt, maar de bewust onbekwame moeten zich aangesproken voelen. Ik hoop voor de onbewust onbekwame dat er ergens in het traject nog een vangnet voor ze is.

Geplaatst door Jan Wietsma - 10-1-2012 13:15:20

@Arnout Mooi gesproken/geschreven.

Geplaatst door Arnout an Kempen - 10-1-2012 12:07:10

Er gaat hier veel (rechts)geleerdheid voorbij, altijd boeiend. Maar misschien kan iemand mij, als eenvoudige leek, een paar simpele vragen beantwoorden:

- Het doel van tuchrecht is, zo is mij tijdens mijn accountantsopleiding geleerd, primair het bevorderen van een goede beroepsuitoefening c.q. het beteugelen van misslagen in het beroep. Het opleggen van sancties is min of meer bijzaak, en dat is dan ook precies de reden dat de sancties, zeker in de ogen van buitenstaanders, absurd laag zijn terwijl echt IEDERE accountant die voor de tuchtrechter komt te staan en "veroordeeld" wordt dat als uitermate pijnlijk ervaart, ongeacht de zwaarte van de sanctie.

De tuchtrechter heeft in dit licht niet de taak en niet de kennis/ervaringsachtergrond, om kwaliteit van bewijsmateriaal te wegen en sancties te relateren aan maatschappelijke geschoktheid en al dat fraais uit het strafrecht, maar de tuchtrechter heeft kennis, ervaring, middelen en taak om onderzoek te doen. De klager heeft geen bewijslast, de klager levert slechts een casus aan. Het is vervolgens aan de tuchtrechter om onderzoek te doen, nogmaals, ten dienste van het beroep, de kwaliteit van de beroepsuitoefening.

"Schuld" voor de tuchtrechter staat daarmee redelijk los van schuld voor strafrecht of aansprakelijkheid voor civiel recht.

Het OM is, net als ieder ander, al bij het oude stelsel, maar ook onder de WTRA, een volstrekt normale en aanvaardbare partij. En gezien het belang en de betekenis van het tuchrecht zou het beroep (anders wellicht dan de individuele beroepsbeoefenaar die betrokken wordt in een tuchtzaak) alleen maar blij moeten zijn dat het tuchtrecht wordt gebruikt, en dat relevante partijen waaronder het OM, bereid zijn klachten aan te leveren.

Zie ik het feitelijk fout?

- met grote regelmaat krijg ik van klanten of van cursisten de vraag: hoe moet ik regel X nu precies verstaan? Daar waar over die regel in een door de vraagsteller bedoelde situatie nog nooit een tuchtzaak is geweest, kan ik weinig meer antwoorden dan "de literatuur zegt X, de toezichthouder zegt Y, ik denk Z, maak er maar chocolade van." Met uitspraken van de tuchtrechter krijgen we duidelijkheid. En dat is, naar mijn begrip, niet alleen een van de hoofddoelen van het tuchtrecht, het is ook bijzonder welkom. Als het OM daar aan bij wil dragen, hoera.

Of maak ik een denkfout?

- Het tuchtrecht zoals we dat kenden dreigde afgeschaft te worden onder invloed van de WTA. Uiteindelijk is, via de WTRA, de vorm van het oude stelsel vrijwel overeind gehouden. Uit de parlementaire geschiedenis valt te begrijpen dat de regering meent dat tuchtrecht geen straf is voor een beroepsgroep, maar in tegendeel juist haar maatschappelijke en economische status sterk verhoogt. Uit het feit dat het beroep gepleit heeft voor tuchtrecht dat verder gaat dan alleen de wettelijke controle valt te begrijpen dat het beroep daar precies hetzelfde over denkt.

Anders dan sommige accountants soms schijnen te denken is de meerwaarde van de RA en de AA niet gelegen in hun prachtige opleiding. Anderen hebben dezelfde of betere opleidingen gevolgd, zonder de titel te dragen. Nee, de grote meerwaarde is nu juist dat je met je titel aangeeft eenvoudig tuchtrechtelijk aanspreekbaar te zijn, je professionele handelen kan onafhankelijk en deskundig inhoudelijk getoetst worden. Die keuze heb je heel bewust gemaakt toen je de titel aanvroeg, en voor wie de titel niet nodig heeft maar toch handhaaft: die keuze maak je iedere dag dat je je niet laat uitschrijven.

Als dan vervolgens het tuchtrecht werkt, en als dan vervolgens een maatschappelijke partij als het OM gebruik maakt van dat tuchtrecht, dan is dat natuurlijk vervelend voor de individuele titelhouder, maar toch een zegen voor het beroep?

- Ik weet dat het in Nederland normaal is om op sites van kranten scheldpartijen te beginnen als je het met iemand oneens bent, en het is een verademing dat we dat op deze site niet kennen. Maar naar mijn gevoel is het beschuldigen en insinueren over de rol die een blogger zou spelen in een zaak waarover hij schrijft, en dan geen enkele onderbouwing daar bij geven als daar om gevraagd wordt, in feite slechts een beschaafd klinkende variant van schelden: een ad hominem. Klopt dat?

Geplaatst door Marcel Pheijffer - 10-1-2012 11:58:42

Beste lezers,

hoewel het uitblijven van een reactie van de heren Vinke en De Jong jullie wellicht al genoeg zegt, lijkt het mij goed de inhoud met jullie te delen van een brief die ik zojuist in kopie ontving. Het betreft een schrijven van de Officier van Justitie aan de advocaat (de heer De Jong) van de betrokken accountant. De inhoud daarvan spreekt voor zich.


Edelgestrenge heer

De heer Dohmen heeft mij attent gemaakt op de weblog van M. Pheijffer van 5 januari 2012. In die weblog wordt een uitspraak van de accountantskamer besproken. Die tuchtzaak is gestart op basis van een klacht van ondergetekende als vertegenwoordiger van het O.M. .

Onder die weblog staat een reactie d.d. 09 januari 2012 die kennelijk van uw hand is en waarin u stelt dat de heer Pheijffer - op welk manier dan ook - betrokken zou zijn geweest bij de (formulering van de) klacht die bij de accountantskamer tegen de betrokken accountant is ingediend.

Alhoewel er niets op tegen is als het O.M. zich in zulke procedures door deskundigen laat bijstaan (bijvoorbeeld door de heer Dohmen), hecht ik er toch aan u te berichten dat de heer Pheijffer bij het opstellen van deze klacht en verdere processtukken en proceshandelingen, geen énkele bemoeienis heeft gehad, noch geconsulteerd is.

Hiermee is dat misverstand rechtgezet en daarmee uit de wereld.

Deze brief schrijf ik geheel op eigen initiatief en zal ik in cc aan de heren Dohmen en Pheijffer doen toekomen.

Geplaatst door Jo Vestjens - 9-1-2012 19:43:31

Vooraf merk ik op dat ook ik kennis heb genomen van de door de Accountantskamer gepubliceerde uitsrpaak. Van enige andere betrokkenheid dan louter vaktechnische interesse is dan ook géén sprake.

Het lijkt er op dat de heren Vinke en De Jong zich niet realiseren dat sprake is van verschillende rechtsgebieden (strafrecht versus tuchtrecht) die los van elkaar staan en dat (onafhankelijke) rechters vonnis wijzen uitgaande van de uitgangspunten van het rechtsgebied.

Op basis hiervan zie ik niet in waarom, aldus de heren Vinke en De Jong, sprake zou zijn van 'voor de muziek uit fietsen'. Het vrijspreken bij een strafrechtelijke traject is immers géén garantie voor het niet-opleggen van een tuchtrechtelijke maatregel. Zoals in het begin aangegeven is het rechtsgebied niet gelijk.

Overigens kan het Openbaar Ministerie - als belanghebbende - ook andere (zakelijke) dienstverleners, bijvoorbeeld advocaten, in het tuchtrecht "betrekken".

Rest mij op te merken dat ik denk dat de aanbevelingen uit de Parlementaire Enquetecommissie Bouwnijverheid naar het schijnt navolging hebben gevonden. Klachten in verband met mogelijke misstanden in de beroepsuitoefening, waarvoor het tuchtrecht het meest geëigende rechts (sancite !) gebied is, mogen door degene die hier kennis van draagt als belanghebbende in een klaagschrift vervat worden. Het al dan niet vervolgen is in deze géén item waardoor van een verplichte volgorde - zoals door Vinke en De Jonge gesuggereerd - géén sprake kan zijn.

Geplaatst door R.E. Dohmen - 9-1-2012 15:09:38

Omdat ik het Functioneel Parket bij de tuchtrechtelijke aanpak van deze casus heb vertegenwoordigd, zal ik niet inhoudelijk op de blog van Marcel ingaan. Zo ook niet op de reacties van dhr. Vinke en advocaat De Jong. Wellicht dat op een later moment wel een leerzame discussie kan plaats vinden over b.v. de overpeinzing van dhr. de Jong, waarin hij vraagtekens zet bij de volgorde waarin het straf- en tuchtrecht in deze casus door het Openbaar Ministerie wordt ingezet.

Maar als geen ander weet ik dat Marcel Pheijffer op geen enkele wijze betrokken is geweest bij de totstandkoming van het klaagschrift of bij enig ander aspect in de betreffende tuchtprocedure. Ook was hij niet aanwezig bij de zitting van de Accountantskamer. Jammer dat de heren Vinke en De Jong dit met een behoorlijke stelligheid menen te moeten roepen. Ik vraag me af waar ze die wetenschap vandaan halen. Het is namelijk pertinent niet waar.

Dat wilde ik even kwijt.

Ron Dohmen

Geplaatst door Marcel Pheijffer - 9-1-2012 13:50:45

Over de inhoud van hetgeen de heer De Jong stelt kan een mooi debat plaatsvinden en wellicht datik daar later (vandaag) nog welmop terugkom.

Voor nu laat ik het bij het wederom weerspreken van hetgeen mij wordt toegdicht, namelijk betrokkenheid (achter de schermen) bij deze zaak. Dat is volstrekte onzin.

Het zou de heer Vinke (die mij min of meer verwijt uit een besloten zitting informatie openbaar te maken, hetgeen hij vervolgens als aanwezige ter plekke kennelijk wel mag doen) en De Jong sieren even (1) aan te geven in welke hoedanigheid zij zelf bij deze kwestie zijn betrokken en (2) te bewijzen dan wel te corrigeren dat ik aanwezig was en/of betrokkenheid heb bij deze zaak.

Geplaatst door Mr D. de Jong - 9-1-2012 13:15:03

De heer Pheijffer, met zijn indrukwekkende staat van dienst, vindt het een goede ontwikkeling
indien het Openbaar Ministerie vaker gebruik gaat maken, jegens accountants in de mkb-praktijk
die van het rijden van een scheve schaats worden verdacht, van het tuchtrecht en indien die zaken
bij het accountantsforum worden aangebracht dat sedert enige jaren bij de Rechtbank Zwolle bestaat,
overheidsrechtspraak in plaats van tuchtrecht algeheel binnen de branche zelf.
Hij heeft eerder al aanbevelingen in die richting gedaan en de door hem gereleveerde uitspraak, althans
de klacht die ertoe geleid heeft, is dan ook (aldus de betrokken accountant) met zijn actieve medewerking,
al ontkent de geleerde beleidsadviseur dat thans –zo lees ik op deze blog-, tot stand gekomen.

Er zijn echter ook minder goede kanten, en de vrees dat de accountant die hiervan het doelwit heeft
mogen zijn van juist die minder goede kanten het slachtoffer geworden is, is niet geheel ongegrond.
Die minder goede kanten schuilen in het één-tweetje dat de strafrechtelijke opsporingsorganen hier
spelen richting (allereerst) het tuchtrechtelijke doel. Men kan van de FIOD-opsporingsambtenaren veel
zeggen, maar zeker niet, dat ze open oog zullen hebben voor de belangen van de verdediging, of anders
gezegd: voor het met evenveel ijver onderzoeken van feiten en omstandigheden die een tegengesteld licht
op de zaak kunnen werpen, en ook het Openbaar Ministerie volgt eigen agenda.

In een strafproces (de berechting van een verdachte onder het commune strafrecht) staan de partijen tegenover
elkaar; de strafrechter heeft tot taak, is ervaren in het tot zijn recht doen komen van de tegenstellingen in het debat
tussen de gelijkwaardige proces-partijen. Gerechtshof, Hoge Raad, het Europese Hof in Straatsburg, zij allen waken
nog eens extra over de evenwichtigheid die dit debat tot een “fair trial” maken, en hoe moeilijk dit proces
van civilisatie wel niet is, blijkt wekelijks in de gespecialiseerde juridisch periodieken.
De tuchtrechtelijke procedure is echter –ik zeg het salva omni reverentia, de goede verstaander weet wat
daarmee bedoeld wordt- aanzienlijk minder geeigend tot het, indien nodig diepgaand feitenonderzoek,
dan de strafrechter in diens procedure met al zijn voorschriften betreffende bewijstoetsing
en –waardering, en vooral de motivering van een bewezenverklaring dat is. Wat bij deze zaak (ik ga niet op
enig detail ervan in) gebeurd is, is evenwel een merkwaardige omkering in het rechterlijk
onderzoek tot vaststelling van de relevante feiten. De Accountantskamer heeft een groot aantal feiten voldoende
aannemelijk geacht, in zijn beslissing weergegeven en aan zijn oordeel ten grondslag gelegd, terwijl het maar zeer de vraag
is, of de strafrechter ook diezelfde feiten als vaststaand
zou hebben aangenomen (zonder nader onderzoek naar wat de betrokken accountant er tegen in gebracht
had), nu laatstgenoemde hogere eisen aanlegt tot vaststelling van relevante feiten en motivering van zijn
uitspraak. Zou het nog een goede ontwikkeling genoemd kunnen worden, zoals de schrijver doet,
als de strafrechter (straks) vrijspreekt terwijl de tuchtrechter (al) veroordeeld heeft ? In tijdsvolgorde
andersom (de strafrechter heeft veroordeeld), de tuchtrechter volgt, is aanvaardbaar; van de tijdsvolgorde
in dit dossier kan dat niet gezegd worden. Deze consequentie had men kunnen, had vind ik het
Openbaar Ministerie behoren te voorkomen (want de keuze is strategisch bewust gemaakt) door niet het
tuchtrecht op het strafrecht vooruit te doen lopen, daarmee ook de strafrechter reeds bij voorbaat voor de
voeten lopend. Als er straks nog een strafzaak deze accountant ten deel zal vallen, staat een reeds veroordeelde
verdachte voor de strafrechter, terwijl men als heilig adagium huldigt dat niemand als schuldig zal worden aangemerkt
zolang er geen veroordeling is gevolgd. Dat hoge beginsel is uitgehold door aldus voor de muziek uit te hollen.
Dat er verder nog de strafrechter al evenzeer hinderlijke consequenties zijn in de sfeer van het ne bis in
idem-beginsel (dezelfde feiten kunnen niet tot meer dan één veroordeling leiden) en vooral ook in de sfeer
van de (eventuele) straftoemeting laat ik hier onbesproken. Ik vind het een slechte ontwikkeling indien het tuchtrecht
ingezet wordt op een dossier dat geinitieerd is en dat ook na de beslissing van de Accountantskamer nog voortgezet
wordt als strafrechtelijk onderzoek.

Daan de Jong, Advocaat

Geplaatst door Marcel Pheijffer - 9-1-2012 7:40:40

En nog even voor de goede orde: ik was anders dan de heer Vinke meent te moeten beweren ook niet bij de besloten zitting aanwezig.

Ik verwijs voor degenen die meer willen lezen over de casus naar de gepubliceerde uitspraak van de Accountantskamer. Daarnaar is een link in mijn blog opgenomen.

Het zou de heer Vinke sieren indien hij zijn feitelijk onjuiste beweringen en beschuldigen aan mijn adres intrekt.

Rest dan dat wij het over de inhoud van de zaak oneens kunnen zijn. Het is aan het CBb om in hoger beroep over deze casus te oordelen.

Geplaatst door Marcel Pheijffer - 8-1-2012 21:37:43

De heer Vinke slaat hier de plank geheel mis. Ik heb niets, maar dan ook niets met deze zaak te maken. Ik heb niet voor het OM opgetreden, heb geen betrokkenheid gehad bij het klaagschrift en heb mij gebaseerd op de uitspraak - anoniem - van de Accountantskamer.

Kortom: hetgeen de heer Vinke over mijn betrokkenheid stelt is aperte onzin.

Overigens gaat mijn blog niet zozeer over de inhoudnvan de zaak, wel over de klagende partij en de rol van de FIOD. Ten aanzien van de laatste partij is door mij netjes aangegeven datbdit mijn voormalig werkgever betreft.

Geplaatst door e. vinke - 8-1-2012 20:12:44

Hierbij wil ik reageren op de tekst van de heer Pheijffer. De heer Pheijffer was bij de beperkt besloten zitting aanwezig als betrokkene van het OM en medewerker aan het klaagschrift waarover hij in dit artikel schrijft. Hoe kies is het dan om een zgn. onafhankelijk stuk te redigeren op accountant.nl . Ik zat hier onpartijdig bij, toegelaten door de accountant, omdat hij ook een onpartijdige partij tov het OM bij de zitting wilde hebben toen een beperkt aantal persoonlijk vertrouwelijk zijn toegelaten. Een besloten zitting zonder pers. Betreffende accountant heeft inmiddels, mijns inziens terecht, beroep aangetekend tegen de uitspraak van de accountantskamer. Het is spijtig te lezen en te constateren dat onderhavig stuk wordt geplaatst door een partij van het OM waarbij bij de uitspraak van de accountantskamer op instigatie van de FIOD aanname en suggestie leidend zijn geweest in de uitspraak. De accountant stelde voor een deskundige te benoemen om geheimhouding te borgen voor zijn betrokken partijen. De zaak achter gesloten deuren werd op moment van de uitspraak publiekelijk gemaakt. Wat is de reden van publiciteit van een nog niet definitieve uitspraak uit een besloten zaak? Het komt mij laakbaar voor van zowel de Accountantskamer als het OM. Voor zover mij bekend is geen enkel punt van het verweer van de accountant weerlegd door het OM en zelfs niet behandeld door de Accountantskamer. Dan krijg je inderdaad een uitkomst waarbij alleen alles van klager wordt gevolgd, doorspekt met vermoedens en zonder nader onderzoek overgenomen als waar door de Accountantskamer. De accountant verweerde zich dat er uitsluitend op aanname gebaseerde tenlasteleggingen werden ingebracht. Het OM had hier niets op te zeggen. De AA en RA specialist waarnaar wordt verwezen in voormeld stuk bleek door vraagstelling tijdens de zitting niet te beseffen hoe bancaire procedures en kasstromen lopen. Ook na uitleg had ik niet de indruk dat het kwartje viel. Vooraf in de wachtruimte bleek uit conversatie tussen de FIOD/OM leden het vooral te gaan om een mooie casus. Hoezo waarheidvinding! Was er na jaren van onderzoek niet meer te vinden dan aanname en stigma? Bij zoveel gebrek aan ingebrachte feiten door de FIOD verwacht ik beoogde beschadiging van een geniale en betrouwbare accountant door een doelvisie van zowel klager als de Accountantskamer. Uit het onderhavige stuk blijkt nergens dat het onderbouwde verweer van de accountant een woord waardig wordt gegund. Dat hij zijn geheimhouding op basis van internationale overeenkomsten hoger achtte dan zijn eigen belang en daarom om benoeming van een onafhankelijke deskundige verzocht die onder embargo van namen alle vertrouwelijke dossiers via zijn advocaat en elders mocht inzien, waaruit zou blijken dat de accountant juist heeft gehandeld en klager ongelijk heeft! Dit is glashelder en niets vaags zoals Dhr. Pheijffer vermeld !!
Het eenzijdige stuk op accountant.nl lijkt mij daarom uitsluitend te dienen als ook een doelvisie waarmee noch accountants en noch het MKB blij moeten zijn dat de Accountantskamer klakkeloos het OM volgt en de verweren geen woord waardig acht, met als doel beschadiging van personen en machtsmisbruik. De zitting vond ik een vertoning. De uitspraak? Laten we de beroepsprocedure met grieven afwachten.
E. Vinke


Reageer op dit artikel


 





Laatste reacties






Over de auteur


Archief