Plan van aanpak NBA en kabinetsreactie Groenboek: stappen vooruit

dinsdag 23 november 2010 | 0 reacties

Onder het nieuwe label 'NBA' hebben de beroepsorganisaties lessen uit de kredietcrisis getrokken. Afgedwongen door een omgeving waarin met name de openbaar accountant steeds meer onder vuur is komen te liggen, moest een dergelijk initiatief er wel van komen.

Hoewel ik niet direct wil zeuren over het 'afgedwongen' karakter van het plan, is die kwalificatie wel van belang. Dat de NBA hier verantwoordelijkheid neemt en leiderschap wil tonen is duidelijk en daarvoor past hulde. Maar gaan de initiatieven daadwerkelijk beklijven binnen de accountantsorganisaties? Is daar de wil om qua gedrag en aansturing echt iets te veranderen?

NIVRA-voorzitter Dekkers denkt van wel: 'De reacties uit ons overleg zijn wisselend, maar iedereen is er wel van doordrongen dat er iets moet gebeuren. De grootste zorg van de kantoren is of maatregelen wel aansluiting hebben op internationale ontwikkelingen. Ik denk dat dit wel het geval zal zijn.'

Het ware mooi indien de kantoorvoorzitters het initiatief van de NBA ook publiekelijk ondersteunen door een krachtig statement af te geven. Door proactief te acteren in plaats van reactief te zijn totdat er regelgeving komt. De kantoorbestuurders zullen het plan van aanpak immers van 'woorden naar daden' moet brengen.

Vandaag nog kan door hen een eind worden gemaakt aan de commerciële prikkels die in de kantoorcultuur zijn ingebakken. En, de wet hoeft niet te worden gewijzigd om de kantoortoetsingen van de AFM openbaar te laten worden: de kantoren kunnen daar zelf veel meer inzicht in geven. Sterker, de transparantieverslagen zijn mede daarvoor bedoeld.

Wat daar ook van zij: het plan van aanpak is een stap voorwaarts. En gegeven de beperkte historie aan eigen initiatieven vanuit het beroep moest ik zelfs even denken aan Neil Armstrong: 'One small step for a man, one giant leap for mankind'. De 'sprong' zit erin dat het plan van aanpak tevens een impliciete onderschrijving is van eerdere kritiek van de AFM aangaande de noodzaak de professioneel-kritische houding te verbeteren. Kritiek waarvan eerder in harde bewoordingen afstand was genomen. Voortschrijdend inzicht tonen zie ik als een deugd.

De genoemde houding verbeteren zou volgens de NBA moeten gebeuren door een 'beroepsbreed programma gericht op gedragsverandering, met name de verbetering van professionele scepsis, inclusief verplichte permanente educatie'.

Ik zal dat programma met veel aandacht volgen. Wat in de genen van accountants zit, verander je niet zomaar en gedragscursussen kunnen nooit bewerkstelligen dat een nieuw normen- en waardenstelsel daadwerkelijk wordt geïnternaliseerd.

Naast gedragsverandering van personen is vooral een cultuurverandering nodig. Druk van buitenaf zal daarvoor nodig blijven. De Audit Firm Governance Code naar Engels model kan daartoe bijdragen, mits er in de toezichthoudende rol op accountantsorganisaties daadwerkelijk onafhankelijke derden worden aangesteld.

De transparantiedocumenten zijn eveneens de proof of the pudding om al op korte termijn te zien of accountantsorganisaties een opener houding gaan vertonen en meer verantwoording durven af te leggen, in plaats van dergelijke documenten zoals thans het geval is, eerst en vooral als compliance-documenten te zien.

Naast mijn positieve grondhouding ten aanzien van het plan van aanpak, past een kritische kanttekening: de NBA wil de accountant op diverse terreinen een nieuwe wettelijke taak geven, bijvoorbeeld voor het geven van assurance bij tussentijds gepubliceerde cijfers.

Ik ben daar niet voor: beloon de accountant niet op voorhand met nieuwe wettelijke taken, laat deze eerst maar eens waarmaken dat een dergelijke beloning verdiend is (zie ook hieronder de kabinetsreactie op het Europese Groenboek).

Kabinetsreactie Groenboek

En er gebeurde deze week nog meer: de minister van Financiën, De Jager, kwam met een kabinetsreactie op het Groenboek van de Europese Commissie. Het plan van aanpak en de kabinetsreactie kennen overlappende onderdelen. Maar waar in het plan van aanpak de nadruk ligt op nieuwe, aanvullende regels is de kern van de kabinetsreactie dat het er vooral om gaat binnen de huidige kaders de professioneel-kritische instelling te verbeteren en in het verlengde daarvan de controlekwaliteit: 'Er gelden diverse regels die erop gericht zijn dit te borgen. Voorstellen tot verbetering van die regels zijn wellicht mogelijk, maar moet ook onderkend worden dat het risico dat commerciële overwegingen de oordeelvorming van de auditor beïnvloeden altijd aanwezig zal zijn en nooit geheel met regels kan worden uitgesloten.'

Om te vervolgen met de constatering: 'De ogen van een derde in de vorm van het onafhankelijke publieke toezicht (...) hebben hier wellicht een grotere disciplinerende werking op ongewenst gedrag dan nieuwe regels met betrekking tot het gedrag van auditors en de organisatie van auditkantoren'.

En zo is het.

Marcel Pheijffer

Voor de liefhebbers: Enkele detailpunten uit de kabinetsreactie op het Groenboek

Voor de liefhebbers verwijs ik - niet-limitatief - naar een aantal punten uit de lezenswaardige kabinetsreactie op het Groenboek:

  • los van nieuwe initiatieven, regels en bevoegdheden voor accountants ziet het kabinet binnen het huidige kader nog 'voldoende ruimte voor verbetering van de kwaliteit van de auditfunctie. Naar de mening van het kabinet moet hierbij allereerst worden ingezet op betere naleving en stevigere invulling en handhaving van de bestaande wetgeving. Zo zouden accountants meer gebruik moeten maken van de mogelijkheid tot het geven van toelichting bij de door hen afgegeven verklaringen en mogen zij zich niet geremd voelen tot het afgeven van een beperkte verklaring indien de bevindingen van door hen uitgevoerde controlewerkzaamheden hiertoe aanleiding geven.';
  • over de accountantsverklaring en transparantie van accountantsorganisaties: 'De accountantsverklaring kan meer kwalitatieve informatie bevatten die relevant is voor beleggers en andere gebruikers van de jaarrekening en die beter inzicht geeft in de risicobeheersing binnen de gecontroleerde onderneming, hoe de accountant zijn controle heeft ingericht en uitgevoerd en wat de bevindingen daaruit zijn. Daarnaast kan de transparantie vanuit de accountantsorganisaties eveneens beter inspelen op de behoefte aan informatie over de kwaliteitsbeheersing binnen de accountantsorganisatie en haar netwerk die indicatief zijn voor de kwaliteit van de organisatie en de door haar uitgevoerde accountantscontroles.';
  • over accountants en MVO-verslaggeving: 'Op voorhand kan nu niet worden vastgesteld of en welke meerwaarde de betrokkenheid van een auditor zou bieden om te verzekeren dat verstrekte informatie over MVO waardevol en in zichzelf consistent is en of de organisatie in staat moet worden geacht om informatie op een betrouwbare wijze te verzamelen en weer te geven.';
  • over tussentijdse berichtgeving: 'De vraag is of de accountant bij deze tussentijdse berichtgeving zekerheid moet verstrekken, bijvoorbeeld in de vorm van een controle- of beoordelingsverklaring. Hiervoor is naar de mening van Nederland nader onderzoek nodig en in iede rgeval een kosten-batenanalyse.';
  • over een scherpere scheiding tussen controle en advies (hetgeen - aldus het kabinet - raakt aan de geloofwaardigheid van en het vertrouwen in de auditor): 'Nederland is in elk geval voorstander van duidelijke, eenduidige en meer restrictieve regelgeving ten aanzien van non-auditdiensten. Het spanningsveld tussen audiors en andere assurance-diensten enerzijds en non-auditdiensten anderzijds wordt veroorzaakt door het feit dat de primaire belanghebbende van de auditor een andere is: bij audits is dit het maatschappelijk verkeer en bij non-auditdiensten de ondernemingsleiding. Dit veroorzaakt een belangenconflict bij de auditor. Nederland is van mening dat voor deze situatie niet langer een raamwerk moet zijn dat uitgaat van bedreigingen en maatregelen tegen bedreigingen, waarbij de beoordeling of een non-auditdienst in de gegeven omstandigheden is toegestaan uitsluitend bij de auditor zelf ligt. Nederland is daarom van mening dat er gestreefd moet worden naar duidelijke geboden en verboden.'

Ten aanzien van een vraag over het MKB wordt daar echter nuancerend aan toegevoegd: 'Nederland is niet zonder meer voorstander van een dergelijk verbod [op non-auditdiensten bij auditklanten] en pleit in die zin ook niet voor een dergelijk verbod bij dienstverlening aan het MKB. Voor zover er regels met betrekking tot het verlenen van niet-auditdiensten zouden worden vastgesteld, zouden zij ten aanzien van cliënten in het MKB hetzelfde moeten luiden.';

  • over concurrentie op prijs en kwaliteit: 'Auditkantoren concurreren nu vooral op prijs. Nederland pleit ervoor dat accountantsorganiaties meer gaan concurreren op basis van kwaliteit en andere concurrentieparameters. Hiervoor is noodzakelijk dat relevante partijen als controlecliënten, beleggers en gebruikers van de jaarrekening meer zicht krijgen op de onderscheidende kwaliteit van accountantsorganisaties en door hen uitgevoerde wettelijke controles.';
  • over de meldingsplichten van de accountant: de AFM ziet 'nog voldoende ruimte voor verbetering van de kwaliteit van accountantscontroles, ook waar het gaat om de toepassing van bestaande meldingsplichten.';
  • over de publicatie van de uitkomsten van toezichtsonderzoeken: 'Door het uitbrengen van specifieke rapporten per kantoor kan dit inzicht wel worden bereikt en kan daar een duidelijke kwaliteitsimpuls voor de accountantssector vanuit gaan. Nederland wil in overweging geven om de regelgeving op dit punt aan te scherpen.'

Tot slot reageert het kabinet op de weeffout van het accountantsberoep: het is niet het maatschappelijk verkeer maar de controlecliënt die de accountant een vergoeding voor zijn diensten verstrekt. Net als de NBA ziet het kabinet hier een grotere rol weggelegd voor de raad van commissarissen en/of de auditcommissie. Maar niet voor een derde partij zoals bijvoorbeeld door Jules Muis en Paul Koster is bepleit. Het kabinet:

'Er is een evident spanningsveld tussen de onafhankelijkheid van de auditor en zijn belang als opdrachtnemer bij de gecontroleerde entiteit. Het op correcte wijze omgaan met deze positie is een van de kernpunten van zijn of haar professionaliteit. Veel van de geldende wetgeving en beroepsregels geven juist hierom op dit aspect nadere normering.

Het neerleggen van de aanstelling van of de beloning aan de auditor bij derden zal niet alleen een belangrijke verschuiving in verantwoordelijkheden met zich meebrengen, waarvan de gevolgen moeilijk kunnen worden overzien, maar ook tot een andere invulling leiden van wat van een auditor in het economische en maatschappelijk verkeer kan worden verwacht. Er zou immers een verschuiving kunnen optreden van de gerichtheid op de controlecliënt en het maatschappelijk verkeer naar de derdeopdrachtgever, wat weer tot andersoortige belangenconflicten kan leiden. Dit acht Nederland onwenselijk.'


  • Reageer
  • Print
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Delen

Reacties (0) | Reageer


Reageer op dit artikel


 









Laatste reacties






Over de auteur


Archief