Magazine

Snap de swap

Derivaten laten de accountant niet met rust. Terwijl de Vestia-affaire met zijn 'exotics' nog nadreunt, verschijnt de volgende onruststoker al op het toneel: de extendible lening. In een poging de richtlijnen voor de verwerking van deze en andere financiële instrumenten te verduidelijken, heeft de Raad voor de Jaarverslaggeving nieuwe voorbeelden gepubliceerd.

Dit artikel is verschenen in Accountant nr. 10, 2014

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

RJ specificeert verslaggevingsregels voor derivaten met voorbeelden

Verliezen op derivaten die geen relatie hebben met de afgedekte positie of het onderliggende contract moeten eerder zichtbaar zijn in de winst-en-verliesrekening. Dat is, kort door de bocht, de praktische doelstelling van de wijzigingen in de Richtlijnen voor financiële instrumenten (RJ 290) die de Raad voor de Jaarverslaggeving eind 2013 bekendmaakte. De belangrijkste punten betroffen ten eerste de bepaling van de ineffectiviteit van een hedge bij kostprijshedge-accounting en ten tweede de regels die bepalen wanneer 'verborgen derivaten' in contracten moeten worden afgesplitst.

Ter verduidelijking: van ineffectiviteit van een hedge is sprake als de schommelingen in de waarde van het derivaat groter zijn (in absolute termen) dan de schommelingen in de waarde van de onderliggende positie. Bij een volkomen effectieve hedge is dat niet het geval en dat is vrij logisch, omdat een hedge veelal met dat doel wordt afgesloten. Of een hedge (deels) ineffectief is, is van belang bij kostprijshedge-accounting, want als er reëel een verlies wordt gemaakt op het ineffectieve deel, dan moet dat worden verwerkt in de winst-en-verliesrekening.

Ook voor 'verborgen derivaten', door de RJ betiteld als 'embedded derivaten', geldt dat het reële verlies erop mogelijk in de winst-en-verliesrekening moet worden genomen. Het gaat om de gevallen waarin een contract een derivaat bevat dat geen nauw, onlosmakelijk verband houdt met de basis van dat product, zoals een lening. In die gevallen moet dat derivaat uit het instrument worden gelicht en eigenstandig in de jaarrekening worden verwerkt.

Schrale troost

Niet helemaal duidelijk? Afgezien van de manco's in deze onvolledige uitleg: u bent de enige niet. Het zal een schrale troost zijn, maar ook specialisten bediscussieerden de afgelopen maanden uitgebreid de mogelijke interpretaties van de wijzigingen in Richtlijn 290. "Dat was voor de RJ een belangrijke reden beide onderwerpen toe te lichten met aantal voorbeelden", zegt Kees Roozen, lid van de commissie Jaarverslaggeving van de NBA en directeur vaktechniek van RSM Nederland. De voorbeelden werden in september gepubliceerd. Het zijn er drie met betrekking tot de bepaling van de ineffectiviteit van hedges (valuta, rente en grondstoffen) en ook drie met betrekking tot embedded derivaten, waarbij telkens de redenatie wordt gegeven bij de vraag of het derivaat al dan niet moet worden afgesplitst.

"Deze voorbeelden zijn een bijzonder nuttige bijdrage aan het kweken van het begrip dat de accountant moet hebben van deze financiële instrumenten", vindt Roozen. Hij wil wel een kanttekening plaatsen. "De voorwaarden zijn redelijk eenduidig. In de praktijk zijn de gevallen voor wat betreft hedge-accounting veelal complexer. Een fietsenhandelaar die fietsen inkoopt in het buitenland, doet dat niet met één transactie per jaar. Die beschikt over meerdere inkoopcontracten van verschillende omvang en als hij zijn valutarisico's wil afdekken, zullen daarvoor ook meerdere derivaten van verschillende omvang en met verschillende looptijden worden gebruikt. Dat compliceert de praktische uitwerking aanzienlijk."

Doordrongen

Des te belangrijker is het, zegt Roozen, dat accountants ervan doordrongen zijn dat ze derivaten, de werking ervan en hun werking in combinatie met andere door dezelfde onderneming aangehouden financiële instrumenten 'tot op het bot' moeten begrijpen. Dat is uiteraard van belang om in te schatten welke risico's de onderneming loopt, maar de aard van het derivaat bepaalt ook de verslaggeving. Over het algemeen zal een onderneming derivaten liever op kostprijs boeken dan op reële waarde (om schommelingen in de winst-en-verliesrekening te voorkomen). De genoemde wijzigingen in Richtlijn 290 moeten nu juist bepalen wanneer en voor welk deel van het derivaat dat kan en voor welk deel verliezen op derivaten zichtbaar moeten worden gemaakt. De kern: waarderen op kostprijs kan alleen voor zover het derivaat direct betrekking heeft op een economische positie die de onderneming inneemt. De RJ gebruikt daarvoor onder meer de termen '(in)effectiviteit' en 'nauw verbonden'.

Kritische kenmerken

Het bepalen van de ineffectiviteit van een hedge start met een blik op de kritische kenmerken van het derivaat. Roozen: "Bij een renteswap op een lening bijvoorbeeld moet je dan denken aan omvang, looptijd, het afgedekte risico en dergelijke. Zijn die kenmerken voor lening en swap gelijk, dan betreft het een effectieve hedge." Treden er verschillen op - bijvoorbeeld als de swap een twee keer zo lange looptijd heeft als de lening - dan is er sprake van ineffectiviteit.

Vervolgens is de vraag hoe groot die ineffectiviteit is. Het antwoord daarop bepaalt van welk deel van de swap het eventuele verlies in de boeken moet komen. "Wat betreft het berekenen van de ineffectiviteit was er geen uniformiteit", zegt Roozen. "Daarin is nu wel voorzien: de veranderingen in de reële waarde van het hedge-instrument moeten worden vergeleken met de veranderingen in de waarde van de afgedekte positie." Om dat te kunnen doen moet men werken met een zogeheten hypothetisch derivaat, een derivaat dat perfect past op de onderliggende positie. Roozen: "Aan de hand van dat hypothetisch derivaat kan het verschil in waardeontwikkeling worden vastgesteld en dat verschil vormt de basis voor het bepalen van de mate waarin de werkelijke hedge ineffectief is." Overigens wordt de methode met behulp van het hypothetisch derivaat ook toegelicht in het Handboek Derivaten van de NBA.

Investering

In hoeverre een derivaat 'past' op de onderliggende economische positie is ook de kern van het criterium dat bepaalt of embedded derivaten moeten worden afgesplitst van het basiscontract - het tweede onderwerp waarover de RJ voorbeelden heeft gepubliceerd.

Het betreft veelal leningen met aanvullende voorwaarden, zoals kredietopslagen of opties tot verlenging. "Het is dan ten eerste de vraag of dergelijke voorwaarden te beschouwen zijn als een derivaat", zegt Roozen. "Dat is het geval als er nauwelijks of geen investering aan te pas komt, als er sprake is van een onderliggende waarde én als er wordt afgerekend in de toekomst."

Vraag twee is of het derivaat moet worden afgesplitst. "Daarvoor wordt het begrip 'nauw verbonden', closely related, gebruikt. Als er een nauw verband bestaat tussen het derivaat en het basiscontract, hoeft het niet te worden afgesplitst. Maar dat moet wel gebeuren als de geldnemer met het derivaat een risico op zich neemt dat niet onlosmakelijk verbonden is met de lening."

Het klassieke voorbeeld van een embedded derivaat dat moet worden afgesplitst is de converteerbare obligatie, waarbij de uitgever de optie verleent de obligatie op enig moment om te zetten in aandelen. Die optie zadelt de uitgever op met een op voorhand niet in te schatten risico, dat niet noodzakelijk is verbonden aan aantrekken van financiering.

Plofderivaat

Het actuele voorbeeld is de extendible lening, die nu school maakt bij onder meer woningcorporaties. Bij een extendible krijgt de bank het recht na een aantal jaren de lening te verlengen tegen een vooraf afgesproken rente. In ruil voor die optie - eigenlijk een renteswap in combinatie met een optie (een swaption), maar dat terzijde - is de rente de eerste jaren van de lening lager. De extendible is intussen al aangeduid als 'plofderivaat': het aanvankelijk genoten voordeel kan na een aantal jaren omslaan in een nadeel van behoorlijke omvang.

"Er is dus sprake van een risico dat niet onlosmakelijk met de lening is verbonden en dus moet voor de verslaggeving dat derivaat van de lening worden losgekoppeld en afzonderlijk geboekt, als de reële waarde lager is dan de kostprijs", aldus Roozen.

Geert Dekker is journalist.

Gerelateerd

Aanmelden nieuwsbrief

Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.