Magazine

Nieuwe index meet niveau acountancy

Eind september 2009 presenteerden NIVRA, Universiteit Leiden en het Amerikaanse Carana Corp de Accountancy Development Index. De betrokkenen over de beoogde effecten en vervolgstappen.

Dit artikel is verschenen in de Accountant nr. 4, 2010

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Inzicht in kwaliteit moet ontwikkelingslanden ondersteunen

In veel ontwikkelingslanden is onvoldoende sprake van een goedwerkende accountantssector. Vooral Afrikaanse landen, voormalige Sovjetrepublieken, Latijns Amerika en Oost- en Zuidoost Europa scoren een onvoldoende. De afgelopen jaren zijn diverse programma's gestart om het niveau van het accountantsberoep en de kwaliteit van de verslaggeving in deze landen te verbeteren.

Ook het NIVRA werkt mee aan deze programma's, onder meer in enkele Balkan-landen en Suriname (zie ook ‘de Accountant’, april 2008). Daarbij gaat het onder meer om educatie, het implementeren van regelgeving en het opzetten van een professionele beroepsorganisatie. Het doel van de desbetreffende landen is om te voldoen aan de eisen van International Federation of Accountants en daarmee het verwerven van het volwaardig lidmaatschap. Op deze manier bouwen ze aan vertrouwen bij buitenlandse investeerders en kunnen ze hun economie verder stimuleren.

Kwantitatief te meten

Inmiddels is in dit verband alweer een belangrijke vervolgstap gezet: de ontwikkeling van de Accountancy Development Index (ADI). Deze index meet de mate van transparantie en accountability in een land en geeft derhalve kwantitatieve informatie over de ontwikkeling van de financiële functie in een land. De ADI is ontworpen door een samenwerkingsverband van NIVRA, de Universiteit Leiden en de Amerikaanse ontwikkelingsorganisatie Carana Corp.

Paul Hurks, namens het NIVRA nauw betrokken bij de ontwikkeling van de index, stelt dat de behoefte groeide aan een instrument waarmee vooruitgang kwantitatief te meten is. “Niet alleen wijzelf maar vooral ook financiers van ontwikkelingsprogramma's, zoals de Wereldbank en USAID, willen de impact van hun acties duidelijk zichtbaar hebben.”

Daarnaast is het voor veel partijen belangrijk om landen te kunnen vergelijken, vindt Bill Phelps, executive vice-president bij Carana. Phelps verwijst daarbij naar eerdere onderzoeksprojecten die zich vooral richtten op benchmarks. “In eerste instantie keken we naar het gebruik van internationale verslaggevingstandaarden. Later zijn we een pilot begonnen om de ontwikkeling in het accountancyonderwijs in Zuidoost Europa te kunnen vergelijken. Uiteindelijk mondde dit uit in de opzet van de ADI.”

Betrokkenheid

Dat het NIVRA bij dit project betrokken raakte, is niet toevallig. Hurks: “Als NIVRA zijn we een actief lid van IFAC, waar we zitting hebben in een aantal commissies. We vinden het belangrijk om het accountantsberoep internationaal gezien te verbeteren en hebben inmiddels veel internationale contacten. We werden daarom door Unctad, de ontwikkelingsorganisatie van de VN, en door Carana, die optreedt als contracter, gezien als een goede partij om het accountantsberoep in de wereld te vertegenwoordigen.”

Ook de Universiteit Leiden heeft als deelnemende partij een voorgeschiedenis op dit onderwerp. Hans Kuijl, hoogleraar bedrijfseconomie aan het Centrum voor Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Leiden, vertelt dat de universiteit in de loop van de tijd veel kennis heeft verzameld over de randvoorwaardelijke omgeving waarbinnen accountants opereren. Als voorbeelden noemt hij de ontwikkeling van de wetgeving in een land en het niveau van het accountancyonderwijs. De universiteit was ook betrokken bij de pilot over de vergelijking van het accountancyonderwijs in Zuidoost Europa en is nu dus een wetenschappelijke partner bij de ADI.

Toegevoegde waarde

Wat meet deze index nu precies en op welke manier? Tim Verdoes, universitair docent aan de Universiteit Leiden en medewerker aan het ADI-project, stelt dat dit aanvankelijk geen gemakkelijke vraag was. “Accountancy is op zich een veelzijdig concept. De aanwezigheid van een accountantsberoepsgroep in een land voegt waarde toe, maar de vraag is hoe dit precies werkt. We willen met deze index de waardeketen van accountancy laten zien.”

Er werd gekozen voor meer invalshoeken (pilaren) die aansluiten bij internationale accountantsstandaarden (zie kader). Op basis hiervan werd een vragenlijst samengesteld die naar veertig landen werd verstuurd. Daarvan stuurden 32 landen antwoorden terug. Belangrijk daarbij was dat de antwoorden moesten worden gevalideerd door een externe deskundige. “Vaak zijn antwoorden afhankelijk van de lokale omgeving”, zegt Verdoes. “De deskundige draagt zorg voor een objectieve interpretatie van de antwoorden, zodat je ze met elkaar kunt vergelijken.”De antwoorden vormen, samen met gegevens uit databases van de Wereldbank en IFAC, de input voor de index.

Effecten

De beoogde effecten van de index liggen op diverse terreinen. In de eerste plaats zijn indices erg belangrijk in de huidige informatiemaatschappij, vindt Phelps. “Vanuit een grote hoeveelheid complexe informatie biedt een index een samenvatting hiervan. Hoewel je voor daadwerkelijke beslissingen meer informatie nodig hebt, geeft een index wel degelijk aanknopingspunten.”

Verder willen donoren steeds vaker meetbare resultaten zien, voordat ze aanvullende investeringen in een land doen op het vlak van het ontwikkelen van een financiële infrastructuur. Hurks benadrukt dat ook private investeerders, zoals bedrijven en institutionele beleggers, alleen in een land investeren als de financiële infrastructuur iets voorstelt. “Partijen worden op dit punt steeds scherper. Alleen als er verbetering zichtbaar is, zie je de investeringen verder groeien.”

Kuijl wijst op het belang van de index voor de beleidsformulering van ontwik- kelingslanden. “Je kunt met de uitslag van de ADI heel gericht maatregelen nemen. De index laat zien op welke punten je nog mager scoort en waar dus actie nodig is. Op deze manier kun je in relatief korte tijd een achterstand inlopen.”

Geen landennamen

Wie de index erbij pakt, ziet tot zijn verbazing dat landen niet met naam worden genoemd. Wat is hier de reden van? Kuijl stelt dat deze index niet bedoeld is om landen die slecht scoren op accountancy-ontwikkeling, publiekelijk af te branden. “Het moet juist een aanzet zijn tot verbetering. Een voordeel van de index is dat het maatwerk voor een land levert en dat je op deze manier met bilaterale samenwerking snel resultaat boekt.” Naming and shaming kan volgens Kuijl een dergelijke aanpak juist tegenwerken.

Een andere reden waarom landennamen niet worden gegeven, is dat de index nog in ontwikkeling is en daardoor nog onvoldoende betrouwbaar, vertelt Hurks. Op termijn ziet hij wel mogelijkheden om te werken met clusters binnen de index. Per cluster, die de kwaliteit van accountancy in een land weergeeft, wordt dan een aantal landen genoemd. Ook Unctad heeft een voorkeur voor deze benadering.

Vervolgstappen

Nu de eerste versie van de index is gepresenteerd, is het wachten op vervolgstappen. Hoe zien die eruit? In de eerste plaats is het belangrijk om het aantal deelnemende landen uit te breiden, betoogt Phelps. “Nu zijn het er ruim dertig, we streven naar ongeveer tachtig landen. Om dat te bereiken zul je de index moeten gaan promoten en het effect ervan uitleggen. Dit is vooral een taak voor Unctad.”

Hurks benadrukt het belang van samenwerking tussen verschillende partijen. Niet alleen tussen NIVRA, Leiden en Carana. “Ook instellingen als de OECD, de Wereldbank en Unctad kunnen vanuit hun databases relevante bijdragen leveren aan de informatie over deelnemende landen.”

Verder vindt Hurks het een goed idee om op termijn de ADI naast andere indices te leggen, zoals de corruptie-index van Transparancy International of de ontwikkeling van het BBP in landen. Het is volgens hem interessant of er correlatie is tussen deze indices. Kuijl verwacht dat de vragenlijsten voor de index zullen worden bijgesteld op basis van de resultaten van de eerste pilot. Belangrijker vindt hij de plek van de index binnen het grotere geheel. “De index is alleen een middel om te komen tot het doel: verbetering van de accountancy binnen een land. Het is een langdurig traject. De index kan ervoor zorgen dat er meer bilaterale samenwerkingen ontstaan die deze verbetering ondersteunen.”

Pilaren van de Accountancy Development Index

  • Wettelijk en institutioneel kader
  • Kwaliteit audit en assurance
  • Accountancyonderwijs
  • Implementatie accountancystandaarden
  • Implementatie International Financial Reporting Standards
  • Ethiek
  • Corporate goverance
  • Kwaliteit beroepsorganisatie

Eerste stappen richting de ADI

Gert Karreman, oud-directeur Onderwijs bij het NIVRA, is de persoon waar het ADI-project in feite mee begon. In 2002 schreef hij een proefschrift over de impact van globalisering op het accountancyonderwijs, waar hij het niveau van het onderwijs in verschillende landen met elkaar vergeleek. Karreman: “Dit proefschrift was de aanzet voor Carana om een pilot-project te starten voor een onderwijs-benchmark in Zuidoost Europa. Zelf werkte ik ook aan dit onderzoek mee. Naar aanleiding van de resultaten is met de ontwikkeling van de ADI begonnen.”

Wat vindt Karreman van de index? “Belangrijk vind ik dat je voor elk land het niveau van de verschillende pijlers kunt zien. Je kunt dan meteen de oorzaken van de zwakke plekken blootleggen als basis voor verbetering.”

Samenwerking NIVRA en Universiteit Leiden

De ontwikkeling van de Accountancy Development Index was een project waar NIVRA en de Universiteit Leiden intensief samenwerkten. Deze samenwerking krijgt een geformaliseerd vervolg in de vorm van het GADI: het Global Accountancy Development Institute, met als vestigingsplaats Leiden. Het GADI richt zich niet zozeer op accountancy als zodanig, maar wel op omgevings-factoren en de institutionele infrastructuur waarmee accountants te maken hebben.

Lieuwe Koopmans is journalist.

Aanmelden nieuwsbrief

Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.