Fraude in praktijk (82)

Kwartaal later betalen aan de Belastingdienst

Onderneming X verricht adviesdiensten aan diverse particulieren en bedrijven. Deze adviesdiensten worden voor een groot gedeelte gefactureerd op basis van no cure no pay, met als gevolg een tamelijk grillig patroon in de omzetverantwoording.

Onderneming X heeft in het tweede kwartaal van 2014 een grote opdracht succesvol afgerond, echter de betaling door de debiteur laat een behoorlijke tijd op zich wachten.

Begin juli 2014 ontstaat hierdoor de situatie dat er een significant bedrag aan btw moet worden afgedragen aan de Belastingdienst, maar de daaraan ten grondslag liggende gefactureerde omzet nog niet is geïncasseerd.

Hierdoor ontstaat een liquiditeitstekort dat alleen kan worden overbrugd met extra werkkapitaal financiering.

De financial manager van onderneming X vindt dat te veel gedoe en besluit de btw een kwartaal later af te dragen. De desbetreffende btw wordt in het derde kwartaal 2014 afgedragen, overigens nadat de openstaande vordering in het derde kwartaal was geïncasseerd.

Na jaareinde constateert de controlerend accountant dat bij het opstellen en ondertekenen van de aangifte btw vermoedelijk sprake is geweest van valsheid in geschrifte. In dit kader neemt de accountant de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van witwassen (Wwft) in aanmerking en concludeert op basis van de daarin opgenomen definitie van 'subjectieve indicatoren' én een arrest van de Hoge Raad van 7 oktober 2008 dat sprake is van mogelijke fiscale fraude.

De Accountantskamer heeft dit arrest in een bepaalde casus in overweging genomen en geconcludeerd: "Een vermoeden van fiscale fraude zal dan ook aanleiding zijn voor de veronderstelling dat een transactie verband kan houden met witwassen."

Omdat de Wwft dat expliciet verbiedt, informeert de controlerend accountant zijn cliënt niet dat hij een melding doet bij de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU Nederland).

In het kader van Standaard 240 stelt de controlerend accountant de leiding en het toezichthoudend orgaan op de hoogte van zijn vermoeden van de (fiscale) fraude. Tevens verzoekt hij de leiding van onderneming X een onderzoek in te stellen naar de feitelijke gang van zaken (root cause analysis). Mede op basis hiervan herevalueert de controlerend accountant de betrouwbaarheid van het management. Ook beoordeelt hij de genomen maatregelen ter herstel en voorkoming van dit soort incidenten in de toekomst.

De rubriek wordt verzorgd door:
Remco de Groot (Ernst & Young Fraud Investigation & Dispute Services), Michel Grummel (Alvarez & Marsal Dispute Analysis Benelux), Ellen van Nimwegen (PricewaterhouseCoopers Forensic) en Bart Graafland (Deloitte Forensic & Dispute Services).

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Gerelateerd

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.