Fraude in praktijk (87)

Uit het shirt gescheurd

Shirt BV verkoopt in Nederland T-shirts aan diverse kledingwinkels. De laatste jaren staat de winstgevendheid onder druk. Dit wordt vooral veroorzaakt door de opkomst van online verkoop van kleding. In 2015 voert de onderneming diverse besparingen door en het ziet er naar uit dat zij 2016 positief zal afsluiten.

De waardering van de voorraden stelt de onderneming per jaareinde vast en zo nodig past zij een afwaardering toe voor bijvoorbeeld incourantheid. Gedurende het boekjaar waardeert de onderneming tussentijds vanzelfsprekend ook al de voorraad. Deze voorraadwaarderingen zijn vooral bedoeld voor de bank, die pandrecht op de voorraad heeft voor aan de onderneming verstrekte financieringen. De aanpassingen van de voorraadwaarderingen houdt Shirt BV gedurende het jaar bij buiten de boekhouding om, en meldt zij tussentijds aan de bank. Alleen bij jaareinde verwerkt de onderneming de aangepaste voorraadwaarderingen in de boekhouding.

Door de zeer zachte winter blijven de verkopen eind 2015 en ook aan het begin van 2016 sterk achter bij de begroting. De organisatie zakt door haar convenant met de bank en binnen twee weken ontstaat er acuut tekort aan cash om aan kortlopende verplichtingen te voldoen.

Eind februari 2016 vindt op een avond spoedoverleg plaats met de bank en herstructureringsadviseurs. Shirt BV blijkt in het geheel geen plan B te hebben voor deze situatie. De bank besluit surseance van betaling aan te vragen. Kort daarna volgt het faillissement; dit juist voordat de volgende salarisbetalingen dienen plaats te vinden. Deze salarisbetalingen worden overgenomen door het UWV.

De curator stelt vast dat de administratie niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Daardoor bestaat geen goed inzicht in alle rechten en verplichtingen. Meer specifiek stelt hij vast dat de voorraadwaardering te hoog is, omdat de afwaarderingen niet in de financiële administratie zijn verantwoord.

De curator stelt dat het bestuur hiermee zijn wettelijke administratieplicht heeft geschonden en dus zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld. Dit is daarmee een vermoedelijk belangrijke oorzaak van het faillissement.

De bestuurders worden hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de tekorten in de boedel. Doordat de bestuurders op de hoogte waren van deze wijze van voorraadwaardering stelt de curator voorts dat zij bewust de voorraden tussentijds te hoog hebben gewaardeerd, waardoor schuldeisers zijn misleid.

Voor de individuele bestuurders is een groot risico ontstaan, ondanks het feit dat de voorraden adequaat werden gewaardeerd voor:

  1. de getrouwheid van de jaarrekening per jaareinde; en
  2. de maandelijkse voorraadwaardering voor het pandrecht van de bank.

Voor de accountant is het daarom belangrijk bij het bestuur van een onderneming aandacht te vragen de tussentijdse aanpassingen in de voorraadwaardering te verwerken in de boekhouding, en om daaruit voortvloeiende potentiële continuïteitsrisico's goed helder te hebben.

Wanneer het bestuur terughoudend reageert, handelt de accountant zo nodigt in overeenstemming met Standaarden 240, 250 en de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft).

De rubriek wordt verzorgd door:
Remco de Groot (Ernst & Young Fraud Investigation & Dispute Services), Michel Grummel (Alvarez & Marsal Dispute Analysis Benelux), Ellen van Nimwegen (PricewaterhouseCoopers Forensic), Bart Graafland (Deloitte Forensic & Dispute Services) en Valentijn Kerklaan (KPMG).

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Gerelateerd

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.