Verzekeraars

Implementatie IFRS 17: geen tijd te verliezen

Het lijkt nog ver weg. Over drie jaar hoeven verzekeraars 'pas' te voldoen aan de nieuwe verslaggevingsrichtlijn IFRS 17. Het is echter een dermate grote klus dat alle tijd kostbaar is. Waar moeten verzekeraars bij de invoering op letten?

“Heel veel werk”, “forse impact”, “kostbare aangelegenheid”, “een lange rij van beleidskeuzes”: uitspraken die Accountant.nl noteerde bij een rondgang langs betrokkenen in de verzekeringssector. Ze laten zien dat de invoering van deze nieuwe richtlijn bepaald geen sinecure is.

'Het winstpotje van de verzekeraar wordt veel beter zichtbaar'

Met IFRS 17 wil de IASB de cijfers van verzekeraars beter vergelijkbaar en transparanter maken. Er wordt afgestapt van de vertrouwde manier om de winst te berekenen, door de in het boekjaar gedane uitkeringen, getroffen voorzieningen en gemaakte bedrijfskosten in mindering te brengen op de in dat jaar ontvangen premies en beleggingsopbrengsten. Daarvoor in de plaats komt een nieuw model, dat jaarlijks de winst berekent op basis van de waardeverandering van de verschillende verzekeringscontracten die een verzekeraar in portefeuille heeft. Dat wordt gedaan met de zogeheten contractual service margin. Op zichzelf is dit een vooruitgang, vindt Frank van den Wildenberg, partner bij KPMG en voorzitter van de NBA-sectorcommissie SVP. “Het winstpotje van de verzekeraar wordt zo veel beter zichtbaar.”

Principle based

Veel verzekeraars zijn, daarbij ondersteund door accountants en advieskantoren, nu al bezig met het doen van de eerste analyses die nodig zijn om straks de goede keuzes te maken. Want dat is de belangrijkste opdracht rond deze implementatie: keuzes maken. Dat is vooral het gevolg van het gegeven dat IFRS 17 ‘principle based’ blijft en de richtlijn dus ruimte biedt voor eigen interpretatie. En dat kan teruggaan tot de fundamenten van het verzekeringsvak.

Een concreet voorbeeld is dat verzekeraars de verschillende producten moeten indelen aan de hand van de contractlooptijd, aangezien voor verschillende ‘looptijdgroepen’ verschillende rekenmethodieken gaan gelden. Grofweg kunnen we nu al stellen dat dit voor schade- en zorgverzekeringen anders uitpakt dan voor levensverzekeringen, vindt Marion de Haas-Hazewinkel, senior IFRS-consultant bij Achmea. “Voor veel schadeverzekeringen geldt een contractlooptijd van een jaar, dus kun je daar een relatief simpele rekenmethode gebruiken. Maar hoe zit het bijvoorbeeld bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, waar contracten zomaar twintig jaar kunnen doorlopen zonder dat in alle gevallen de premie volledig kan worden herzien? Daar zijn we nu nog bij het uitwerken van de principes.”

IFRS 17: alleen voor grote of ook voor kleine verzekeraars?

De nieuwe richtlijn gaat vanaf 2021 alleen gelden voor verzekeraars die onder IFRS rapporteren. Dit zijn in Nederland vooral de beursgenoteerde en zeer grote niet-beursgenoteerde verzekeraars: NN Group, Aegon, a.s.r., Achmea en Vivat. Daarnaast is er nog een aantal – veelal kleinere – verzekeraars waarop het van toepassing is; omdat ze onder IFRS rapporteren of omdat ze in Nederland gevestigde dochters van buitenlandse concerns zijn (bv Atradius, Chubb en Scildon). Gemeten naar premie-omvang krijgt dan een zeer groot deel van de markt te maken met IFRS 17.

 

Anderzijds kan een hele reeks middelgrote en kleine verzekeraars ‘gewoon’ blijven werken met de huidige richtlijnen uit de RJ. Bas van de Pas (PwC) verwacht evenwel dat in de komende jaren wel een aantal zaken vanuit IFRS 17 naar de RJ zal doorsijpelen maar dat niet de hele richtlijn wordt overgenomen omdat dit voor kleine verzekeraars een onevenredige last is. Frank van den Wildenberg (KPMG) ziet deze ontwikkeling ook. Hij verwacht dat de RJ op bepaalde punten een extra optie zal bieden om berekeningsmethoden uit IFRS 17 te gebruiken. “Bijvoorbeeld bij de berekening van reële waarden van technische voorzieningen. Verzekeraars kunnen dan kiezen voor ofwel de Solvency II-manier, of voor de methode uit IFRS 17.”

Impact levensverzekeringen

Voor levensverzekeringen en pensioencontracten, waarvan wel duidelijk is dat daarvan de looptijd veel langer is dan een jaar, is de impact naar verwachting flink groter dan bij schade. Dat voorspelt Patrick Klijnsmit, Director Group Accounting, Reporting & Control bij verzekeraar a.s.r.

Binnen leven en pensioen wordt onderscheid gemaakt tussen contracten voor eigen rekening en risico en contracten waarbij het beleggingsrisico bij derden ligt. Klijnsmit: “Bij deze laatste groep is, onder voorwaarden, de Variable Fee Approach van toepassing. Als een contract voldoet aan de eisen van de Variable Fee Approach moet deze ook worden toegepast. De regelgeving van IFRS 17 is hierbij vrij concreet, waarbij voor andere keuzes juist geldt dat de regelgeving in hoge mate principle based is en verzekeraars en hun accountants de ruimte laten om hier een eigen weg in te zoeken.”

Subjectief

De discussies omtrent de eigen interpretatie zullen zich vooral toespitsen op de effecten die de rente, de levensverwachting (hoe lang loopt een uitkering door) en de premiestelling hebben op de contractwaarde, verwacht Bas van de Pas, partner bij de Insurance-praktijk van PwC. “Verzekeraars moeten op basis van die waardering hun contracten indelen in winstgevend, verlieslatend en mogelijk verlieslatend en aan de hand daarvan de waardeveranderingen verwerken in de winst of het eigen vermogen. In die indeling zit veel subjectiviteit.”

'Je moet een verzekeringsproduct als het ware opnieuw ontleden'

Wat het volgens Van den Wildenberg (KPMG) extra complex maakt is dat niet elke verzekering dezelfde contractvoorwaarden heeft. “Je moet een verzekeringsproduct als het ware opnieuw ontleden. Bovendien zullen verzekeraars aanlopen tegen het feit dat ze bij sommige contracten in het verleden niet alle informatie hebben bijgehouden.” Klijnsmit (a.s.r.) is hier ook bang voor: “Het is de vraag of sommige informatie wel beschikbaar is. Verzekeringsportefeuilles hebben vaak een lange historie en een paar decennia geleden hadden wij niet kunnen bevroeden welke historische informatie nodig zou zijn voor IFRS 17.”

Sectornorm?

Klijnsmit hoopt dat de grote accountantskantoren zich hard maken om een level playing field te faciliteren en in NBA-verband met “kraakheldere richtlijnen” te komen, zodat verzekeraars weten hoe de accountant omgaat met de beoordeling van de vele keuzes, die in het kader van IFRS 17 gemaakt moeten worden. Van de Pas verwacht in dit verband dat er op termijn wel enige invulling gaat komen, maar betwijfelt of dit een soort ‘sectornorm’ gaat worden: “De richtlijn blijft principle based, maar een aantal zaken zal worden ingevuld door extra guidance. Bijvoorbeeld door de NBA of het Actuarieel Genootschap, of vanuit de sector zelf door bijvoorbeeld het Verbond van Verzekeraars.”

Marion De Haas-Hazewinkel (Achmea) pleit eveneens voor een controle-guidance. Daarnaast vindt zij het principle based-karakter van IFRS 17, voor zover het de eigen interpretatie door verzekeraars betreft, een goede zaak. “Dit moet niet worden dichtgetimmerd door een rule based-interpretatie. Aan de andere kant zijn er wel heel veel principes waar je je in moet verdiepen, dus overleg tussen accountants hierover is prima. Accountants en verzekeraars moeten daar een tussenweg in vinden.”

Solvency II

Een praktische vraag is of het mogelijk is om bij de implementatie van IFRS 17 gebruik te maken van het vele werk dat in de afgelopen jaren is gedaan in het kader van de invoering van Solvency II. Dat is volgens de geïnterviewden niet direct eenduidig.

Op het vlak van winstberekening heeft Solvency II nauwelijks waarde voor IFRS 17, aldus Van de Pas (PwC): “Solvency II is vooral op de balans gericht en kijkt naar het eigen vermogen puur als risicodragend vermogen, IFRS 17 kijkt daarnaar vanuit een winstperspectief. Daarnaast is de contractual service margin, op basis waarvan de winst wordt berekend, een totaal nieuw item waarvoor nog geen modellen zijn.” Anderzijds kunnen verzekeraars volgens hem wel leren van de ervaringen uit Solvency II bij de berekening van de contractwaarde van een pensioen- of levensverzekering. “Onder Solvency II wordt de waarde van de verplichtingen al berekend. Daar kun je bij de IFRS 17 gebruik van maken.”

Ook Van den Wildenberg (KPMG) denkt dat bij toekomstprojecties gebruik kan worden gemaakt van de ervaringen uit Solvency II-software. Wel waarschuwt hij dat modellen niet een-op-een kunnen worden overgenomen, omdat onder IFRS 17 sneller rapportages moeten worden gemaakt en dat er een lagere foutenmarge wordt gehanteerd vanwege het effect op het resultaat, wat Solvency II niet kent.

Meer gegevens

Een ander praktisch verschil is volgens Klijnsmit (a.s.r.) dat er voor IFRS 17, dat zich voor een groot deel op het verleden richt, veel meer gegevens nodig zijn dan bij Solvency II. Voor een deel snapt hij dit verschil omdat beide systemen een verschillend doel dienen. IFRS 17 richt zich op financiële verslaglegging en het creëren van een jaarresultaat, Solvency II op prudentiële verslaglegging. Maar Klijnsmit vindt het ook een gemiste kans om te komen tot meer afstemming en uniformering.

De Haas-Hazewinkel (Achmea) signaleert dat een aantal bouwstenen van IFRS 17 en Solvency II op zichzelf vergelijkbaar is, maar dat er wel verschillen zijn op detailniveau. Als voorbeeld noemt zij welke kasstromen je al dan niet meeneemt in je berekeningen. “Soms sluit dit aan bij Solvency II, maar vaak wijkt het er juist vanaf. Dat zie je bijvoorbeeld bij overheadkosten en acquisitiekosten die bij IFRS 17 een andere definitie kennen.”

Hulp van accountant

'Accountants kunnen vanuit hun controleperspectief vrij goed toetsen of een bepaalde interpretatie wel of niet aanvaardbaar is'

Op welke manier kunnen accountants verzekeraars ondersteunen bij de implementatie? Volgens Van den Wildenberg (KPMG) en Van de Pas (PwC) is het in elk geval belangrijk dat verzekeraars hun accountant tijdig meenemen in hun beleidskeuzes. Van den Wildenberg: “Daar moet je niet tot 2020 mee wachten. Accountants kunnen vanuit hun controleperspectief vrij goed toetsen of een bepaalde interpretatie wel of niet aanvaardbaar is. Is dit niet het geval, dan kan de verzekeraar tijdig bijsturen.” De Haas-Hazewinkel (Achmea) is het hiermee eens: “Je moet in een vroeg stadium aan je accountant aangeven welke richting je op wilt. Wij gaan onze beleidskeuzes en aannames, en in een later stadium de concrete inrichting van de modellen, afstemmen met onze accountant. Wij combineren dit trouwens met de overleggen die we met onze accountant hebben over de invoering van IFRS 9 (waardering van financiële instrumenten), waar zeker raakvlakken met IFRS 17 zijn.”

Maar ook op adviesgebied, dus bij niet-controleklanten, kunnen accountantsorganisaties verzekeraars van dienst zijn, vindt Van de Pas. “Als adviserend accountant kun je bijvoorbeeld helpen bij het opstellen van accounting policies en bij het zogeheten ‘droogzwemmen’, wat verzekeraars meestal een jaar voorafgaand aan de daadwerkelijke transitie doen. Daarnaast kunnen we op strategisch niveau meedenken over wat IFRS 17 betekent voor de aansturing van de verzekeraar. Sommige aspecten van de richtlijn zijn zo fundamenteel dat zo’n andere aansturing helemaal niet ondenkbaar is.”

NBA: commissie SVP en publieke management letter

Binnen de NBA is de Sectorcommissie Verzekeringsmaatschappijen en Pensioenfondsen (SVP) actief, die zich richt op het onderhouden van contacten met toezichthoudende en overkoepelende brancheorganisaties. De commissie signaleert nieuwe ontwikkelingen en analyseert en becommentarieert ontwerpen van (internationale) controle- en verslaggevingsrichtlijnen die specifiek betrekking hebben op de sector. Secretaris is Rob Schouten (e-mail: r.schouten@nba.nl).

 

De eerste uit de (nog lopende) reeks publieke management letters van de NBA had betrekking op verzekeraars. Deze PML verscheen in 2010.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Gerelateerd

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.