Ggz

Op ingeslagen weg van zelfonderzoeken gaat ggz aan regeldruk ten onder

In de afgelopen maanden moesten veel ggz-instellingen een surrealistische inspanning verrichten om de vergoeding van geleverde zorg veilig te stellen.

Enkele jaren na de invoering van prestatiebekostiging met dbc's is medio 2016 een raamwerk van gedetailleerde declaratieregels gepubliceerd. Hoewel gebaseerd op bestaande (beleids)regels, is hiermee een op zichzelf staand compliance-kader gecreëerd. Dit kader vormde de basis voor de grootste huiswerkopdracht die de ggz in haar geschiedenis is opgelegd: toets de productie 2014 aan functionele ontwerpregels uit 2016.

Het 'Zelfonderzoek cGGZ 2014' is het meest gedetailleerde onderzoek uit de geschiedenis waarmee zorginstellingen zijn geconfronteerd. Ondanks eerdere oproepen van sectoraccountants om te komen tot een risicogerichte insteek is een breed en arbeidsintensief sleepnet ontworpen voor een integrale controle van de aan zorgverzekeraars gefactureerde productie.

'Het 'Zelfonderzoek cGGZ 2014' is het meest gedetailleerde onderzoek uit de geschiedenis waarmee zorginstellingen zijn geconfronteerd.'

Met toepassing van de inzichten van morgen, achteraf te programmeren queries op de productieregistratie 2014 en in een afhankelijke positie van een groot aantal edp-auditors en accountants heeft de ggz een huzarenstukje geleverd. Of de sector daar opnieuw toe in staat zal zijn, is echter nog maar de vraag. Het knellende regime van het zelfonderzoek lijkt vooral een bevestiging van de stelling dat prestatiebekostiging in de ggz het slechtste van twee werelden is.

Blijven focussen op het verleden?

Logisch dat zo'n gedetailleerd technisch sleepnet in de invoeringsperiode een grote 'vangst' oplevert. De zorgverzekeraars zijn de uitkomsten nu aan het bestuderen en naar verwachting zal het zelfonderzoek in april 2017 tot een formele afwikkeling komen. Hopelijk kunnen de resultaten in de jaarrekening 2016 worden verwerkt; een jaarrekening waarvan stakeholders hopen dat deze dit jaar tijdig wordt gepubliceerd.

Belangrijk is dat er dan voldoende zicht is op de controlebevindingen over de schadelastjaren 2015 en 2016. Zoals overeengekomen in een bestuurlijk akkoord tussen koepelorganisaties GGZ Nederland en Zorgverzekeraars Nederland moeten ook voor de schadelastjaren 2015, 2016 en 2017 zelfonderzoeken plaatsvinden. Het normenkader voor het zelfonderzoek 2015 zal pas op 1 april (of zelfs 1 mei) definitief worden vastgesteld, waarna de uitvoering kan plaatsvinden met een verwachte doorlooptijd tot 1 oktober (dan wel 1 november).

'Horizontaal toezicht lijkt met voldoende grip op administratieve processen nog een lange weg te gaan.'

In een periode waarin de ggz-instellingen de transitie in het sociaal domein nog aan het verwerken zijn en het streven is om de administratieve lasten te verminderen, blijven wij ons zorgen maken over de voortgang van dit dossier. Temeer omdat de sector op deze manier eigenlijk structureel bezig is met het verleden. Daarmee lijkt horizontaal toezicht met voldoende grip op administratieve processen nog een lange weg te gaan.

Ggz wordt disproportioneel belast

Het zelfonderzoek 2014 kent formeel 49 controlepunten (zelfs 71 als je naar alle aspecten kijkt) die de instellingen integraal dienen na te lopen - uiteraard voor zover de desbetreffende zorg is geleverd. Het aantal controlepunten is ten opzichte van 2013 toegenomen en zal naar verwachting voor 2015 nog verder stijgen. Daarbij bestaat het reële risico dat de controlepunten en de aandachtsgebieden na de afloop van het schadelastjaar worden bepaald, met alle negatieve financiële gevolgen van dien.

Zorgverzekeraars stellen zich op het standpunt dat het om niets anders gaat dan het toepassen van bestaande beleidsregels. Zorgaanbieders kunnen het niet anders zien dan een nadere normverduidelijking en het stellen van additionele eisen aan de geleverde zorg na afloop van het schadelastjaar. De waarheid zal hier ongetwijfeld ergens in het midden liggen.

Om deze disproportionele belasting van de sector weg te nemen is het essentieel dat het normenkader voor een zelfonderzoek vóór aanvang van het schadelastjaar wordt vastgesteld. Een vervroegde vaststelling kent duidelijke voordelen. Zo weten instellingen vooraf waar ze aan toe zijn en kunnen ze hierop anticiperen in de basisregistratie. Daarnaast kunnen de werkzaamheden gedurende het jaar worden opgepakt, in plaats van achteraf. Ook kunnen de eventuele onderzoekswerkzaamheden door de accountant gedurende het jaar worden verricht, zonder een specifieke piekbelasting na de jaarrekeningcontrole. Dit draagt er bovendien aan bij dat de reguliere deponeringsplicht van 1 juni weer realistisch haalbaar is.

Risicogerichte audits zorgen voor regelrust

Naast de tijdigheid van het zelfonderzoek levert ook een meer risicogerichte aanpak per zorgaanbieder een bijdrage aan de regelrust die de ggz verdient. Waarom zou een zorgaanbieder een controlepunt moeten uitvoeren als is vastgesteld dat over zowel 2013 als 2014 geen onrechtmatige dbc's zijn gedeclareerd? Er zijn voldoende waarborgen te creëren om onevenredige risico's voor zorgverzekeraars te voorkomen. Daarvoor is wel een gezond niveau van vertrouwen tussen partijen nodig. Dit is zelfs essentieel, gelet op de ambitie om op korte termijn over te gaan naar een vorm van horizontaal toezicht.

'Er zullen altijd fouten gemaakt worden in de DBC-registratie, maar partijen dienen er wel van overtuigd te zijn dat dit niet opzettelijk gebeurt.'

Er zullen altijd fouten worden gemaakt in de dbc-registratie, maar partijen dienen er wel van overtuigd te zijn dat dit niet opzettelijk gebeurt. De complexiteit van de geestelijke gezondheidszorg rechtvaardigt meer tolerantie. Zo heeft GGZ Nederland eerder een regelruimte van vijf procent bepleit. In algemene zin zien wij verbeteringen bij de zorgaanbieders en daarmee eveneens op de controlepunten. Een belangrijk aantal normverduidelijkingen is echter pas medio 2015 overeengekomen. Dit betekent dat zorgaanbieders over het schadelastjaar 2013 en (grotendeels) 2014 geen verbeteringen hebben kunnen doorvoeren. Dit zal de komende jaren niet anders zijn door de vaststelling van het toetsingskader na afloop van het schadelastjaar. Hier dienen partijen over en weer meer begrip voor te hebben.

Een meer risicogerichte aanpak zal er tevens toe leiden dat de inzet van de accountant drastisch naar beneden kan. In het onderzoeksprotocol van accountants is, in tegenstelling tot de ziekenhuizen, zelfs de inzet van edp-auditors afgedwongen. Dit heeft ertoe geleid dat een zelfonderzoek de meeste zorgaanbieders minimaal € 35.000 (inclusief btw) aan accountantskosten heeft gekost. Omgerekend naar uren betekent dit 200 à 250 uur inzet van medewerkers van accountantskantoren en een hele korte doorlooptijd van circa tien tot twaalf weken, bovenop de reguliere werkzaamheden.

'Partijen zullen moeten erkennen dat zakelijk vertrouwen begint met helderheid vooraf.'

Accountants zullen dit niet nog een keer op deze wijze uitvoeren. Werkdruk en piekbelasting zijn overigens niet de enige reden daarvoor. Accountants vragen zich oprecht af of een zelfonderzoek een duurzame oplossing is om invulling te geven aan hun rol, als veldpartijen er onderling op basis van vertrouwen niet uitkomen. De inzet aan de zijde van de zorgaanbieders en zorgverzekeraars is overigens een veelvoud van die van accountants, dus de maatschappelijke kosten durven we eigenlijk niet te becijferen. En dat in een sector waar de rendementen al jarenlang nog geen procent van de opbrengsten bedragen.

Zelfonderzoeken zijn niet de oplossing

De huidige opzet van zelfonderzoeken staat in geen enkel opzicht in verhouding tot het probleem. De uitkomst van de zelfonderzoeken over productie in de invoeringsperiode van prestatiebekostiging is evenmin een graadmeter voor de werking van administratieve controlesystemen. Partijen zullen moeten erkennen dat zakelijk vertrouwen begint met helderheid vooraf. Compliance vraagt daarbij van instellingen dat ze willen en kunnen voldoen aan declaratieregels. In het zakelijk verkeer is het not done om jaren na de transactiedatum een levering zo gedetailleerd te verifiëren en ter discussie te stellen. De betaling van een factuur is doorgaans het bewijs van overeenstemming over de levering. Laat dit ook in de ggz-sector een gezond vertrekpunt zijn.

Namens de werkgroep GGZ van Coziek,
Helmer de Coninck
Marco Walhout
Margery Kuikman
Rob Leensen

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Gerelateerd

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang vier keer per week (maandag, woensdag, donderdag en vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox..