Column arbeidsrecht

Discussie over compensatie werkgever bij langdurige arbeidsongeschiktheid

Op 23 maart 2017 heeft de Raad van State aangegeven dat het Wetsvoorstel 'Transitievergoeding bij arbeidsongeschiktheid' moet worden heroverwogen. Het kabinet wuift dit advies echter weg.

Met het advies van de Raad van State is het wetsvoorstel, dat ertoe strekt dat werkgevers de transitievergoeding die is betaald aan een langdurig arbeidsongeschikte werknemer van het UWV kunnen terugkrijgen, openbaar geworden.

Vóór de invoering van de Wet werk en zekerheid (Wwz) kon een werkgever de arbeidsovereenkomst met een werknemer die gedurende twee jaar arbeidsongeschikt was geweest beëindigen zonder dat hierbij een ontslagvergoeding verschuldigd was. Sinds de invoering van de Wwz op 1 juli 2015 is de werkgever echter verplicht om in dergelijke gevallen een transitievergoeding te betalen.

Zoals in een eerdere blog al naar voren kwam, wordt dit door veel werkgevers als onrechtvaardig ervaren. De werkgever heeft immers al gedurende twee jaar het loon tijdens ziekte doorbetaald en heeft daarnaast kosten gemaakt gericht op de re-integratie van de werknemer. In de praktijk heeft dit ertoe geleid dat werkgevers, om het betalen van een transitievergoeding te omzeilen, het dienstverband na twee jaar ziekte voort laten duren. De loondoorbetalingsverplichting van de werkgever is op dat moment gestopt waardoor er sprake is van een zogenoemd 'slapend dienstverband'. Verschillende kantonrechters hebben geoordeeld dat dit is toegestaan.

Wetsvoorstel

Demissionair minister Asscher heeft met het hiervoor genoemde wetsvoorstel beoogd de praktijk van de slapende dienstverbanden te doorbreken door werkgevers te compenseren in de kosten van de transitievergoeding die betaald moet worden in de bovengenoemde situatie. Werkgevers kunnen compensatie krijgen voor de vergoedingen die zijn of worden toegekend bij: 

  • het niet verlengen van tijdelijke arbeidsovereenkomsten waarbij de werknemer op de einddatum ziek is;
  • de opzegging van de arbeidsovereenkomst met toestemming van het UWV;
  • de ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter;
  • de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden wanneer de reden van deze beëindiging is dat de werknemer wegens ziekte zijn bedongen arbeid niet meer kan verrichten.

De hoogte van de compensatie wordt berekend op basis van het bedrag van de transitievergoeding, dat verschuldigd zou zijn op de eerste dag na het einde van het tijdvak waarin de werkgever loon tijdens ziekte aan de werknemer is verschuldigd. Hiermee wordt voorkomen dat werknemers langer op de loonlijst blijven laten staan teneinde een hogere transitievergoeding en hogere compensatie te krijgen. De compensatie zal hiernaast niet meer bedragen dan het bedrag aan brutoloon dat tijdens ziekte aan de werknemer is betaald.

Indien de werkgever langer loon tijdens ziekte is verschuldigd, omdat het UWV een loonsanctie vanwege het niet nakomen van de re-integratieverplichtingen heeft opgelegd, telt deze periode niet mee voor de berekening van de compensatie aan de werkgever.

Het wetsvoorstel noemt de volgende stukken die bij een verzoek om compensatie moeten worden ingediend: de arbeidsovereenkomst, de toestemming van het UWV voor opzegging danwel de ontbindingsbeschikking van de rechter of de vaststellingsovereenkomst, verklaringen van de bedrijfsarts, bewijsstukken waaruit blijkt vanaf wanneer de werknemer ziek is, en bewijsstukken van het betaalde loon tijdens ziekte. Het bewijs van betaling van de transitievergoeding wordt niet expliciet in het wetsvoorstel vermeld, maar het is waarschijnlijk dat dit ook aan het UWV dient te worden overhandigd.

Het UWV zal de compensatie verstrekken uit het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf). Tegenover de compensatie staat echter wel een verhoging van de (uniforme) premie van het Awf. De premie van het Awf zal in 2019 met 0,5 procent worden verhoogd.

Raad van State: heroverwegen

De Raad van State heeft de nodige kritiek geuit op het wetsvoorstel. Allereerst wijst de Raad van State erop dat met de compensatie van de werkgever vanuit het fonds de kern van het probleem niet wordt aangepakt. De financiële last tot betaling van de transitievergoeding vervalt immers niet, maar wordt verdeeld over het collectief van werkgevers. Dit betekent dat de kosten voor een individuele werknemer worden verminderd, maar voor andere werkgevers worden verhoogd.

De Raad van State overweegt dat het verminderen van de financiële belasting van werkgevers voor langdurig arbeidsongeschikte werknemers ook op een andere manier zou kunnen worden bewerkstelligd, bijvoorbeeld door de regeling omtrent doorbetaling van het loon tijdens ziekte aan te passen. De Raad van State wijst er daarnaast op dat de compensatieregeling naar verwachting relatief kostbaar zal zijn en impact zal hebben op de organisatie van het UWV. De Raad van State adviseert dan ook het wetsvoorstel te heroverwegen.

Reactie kabinet

Het kabinet wuift de kritiek van de Raad van State weg en houdt vast aan het wetsvoorstel voor de compensatieregeling. Het kabinet vindt het niet wenselijk om langdurig arbeidsongeschikten het recht op een transitievergoeding te ontnemen. Het kabinet overweegt in de eerste plaats dat de transitievergoeding is bedoeld als compensatie voor de gevolgen van het ontslag. Een langdurig arbeidsongeschikte kan de transitievergoeding, evenals een arbeidsgeschikte werknemer, nodig hebben voor het vinden van ander werk en ter aanvulling van het inkomen.

In de tweede plaats meent het kabinet dat het vervallen van het recht op de transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid in strijd is met wetgeving op het gebied van gelijke behandeling: wanneer aan een langdurig arbeidsongeschikte het recht op een transitievergoeding wordt ontzegd, levert dit een onderscheid in behandeling op. De omstandigheid dat voor deze werknemer al twee jaar loon is doorbetaald verandert dit niet, omdat aan de loondoorbetalingsverplichting een ander doel ten grondslag ligt: namelijk werkgevers stimuleren om ziekte te voorkomen en re-integratie-inspanningen te verrichten.

Allerminst zeker

Wanneer zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer instemmen met het wetsvoorstel zoals dat er nu ligt, zal de wetswijziging op 1 januari 2019 in werking treden. Het wetsvoorstel werkt dan echter terug tot de inwerkingtreding van de Wwz. Het wetsvoorstel is dus ook van toepassing op situaties waarin de arbeidsovereenkomst op of na 1 juli 2015 wegens langdurige arbeidsongeschiktheid is geëindigd of niet is voortgezet. Indien het wetsvoorstel wordt aangenomen hebben werkgevers dus de mogelijkheid om reeds aan langdurig arbeidsongeschikte werknemers betaalde transitie-vergoedingen terug te vragen.

Gelet op de kabinetsformatie en de kritiek van de Raad van State is het echter nog allerminst zeker of het wetsvoorstel wordt aangenomen. Het advies aan werkgevers is in elk geval om een goede administratie bij te houden van gevallen waarbij is gekozen voor het beëindigen van het dienstverband wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Hiernaast is het, in het geval er wordt gekozen voor een vaststellingsovereenkomst, aan te raden om duidelijk te benoemen dat het dienstverband met wederzijds goedvinden wordt beëindigd wegens langdurige arbeids-ongeschiktheid.

Wordt vervolgd!

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Gerelateerd

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.