Hans Hoogervorst

IASB ten strijde tegen het alternatieve winstbegrip

Na de publicatie van IFRS 17 is het voorlopig gedaan met de grote herzieningen van verslaggevingsstandaarden. De IASB gaat zich vooral richten op het beter inzichtelijk maken van de jaarrekening, aldus voorzitter Hans Hoogervorst. Het overvloedige gebruik van alternatieve winstbegrippen is de standaardmakers een doorn in het oog.

EBIT, bijzondere baten en lasten... Hans Hoogervorst kan een smalend lachje niet onderdrukken als hij de voorbeelden noemt van 'non-GAAP totals' waar bedrijven mooie sier mee maken. "Ik dacht eerst over zo'n maat als EBIT: hoe moeilijk kan het zijn? Je neemt de winst en trekt daar de rente en belastingen vanaf. Maar nee hoor. Want: wat is rente? En: welke rente neem je? Daar kun je oeverloos over discussiëren, zo blijkt. En dat doet men dan ook."

Want de non-GAAP's heten niet voor niks non-GAAP's, het zijn winstbegrippen die niet de algemeen aanvaarde boekhoudprincipes volgen. Bij het gebruik van dergelijke cijfers, vooral in persberichten bij kwartaal- of halfjaarcijfers, maakt men zijn eigen keuzes uit de beschikbare principes. Hoogervorst, minzaam: "Er is blijkbaar een grote behoefte aan disaggregatie." Over de redenen daarachter hoeven weinig misverstanden te bestaan, stelt hij. "We zien dat vrijwel alle grote bedrijven non-GAAP-totals gebruiken en in ongeveer tachtig procent van de gevallen is het non-GAAP-winstcijfer hoger dan het winstcijfer dat volgens de aanvaarde principes is berekend. Dat lijkt mij een teken aan de wand."

'Transparantie is goed voor de financiële stabiliteit.'

Non-GAAP-winstbegrippen belemmeren zo de transparantie en de internationale vergelijkbaarheid van bedrijfsresultaten. De IASB (International Accounting Standards Board), die eind juni confereerde in het Amsterdamse Okurahotel, kan dat niet accepteren. Want de organisatie streeft naar transparantie, zo is in haar missie opgenomen, want "transparantie is goed voor de financiële stabiliteit".

Hangijzer

Dat punt is echter nog steeds "een heet hangijzer", zegt Hoogervorst. "Rond de kredietcrisis stonden we erg in de belangstelling omdat veel bankiers probeerden de schuld van de crisis bij de verslaggevingsstandaarden te leggen. Buitengewoon onheus. Maar het is natuurlijk wel een eeuwenoud verschijnsel dat de boodschapper van het slechte nieuws geëxecuteerd wordt. En nog steeds geldt dat bedrijven niet houden van volatiliteit in hun winst-en-verliesrekening. Ze presenteren graag stabiele cijfers. We moeten echter beseffen dat het verdoezelen van volatiliteit op de langere termijn tot veel grotere problemen leidt." En het zijn echt niet alleen investeerders die belang hebben bij transparantie, benadrukt Hoogervorst. "De wetenschap dat er transparant gerapporteerd moet worden, voorkomt dat het management onnodige risico's neemt. Dat wordt immers meteen zichtbaar. Bovendien stelt transparantie mensen in staat snel te reageren, mocht er iets mis gaan. Maximale transparantie is daarom toch meestal het beste."

Hardnekkig

Overigens zegt Hoogervorst te beseffen dat de strijd tegen alternatieve winstbegrippen een lastige is. "De IASB kijkt of het mogelijk is meer van deze kengetallen in de standaarden onder te brengen, zodat ze geaudit kunnen worden zoals andere financiële gegevens. Maar dat is technisch dus heel ingewikkeld. Afgezien daarvan: de redenen waarom bedrijven deze getallen gebruiken, verdwijnen ook niet zomaar. Neem de bijzondere lasten. Daar worden vaak kosten voor herstructurering ondergebracht. Terwijl een multinational van enige omvang daar elk jaar wel mee te maken heeft. Daar is dus niets 'bijzonders' aan en ik denk dat dit gebruik van die post niet terecht is. Maar de neiging op die manier stabielere cijfers te kunnen presenteren is hardnekkig."

Herkenbaar overigens, zo merkt de voormalig minister van Financiën op. "In de politiek is het ook niet ongebruikelijk. Dan meldt de minister van Financiën dat het dit jaar wel wat slechter is gegaan, maar dat er sprake was van hele bijzondere omstandigheden en dat als die buiten beschouwing worden gelaten, het helemaal niet zo slecht ging... Ja, ik zal mij daar ook wel aan bezondigd hebben."

Marketing

Grote veranderprojecten liggen even niet in het verschiet en dat is goed nieuws voor bedrijven en adviseurs.

Maar die praktijken ondermijnen de doelstellingen van het IFRS-project, wil Hoogervorst maar gezegd hebben. Reden te meer waarom een groot deel van het werk van de IASB-voorzitter nog steeds bestaat uit het wereldwijd verkondigen van de merites van gedeelde verslaggevingsregels. Het helpt daarbij wel dat de IASB met het publiceren van IFRS 17 voor verzekeringscontracten eindelijk een punt kan zetten achter de vier grote herzieningen van de afgelopen jaren. Eerder werden IFRS 9 (financiële instrumenten), IFRS 15 (omzetverantwoording) en IFRS 16 (leases) grondig verbouwd. Grote veranderprojecten liggen even niet in het verschiet en dat is goed nieuws voor bedrijven en adviseurs, maar ook voor de marketing van IFRS.

Hoogervorst: "We boeken nog steeds vooruitgang in de verspreiding van het gebruik. We hebben nu 126 landen die IFRS gebruiken en in een aantal grote Aziatische landen is men goed op weg. India heeft net standaarden aangekomen die bijna geheel IFRS zijn, op zo'n zeven uitzonderingen na. Dat is jammer, maar het glas is veel meer dan halfvol. Hetzelfde geldt eigenlijk voor China en in Japan mogen bedrijven nu individueel kiezen voor IFRS. Dat gaat snel: we zitten nu op dertig procent van de marktkapitalisatie en ik verwacht binnen twee jaar op vijftig procent te zitten."

Oncomfortabel

'De Amerikanen hebben ook in het hele IFRS-project een leidende rol gespeeld en staan nu min of meer aan de zijlijn.'

Maar dan zijn er natuurlijk nog de Verenigde Staten. Ooit was het idee dat US GAAP en IFRS zouden convergeren tot één stelsel van standaarden. Hoogervorst nu, realistisch: "Amerika doet nog niet mee en dat zal voorlopig ook wel zo blijven." De afgelopen jaren was de voortgang maar mondjesmaat en ook werden geregeld stappen terug gezet. "Bij financiële instrumenten zijn er te veel divergenties ontstaan", constateert Hoogervorst bijvoorbeeld. De verkiezing van Donald Trump tot president was vervolgens de druppel die de emmer deed overlopen. "Voorlopig gaat er niks gebeuren, dat is duidelijk. We spreken de Amerikanen nog wel geregeld en ik merk dat men zich hier ontzettend oncomfortabel bij voelt. Ze hebben immers ook in het hele IFRS-project een leidende rol gespeeld en staan nu min of meer aan de zijlijn. Dat vindt men niet leuk."

Het meest waarschijnlijke scenario is echter dat alleen macro-economische verschuivingen Amerika kunnen overtuigen. "Wie weet waar we over een jaar of twintig staan. Maar op dit moment is het nog een kwestie van te groot, te machtig. De Amerikaanse kapitaalmarkt neemt veertig procent van de wereldwijde markt voor zijn rekening en die markt wil simpelweg de eigen regels bepalen. Maar natuurlijk gaat dat aandeel slinken, want China en India worden steeds groter. En dan zal men in de Verenigde Staten op een gegeven moment toch denken: laten we maar meedoen."

CV

Hans Hoogervorst (1956) was van 1994-1998 Tweede Kamerlid voor de VVD. Daarna werd hij staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kabinet-Kok II. In 2002 werd Hoogervorst minister van Financiën in het kabinet-Balkenende I. Van 2007 tot 2011 was hij voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

 

Sinds 2011 is hij voorzitter van de IASB (International Accounting Standards Board) in Londen. In februari 2016 werd hij door de IASB herbenoemd voor een periode van vijf jaar.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Gerelateerd

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang vier keer per week (maandag, woensdag, donderdag en vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox..