Toekomstvisie

Kunnen accountants hun eigen problemen oplossen?

De Monitoring Commissie Accountancy (MCA) constateerde een worsteling met 'wicked problems'. Wat zijn dat en wat doe je er aan? Het eerste deel van een tweeluik over venijnige vraagstukken.

Volgens Pieter-Jan van Delden zijn venijnige vraagstukken 'de vuurproef van publieke dienstverlening'. Volgens Jasper van Cuijk vereisen ze een iteratief proces van ontwerpen, testen en herontwerpen. Het is dus geen schande dat de 53 maatregelen uit september 2014 nog niet allemaal on target waren, volgens de MCA. Accountants zijn alleen niet gewend zo te werken; er zijn geen standaarden voor het aanpakken van venijnige vraagstukken.

Wickedness als beroeps-inherente problematiek

In 'Veranderen in het publiek belang' vergelijkt de MCA de 53 maatregelen uit 'In het publiek belang' met de door accountantskantoren in hun probleemanalyses zelf genoemde oorzaken van hun tekortschieten. De MCA constateert enerzijds wicked problems (in goed Nederlands: venijnige vraagstukken') waarop die maatregelen geen vat hebben. Anderzijds stelt ze dat een groot deel van die maatregelen onvoldoende te koppelen is aan de door de accountantskantoren geconstateerde problemen. Voor het begrip wicked problems verwijst de MCA onder andere naar Jeff Conklin. Die omschrijft wicked problems als niet goed te definiëren, niet goed af te bakenen en dus niet systematisch op te lossen. Het is lastig het zelfs maar eens te worden over wat 'het' probleem 'is'. Wickedness reflecteert volgens hem de diversiteit van de stakeholders (zie cognexus.org).

Wickedness hangt volgens Conklin bovendien samen met het mechanisch, lineair en proces-georiënteerd benaderen van problemen. Daardoor ontgaat je de dieperliggende problematiek en de bredere context. Daarmee is slechts een deel van de problemen op te lossen. Hij noemt dat 'tamme' problemen. Andere problemen verdwijnen daardoor uit beeld.

Hoe systematischer en succesvoller een beroepsgroep aanvankelijk een deel van de problematiek waar ze zich op richt aanpakt ('temt'), hoe meer dat tot maatstaf van hun 'professionaliteit' wordt. Des te hardnekkiger verdringt het ook de problemen die daarmee niet oplosbaar zijn. Beroepsidentiteit en -legitimiteit worden gekoppeld aan 'geijkte' benaderingen en methodes. Zodra problemen daarmee niet oplosbaar blijken wordt het daardoor des te lastiger om ze aan te pakken. Ze worden verdrongen om die beroepsidentiteit en -legitimiteit niet op het spel te zetten. Juist die venijnige, slecht met geijkte benaderingen hanteerbaar te maken problemen, vormen de beroeps-inherente problematiek. De problematiek die voortkomt uit de manier waarop een beroep zich gedefinieerd en vormgegeven heeft.

Identiteit en legitimiteit

Accountancy kenmerkt zich bij uitstek door een systematische, gestructureerde werkwijze. Externe kritiek op de beperkte effectiviteit daarvan, zodra problemen zichtbaar worden die daarmee niet oplosbaar zijn, leidt tot twijfel over identiteit en legitimiteit.

'Juist die venijnige, slecht met geijkte benaderingen hanteerbaar te maken problemen, vormen de beroeps-inherente problematiek.'

De kernvragen van identiteitsproblematiek zijn 'wie en wat zijn we als accountants', wat is onze missie' en 'voor wie werken we'. Die sluiten aan bij drie aspecten van legitimiteit: cognitieve legitimiteit (bestaansrecht), morele legitimiteit (juiste keuzes maken) en pragmatische legitimiteit (aan stakeholderwensen voldoen), zoals eerder beschreven door Joost van Buuren.

Hij constateerde dat accountants en daardoor hun debatten over de toekomst van hun beroep focussen op controlekwaliteit: het maken van de juiste keuzes volgens standaarden en toezichthouders. Legitimiteit wordt daarmee verengd tot morele legitimiteit. En die lijkt beperkt te worden tot 'voldoen aan standaarden'. Joost bepleitte meer aandacht voor pragmatische legitimiteit. Beroeps-inherente problematiek aanpakken via legitimiteitsvergroting vereist evenwicht in aandacht voor alle drie die aspecten van legitimiteit. 

Het bestaan van (moeilijk in beeld te brengen) wicked problems en de beroeps-inherente focus op 'geijkte' methodes en controlekwaliteit (de kwaliteit van die methodes) verklaart ook de door de werkgroep Toekomst Accountantsberoep in 'In het publiek belang' gekozen aanpak.

Bestaansrecht en doel van accountancy is betrouwbare financiële verslaggeving, met name door controle daarvan. Als dat doel niet gerealiseerd dreigt te worden, identificeer je risico's. Die risico's beperk je met maatregelen. Vervolgens focus je op bestaan en werking van die maatregelen. Morele legitimiteit in enge zin, dus. Zo doe je dat als accountant. Gegeven de beperkte tijd die ze tot hun beschikking hadden voor hun opdracht was die geijkte benadering begrijpelijk. Gelukkig was één van die maatregelen het instellen van de MCA.

Complexiteit

De venijnigheid van vraagstukken wordt ook vaak in verband gebracht met complexiteit, met het verschijnsel dat alles met alles samenhangt. Met name met sociale complexiteit, die voortkomt uit de agency van mensen. Complexe sociale systemen, zoals organisaties en samenlevingen, zijn opgebouwd uit individuen en hun onderlinge relaties. Agency is het vermogen van mensen om zich te onttrekken aan sociale beïnvloeding en individueel actie te ondernemen, op grond van persoonlijke drijfveren en motieven. Agency frustreert de mogelijkheid om organisaties en samenlevingen uitsluitend te begrijpen en daarin effectief te interveniëren op basis van de causaliteit die berust op onwillekeurige sociale beïnvloeding (reacties van mensen op incentives en andere omgevingsprikkels).

Complexiteit gaat verder dan gecompliceerdheid. Gecompliceerdheid is de ingewikkeldheid van een systeem dat eenduidig en analyseerbaar samenhangt. Dergelijke samenhang maakt het hanteerbaar door het uiteen te rafelen en de onderdelen stuk voor stuk aan te pakken. Voorbij complexiteit komen we in het domein van chaos en politieke willekeur, waar geen structurele en stabiele samenhang meer te ontdekken is, zelfs niet van alles met alles.

Accountants werken met administratieve organisatie, financiële transacties en verslaglegging. Die zijn een gestileerde afspiegeling van primaire processen. Die stilering dient om primaire processen te helpen beheersen. Een accountant die complicaties constateert in financieel-administratieve processen waarschuwt dat de organisatie out of control dreigt te raken. Accountants doen dat aan de hand van eenduidige normenstelsels voor administratieve organisatie, verslaggeving en controle. Die normenstelsels zijn uitgebreid en gecompliceerd, maar systematisch opgebouwd en daardoor niet complex.

'Het imago van de gehele beroepsgroep is sterk geassocieerd met de controleprestaties van de big four en de publieke perceptie daarvan.'

Accountants zijn gewend om te denken in termen van complicaties als risico's, van maatregelen om die complicaties weg te nemen en van control als eenduidige aanpak van problematiek. De werkgroep Toekomst Accountantsberoep hanteerde in 2014 dus als vanzelfsprekend ook die aanpak, om de uitdaging te lijf te gaan die de Tweede Kamer in mei 2014 formuleerde. Dat resulteerde in de 53 maatregelen en in november 2016 in de tussenevaluatie daarvan door de MCA. Wat is de complexiteit die daardoor uit beeld bleef?

Geen beroepsgroep, maar een beroepen-groep

De MCA beperkte zich in haar rapport tot accountantsorganisaties met een vergunning om wettelijke controles te verrichten. De beroeps-inherente problematiek van de accountancy hangt echter samen met de sociale complexiteit van een veel bredere groep professionals:

  1. Accountantsorganisaties met vergunning houden zich vrijwel zonder uitzondering niet alleen bezig met externe accountantscontrole, maar ook met advies en samenstelwerk. Dat brengt een uitdaging met zich mee voor de bedrijfscultuur. Die moet daardoor rekening houden met zowel publieke belangen als met belangen van advies- en samenstelklanten. Daarnaast zijn er uiteraard ook nog eigen commerciële organisatiebelangen en de status van het beroep die meewegen.
  2. Accountantsorganisaties met vergunning tot wettelijke controles en vooral met vergunning tot oob-controles zijn relatief groot en opereren in oligopolistische deelmarkten. Het grootste deel van de accountantsorganisaties heeft niet zo’n vergunning. Daarnaast zijn er veel eenpitters. Zij werken in veel concurrerender deelmarkten.
  3. De markt voor oob-controles wordt gedomineerd door de big four. De NBA bewaakt het imago van de beroepsgroep als geheel, maar dat imago is sterk geassocieerd met de controleprestaties van de big four en de publieke perceptie daarvan. Dat rechtvaardigt relatief veel aandacht van de NBA voor hun functioneren en voor externe controle. Het maakt ook de relatief grote invloed van de big four binnen de NBA begrijpelijk. De democratische, legitimerende NBA-besluitvorming is echter gebaseerd op one member one vote. De extern controlerende accountants bij oob-vergunninghouders vormen slechts een minderheid van de NBA-leden. De invloed van de big four binnen de NBA onttrekt zich daardoor vaak aan democratisch beïnvloeding. Dat gold voorheen ook al voor het NIVRA en bepaalde een belangrijk deel van het cultuurverschil tussen NOvAA en NIVRA.)
  4. Degenen waarop externe controlerend accountants zich vooral richten, de eigenaars en hoogste toezichthouders van de organisaties die ze controleren, hebben - afgezien van wettelijke controleplicht - ook interne opties om betrouwbare bestuurs- en toezichtinformatie te krijgen. Externe controlerend accountants, accountants in business in functies als intern accountant, cfo en controller en niet-accountants in dergelijke financiële functies zijn in zekere zin ook concurrenten van elkaar.
  5. Accountantsorganisaties die hun omzet vooral maken met samenstel- en advieswerk voor mkb-organisaties zonder wettelijke controleplicht concurreren met administratiekantoren, belastingadviesbureaus etc.. Ook zij concurreren dus met niet-accountants die vergelijkbaar werk doen.
  6. Accountants zijn professionals binnen een bredere groep van zakelijke, professionele dienstverleners die complementaire faciliterende rollen vervult in de economie. Denk aan advocaten, bankiers, belastingadviseurs en notarissen. Daarmee delen ze karakteristieken en een collectief imago dat hen in sommige opzichten sterker onderling verbindt dan dat hun specifieke professionele niches hen onderscheidt.

Venijnige beroeps-inherente problematiek: geen standaard-aanpak

In zijn proefschrift Met open vizier, Auditing als stimulerende interventie uit 2012 onderscheidt Ronald Stevens vier typen audits. Die focussen op respectievelijk beheersing, prestaties, organisatieontwikkeling en externe connectiviteit (zie pagina's 52-53 voor een schematisch overzicht).

Accountantscontrole behoort tot het eerste type. Accountants werken met jaarrekeningen: gestileerde weergaven van de gecompliceerde of complexe werkelijkheid van een organisatie, bedoeld om die te helpen beheersen. Accountancy richt zich op normeerbare doelen als rechtmatigheid en doelmatigheid, reparatie van tekortkomingen (risicobeperking) en certificeert basiskwaliteit en morele legitimiteit. Prestatieverbetering, organisatieontwikkeling en verbetering van connectiviteit, om venijnige vraagstukken hanteerbaar te maken, vergen andere soorten audits.

'Accountants zijn relatief ongeschikt om hun eigen problematiek aan te pakken. Maar niemand anders doet het, dus ze moeten wel.' 

De complexiteit van de beroeps-inherente problematiek rond accountancy en de venijnige vraagstukken die daaraan inherent zijn lenen zich niet voor een standaard-aanpak, voor de manier van werken die accountants gewend zijn toe te passen. Accountants zijn daardoor relatief ongeschikt om hun eigen beroeps-inherente problematiek aan te pakken. Maar niemand anders doet het, dus ze moeten wel. In het volgende deel doe ik aanbevelingen voor een mogelijke aanpak.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Gerelateerd

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang vier keer per week (maandag, woensdag, donderdag en vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox..