Column arbeidsrecht

Billijke vergoeding: persoonlijke situatie weegt mee

Wanneer een werkgever de arbeidsovereenkomst in strijd met de daarvoor geldende regels opzegt, kan een werknemer kiezen om de rechter te verzoeken hem een billijke vergoeding toe te kennen. Er waren tot voor kort geen aanknopingspunten in de wet voor de hoogte van die vergoeding, maar de Hoge Raad heeft onlangs iets meer duidelijkheid gegeven.

Sinds de invoering van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) heeft een werknemer die meer dan twee jaar in dienst is geweest recht op een transitievergoeding, als de arbeidsovereenkomst door de werkgever wordt opgezegd. Wanneer de werkgever de arbeidsovereenkomst in strijd met de daarvoor geldende regels heeft opgezegd, heeft de werknemer hiernaast de keuze om de opzegging te vernietigen (zoals in een eerdere column aan bod kwam) dan wel de rechter te verzoeken hem een billijke vergoeding toe te kennen.

Na invoering van de WWZ was niet geheel duidelijk hoe de rechter de hoogte van de billijke vergoeding moest bepalen. De wet geeft hiervoor geen aanknopingspunten. Dit had als gevolg dat rechters verschillend omgingen met het toekennen van billijke vergoedingen. Hierbij ontbrak het soms aan enige motivering. De Hoge Raad heeft onlangs een aantal richtlijnen gegeven voor het vaststellen van de hoogte van de billijke vergoeding.

Feiten

De zaak betrof een werkneemster die sinds 1989 in dienst was bij een kapsalon voor 4,5 uur per week tegen een salaris van 224,51 euro per maand. Na een aantal eerdere mislukte pogingen (via een vaststellingsovereenkomst en via een ontslagaanvraag bij het UWV) van de werkgever om de arbeidsovereenkomst te beëindigen, raakte de arbeidsverhouding opnieuw verstoord door een discussie over het opnemen van vakantie.  De werkneemster stelde dat de werkgever haar aanvraag te laat had afgewezen en verscheen in de door haar opgegeven vakantieperiode niet op het werk. De werkgever was er hierna naar eigen zeggen ‘klaar mee’ en beëindigde de arbeidsovereenkomst, zonder hierbij acht te slaan op de daartoe geldende wettelijke regels.

Kantonrechter en Hof

De werkneemster startte vervolgens een procedure en verzocht de rechter om aan haar, naast een transitievergoeding, ook een billijke vergoeding van ongeveer 60.000 euro toe te kennen. De werkneemster baseerde dit bedrag op het salaris wat zij nog tot aan haar pensioensleeftijd zou hebben kunnen verdienen. De kantonrechter, en later ook het Hof, kende aan de werkneemster echter slechts een vergoeding van 4.000 euro toe.

Daarbij werd overwogen dat de billijke vergoeding een punitief en afschrikwekkend karakter voor de werkgever moet hebben: het moet de werkgever er immers van weerhouden de arbeidsovereenkomst zonder rechtsgeldige reden op te zeggen. De duur van het dienstverband en de mogelijke gevolgen van het ontslag voor de werkneemster werden - zowel door de kantonrechter en het Hof - bij het vaststellen van de hoogte van de vergoeding buiten beschouwing gelaten.

Hoge Raad

De werkneemster was het hier niet mee eens en betoogde voor de Hoge Raad dat bij het vaststellen van de vergoeding onvoldoende rekening was gehouden met haar belangen. De werkneemster stelde zich op het standpunt dat ook de gevolgen die de opzegging van de arbeidsrelatie voor haar heeft tot uitdrukking moeten komen in de vergoeding.

De Hoge Raad gaat hierin mee en overweegt over de hoogte van de billijke vergoeding het volgende:

  • Uitgangspunt van de billijke vergoeding dient compensatie voor de werknemer te zijn en niet het bestraffen  van de werkgever.
  • Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding spelen alle omstandigheden van het geval een rol (zoals de duur van het dienstverband en de hoogte van het salaris).
  • Ook de gevolgen van het ontslag dienen mee te wegen (zoals het misgelopen loon, een eventuele transitievergoeding en de kansen op de arbeidsmarkt voor de werknemer).

De Hoge Raad heeft de zaak terugverwezen naar een ander hof dat zich moet buigen over de vraag of de werkneemster in kwestie recht heeft op een hogere billijke vergoeding.

Maatwerk

Hoewel het vaststellen van een billijke vergoeding voor de rechter nog steeds maatwerk blijft, is met deze uitspraak duidelijk geworden dat de rechter in de toekomst bij het bepalen van de vergoeding rekening moet houden met alle omstandigheden van het geval. De persoonlijke situatie van de werknemer komt hierdoor, anders dan voorheen, nadrukkelijker in beeld.

Zo zullen rechters bij de begroting van de billijke vergoeding bijvoorbeeld rekening moeten houden met de inkomensderving indien aannemelijk is dat de arbeidsovereenkomst had voortgeduurd. Er wordt wel gesuggereerd dat hiermee de deur is open gezet voor het toekennen van hogere billijke vergoedingen. De praktijk zal moeten uitwijzen of dit daadwerkelijk het geval is.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Gerelateerd

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.