Column Faillissementsrecht

Rente bij surseance van betaling

Rente die vanaf de datum van surseance ontstaat, wordt niet meegerekend voor de bepaling van de hoogte van de vordering van de schuldeiser. Dat is anders wanneer de surseance wordt omgezet in een faillissement.

In een faillissement kan een schuldeiser zijn vordering met rente bij de curator indienen. De rente wordt dan berekend tot de datum waarop het faillissement is uitgesproken. De rente loopt dus niet door. Als de schuldeiser een vordering heeft die gedekt is door een pand- of hypotheekrecht dan loopt de rente wel door. De pand- of hypotheekhouder heeft zelfs het recht om uit de verpande of verhypothekeerde opbrengsten niet alleen de hoofdsom en de rente tot aan de dag van de faillietverklaring te voldoen, maar ook voor de daarna ontstane rente.

Een soortgelijke bepaling is er voor de surseance van betaling. In dat geval bepaalt de wet dat de rente wordt berekend tot de datum waarop de surseance is uitgesproken. Op basis van een ander wetsartikel heeft een pand- of hypotheekhouder het recht om de tijdens de surseance vervallen rente te voldoen uit de opbrengst van de verpande of verhypothekeerde zaken. In beide situaties geldt dus eigenlijk hetzelfde ten aanzien van de rente. Sommige surseances worden omgezet in een faillissement. Hoe zit het dan met de rente die ontstaat in de periode tussen de datum van aanvang van de surseance en het uitspreken van het faillissement? 

Verschil

Er is een wezenlijk verschil tussen een faillissement en een surseance. Het faillissement is gericht op liquidatie terwijl een surseance gericht is op continuïteit. 

In faillissementen vindt indiening van de vorderingen bij de curator plaats. De curator beoordeelt die vorderingen en plaatst die vervolgens op een lijst van schuldeisers. Indien er voldoende geld in de faillissementsboedel is om een uitdeling aan concurrente schuldeisers te doen, gebruikt de curator die lijst van schuldeisers. Met dat doel worden de vorderingen op de lijst geplaatst. Uiteindelijk worden de vorderingen definitief vastgesteld tijdens een zogeheten verificatievergadering. Deze vindt bij de rechtbank plaats. Daarna vindt de uitdeling plaats. 

In een surseance worden vorderingen bij de bewindvoerder ingediend. Deze plaatst die vervolgens ook op een lijst. De bewindvoerder doet dat wel met een ander doel. Concurrente schuldeisers moeten namelijk stemmen over een akkoord. Indien een akkoord slaagt, ontvangen de schuldeisers een bepaald percentage van hun vordering. Het restant van de vordering komt te vervallen. 

Op deze wijze worden ondernemingen van een schuldenlast bevrijd. De schuldenaar dient daarvoor een ontwerpakkoord in bij de rechtbank. Daarover wordt tijdens een vergadering bij de rechtbank gestemd. Het aantal schuldeisers dat stemt en de hoogte van de vordering zijn daarbij van belang. Allereerst dient er bij de stemming sprake te zijn van een meerderheid van de op de vergadering verschenen, erkende en toegelaten schuldeisers. Dat is het geval wanneer tenminste de helft plus een van die schuldeisers voor het akkoord hebben gestemd. Op de tweede plaats dienen deze gezamenlijk  tenminste de helft van het bedrag van de erkende schulden te vertegenwoordigen. 

Casus

Een vennootschap sluit een kredietovereenkomst met een kredietgever. In de overeenkomst zijn verplichtingen voor de vennootschap opgenomen. Wanneer de vennootschap niet op tijd betaalt is de vennootschap een 'default rente' van 11,5 procent per jaar over de hoofdsom verschuldigd. De hoofdsom is eind maart 2015 opeisbaar. Eind april 2015 wordt aan de vennootschap voorlopige surseance van betaling verleend. Op 15 juli 2015 wordt de voorlopige surseance van betaling ingetrokken en wordt de vennootschap in staat van faillissement verklaard. 

In het faillissement wordt een verificatievergadering gehouden. Op de verificatievergadering blijkt de curator het niet eens te zijn met bepaalde vorderingen die de kredietgever heeft ingediend. Het gaat hem om vorderingen op rente die is vervallen in de periode tussen de surseance van betaling en het faillissement. Is die rente wel of niet terecht ingediend? 

Beoordeling Hoge Raad

De Hoge Raad heeft hierover recent een uitspraak gedaan. In die uitspraak verwijst hij naar artikel 249 Faillissementswet. Dat artikel bepaalt wanneer bepaalde termijnen gaan lopen in geval een surseance wordt omgezet in een faillissement. Het artikel beoogt de surseance en het daaropvolgend faillissement zoveel mogelijk als één geheel te behandelen. Indien bijvoorbeeld boedelschulden tijdens een surseance ontstaan, dan gelden deze als boedelschulden in het faillissement. Die schulden geven een onmiddellijke aanspraak op de faillissementsboedel.

In dat wetsartikel is niet bepaald dat rente doorloopt wanneer een surseance wordt omgezet in een faillissement. In een ander artikel is bepaald dat de rente doorloopt tot datum surseance. Hoewel hiervoor geen wettelijke basis is, bepaalt de Hoge Raad toch dat een schuldeiser de rente die is vervallen tussen de datum surseance van betaling en het faillissement kan vorderen. Daarvoor is wel noodzakelijk dat de faillietverklaring wordt uitgesproken op grond van een aantal specifieke bepalingen in de Faillissementswet. Deze zien op gronden voor beëindiging van een surseance. Dit zal nagenoeg altijd het geval zijn.

Indien de surseance enige tijd duurt en er een behoorlijke contractuele rente is afgesproken kan het raadzaam zijn om die rentevordering in het faillissement in te dienen. Het spreekt voor zich dat een schuldeiser daarbij enkel is gebaat wanneer er daadwerkelijk een uitdeling plaatsvindt. In een klein percentage van alle faillissementen is dat het geval.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Gerelateerd

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.