Fraudedebat

Fraudedebat is 'herhaling van zetten'

Over wat men van de accountant mag verwachten bij fraude werden de deelnemers het niet eens tijdens het Accountant.nl-debat, op 4 oktober gehouden naast het Fraude Film Festival. Tachtig jaar geleden verschilden de meningen al over de reikwijdte van de controle. "Als het beroep zijn zetten blijft herhalen, zou het wel eens zijn bestaansrecht op het spel kunnen zetten."

Moet de controlerend accountant alleen letten op signalen van verslaggevingsfraude, of ook van directiefraude of zelfs àlle fraude? Moet de accountant iets over frauderisico's zeggen in de controleverklaring of moet de cliënt dat doen en de accountant dat toetsen? Moeten er regels bijkomen, of zijn er juist te veel en moet er meer ruimte komen voor het vakmanschap van de accountant? Hebben we het over de verwachtingskloof of de prestatiekloof? Moet de accountant meer gebruik maken van data-analyse of juist meer de vloer op bij de controlecliënt? En waarom ging het niet over samenstellen? De ongeveer zestig deelnemers en toehoorders gingen na afloop van het levendige en soms felle debat zonder duidelijke antwoorden naar huis.

Limperg sceptisch

Marcel Pheijffer, die het daags ervoor gelanceerde concept-fraudeprotocol van de NBA 's ochtends bij BNR Radio al "oude wijn in nieuwe zakken" had genoemd, begon het debat met de vraag hoeveel hoofden audit, NBA-bestuursleden en leden van de Stuurgroep Publiek Belang aanwezig waren. Bij de laatste twee categorieën ging één vinger omhoog, bij de eerste geen. "I rest my case."

 Arjan Brouwer opende zijn bijdrage aan het debat met een boeiende historische parallel. "In 1939 voerde Théodore Limperg in het Algemeen Handelsblad een polemiek met ene meneer Koster over de vraag of de controle van de jaarrekening ook een waarborg was tegen wangedrag en vergrijpen." Limperg, die de accountant zag als vertrouwensman van het maatschappelijk verkeer, meende van niet. Het zou alleen maar tot teleurstelling leiden als de accountant zou zeggen dat dit wel zo was. Koster vond dat Limperg het preventieve effect van de algemene controle onderschatte.

VEB-directeur Paul Koster, één van de vijf deelnemers aan het debat, stelde met genoegen vast dat een 'voorvader' er destijds kennelijk net zo over dacht als hij. Koster vindt dat de wetgever de scope van de controlerend accountant moet uitbreiden. Wat hem betreft moet fraude-onderzoek een standaard onderdeel zijn van de controle. Een minderheid in de zaal was dat met hem eens.

Arjan Brouwer wil eerst meer duidelijkheid over welke fraude we het nu eigenlijk hebben. Volgens hem hoeft de controlerend accountant alleen te letten op signalen van verslaggevingsfraude. Voor andere soorten fraudes is wetgeving nodig. Marcel Pheijffer vond vooral dat het debat niet moet verzanden in een discussie over definities en interpretatie van regels. Volgens hem schrijft de bestaande regelgeving al voor dat de accountant kijkt naar alle frauderisico's.

Vakmanschap

Forensisch accountant Peter Schimmel benadrukte dat de accountant op de werkvloer moet rondlopen en vragen stellen. "Je kunt wel kijken of de functiescheiding goed geregeld is, maar een fraudeur houdt zich niet aan die afspraak." Volgens Schimmel denkt de accountant vooral in systemen, terwijl hij om fraude te ontdekken juist meer moet denken in uitzonderingen.

'Je kunt wel kijken of de functiescheiding goed geregeld is, maar een fraudeur houdt zich niet aan die afspraak.'

Daarvoor zou hij meer moeten kijken naar menselijk gedrag. Maar de accountant is daarvoor niet opgeleid en moet zich dus laten bijstaan door specialisten zoals gedragswetenschappers. Dat negen van de tien compliance officers juristen zijn, vindt Schimmel ongelukkig. Paul Koster wees er in dat verband op dat de Nederlandsche Bank al jarenlang psychologen in dienst heeft, maar desondanks slecht toezicht hield op ING.

Accountants kunnen wel degelijk fraude ontdekken, zei Marcel Pheijffer. "De organisaties schrijven in glimmende brochures dat zij deskundig zijn en kunnen adviseren over compliance, interne beheersing en de Wwft, maar laten dat niet zien bij fraude. Dat begrijpt het maatschappelijk verkeer niet."

Arjan Brouwer: "Je moet de rollen zuiver houden. Accountants controleren de ondernemingen waar zij adviseren niet vanwege de onafhankelijkheidsregels."

'En er is een cultuur nodig waarin ook de jongste collega zijn twijfels durft te bespreken.'

Forensisch accountant André Mikkers, één van de toehoorders in de zaal, meende dat de beroepsgroep nu al is "doorgeslagen" met regelgeving. Volgens de controleprotocollen hoeft een accountant maar zeven dossiers te lichten in plaats van honderd.

Gezien het controlebudget wil de accountant er ook niet meer dan zeven bekijken. Mikkers: "Men moet meer vertrouwen op het vakmanschap van de accountant. En er is een cultuur nodig waarin ook de jongste collega zijn twijfels durft te bespreken."

Stellingen en stemmingen

Stelling 1: Uitgebreid fraude-onderzoek moet een standaard onderdeel worden van iedere accountantscontrole.
Stemming: tweederde tegen, een derde vóór.

 

Stelling 2: De controlerend accountant moet verplicht rapporteren over frauderisico’s als onderdeel van de controleverklaring.
Stemming: grote meerderheid vóór.

 

Stelling 3: Dankzij digitalisering en data-analyse kan de accountant straks wel voldoen aan de verwachtingen van het maatschappelijk verkeer.
Stemming: overgrote meerderheid tegen.

Tweederangsrol

In de ogen van accountant/bestuurder/toezichthouder Arnoud Aikema hoeft fraude ontdekken niet zo moeilijk te zijn. "In de Fipronil-affaire bleek dat Chick Friend heel goede resultaten liet zien, terwijl het in de rest van de sector juist slecht ging." In boetebesluiten wijst de Autoriteit Financiële Markten er volgens Aikema nogal eens op dat de accountant onvoldoende kennis heeft van het bedrijf of van de sector.

Toch ontdekt de accountant volgens Peter Schimmel maar een duizendste van alle fraudes. Volgens Marcel Pheijffer is dat echter geen kwestie van onkunde, maar van onwil. Ron Dohmen, die namens de Belastingdienst en het Openbaar Ministerie veelvuldig tuchtzaken aanhangig maakt, had dezelfde indruk. "Ik zie in de fraudedossiers veel aanwijzingen voor fraude. Maar er wordt te weinig mee gedaan."

Van de toehoorders in de zaal vond een grote meerderheid dat de controlerend accountant in de controleverklaring iets moet zeggen over frauderisico's. Paul Koster: "De accountant heeft voor mij veel waarde, maar is afgegleden naar een tweederangsrol. Dit leidt tot beter inzicht en een helderder beeld."

Volgens Arjan Brouwer is het dan zuiverder wanneer het bestuur komt met een paragraaf over frauderisico's en de accountant die toetst. Op die suggestie bleef commentaar uit. Ook de suggestie van Pieter de Kok dat de accountant de mkb-ondernemer bewust moet maken van frauderisico's, ontmoette geen weerstand. Wel verbaasde Dohmen zich erover dat het nieuwe fraudeprotocol zich beperkt tot controle-opdrachten, terwijl de helft van de fraudes zich voordoet bij samenstelopdrachten.

Data en ballen

Of digitalisering en data-analyse de verwachtingskloof zullen "verkleinen" - niemand had het over "dichten" - verwachtte de zaal niet. Pieter de Kok betoonde zich een groot voorstander, maar dan moet een en ander wel ingebed zijn in de organisatie en moet ook het management de signalen krijgen. "ING had een mooi systeem, maar deed niets met de signalen. Die moeten wel een follow-up krijgen."

Deelnemers

  • Arjan Brouwer, partner PwC, hoogleraar externe verslaggeving, eerder lid van de werkgroep Toekomst Accountantsberoep
  • Pieter de Kok, partner bij Coney, eerder aanjager van vernieuwingsbeweging Tuacc
  • Paul Koster, oud-toezichthouder, thans directeur beleggersvereniging VEB
  • Marcel Pheijffer, hoogleraar forensische accountancy en lid Monitoring Commissie Accountancy
  • Peter Schimmel, forensisch accountant Grant Thornton

De vraag rees of betere algoritmen niet juist zullen leiden tot nog meer signalen, waaraan het nog moeilijker is passend opvolging te geven. Volgens Arjan Brouwer moet je zoeken naar het juiste model, dat er voldoende ongebruikelijke transacties uithaalt, maar ook weer niet teveel. Hij waarschuwde er wel voor dat betere tools leiden tot hogere verwachtingen van het maatschappelijk verkeer. Maar uiteindelijk leek niemand dat een bezwaar te vinden om data-analyse toe te voegen aan het instrumentarium van de accountant.

Voorzitter Sander Kranenburg van de Werkgroep Fraude meende dat er behalve een verwachting ook een prestatiekloof bestaat. In zijn waarneming heeft de beroepsgroep al veel kwalitatieve stappen gezet, maar is dat alleen nog niet zo zichtbaar geworden.

Marcel Pheijffer herhaalde dat de beroepsgroep de verwachtingskloof heeft gecreëerd met de eigen beroepsregels en die kloof niet dicht door alles nog eens uit te leggen in een fraudeprotocol. "Laten we eerst een oplossing zoeken voor de prestatiekloof", stelde hij voor. "En ons daarbij focussen op directiefraude", zei NBA-bestuurslid Marianne van der Zijde.

Maar dan moeten accountants wel minder aardig worden voor de opdrachtgever. "Ze zouden een beetje meer ballen moeten hebben", aldus jurist en commissaris Antje Kuilboer-Noorman.

'Accountants zouden een beetje meer ballen moeten hebben.'

Bij wijze van slotwoord gaf Marcel Pheijffer de microfoon aan de auteur van de zijns inziens beste opinie op Accountant.nl, Bob Hoogenboom. Deze hoogleraar forensic business studies vond het debat een "herhaling van zetten" en de jarenlange discussie "een soort loopgravenoorlog". Volgens hem moet de accountant zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Anders rijst de vraag of hij nog wel bestaansrecht heeft.

Bekijk ook de video impressie van het fraudedebat: 

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Gerelateerd

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.