Emeritaat

Afscheid van 'fenomeen' Henk Langendijk: 'Een fout krijgt maar zelden een eigenaar'

Koepelorganisaties van verschillende branches zouden controlerend accountants moeten benoemen en betalen. Dat zorgt voor meer onafhankelijkheid van de controleur ten opzichte van de gecontroleerde organisatie.

Dat stelde professor Henk Langendijk in zijn emeritaatsrede 'Het (niet) getrouwe beeld van de jaarrekening en de positie van de accountant', waarmee hij op 29 maart 2019 afscheid nam van universiteit Nyenrode. Boekhoudschandalen leiden tot maatschappelijke en politieke onvrede, aldus Langendijk, die zijn stem tijdens het betoog regelmatig onheilspellend liet dalen. Het is aan de accountant om die schandalen te voorkomen of verminderen.

De maatregelen die momenteel door de sector worden getroffen richten zich vooral op aanpassing van de regelgeving. Dat is volgens Langendijk niet de oplossing, een overdaad aan regels helpt niet. Dat de beroepsregels voor accountants principle based zou zijn, noemde hij "een practical joke, ze zijn zo rulebased als de pest".

'Er is niets zo leuk als bad practice.'

Langendijk, al sinds 1994 verbonden aan Nyenrode, zag zichzelf als "verhalenverteller", altijd op zoek naar wat er mis ging binnen organisaties. Hij wordt er nog altijd opgewonden van: "Er is niets zo leuk als bad practice." Probleem is dat accountants en leidinggevenden gemaakte fouten liever niet toegeven, meende hij. "Een fout krijgt maar zelden een eigenaar."

Bizarriteit

Om het aantal incidenten te laten afnemen moet de bestaande "architectuur" van de accountantssector worden aangepast, aldus de hoogleraar. Dat de accountant wordt betaald door de gecontroleerde noemde hij een "bizarriteit". Langendijks belangrijkste suggestie in dat verband is om de koepelorganisatie van een branche de controlerend accountants te laten benoemen en betalen. Dat maakt de accountant daadwerkelijk onafhankelijk. Een experiment over een periode van zo'n tien jaar, binnen een aantal maatschappelijk relevante sectoren, zou kunnen uitwijzen of het werkt.

De sector moet ook af van gebruik van termen als "de klant", stelde hij. Een term als "de gecontroleerde" past beter; een suggestie die inmiddels in het Verenigd Koninkrijk ook wordt uitgedragen. Daarnaast zou het goed zijn als de controleverklaring flink wordt uitgebreid, verder dan alleen door het benoemen van key audit matters. Langendijk ziet meer in een rapportage zoals curatoren die publiceren. Hij benadrukte in zijn afscheidscollege verder dat een belangrijke functie van de jaarrekening, het rekenschap afleggen door de ondernemingsleiding, meer aandacht verdient.

De hoogleraar omschreef het accountantsberoep als "een fantastisch vak", dat nog aantrekkelijker zou worden als er minder tijds- en budgetdruk op zou staan. Hij waarschuwde voor een "luie oligopolie" van straks nog maar zeven accountantsorganisaties met een oob-vergunning. "Elk jaar komt er een grote ontbijtkoek langs die ze met elkaar delen, waarom zou je dan vernieuwen?"

Spelen met jaarcijfers

Voorafgaand aan het afscheidscollege van Langendijk organiseerde de universiteit in Breukelen een symposium over ontwikkelingen op het terrein van externe verslaggeving en accountancy. Collega-hoogleraar Martin Hoogendoorn (Erasmus Universiteit) benadrukte dat "spelen met de jaarcijfers" niet automatisch betekent dat organisaties frauderen. Meer vertellen over afwegingen die worden gemaakt bij de keuze van grondslagen, of het motiveren van genomen maatregelen ter verbetering van de kerncijfers, helpt bedrijven om transparanter te worden. Waarom geen openheid over een gekozen puntschatting in "het interval van aanvaardbare schattingen", vroeg hij zich af en gaf een praktisch voorbeeld dat de zaal niet onberoerd liet: "De nettowinst van 2018 ligt tussen € 654.000 en € 1.298.000, met als puntschatting € 720.000."

Hoogleraar Philip Wallage (UvA/VU) noemde de verwachtings- en prestatiekloof rondom het accountantsberoep "historisch en hardnekkig". Accountants zijn, ten onrechte, in de optiek van het publiek "verworden tot zakkenvullers en non valeurs", stelde hij. De opdracht aan de accountant is in de afgelopen honderd jaar niet wezenlijk veranderd en ook de discussie over het beroep is al decennia lang gaande. Wallage refereerde daarbij aan het rapport van de Commissie Toekomstverkenning van het NIVRA uit 1971, 'De accountant, morgen', dat veel overeenkomsten vertoont met de discussie van nu. Hervormingen binnen het beroep vragen om meer dan snelle en eenvoudige oplossingen, meende hij. "We moeten uitgaan van evidence based policy making." In dat verband was hij blij met de bijdrage van de Foundation for Auditing Research (FAR).

Langendijk ziet  meer in een rapportage zoals curatoren die publiceren: "We moeten het concept van auditing niet als definitief en onbetwistbaar beschouwen."

Van belang is ook dat de sector innovatief leert denken, aldus Wallage. Hervormingen zijn nodig om de kloof met het maatschappelijk verkeer te verkleinen. Voor de vraag naar auditdiensten is een bepaald niveau van maatschappelijk wantrouwen vereist, stelde hij, maar "we moeten het concept van auditing niet als definitief en onbetwistbaar beschouwen". Waar nodig moet de scope van de controle worden herzien op basis van de maatschappelijke vraag.

Vervolgonderzoek

Ruud Vergoossen (Nyenrode/Maastricht) gaf een toelichting op zijn eerdere onderzoek naar de beschikbaarheid van het bestuursverslag bij grote en middelgrote ondernemingen. Verplichte deponering van een bestuursverslag heeft weinig zin als dat zoals nu gemiddeld pas 229 dagen na balansdatum gebeurt, meende hij. Een factor van belang, mede gezien de discussie rondom een verplichte verklaring over de continuïteit van organisaties.

Inmiddels is Vergoossen druk met vervolgonderzoek onder zeshonderd ondernemingen, waarin ook de kwaliteit van het bestuursverslag wordt bezien. De smoezen waarmee zijn studenten werden geconfronteerd bij het opvragen van verslagen bleken opmerkelijk. Zo vroeg een onderneming liefst tweehonderd euro voor inzage van het bestuursverslag, zijnde het uurtarief van hun directielid. Minstens zo curieus: een partner van een accountantskantoor die een student sommeerde om te stoppen met het opvragen van bestuursverslagen.

'Je moet niet creatief zijn met iets dat in zijn aard niet creatief kan zijn.'

Eerste voorlopige conclusie van Vergoossen op basis van de ruwe data: de kwaliteit van bestuursverslagen is in veel gevallen onder de maat. En dat is bovendien vaker het geval bij gedeponeerde verslagen dan bij niet-gedeponeerde.

Leermeester

Nyenrode-collega Marcel Pheijffer sloot af met een persoonlijk betoog als dank aan Henk Langendijk, die hij omschreef als zijn "leermeester" en "een fenomeen". Hij deelde de belangstelling van Langendijk voor creatief boekhouden, fraudes en boekhoudschandalen en had mooie herinneringen aan de jaren als leerling van de vertrekkend hoogleraar, die hielp om zijn kritische geest te scherpen. Dankzij het grote gevoel voor humor van Langendijk voelde het als "edutainment", zo zei Pheijffer. Hij deelde enkele van diens wijze lessen met zijn gehoor, zoals dat boekhouden en verslaggeven "een saaie degelijkheid en betrouwbaarheid" moeten uitstralen. "Het mag niets verrassends hebben", aldus Pheijffer. "Je moet niet creatief zijn met iets dat in zijn aard niet creatief kan zijn."

Waar de accountancy zoekt naar oorzaken, vond Langendijk al eerder oplossingen voor het herstel van vertrouwen, liet Pheijffer zien aan de hand van enkele statements van zijn leermeester. De accountant dient altijd partij te kiezen voor het maatschappelijk verkeer, stelde Langendijk al in 2002. "Als dat vertrouwen er niet meer is, is er geen basis voor het accountantsproduct en voor het wettelijk monopolie."

Flexwerker

Aan het slot van het symposium ontving Langendijk uit handen van dagvoorzitter Ruud Vergoossen een 350-pagina's tellend liber amicorum, met als titel 'Het puntje van een scherpe pen'. Vergoossen prees de vertrekkend hoogleraar om zijn "gave om het publiek te voeden met directe en boude uitspraken". Miša Džoljić, rector-magnificus van Nyenrode, sprak zijn waardering uit voor de enorme inzet van Langendijk voor het academisch vakgebied en typeerde hem als een flexwerker "al voor dat dat begrip werd uitgevonden".

Ook zijn voormalige studenten gaan Langendijk missen, blijkt uit reacties op diverse (social) media. "Henk Langendijk heeft een belangrijke rol gespeeld in mijn liefde voor het accountantsberoep, waarvoor dank!", aldus een oud-Nyenrode studente. Een ander schrijft: "Wat een heerlijke hoogleraar was dat. Geen blad voor de mond en recht voor zijn raap. En hij wist je naam."

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Gerelateerd

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.